Lies van Gasse debuteerde onlangs met de bundel Hetzelfde gedicht steeds weer. Van Gasse werd geboren in 1983 en is werkzaam als dichter en beeldend kunstenaar. Daarnaast is ze redactielid van het literaire tijdschrift Deus ex machina en geeft ze les aan de Academie voor Schone Kunsten in Sint-Niklaas (de plaats waar Hotel New Flandres uitstekende logeer-mogelijkheden biedt). Ze publiceerde in onder andere Meander, Revolver en De Brakke Hond.
(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Ik herinner me een heldere ochtend
na een nacht vol regen, de straten
glad en overspannen.
Een zachte wind in de binnentuin,
het opspringen van klaver en klimroos.
Koffie,dampend aan het raam.
Ik herinner me april,
dauwdruppels op spinrag.
Ik herinner me het schudden van takken
als een plots geschenk van helderheid.
We hadden niet gegeten.
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
De opzet van de bundel was niet systematisch, wat weleens gedacht wordt bij het lezen van de titel Hetzelfde gedicht steeds weer. Ik had geen groot verhaal waaraan ik de structuur wilde ophangen. Hoewel de bundel op een heel organische manier tot stand kwam, was er echter wel een leidraad. Er was het 'kleine verhaal' van de Japanse kalligraaf die zich in de houding zet om steeds weer hetzelfde teken te scheppen. Enerzijds is er de gedachte dat zeer veel besloten moet zitten in het beleven van de poëzie, waarbij het woord zelf maar slechts een heel klein deeltje uitmaakt van wat er gebeurt. Anderzijds blijkt uit die eeuwige herhaling ook juist een soort onkunde, 'geen mens kan zichzelf exact kopiëren', die echter ook een enorme rijkdom inhoudt. Men gaat schakeren, men varieert en voor men het weet komt men van het ene in het andere gedicht uit. Ik wilde een soort reis van gedicht naar gedicht in de bundel steken, maar dan zeer vertraagd, ietwat verstild.
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Van twee dichters en een zangeres, Nina Simone, is een motto opgenomen in de bundel en het zijn ook deze twee dichters die mij elk een zetje gegeven hebben om de bundel zijn finale vorm te doen vinden. Het zijn oude teksten, maar net dat onderduiken in een andere tijd was verfrissend voor mijn visie op de poëzie van vandaag. In de eerste fase was Hadewijch van invloed, omdat het werken met haar poëzie me het mystieke in mijn eigen teksten deed ontdekken en versterken. Hoewel haar liederen religieus zijn, is er een bepaald facet dat ook zeer actueel is als tegengewicht tegen deze tijd.
Dan was er ook The Pillow book van de Japanse dichteres Sei Shonagon. Hoewel ik de verzen in Engelse vertaling las, was het toch het afgemetene, uitgetelde, bijzonder technische van haar verzen dat mij inspireerde. Omdat ik niet echt één lievelingsgedicht heb uit de bundel, zet ik bij (1) een gedicht dat toch op haar geïnspireerd is.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties