De Ieperse Cultuurraad en de stedelijke bibliotheek riepen naar aanleiding van Gedichtendag 2008 dichters op om een stadsgedicht over Ieper te schrijven. Ze zochten naar een gedicht met een duidelijke verwijzing naar groot-Ieper, in de ruimste zin van het woord. Het winnende gedicht ‘Triptiek’ van Marc Dejonckheere (klik op de foto voor een vergroting) is een drieluik dat de drie fasen in de duizendjarige geschiedenis van Ieper overspant:
TRIPTIEK
Ieper
I
Een arm zwaait over land. Poorters
regeren overhand in torens en kantelen.Niemand zal haar bevelen, want spottend
zwiert de nar zijn gesels. De krolsemassa kolkt beneden, kooplieden
marchanderen. O, fiere stede, wacht!Onder het laken van de nacht ontslaapt
de stad, valt tussen wal en gracht.Ieper
II
Kokhalzend. Kotsend
stulpt de stad haar darmen uit.Stenen armen omklemmen de pulp
van ingewanden. Brak water stinkt.De bloederige gulp ontlast een zwart
verlangen. In handen hinkt oud zeer.Haas verhangen in een put vol beer:
een doodsbruid op het veld van eer.Ieper
III
Uit het schouderblad van dit karkas
vlerken vleugelen, engelen vlieden.Het ooglid wordt weer aangenaaid,
ziedend raaigras ingezaaid. Tekens staanin het gelid. Genoegzaam taalt de spraak
haar eigen waan en zwijgt verhit, verkilt.Ontspreek de daden in uw woorden.
Strot, word stem. Gehoord om vredeswil.Marc Dejonckheere



Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Laatste reacties