Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas

Elders

« Een nieuw vaderland en de muzen | Hoofdmenu | Over Puppy Bowl en een boekenprogramma »

14 april 2008

Hollands Maandblad Schrijversbeurzen 2007/2008

De jaarlijkse Hollands Maandblad Schrijversbeurzen zijn weer uitgereikt. In de categorie poëzie werd Krijn Peter Hesselink bekroond. De jury rept van zijn 'opmerkielijk vitale en tegelijk intrigerend kwetsbare bijdragen aan Hollands Maandblad' en zegt ook nog iets over een 'eigen timbre en toon' die de dichter zou hebben.

Ook zijn er lovende woorden voor de 'dynamiek van de taal die wellicht deels wortelt in de oorsprong van de laureaat als slam-dichter doch ook op de stilte van een gedrukte pagina volledig overeind blijft.'

Dat maakt je wel benieuwd naar de poëzie van Hesselink op een niet-gedrukte pagina... zou die dan ook nog overeind blijven, die poëzie?

In de categorie proza won Thijs de Boer. De categorie essay bleef onbekroond, omdat de 'jonge generatie' volgens de jury geen essays meer schrijft. Volgens mij klopt dat niet, maar wie ben ik en waar bemoei ik me mee?

Reacties

Ingmar Heytze

Absoluut. Goede dichter, KPH. Blijft overeind op alle mogelijke materialen.

Cath Blaauwendraad

Het beetje wat ik tot nu toe van Thijs de Boer gelezen heb, vond ik inderdaad veelbelovend. Maar wie ben ik.

Chrétien Breukers

Het is altijd mooi om juryspeak te deconstrueren. Een zinsdeel als 'in de oorsprong van de laureaat als slam-dichter' – lijkt wel bedoeld om 'de oorsprong' een beetje weg te poetsen. Zo van: het voorlezen was leuk, maar nu komt het echte drukwerk. Sympathiek zinnetje, met een flinke 'ideologische' laag.

Alexis de Roode

De slam begint zich wel aardig te bewijzen als broedplaats van talent, niet? Bernard Wesseling (deelnemer NK 2006), KPH (winnaar 2006), Xavier Roelens (deelnemer 2006), Pauline Pisa (deelnemer 2006, onlangs gedebuteerd).

Cath Blaauwendraad

Je kunt de causaliteit ook omdraaien en stellen dat men eerder op slams naar talent zoekt dan elders.

ingmar Heytze

En daarvoor nog, in het Slampleistoceen, even geen zin om de data erbij te zoeken: Erik Jan Harmens, Tjitske Jansen en natuurlijk Alexis de Roode. Als mijn geheugen me correct bedient, hoorden we voor het eerst over slam in Nederland in 1999. Moet er In 2009 geen Nacht van de Slam komen, een overzicht van het gevolg van tien jaar slam voor de poëzie?

Chrétien Breukers

De vraag die dan interessant is, is de volgende: heeft dat talent zich gemanifesteerd dankzij de slam, of was het talent er al, en vond het in de slam een manier om zich te manifesteren? Voorts lijkt de lijst die je noemt me er vooral een van mensen die tot nu toe wel eens een mooi gedicht hebben geschreven, niet een lijst die kan bewijzen dat 'de slam' een 'broedplaats' is.

hanz Mirck

Voor mij werkte het in elk geval niet, niet alle soorten poezie gedijen daar, lijkt me. Ook wel weer grappig dat winnaar Bernhard Christiansen, die ik wel een groot oorspronkelijk talent vind, geen poezie maakt (eerder absurd proza) en toch als dichter daar succes heeft. Dat zegt ook iets over het slamcircuit. Maar dat bepaalde manieren van voorlezen/performen daar tot hun recht komen is een grote aanvulling.

