Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Gedichtendagprijzen | Hoofdmenu | Zondag met William Blake »

13 januari 2008

Het nieuwe uitgeverscircuit

OCHO

Gisteren ontving ik OCHO #14, 'a Menendez publication'. Didi Menendez is een Amerikaanse schilder, dichter en selfmade uitgever van het poëziemagazine MIPOesias en de maandelijks verschijnende bloemlezing OCHO. Ik besloot OCHO #14, een POD uitgave, aan te schaffen na een lovende recensie van Ron Silliman:

'In sum, Ocho 14 is a great read, the liveliest number in this series’ exceptionally diverse & risk-taking issues to date. It’s worth noting that Didi Menendez is quite willing – actively trying, I suspect – to pick guest editors no one else would think of to put into the same sequence. The result is that each number is an exceptionally strong argument for a different aesthetic.'

En het is inderdaad een indrukwekkend nummer, waarin een aantal van mijn favoriete Amerikaanse dichters van dit moment – Charles Bernstein, Nada Gordon, Sharon Mesmer en Gary Sullivan – schittert met nieuwe gedichten.

Maar ik wil het hier nu niet verder over de inhoud van OCHO hebben, wel over de verschuiving die ik meen waar te nemen in het Amerikaanse uitgeverscircuit. Internet biedt inmiddels op grote schaal de mogelijkheid om zelf, dat wil zeggen buiten het reguliere uitgeverscircuit om, boeken en tijdschriften te publiceren én te distribueren. POD drukkerijen schieten als paddenstoelen uit de grond en bieden massaal hun diensten online aan. Gratis te verkrijgen software ondersteunt de leek bij de opmaak van een tijdschrift of boek. Is het boek eenmaal geupload, dan kan het online aan de klant worden aangeboden. Bij verkoop wordt de verzending volledig voor je verzorgd en de eventuele winst automatisch overgeschreven. Een kind kan de was doen. Ik weet dat uit eigen ervaring, zie Uitgeverij Stanza.

Ook Didi Menendez en enkele andere Engelstalige dichters, onder wie Mark Young en Reb Livingston, hebben inmiddels de wegen van het nieuwe uitgeven gevonden. Natuurlijk, ook vroeger publiceerden dichters buiten het reguliere uitgeverscircuit om. Het verschil met toen is de deugdelijkheid – het stencil is vervangen door boekuitgaven van redelijke kwaliteit – en de mogelijkheid om wereldwijd te distribueren. Bovendien worden de dichters meestal pas achteraf en naar het verkochte aantal boeken betaald, waardoor een investering vooraf niet meer nodig is en er geen enkel financieel risico hoeft te worden gelopen; men blijft bij Lulu of Blurb nooit met een onverkocht aantal boeken zitten. Voorts is het magazine of boek, zolang het in de POD etalage blijft staan, ook jaren later nog te verkrijgen.

Daarnaast constateer ik dat Menendez, Young en Livingston niet de minste dichters uitgeven. Er is zo langzamerhand een alternatief Engelstalig circuit van flinke omvang ontstaan, waaraan steeds meer gerenommeerde dichters deelnemen en dat qua poëzie als behoorlijk opwindend mag worden bestempeld. Dit laatste is ongetwijfeld een reden waarom er zowel online als in druk steeds vaker aandacht aan dit circuit en zijn uitgaven wordt geschonken, hetgeen de verkoop, vermoed ik, ten goede komt.

Ik geloof dat er voor deze nieuwe wijze van uitgeven een gouden toekomst is weggelegd. Het biedt de mogelijkheid om poëzie waaraan traditionele uitgeverijen om uiteenlopende redenen niet aanwillen zonder enig financieel risico en in betaalbare uitgaven op de markt te brengen. Ik geloof zelfs dat steeds meer dichters er voor zullen kiezen om uitgebracht te worden in het alternatieve, opwindende circuit in plaats van een suffig traditioneel fonds.

En oh ja, OCHO is inmiddels via Amazon.com ook digitaal verkrijgbaar, voor $2.95, om gelezen te worden op de nieuwe Kindle Reader, die wel een eenmalige investering vergt van $399.00, maar in minder dan 40 downloads is terugverdiend. Mijn boekenkast zit vol, ik ga dan ook zo'n reader, zodra beschikbaar op de Europese markt, aanschaffen.

Nu nog wachten op enkele durfallen, die het Nederlandstalige uitgeverscircuit durven uit te dagen.

Reacties

Dirk Vekemans

Ton,
leuke oproep & ik zou me er graag achter scharen maar je stelt het een beetje te zwart/wit vind ik.

