"In het driemaandelijks tijdschrift voor cultuurkritiek en amusement Nieuwzuid, verscheen eerder
dit jaar een reeks merkwaardige gedichten. 'Merkwaardig' omdat ze niet zomaar
in een stijl of stroming onder te brengen waren. De maker ervan bleek Daniël
Dobbelaere te zijn – een grafisch vormgever en boekenmaker van aparte
boekwerkjes die in het circuit van het betere, kleinschalige drukwerk naam en
faam heeft verworven. Momenteel legt hij de laatste hand aan zijn officieel debuut 'Monomeer'.
Humor en het existentiële, tussen die twee polen slingeren zich de gedichten van deze traagbloeier. Niet voor niets maakte hij ooit een bundeltje op 1 exemplaar met de titel 'Geduchten', één-regelige hypergecondenseerde gedachten die vanuit een grap of een absurde bedenking vertrokken en tot een zweem van waarheid transformeerden. Huiverig als hij staat tegenover éénlijnigheid, heeft zijn bundel in wording - 'Monomeer' - een polyfoon karakter. Sommige gedichten hebben een bijna plechtstatige boventoon, bij anderen ligt de speelse ironie er dik bovenop.
In het dagelijks leven sta je bekend als iemand die graag de tijd neemt. Ga je in je dichtwerk ook volgens het principe van de traagheid te werk?
Ja, traagheid is schoonheid. Als je bedenkt dat sommige gedichten en geduchten uit 'Monomeer' dateren van 1995... Die bundel wordt dus bijna een klein 'verzameld werkje' (wat een hybris!). Schrijven is natuurlijk ziften, schudden aan de taal tot er wat snippers overblijven die beklijven. En wat het boekenmaken / vormgeven betreft: mijn eerste uitgeverijtje heette niet voor niets 'De Roerlooze Rups'... Gelukkig bestaan er dodelijke deadlines voor mijn andere professionele werk.
Waarom doe je je gedichten altijd af als speelse taalvormexperimenten? Ik vind dat je biografie er meer dan een woordje in meespreekt. Tussen emotie, spel, vorm en filosofie zijn de grenzen fameus vaag geworden, vind ik. Al is de humor, I agree, nooit weg.
Een normaal mens wordt langzaam verpletterd door de wan-hoop, de
meedogenloze absurditeit van dit leven. Maar sinds Camus zegt die mens
ja tegen het leven. We moeten ons niet laten doodkittelen. Een gedicht
is steeds een statement, een
verzet-je. En altijd een evenwicht zoeken tussen (taal)spel en
(levens)ernst. Ik hou niet
van poëzie die gebukt gaat onder te veel sérieux of van te evidente
'open-en-bloot-poëzie'. Charles Olson verwoordde het mooi en lapidair: 'Poetry is
dancing sitting down.'
Camus, vorm, relativering, afstand...mmm.. het postmodernisme heeft
zijn sporen nagelaten... wie zijn je vaders, moeders?
'Postmodernisme' is natuurlijk een kapotgebruikte term. En voor veel auteurs
is het allicht een keurslijf geweest. Ik vind dat er in het Nederlandstalige
gebied heel wat 'bevrijdende' en degelijke poëzie geschreven wordt: van der
Waal, Oosterhoff, Vegter, de Jong, Bogaert, Meuleman, Baeke, van Adrichem
... Dé vaders blijven natuurlijk: Kouwenaar, Faverey, Ouwens, Hamelink... en in
Vlaanderen: Gilliams, de Haes, Willy Roggeman... En dan heb ik het nog niet
over de oudjes... Ook het Duitstalige gebied is immens (van de barok tot nu).
Onlangs was ik sterk onder de indruk van Daniel Falb en Ann Cotten.
Geen flarf voor jou? of van die met hyperlinks aaneengeregen internetgedichten?
Nee, voorlopig niet. Die spanning tussen analoog en digitaal, tussen papier en scherm, is natuurlijk fascinerend. Maar ik denk dat de internetpoëzie nog in de kinderschoenen staat. De mogelijkheden van de nieuwste technologieën worden nog niet optimaal benut. Een fenomeen als hypertext is nog altijd iets voor de happy few. Wie heeft al de klassieker 'afternoon, a story' van Michael Joyce gelezen?
Stuur me de link en ik zal het lezen. Doet me trouwens denken aan je recente publicatie Lezen in het digitale tijdperk , verschenen in de cahier-reeks van ISKA (Interdisciplinair Studiecentrum voor Kritiek & Actualiteit, Hogeschool Gent). Maar nu snel naar je gedichten voor we definitief in het cyberbos verdwalen.
Uit Monomeer 6
ik sta in het stro bij god alleen
hij wijst mij een plaats voor begrip
daar waar hij waakt over mijn teerste zijn
vaderlijke twist komt en zet op
de wind draait door in verzet
ik klim als een staak naar de hoogte
de goddelijke ladder is zat en verstomd
de pâte van het weerloze neemt hem
in de weer zonder mannentaal
ik ben de knecht die hij niet heeft
--------
ik heb de kans om vanbinnen te zijn wie vermag
het staat vast dat in wind waait wat moet
wat ben jij aardig op weg om de schijn te winnen
wie grenst aan de binding van zacht zoet en zijn
je bent buur van het niets dat zich liederlijk nest
je bent niets anders dan vuur dat verbrak
ik praat bij jou naar binnen
wie tuurt door onmacht mee naar buiten
het ik verkleint de tijd zonder hals
wat benauwt frist op wat niet mag
wie wacht is zoet en slaapt door rozen
ik zet mij af op de stoep en hoor mee
je trekt aan de slaap van het niet-horen
ik hamer op het belang dat niet min is
je opent de grens van het durende tij
je drukt mij voorbij het bestaan van de dingen
je canoneert mij
in de sloop
langszij
--------
ik krijs de schande open
ik ben het lof van mijzelf
ik raam me op twee
ik ruim veld voor veld
zonder opening
ik ben bekwamer noch super
niets waakt over mij
in het dichte net-zijn
toch ben ik bereid
te dunken wie ik ben
ik voor mij voer mij uit
------------
ik vul het aan
het is reddeloos
het bekomt ons
als aanwerk
het is raak en alleen
ik ben dra stulp en droom
ik raad u aan
de gave en moed
ter bleke en groet
ik verander van spel
uw aandrang is goed
ik vouw het in plooi
het stut het belang
we ademen recht
ik vermals de vloek
van uw drek
Uit: Monomeer 3
het meisje kamt wat kammen kan
halsstarrig vuur en harde zijde
in het licht van het meervoudig klare
groeit ze met de tanden mee
zuiver van reindom
te zichtbare zitte of gebrekkige aandoening
is louter warmte-as van haar zijn
ze weet: het roet bestaat niet voor twee
© Daniël Dobbelaere, 2008
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties