Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Bloodaxe Books brengt DVD uit | Hoofdmenu | 21 kostbare boekjes onder de hamer »

09 december 2008

Hotel New Flandres: Reugebrink

"De commotie rond Hotel New Flandres neemt maar geen einde, vooral in Hollandse middens, zo valt me op. Over de vraag of Vlaanderen een apart literair systeem vormt, bekreunt men zich gewoonlijk boven de Moerdijk niet, en er wordt met veel dédain gereageerd op Vlaamse protesten wanneer een hoogleraar een literatuurgeschiedenis schrijft waaruit alle Vlamingen keurig worden geweerd (Ton Anbeek destijds). Maar o wee als die boerenkinkels daar in het zuiden de gewoonlijk door de noordelingen dichtgesmeten deur dan ook maar niet meer open doen (al eens geprobeerd een bij een Vlaamse uitgever verschenen boek in een Nederlandse boekhandel te krijgen?). Meteen moet dan het Vlaams Belang erbij gehaald worden. Zie Barnard. Zie ook Beurskens. Die laatste gaat nog wat verder op zijn weblog door ‘einzelgängers’ typerend te achten voor Vlaams taalgebruik (men zegt ‘einzelgänger’, zonder –s), en het in Nederland zeer ingeburgerde ‘een aantal die…’ op het conto van de Zuidnederlandse taalverkrachting te schrijven. Ach… Laten we zeggen dat het niveau van het Vlaamse onderwijs inderdaad wat aan het dalen is sinds men hier per se Nederland als stralend voorbeeld wil nemen voor zo ongeveer alles wat daar al decennialang verkeerd gaat — al blijft ook dan overeind dat een Vlaamse scholier die het ASO doorliep voorlopig nog steeds heel wat meer in zijn mars heeft dan een Nederlandse scholier die van een Atheneum komt. Bovendien, taalfouten als deze hebben meer te maken met het niveau van de boekverzorging bij de betreffende uitgever dan met het typisch Vlaamse ervan."

Lees de interessante, zij het moeizaam geschreven bespiegeling van Reugebrink op zijn weblog >>

Reacties

Adriaan Krabbendam

Misschien omdat Vlaamse einzelgängers de Van Dale (Utrecht/Antwerpen) raadplegen wanneer ze zichzelf beschrijven?

Adriaan Krabbendam

Quizvraag: wie schreef de volgende enigmatische zin: ‘Verder wandelend had hij haar lang en hartstochtelijk gezoend [...]’ ?

Benno Barnard

1. Reugebrink verzwijgt kuis dat hij zelf in de redactie van Yang zit, welk blad op het punt staat te versmelten met dat van Dirk van Bastelaere.

2. Een verwijt aan bepaalde Vlamingen impliceert toch niet dat men bepaalde Nederlanders niets kwalijk zou nemen? Zoiets heet een non sequitur.

3. 'Het punt' is helemaal niet hoeveel sterren ik van de Grote Bloemlezer zou hebben gekregen. Je kunt vijf sterren krijgen, zoals Herman de Coninck, en toch in het voorwoord nog als het verkeerde soort dichter worden getypeerd. Mijn ergernis betreft de zelfverheerlijking van Van Bastelaere en het etnische karakter van dat boek.

Adriaan Krabbendam

Waar Reugebrink ons niet over vertelt, is die andere Belgische bloemlezing waarvan zijn blogpagina melding maakt en die toch zeker ook enige aandacht waard is. Op basis waarvan zijn hier de keuzes gemaakt? http://www.skynet.be/jack-nl/lifestyle/dossier?folderid=1230

Gert de Jager

Interessant? Misschien. Aanvechtbaar? Zeker.

Vreemd om de jaren ’80 als ‘ijkpunt’ te nemen voor het uiteengaan van de Vlaamse en Nederlandse poëzie. Voor die tijd was de Vlaamse poëzie in Nederland zo goed als onzichtbaar – grote uitzondering Claus daargelaten. Na die tijd begonnen Vlamingen massaal bij Nederlandse uitgevers te publiceren.

Vreemd om de bloemlezing van Komrij en de Maximalen in één adem te noemen als manifestaties van dat ijkpunt. De Maximalen kunnen op zijn hoogst van enig belang geweest voor wie rond die tijd de jaren des onderscheids bereikte en om die reden dacht dat alles wat er toen gebeurde heel belangrijk was. De Maximalen hebben nauwelijks een spoor in de Nederlandse poëzie achtergelaten. Is er nog iemand die weet wie Arthur Lava was?