Ingmar Heytze

@ Chrétien: ik denk dat er drie stromen in slam zijn: het talent dat slam als springplank gebruikt naar een ander circuit (dat van 'geaccepteerde' dichters die bij een gevestigde uitgever zitten, zich laten boeken via de SSS en na hun tweede bundel een redelijke kans maken op een werkbeurs, wanneer ze die aanvragen). Zulk talent stopt meestal met slammen als die overstap eenmaal is gemaakt, om allerlei redenen. Er is ook het talent dat zich thuisvoelt in dat slamcircuit en wellicht wel bundels uitbrengt, maar geen grote interesse heeft om bij dat andere circuit te gaan horen - er zijn slamdichters die duidelijk hebben verklaard niet tot het establishment te willen gaan behoren, en daar bedoelen ze waarschijnlijk dat 'geaccepteerde' circuit mee. De derde stroom bestaat uit talent dat helemaal niet bezig is met zijn eigen positie, en het gewoon leuk vindt om te doen, al klinkt dat wat tandeloos. Toen ik begon heette dat het tweede circuit, waarin je precies dezelfde drie stromen had: dichters die bij het eerste circuit wilden, dichters die juist kozen voor dat tweede circuit en 'zondagsdichters'. Je kunt slam niet op alle punten vergelijken met het tweede circuit dat eind jaren tachtig opkwam, maar ik heb wel de indruk dat de heersende opinie nog is dat een bundel bij een gevestigde uitgeverij betekent dat je uit het wedstrijdcircuit stapt. Mijn vriend Kees Wennekendonk is net terug vanuit New York, waar hij een poetry slam bijwoonde; daar liggen de prioriteiten totaal anders - volgens Kees wordt poëzie daar gebruikt om iets te vertellen, in plaats van als autonome kunst (dit even heel erg kort door de bocht samengevat). Over het algemeen denk ik dat de verhouding tussen slam en het papieren circuit wringt op twee traditionele misvattingen: dat erkenning op papier iets belangrijkers of hogers is dan erkenning van je podiumwerk, en dat poëzie een autonome kunstvorm moet zijn in plaats van een middel om iets te zeggen. Ik geef maar even wat hoofdlijnen aan zoals ik ze zie, overal kan en mag vrij op worden geschoten - en ik verwacht dat poetry slam op den duur de stap maakt naar een kunstvorm in zichzelf, die zich niet meer hoeft te verhouden tot de 'Poëzie met een grote P', omdat het evenveel met elkaar te maken heeft als jazz met klassieke muziek - veel raakvlakken en allebei muziek, maar vooral veel verschillen.

Chrétien Breukers

Enfin. Definities waarin het woord 'circuit' wordt gehanteerd, al dan niet voorzien van een rangtelwoord, - ik kan er niks mee. Vroeger, toen ik jong was, ging het om de kwaliteit van het werk, iets wat nu, als je bijvoorbeeld beziet wie de JP P-prijs gaat winnen, geheel en al is losgelaten ten koste van, ja, van wat eigenlijk?

En Ingmar, ik moet je bedanken voor dit zinsdeel: '(...)volgens Kees wordt poëzie daar gebruikt om iets te vertellen, in plaats van als autonome kunst (dit even heel erg kort door de bocht samengevat).' Zulke beweringen maken mijn dag helemaal goed! Daar helemaal voor naar New York gaan, voor zo'n, ja, dinges, platitude... zou hij wel eens een Nederlands gedicht, bijvoorbeeld een van jou, hebben gelezen?

Ingmar Heytze

Ho ho, dat voert wat ver, ik praatte met Kees over zijn ervaringen en ik vatte slechts een deel van zijn verhaal samen, dus als dat verkeerd overkomt is het mijn verkeerde wijze van denken of samenvatten en niet die van hem. Wat ik ermee beoogde te zeggen was dat er een tendens is in het 'geaccepteerde' circuit (de term 'circuit' is beslist ongelukkig, maar ik weet even niets beters) om 'autonome' poëzie, laten we zeggen, de niet of nauwelijks van een anekdotische laag voorziene poëzie, hoger aan te slaan dan bijvoorbeeld vormvaste poëzie of gedichten waar de verhalende laag meer belang heeft. Poetry slam kan daarentegen, met gebruikmaking van allerlei prosodie uit de papieren poëzie, dienen als verhaal, betoog, pamflet etc., tot leven gebracht op een podium, waarbij onbewust of bewust dus ook allerlei prosodie van het theater wordt gebruikt.

