Onlangs verscheen Daar schrik je toch van, het debuut van P. Kouwes, die al eerder opviel als huisdichter van GeenStijl. Nu maakt hij met zijn 1000 gedichten bevattende boek een stormachtige carrière. Reden om zijn geestelijke vader, Nico Dijkshoorn, te interviewen.
De goede man heeft in elk geval rondgekeken op deze site: "Het sterft op uw site anders van de poëzie-liefhebbers die omhangen met verbale bomvestjes de meetlat langs geschrijf leggen. Een volkomen zinloze bezigheid." in de loop van dit interview ontpopt Dijkshoorn zich trouwens steeds meer als een dichter die het meer van het wit moet hebben, dan van de tekst...
CB: Waarom debuteert u met een boek waar 1000 verzen in staan? Is dat niet een beetje ieltjes?
ND: Dat is inderdaad wat aan de magere kant. Er lagen 9000 gedichten klaar, maar alle gedichten over veelkruinige cavia’s (2653 gedichten), notenhouten tafels en hoe je ze in de fineer zet (1297 gedichten) en alles wat er komt kijken bij het solderen van een ijzeren toekan (868 gedichten) zijn niet opgenomen. Nieuw Amsterdam wilde voorzichtig beginnen met 1000 gedichten, om de fundamentalistische poëzieliefhebber, u welbekend, langzaam te laten wennen aan mijn werk.
CB: Dat is mooi van Nieuw Amsterdam, al lijken die gedichten over de notenhouten tafels enzovoort mij nu juist geschikt voor de fundamentalistische poëzieliefhebber (breek me de bek niet open). Hoe ziet u die fundamentalistische poëzieliefhebber? Als een menselijk wezen? Of juist niet?
ND: De fundamentalistische poëzie-liefhebber denkt hermetisch over dichten. Hij leest in een speciaal bijgevoegde tekst hoe Rutger Kopland zes jaar worstelt met achterplaatsing. Hij ervaart de herhaling in het gedicht Lamento van Remco Campert als emotionele verdieping of als in woorden gestamelde wanhoop, maar de single No No No No No No No No No No No there’s no limit als banaal en goedkoop.
De F.P’er kijkt graag over een kanaal en denkt dan aan zand. Hij of zij gaat voor in een volle tram zitten, laat per ongeluk een bundel van Kouwenaar uit zijn tas vallen en leest daarna met de hand onder de kin grommend wat gedichten. De F.P’er staat bij de Hema naar worsten te kijken en wijst de verkoopster op een fout. Bij een van de worsten hangt het loodje scheef.
CB: Dat soort F.P. heb je inderdaad wel, alhoewel het een uitstervende diersoort lijkt te zijn (hoop ik). Maar waarom dan gedichten geschreven? Of laat ik het anders formuleren: is het genre poëzie dan niet te muf om er het tweesnijdende zwaard van uw welsprekendheid aan bot te maken?
ND: Het sterft op uw site anders van de poëzie-liefhebbers die omhangen met verbale bomvestjes de meetlat langs geschrijf leggen. Een volkomen zinloze bezigheid. De ziekte van het vergelijken. De reageerder op uw site die opmerkt dat er blijkbaar plezier is beleefd aan het maken van de gedichten, ziet het vrij scherp. Muf is een raar waardeoordeel. Ook u hebt blijkbaar het idee dat iets muf kan zijn of niet. Laat het los.
CB: Nee hoor, ik vind poëzie niet muf, maar ik dacht te begrijpen, u vindt dat wel. En waarom dan gedichten geschreven... Dat er op mijn site inderdaad heel wat vergeleken wordt, en dat er soms zinloze bezigheden worden verricht, ik ben de laatste die dat zal tegenspreken. Maar, eh... nu ben ik mijn vraag vergeten. Oh ja. Toch de klassieke vraag: waarom poëzie, voor Kouwes?
ND: Waarom niet?
CB: Nog een vraag: waarom die spitsvondigheden niet gewoon als aforisme uitgeschreven?
ND: Daarom niet.
CB: Daar schrik je toch van is wel een erg poëtische titel voor een dichter die een grote voorkeur heeft voor de rafelkant van de samenleving. Had het niet een beetje grover gekund?
ND: Dat ik een voorkeur heb voor de rafelkant van de samenleving berust op een jammerlijk misverstand. Ik ben juist een enorme jankerd . De titel slaat dan ook op de verbazing bij de poëzie-lezer. Met de broek op de knieën er achter komen dat er tranentrekkende gedichten in de bundel staan over Dood, Leven, Afscheid, Oprechtheid en Waarheid, daar schrik je toch van. Vandaar de titel.
CB: Dat is mooi. En droevig tegelijk natuurlijk. Vertelt u eens, hoe is de dichtader opengegaan? En waar?
ND: Kijken en voelen. Op mijn stoel.
CB: Heeft Kouwes favoriete dichters?
ND: Cees Buddingh, Gerard Reve, Johnny van Doorn, Cornelis Vaandrager en Jan Hanlo
CB: Waar ik ook benieuwd naar ben: als u deze site leest, wat gebeurt er dan? U noemt u posting over een eerder bericht 'De geleerden zijn het er niet over eens'. Op zich heel eervol, want binnen 'de' poëzie wordt De Contrabas door sommige die hards gezien als het dichterlijke equivalent van GeenStijl.
ND: Ik voel een intens medelijden. Het is niet anders. Een stofwolk op een verlaten eiland. Zoiets...
CB: Kijk, dat is en mooi compliment, heel listig verpakt in een belediging; dat doet me deugd! Dan blijft het antwoord op de laatste vraag toch, in al zijn beknoptheid, iets te kort, vind ik. Mag daar niet iets bij, eventueel?
ND: (...)
CB: En ik durf het bijna niet te vragen, maar misschien kan Kouwes een gedicht voor ons maken?
ND: (...)
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Ik trek hier de schoen niet aan, want mij past hij niet, maar wat ik wel mag zeggen - behalve: zeer leesbaar interview Chrétien - is dat veel fundamenteler dan die fp'er de ffp'er is, een typisch Hollandse diersoort van het genre doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, en van wie je nooit iets over poëzie mag zeggen, omdat dat namelijk te heilig is. Dat zijn de ware fundamentalisten, die god als g*d schrijven (sorry Dirk), en anderen het zwijgen opleggen zodat ze zelf in 1000 gedichten kunnen orakelen dat het een lieve lust is. Doei.
Geplaatst door: RHCdG | 15-10-08 om 13:26
vermakelijk; daar schort het veel aan.
schietlood leggers.
fop poëet?
Geplaatst door: der peter | 15-10-08 om 18:56
Nou, waar trekt men de grens tussen tegeltjestekst en poëzie, als die er al moet zijn, en als die er moet zijn, moet dat dan in 1000 verzen?
Geplaatst door: D.Daniels | 15-10-08 om 19:44
Moet dat dan in 1000 verzen?
Zoals ik het zie debuteert en nu een dichter met een boek dat als meest duidelijke onderscheidende vormkenmerk heeft dat het 1000 gedichten bevat. Dat het 1000 gedichten zijn, dat precies waar het over gaat. Het zou flauw zijn het boek daarop aan te vallen. Net zoiets als een sonnet verwijten dat het uit 14 regels bestaat.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 15-10-08 om 20:49
Dat ik 1000 verzen aanhaalde stond ook niet als hoofdzin. Maar ik begrijp waar je naar toe wilt.
Het blijft een boeiend gegeven, maar ik ben er (nog) niet wild van.
Geplaatst door: D.Daniels | 17-10-08 om 13:44