Het jaar voor hij de Constantijn Huyghensprijs ontving, publiceerde Polet zijn verzamelbundel Gedichten 1998—1948' Alleen al die titel geeft aan dat hij een bijzondere dichter is; normaliter presenteert men zoiets chronologisch, zodat je de ontwikkeling van een auteur kunt volgen. Polet gaat terug naar de bron. Hij maakt deel uit van dezelfde werkelijkheid als wij, maar benadert hem anders.
Neem het titelgedicht van de nieuwe bundel, Binnestebuitenwereld. Je zou een lyrische ontboezeming verwachten, maar we worden voorgesteld aan een 'zij' die zich neerlegt 'als een hemellichaam, verbeeldt zich, herinnert zich. Haar wereld is er om te overleven in anderen, andere anekdotes.' Een vrouw als een verhaaltje dus. Ze bestaat niet echt, ze gelooft in zichzelf. Het gedicht werkt die wereldbeschouwing uit: 'Avond van opengebroken wit (...) Een vrij rondzwevend bewustzijn zoemt om ons hoofd (..) Zelfadoptie. Twee oploskinderen in zorgeloze zelforganisatie'.
Het is me onduidelijk of de vrouw van taal,
lastiggevallen door een mug haar kinderen beziet, maar helder is wel dat deze
drie geen contact hebben. De kinderen bestaan wel en niet tegelijk.
Polet
schetst een wereld die in het duister tast over haar bestaan, maar
wel een idee heeft van te bestaan. Net als bij generatiegenoot
Lucebert komen er zichzelf ontkrachtende tegenstellingen voor: 'En de
monddode hond, hij blaft binnensmonds.'
Bij Polet moet je erom grinniken. Hij mixt een vervreemde kijk op de wereld, angstwekkend en ontluisterend, met cynische humor en compassie voor het menselijk tekort: 'Alles bezien met één koud oog en een / warm oog.' Maar hij stelt zich als verteller niet boven ons, is niet als dichter dat eerder genoemde vrij rondzwevende bewustzijn, want het gedicht stelt een vraag over waar de echte wereld is. Projecteren we wat we verlangen of veronderstellen (binnen) die op wat we zien (buiten)? Of menen we de essentie (binnenkant) van dingen te zien zien en interpreteren we die buitenkant weer in ons binnen? Polet laat je als lezer ervaren dat de je niet objectief naar de werkelijkheid kunt kijken omdat deze bestaat bij de gratie van je eigen bestaan. De wereld verwijst je naar jezelf terug, omdat jij hem ziet. Ondertussen weet Polet wel de taal als een vlijmscherp fileermes te hanteren om dat te tonen.
Ook in het eerste gedicht, 'Uitburgerende beelden' is de wereld binnenstebuiten: 'Zevenbomen vol zelfinzicht (...) Uitburgerende beelden. Indefinitieve bloemen.' Het interpreteren van de werkelijkheid gebeurt door wat er waargenomen wordt, niet door de waarnemer zelf. En die beelden verliezen blijkbaar tegelijkertijd aan menselijke inhoud, en blijken vergankelijk, net als de kinderen in het titelgedicht. Dan, in de slotstrofe ontmoeten we ineens toch een mens: 'Eronder loop ik rond / vergezeld van mijn hoogstpersoonlijke hond /, bijna een blindengeleidehond.' Ook hier dus weer die hond, weer een dier met een verantwoordelijke rol, zowat een bewustzijn.
In het
slotgedicht van de bundel, 'Adam dualis', maakt de 'ik' zich nog duidelijker
aan ons kenbaar: 'Bergen van ruimte beklimmend / verovert hij de onruimte en
dus / zijn ál lijfelijker bestaan. / Daalt, al dichter wordend. Ook hier
komen weer 'drie lievelingen voor': wie weet dus twee (oplos)kinderen en een
(monddode) hond? Maar er is een uitweg voor de vervreemding waarmee de 'ik'
de lezer de hele
bundel lang mee in zijn greep houdt: 'Even niet denken aan
de mogelijke miljoenen /microcatastrofes in zijn lichaam, de
minutenlange / klimaatveranderingen, dagen als verdwijndagen.' Ho, dat gaat
bijna
weer mis, de dichter beziet zichzelf alweer in de derde persoon.
Maar dat blijkt ergens ook weer te kloppen: 'Adam dualis: / hij die
steeds opnieuw rechtop moet leren lopen.'
'Leven: interen op de
leegte,'lezen we daar vlak voor: niet nadenken, het verhevigde bewustzijn
uitschakelen, weten dat je bestaat, zoals de blindegeleidehond die je voor
jezelf moet zijn in deze onkenbare wereld. Polet schrijft eigenlijk sinds de
jaren '50 al over deze filosofische visie. Maar steeds scherper formulerend,
met steeds meer afstand, humor, overstijgt hij zichzelf. Hij maakt zijn
eigen
filosofie ook tot deel van die binnenstebuitenwereld, door hem en
de dichter die hem beschrijft zelf ook weer in die wereld neer te
zetten. Duizelt het je al? Mij een beetje. Polet is een groot dichter,
op
eenzame hoogte boven de massa.