Vreemd om te stellen dat na Komrij in de Nederlandse poëzie nooit meer nagedacht is over de verhouding tussen poëzie en de werkelijkheid, de plaats van de poëzie in de samenleving en meer van die fundamentele kwesties. Elk dichter die iets voorstelt denkt over dit soort vragen na, elk gedicht dat iets voorstelt is er een antwoord op. Dat in Nederland minder in abstracte termen over dit soort kwesties gedebatteerd wordt heeft eerder te maken met een voorkeur voor de scepsis van een Angelsaksche intellectuele traditie boven nietszeggend Franstalig theoretisch geloei. Wie afziet van het laatste bekent zich nog niet de lamlendigheid van een ‘anything goes’-mentaliteit.

‘Men zou zich voor minder van het hele genre afkeren’ schrijft Reugebrink aan het slot. Laat Reugebrink dat vooral doen. Laten de dichters die wat te melden hebben, in Nederland en Vlaanderen, van Oosterhoff tot Van Bastelaere, van Schaffer tot Lauwereyns, vooral doorschrijven.

Jan Pollet

Arthur Lava zegt me weinig maar Johan Joos zullen velen toch nog kennen. Niet? (trouwens ook niet opgenomen in HNF)

Chrétien Breukers

Ha Gert, deze opmerking "Voor die tijd was de Vlaamse poëzie in Nederland zo goed als onzichtbaar – grote uitzondering Claus daargelaten." lijkt me, na enige bestudering van de catalogi van de KB en de KBR, niet echt houdbaar.

Gert de Jager

In 1978 was er een heuse rel in Vlaanderenland. Eddy van Vliet publiceerde samen met Buddingh’ ‘Poëzie is een daad van bevestiging’, een bloemlezing waarin slechts 25% van de opgenomen auteurs Vlaming was. In Vlaanderen werd hij toen weggezet, onder meer in de Poëziekrant, als een ‘collaborateur’. De dichter Alstein schreef een open brief.

In die tijd was Van Vliet een van de weinigen die een Nederlandse uitgever had. Als ik mijn Vlaamse bron, “Opener dan dicht is toe; poëzie in Vlaanderen 1965- 1990”, een essaybundel onder redactie van Hugo Brems en Dirk de Geest uit 1991, moet geloven verkeerde hij slechts in het gezelschap van Gust Gils, Freddy de Vree en Hugo Claus. Brems en Van Geest voegen daaraan toe: ‘Herman de Coninck zet een aarzelende stap op de Nederlandse markt, maar veel meer is er niet’.

In dezelfde bundel kijkt Van Vliet terug op de affaire die hem jarenlang heeft dwarsgezeten. Hij schrijft: ‘Gelukkig is na 1978 het aantal collaborateurs flink toegenomen dankzij de vele Vlaamse auteurs die sindsdien Amsterdam boven Brussel hebben verkozen. Alsteins “Open brief aan de Van Vlieten van dit land” ten spijt werd de schare van collaborateurs vergroot met ‘clowns’ als o.m. Luuk Gruwez (…)’ en dan volgen er nog 27 namen. Waaronder die van Van Bastelaere.

Chrétien Breukers

De Coninck had toen net twee bundels bij Van Oorschot gepubliceerd. Toen lukte het nog niet om vaste voet te krijgen in Nederland. Ik zou het moeten uitzoeken, maar volgens mij is die opmerking toch gechargeerd

Ingmar Heytze

Volgens mij was de distributie van poëzie twintig jaar geleden gewoon veel problematischer dan in de Amazon/Bol.com-era. In grote boekhandels in Antwerpen vond ik nauwelijks bundels van Nederlandse dichters en als ik eind jaren tachtig, begin jaren negentig een bundel van bijvoorbeeld Jo Govaerts bestelde, duurde dat zeker twee weken; alsof er ergens in België een veldwachter op zijn dienstfiets was gestapt om het boekje persoonlijk naar Utrecht te komen brengen en onderweg nog een paar keer zoekraakte bovendien. Btw: ik zit de laatste tijd veel te lezen in Hotel New Flandres en ontdek elke dag geweldige gedichten van dichters van wie ik nog nooit had gehoord. Daar is zo'n bloemlezing in mijn ogen voor. Wie zich er over opwindt maakt verdomme zelf maar een bloemlezing. Het voorwoord en het debat/gekrakeel/gelul over en weer sla ik liever over: ik kom voor de dichters en hun gedichten.

Chrétien Breukers

Jo Govaerts... waar zou die toch gebleven zijn?

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...