Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Bilderdijkstudie | Hoofdmenu | Nieuwe Engelse vertaling van Hölderlin »

25 november 2008

Nogmaals: Hotel New Flandres

Yves T'Sjoen over HNF:

Dirk van Bastelaere en acolieten van freespace Nieuwzuid presenteren in Hotel New Flandres hun kijk op zestig jaar poëzie in Vlaanderen. Je kunt het een dichter niet kwalijk nemen dat hij zijn agenda probeert te realiseren, zelfs al moet dat ten koste van andere spelers (dichters en hun teksten) in het veld gaan. En als je met Bourdieu en Foucault onder de arm de Helikon tracht in te nemen, dan verbaast het niet dat ook deze anthologie – de zoveelste in de rij– het karakter, zoniet het statuut, van een schotschrift heeft.

De N.V. Van Bastelaere toont zich combattief. Het genre van de anthologie leent zich uiteraard uitstekend voor deze nieuwe poëtenstrijd. De poëziepolitie is weer op pad en dat zullen de lezers van HNF geweten hebben. Overigens, deze bloemlezing is helemaal niet geschikt om gelezen te worden en heeft al helemaal niet de pretentie representatief te zijn. HNF brengt geen tendensen in kaart, maar kiest in de samenstelling nadrukkelijk partij.

Het nieuwe rode boek is een toonbeeld van statement en retoriek, een impliciet/expliciet pamflet voor een specifieke kijk op de poëzie sinds 1945. Er is alleen geselecteerd in functie van de eigen poëticale a-priori's. Wat daarbuiten valt, wordt ofwel genegeerd ofwel verdacht gemaakt. De poëziegeschiedenis wordt geschreven vanuit een visie op literatuur. Er zijn evenveel geschiedenissen als er historici zijn. Dat een welbepaalde (en bekende) visie door Van Bastelaere, Jans en Peeters in HNF wordt naar voren geschoven is het volste recht van de bloemlezers. HNF heeft uiteraard niet de intentie een brede, olympische kijk op tendensen in de poëzie van 1945 tot heden te presenteren. De anthologie van de dichter – en zeker van de strateeg die poëzie als een permanente strijd om de hegemonie ziet – heeft de waarde van een poëticaal mission-statement.

Vanzelfsprekend is het Van Bastelaere & Co te doen om weer enige stampij in de laaglandse letteren te genereren. Bij voorbaat wisten zij natuurlijk dat een dergelijke lezing van zestig jaar poëzie in Vlaanderen tot commotie zou leiden. De ene dichter voelt zich gepasseerd, de andere niet of onvoldoende naar waarde geschat. Het is een poging tot herverkaveling die de N.V. onderneemt, met Van Bastelaere als scherprechter en rentmeester tegelijk. Een hertekening van het landschap door iemand die zich opwerpt als de enige beëdigde landmeter die er waarlijk toe doet. HFN is een uitstekend onderzoeksobject voor diegenen die met de inzichten van Bourdieu over strategieën en mechanismen in het literaire veld aan de slag gaan. Van Bastelaere schreef het al jaren geleden zelf: een periodiek, bij uitbreiding ook een bloemlezing, is eigenlijk “een legitimeringsmachine”. HNF past perfect in dat plaatje.

© Yves T'Sjoen, 25 november 2008

Reacties

Richard Steegmans

Allemaal goed en wel, maar welke dichters zouden zich volgens Yves T'Sjoen gepasseerd moeten voelen, welke dichters zijn volgens hem onvoldoende of niet naar waarde geschat?

Samuel Vriezen

Het idee dat een bloemlezing een "legitimeringsmachine" zou zijn komt mij inmiddels voor als een analytische waarheid. Maar T'Sjoens impliciete suggestie is dat het anders kan: dat je dus een bloemlezing zou kunnen samenstellen zónder "visie op de literatuur". Je treft inderdaad onder de bloemlezingen wel boeken aan met een dergelijk pretentie. Het zijn juist die bloemlezingen, die hun uitgangspunten niet expliciet maken, die voor mij het meest onleesbaar zijn in hun wazige maar niet minder ideologische constructie.

Als Van Bastelaere dan voor expliciete poëticale uitgangspunten heeft gekozen is dat een belangrijke aanbeveling. Het is dan wel heel jammer dat T'Sjoen in zijn bespreking niet op die expliciete uitgangspunten ingaat. Rode boekje, poëziepolitie, het klinkt allemaal heel strijdlustig, maar T'Sjoen pakt in feite de handschoen niet op.