Over kwaliteit weet ik dit: er is goede 'autonome' poëzie en goede 'slampoëzie', en die moet je onderling niet gaan vergelijken, want dan kom je automatisch op onverkwikkelijke oeverloosheid: Remco Campert die zegt dat van raps op papier weinig overblijft, Def P. die terugzegt dat hetzelfde geldt voor de poëzie van Campert als je die gaat rappen, dat soort gedoe.

Zoals bij elke discussie gaat het snel mis als we de kernbegrippen vooraf niet goed definiëren, mea culpa daarvoor.

Adriaan Krabbendam

Slam betekent oorspronkelijk iets als "elkaar overtroeven", "meppen uitdelen". Het gaat in elk geval over mensen die ten overstaan van een live aanwezig publiek hun stinkende best doen. Winnen en vermaken is het devies, niet per se in die volgorde. Ook al is het een andere discipline, van op papier publicerende dichters kun je in het algemeen hetzelfde zeggen. Daar is allemaal niks op tegen. Zij die met beide vakgebieden goed overweg kunnen zou ik eerder "dubbeltalent" noemen. Zoals dat dan blijkbaar heet.

hanz mirck

Maar ik zou nooit zijn 'ontdekt'(door Adriaan) als ik niet live had voorgelezen, ooit ergens in 1999 in theater Cosmic te Amsterdam op de door Vassallucci georganiseerde 'Cosmic Lounge'. Dan zou ik vast nog steeds ergens op een stapel hebben gelegen. Maar ondertussen ben ik geen slamdichter. De door Ingmar onderscheiden genre's hebben dus wel raakvlakken...

Adriaan Krabbendam

Ha, ik dacht al, maar die Hanz was ooit toch ook een soort slammer...?

hanz Mirck

alleen met bier maar niet met poezie.

Ingmar Heytze

Zeker, zeker! (de raakvlakken dus). Zowel voor slammen als voor regulier voorlezen geldt: het is makkelijker om aan een optreden te komen dan aan een uitgeverscontract, en wat goed is loopt waarschijnlijk eerder in de gaten op een podium dan onderop een stapel manuscripten. Het lijkt me overigens een bepaald (en goed!) slag uitgevers dat (ook) de voelhorens uit heeft staan naar aanstormend talent op podia van welke aard dan ook. Het viel me bij kritieken op mijn eerdere bundels op dat men soms over mijn optredens begon (meestal als argument om mijn werk als 'podiumgedichten' af te doen, wat niet als compliment was bedoeld, en als pleister op de wonde te melden dat ik wel leuk kon voordragen), terwijl ik me niet kon herinneren dat ik de betreffende recensent ooit in de zaal had zien zitten.

Droog

Om even terug te komen op de introductie van Poetry Slam in Nederland:


'Jacek Nichs is de eerste organisator van slamwedstrijden in Nederland. Hij deed dat al in 1996 of 1997 in Hotel Winston aan de Warmoesstraat te Amsterdam. Het ging veelal om dichters die hun werk in het Engels brachten. Zij waren ook vaak afkomstig uit Engelstalige landen. Enkele deelnemers traden op met Nederlandse teksten.' - aldus Gerard Beentjes, in een artikel over Poetry Slam, Rottend Staal Online, 24-2-2003

Maar... als ik het me goed herinner was Jacek Nichs al jaren eerder met de slams in Hotel Winston bezig.

Ingmar Heytze

Mijn geheugen klaart op. Natuurlijk. Droog heeft gelijk - maar wanneer begon dan puur Nederlandse slam?

Adriaan Krabbendam

Het begon bij mijn weten in Hotel Winston, Amsterdam. Heerlijk bizarre avonden, waar de poeziëslam werd afgewisseld met acts van een heel andere aard.

Laat een reactie achter

Als u reeds een TypePad of TypeKey account heeft, gelieve u dan aan te melden.

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013. Interessant voor schrijvers en dichters.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

april 2014

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30        

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...