Ove: Sybren Polet, Binnenstebuitenwereld. uitgeverij Wereldbibliotheek.
Hanz Mirck
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Wat vreemd dat je pas op het einde ook Sybren erbij zet. Polet, Polet.. Ik dacht de hele tijd "Sybren Polet, of is er een andere Polet". In zekere zin moest ik ook terug naar de bron.
Interessante bundel, lijkt me, ik ga er Mannekino nog eens bijhalen.
Geplaatst door: D.Daniels | 18-10-08 om 15:31
Ja, ik had de voornaam ook in de titel van t stuk bedoeld - Chretien, kun je die er bijzetten?
Ben benieuwd of je veel verschil constateert tussen Mannekino en deze recente bundel...
Geplaatst door: Hanz Mirck | 18-10-08 om 15:47
Wil terzijde even opmerken dat het naar mijn gevoel niet zo is, dat Polet terug gaat naar een bron, maar vanuit een bron vertrekt: nl. het heden. Dat is m.i. de idee achter die verzamelbundel 1998-1948. Zie eventueel wat ik hierover schreef bij gelegenheid van zijn vorige bundel: http://www.sybrenpolet.nl/avatarawater.htm
Geplaatst door: RHCdG | 18-10-08 om 17:01
ja dat is een mogelijkheid, maar het heden als bron gebruiken om naar wat al bekend is te gaan, zou Polet weer te kort doen. Nou ja, ga der maar aanstaan.
Geplaatst door: hanz mirck | 18-10-08 om 18:09
Hanz,
We leven in het heden. Daarbij vergeleken behoort een verleden werkelijkheid niet tot het 'al bekende', maar integendeel tot het verre en vreemde, een steeds verder vervagende schaduw, waarin onze herinneringen uiteen waaieren en in een mist verdwijnen. In die zin kan het verleden nooit een uitgangs*punt* zijn, zoals het standpunt dat wij nu, op dit moment innemen; het is een baaierd.
Of zoals mijn goede vriend Deleuze zegt: ‘Hoe je laten opnemen in de beweging van een grote golf, van een opstijgende luchtkolom, “aankomen tussen” in plaats van oorsprong te zijn van een inspanning, dat is fundamenteel.’
Ander gezegd, het gaat er niet om waar je eindigt, en ook niet waar je begint, maar waar je in de tijd stapt; en de tijd die loopt, is nu.
Geplaatst door: RHCdG | 18-10-08 om 18:46
Wanneer je naar de bron van een rivier zoekt, verkleint de stroom ook altijd, RHCdC. Je moet beter kijken, misschien zelfs een tijd op een dwaalspoor lopen en uiteindelijk is de bron zo klein dat je denkt "Is het dit nu?"
Jouw visie lijkt me omgekeerd te baaieren.
Geplaatst door: D.Daniels | 19-10-08 om 11:50
Een rivier, beste D. Daniels, hoezeer die ook mag meanderen, ondergronds kan gaan, zich vertakken, of door sluizen laten reguleren - en onderwijl toch zijn hulde aan Heraclitus maar brengend - is een lineair systeem, met een begin en een eind. Dat is niet zoals Polet zich de tijd voorstelt, nl. circulair. En hij is trouwens niet de enige; ook Peter Holvoet-Hanssen zegt in zijn laatste bundel: ‘Er is geen vroeger of later wrakhoutkind stap in de tijd’. Dat is precies wat Polet deed toen hij in het toenmalige heden, 1998, stapte voor zijn reis door de tijd. Dit soort dichters is er niet bij gebaat wanneer je ze terugvoert op een oorsprong, een ontologie die het zaakje mag funderen. En die bron, het woord zegt het al, is ook zeker niet hun bestemming. Zo is ook de rivier niet haar bron, maar zichzelf, en misschien wel de zee, waarin ze zich verliest en haar opperste jouissance beleeft (term speciaal ingevoegd om een aantal mensen te irriteren).
Geplaatst door: RHCdG | 20-10-08 om 1:17
Ten overvloede wil ik er nog op wijzen dat ook een bron een bron heeft, en, mutatis mutandis dat de zee niet het eindpunt is van de rivier. Net als de tijd gaat het water rond in een cyclisch systeem; er is een rivier-worden, zee-worden, damp-worden, regen-worden, sneeuw-, ijzel-, gletscher- en smeltwater-worden van het water, en dan weer de rivier. Lineaire systemen die zich aaneenschakelen tot een doorlopende reeks.
Hè, wat is de natuur toch mooi.
Geplaatst door: RHCdG | 20-10-08 om 3:16