Gert de Jager


Ik vraag me af of een bloemlezing die onmiddellijk doorzien wordt als legitimeringsmachine werkelijk nog de dominantie zou kunnen bewerkstelligen waar Van Bastelaere c.s. op uit zouden zijn. Het doorsijpelen van de inzichten van Bourdieu leidt er volgens mij toe dat de strategieën en mechanismen in het literaire veld zich nooit meer zo zullen voordoen als voordien het geval was. Rodenko en Komrij pretendeerden met hun bloemlezingen uitspraken te doen over ‘de’ poëzie en dat pretendeert Van Bastelaere ongetwijfeld ook. Het verschil is dat hij meteen gepercipieerd wordt als iemand tot een niche behoort. We lezen wat hij te beweren heeft, maken ons er min of meer druk om en gaan over tot de orde van de dag.
Zijn bloemlezing zal de krachtsverhoudingen dan ook eerder bestendigen dan wijzigen. Bij Rodenko en Komrij was dat minder of zelfs helemaal niet het geval. Aafjes en Vasalis, Kouwenaar en Bernlef verloren voor grote groepen binnen de spraakmakende gemeente hun glans. Die spraakmakende gemeente is sindsdien ongeneeslijk pluriform geworden. Wie die pluriformiteit wil bestrijden is een strateeg en een mannetjesmaker, en vooral hopeloos niet bij de tijd. Als Rodenko en Komrij hun lezers van een ding konden overtuigen, dan was het van de onverbrekelijke band van hun opvattingen over poëzie met een idee over het eigentijdse. Juist het verlangen naar dominantie maakt anno 2008 dat a) Van Bastelaere waarschijnlijk aan een van meet af aan verloren strijd begint en b) de discussie zelden of nooit zal gaan over zijn poëtioale denkbeelden, maar vooral over zijn attitude als bloemlezer.

RHCdG

Het lijkt mij logisch dat iemand die een bepaalde poëziebeoefening voorstaat en zelf ook als dichter actief is, zijn eigen poëzie ruim baan zal geven wanneer hij een overzicht van die poëzie biedt. Maar men is nu eenmaal beter in het turven van namen en het aantal toegekende pagina's dan in het nagaan van de redenen van die incidenties.

Als ik iets van Bourdieu de moeite van het onthouden waard heb gevonden, dan is het dit, dat 'met de sociologie het verschil kan worden verklaard tussen werken die louter het produkt van het milieu en de markt zijn en werken die hun eigen markt moeten produceren en in die hoedanigheid zelfs kunnen bijdragen aan de transformatie van hun milieu, dank zij de ontvoogdingsarbeid waarvan ze het produkt zijn en die ten dele via het objectiveren van dat milieu mogelijk werd.’

Dat is wat Rodenko deed, en wat Van Bastelaere doet, als ik de berichtgeving mag geloven. Komrij is een heel ander geval: een tekstbezorger, een samensteller van een canon die hem gezag verleende, in plaats van andersom. Tegen zulk gezag en zo'n canon komen bloemlezingen als die van Rodenko en Van Bastelaere impliciet in het geweer. Dat een tijd is zoals die is, is voor zulke mensen al reden genoeg om die te willen veranderen.

Samuel Vriezen

"Rodenko en Komrij pretendeerden met hun bloemlezingen uitspraken te doen over ‘de’ poëzie en dat pretendeert Van Bastelaere ongetwijfeld ook."

Het verschil is natuurlijk dat enerzijds Rodenko zijn bloemlezingen voorzag van glasheldere essays over zijn poëticale beweegredenen, en dat Van Bastelaere, Jans en Peeters, van wie ik het boek gisteren direct na lezing van dit bericht kocht, een heldere inleiding schrijven een duidelijke - en voor wie wil vechten, aanvechtbare - verantwoording geven van hun visie op de structuur van het complete poëtische veld in Vlaanderen (want de opdracht was wel degelijk een representatieve bloemlezing te schrijven, en er staan 266 dichters in), terwijl Komrij schrijft: "Het programma van deze bloemlezing, de structuur, de onderliggende gedachte en wat al niet voor fraais, u legt het er zelf maar in.", en meer van je hopsafaldera. Komrij is de kenner maar de lezer doet het werk (als die lezer tenminste zin heeft in werken en niet liever lekker loom luistert naar de warm-nasale stem van Vake Poëzie-expert).

Dan even een obligaat potje kankeren: mij verontrust in de verantwoording van VB/J/P hoe er wordt omgegaan met het vrouwelijk aandeel. Dat is namelijk piepklein, wat ook door de bloemlezers zelf wordt gesignaleerd en becijferd. Het probleem is wat mij betreft nog niet eens dat zeer kleine aandeel op zich, maar het feit dat er geen analyse - zelfs geen in een "wij weten het niet"-strandende - van dat zeer lage percentage wordt gemaakt, terwijl in de rest van het stuk echt wel argumentatief en analytisch te werk wordt gegaan. Er worden tal van statistieken op de jaren van de gedichten losgelaten, en de topjaren worden geïnterpreteerd en historisch geplaatst. Had iets dergelijks niet ook dienen te gebeuren bij de nog veel opvallendere scheve sekseverdeling?

Gert de Jager

Dag Samuel,

Voorafgaand aan de passage die je citeert, ontvouwt Komrij wel degelijk een programma. Zijn bloemlezing werd indertijd als een brutale aanval op de canon gezien en sindsdien is het ‘veld’ van de Nederlandse poëzie volgens mij nooit meer hetzelfde geweest. Pluriformiteit is een paradigma geworden. Van Bastelaere, begrijp ik uit de reacties, heeft het er maar moeilijk mee.

Maar ik zal je impliciete verwijt ter harte nemen en de kristalheldere inleiding gaan lezen.

Samuel Vriezen

Zo'n programma is reactief, biedt een afgeleid (want anti-) perspectief, geen vooruit schrijven (programma) maar eerder een terugschrijven, en ik heb er persoonlijk niet zo veel aan als lezer van een kleine dertig jaar verderop. Wat blijft is een tijdsbeeld. Komrij's Gevreesde Bloemlezing, ach, je had er bij moeten zijn.

RHCdG

Het kon alleen maar als een brute aanval op de canon worden gezien doordat het aantal pagina's dat Komrij de Vijftigers toebedeelde niet in verhouding stond tot de waardering van die groep, zoals die tot uiting was gekomen in het succes van de verschillende bloemlezingen die er uit hun werk werden samengesteld - overigens niet alleen door Rodenko, maar ook door Vinkenoog met Atonaal en door Kouwenaar met Vijf 5tigers: stuk voor stuk bestsellers, waarmee een marginale groep een aanval op de canon pleegde en zichzelf op de kaart zette.

Komrij pleegde een contrarevolutie door een canon in het leven te roepen die alleen al op grond van de enorme selectie aanspraak maakte op die kwalificatie. Niet de kwaliteit, maar de kwantiteit verleende gezag aan zijn keuze, en met dát gezag werd vervolgens politiek bedreven.

Dat Hotel New Flanders ook een ruime keuze presenteert, maakt het allemaal alleen nog maar interessanter, want de spanning van de verhouding tot de canon neemt erdoor toe. Er wordt hier geen marginale groep gepresenteerd die later weer kan worden weggedrukt, de dichters worden in een 'peer group' ingebed. Zoals Komrij zich meester maakte van een canon, zo heft Van Bastelaere de marge op waarin hij en zijn partners in crime zaten.

Dat er hier inmiddels dichters rondlopen die voorwenden onafhankelijk te opereren, en een financieel argument aangrijpen om die positie te verdedigen, is wel een erg opzichtige poging om toe te treden tot de orde van de zogenaamd neutralen, waarboven Komrij presideert.

Koenraad Goudeseune

Wat een duistere slotzin, Rutger, ik had er wiskunde bij nodig. Je schrijft: 'Hier lopen inmiddels dichters rond'... (Je bedoelt met 'hier' de Contrabas? Toch?) ...'die voorwenden 'onafhankelijk' te opereren en een financieel argument aangrijpen.'

Welke dichters lieten zich over deze zaak uit? Blauwendraad, Breukers, Delmotte, de Jager, Krabbendam, Vriezen, Goudeseune, Barnard en Beurskens. En wie onder hen had het over centen? Bij mijn weten alleen Goudeseune. Als ik het goed begrijp, zou ik daarmee een plaatsje onder de 'neutralen' op het oog hebben. Heb jij gedronken of zo, Rutger? Flikker in ieder geval met je dwaze kop tegen de muur als je dat denkt.

RHCdG

Koenraad,
Kun je hier geen gedicht van maken? Ik zou het graag opnemen in mijn bloemlezing 'Van Heytze tot Goudeseune. Gal en vitriool als structuurprincipes in poëzie op het internet'.

50 euro? Wat kost een ritje bij jou? Laat je niet uitsluiten, ik bedoel uitbuiten!

Koenraad Goudeseune

Met 50 euro, Rutger, kun je naar de hoeren en als je snel bent, en dat ben jij vast, kun je voor dat bedrag ook nog klaarkomen. Moet je eens doen, Rutger, instede van dichters beledigen.

RHCdG

Probleem is dat ik niet zo snel ben, Koenraad, omdat ik, anders dan jij, me weet te beheersen.

Cath Blaauwendraad

Q.E.D.

Ingmar Heytze

Zouden jullie mijn naam hier buiten willen laten? Alvast dank!

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...