De situatie is voor de Nederlandstalige wereld helemaal anders als voor de Angelsaksische:

- het publiek is véél beperkter dus je geraakt sowieso niet aan oplagen die betaalbaar worden voor een niet harde fan of eerder een niet-kennis-die-je-wel-wil-steunen-omdat-jij-het-bent, m.a.w. je krijgt de prijs van zo'n online te bestellen ding niet onder de kritische grens

- ook al niet omdat dichters met naam geen enkele aanwijsbare reden zouden hebben om te switchen naar een POD: het uitgeverswereldje hier wordt door hen veel minder als muf ervaren, plus ze worden in vergelijking met hun Amerikaanse collega's wellicht in de watten gelegd. Poëzie is sowieso marginaal, er is gewoon geen ruimte om binnen dát marginale nog 's te gaan willen een distinctie aanbrengen.

- als je dan toch iets op papier wil & je kan het ergens kwijt via een al dan niet gesubsidieerde uitgave, dan doe je dat uiteraard liever zo, met wat minimale persaandacht erbij, maar voornamelijk natuurlijk dat je door het mimieme kringetje literaire 'macht'hebbers erkend wordt als een publicatie.

- het is in dezen niet onbelangrijk te vermelden dat je in Vlaanderen bv geen subsidie kan krijgen als je in eigen beheer 100 bundels hebt, 1 flutding bij een 'gerenommeerde' uitgeverij (waarvan de boekjeskwaliteit vaak óók te wensen overlaat) en je hoort er meteen bij, je mag lezingen gaan geven die door de overheid betaald worden, je tweede boekje krijgt sowieso subsidie etc

in feite kan je makkelijk stellen dat in ieder geval bij ons in Vlaanderen de overheidssteun vooralsnog zo geregeld is dat alles erop gericht is om die 'muffe' uitgeverswereld te beschermen en het gebruik van Internet voor literaire publicatie doeleinden in het algemeen af te raden.

Daar komt dan wel verandering in, maar heel langzaam.

Ik weet overigens helemaal niet of het wel een goede zaak zou zijn om hier, in onze Nederlandstalige contekst, overal dichtersPODs met vele kleurige boekjes te zien verschijnen. Mij lijkt het eerder aangewezen om het internet verder uit te bouwen als semi-publieke werkruimte en samenwerkingslocatie.

Ik zie dan veel meer brood in dingen als het recent opgedoken, erg verfrissende KOSMOSE van Charlotte Peys of mijn eigen internationale POETRY KESSEL-LO POEZIE waar het internet maximaal als medium wordt benut voor de verspreiding van werk dat het poëtische zelf beklemtoont los van de vorm waarin dat zich voordoet, iets waarmee je het dichten ook uit terug in een 'herziene' creatieve stroom kan krijgen, een stroom die zich niks aantrekt of hoeft aan te trekken van commerciële belangen, cocktailparties in de bars van culturele centra of andere dooddoeners/mufmakers.

Wat mij dan buitenmatig ergert is dat men overal systematisch weigert die heel specifieke mogelijkheden van internet onder ogen te zien, dat men zich liever blindstaart op flashy truukjes met bewegende lettertjes enzo , wat best aardig tot heel erg geslaagd kan zijn (Oosterhof , Kloos e.d.), maar wat zelfs geen behgin maakt met het aansnijden van die potentie.

Met specifieke mogelijkheden van internet voor de literatuur in zonderheid, dus zelfs als je niet moet weten van het doorbreken van een m.i. uiterst kunstmatig isolement van het dichten tot het strict talig coderen, als je je helemaal niet kan vinden in het concept van code =code want ze wordt in de eerstee plaats bepaalt door de poort waar ze doormoet, en dat is nu eenmaal een poort van genetwerkte computers - Met specifiek literaire mogelijkheden van het internet bedoel ik dan dat je een systematische procedurale openheid kan nastreven, internet gebruiken als semi-opnebare werkplaats, een houding die wel radicaal komaf moet maken met kitscherig romatiserende fabeltjes rond het literaire genie of puberale verafgoding van Den Dichter als ersatz rockheldje & het ambachtelijke van het schrijverschap óók aan bod laat komen. Je moet dan ook laten varen dat je het sowieso kan máken in de literatuur, dat er daar persé een rangorde dient te zijn, of lijstjes of hoog- en laag, of hermetisch-begrijpelijk, al die dualismen die in feite enkel dienen om te verhullen dat er dient op een kapitaal-belonende manier geproduceerd te worden, dat je verkoopbaar moet zijn, dus braaf en binnen de stippellijntjes, glad & glanzend af.

In dit leven is er hoegenaamd niets glanzend & af dat de moeite waard is.

Dat je verder ook afziet van het nogal krampachtig tot potsierlijk aandoend beschermen van een 'auteursrecht' in een context waar dat recht helemaal niet economisch bedreigd wordt ( wie wil er nou een gedichtje van mij stelen, of zelfs van Nolens? ) laat staan ondersteund kan worden ( de waarde van een gedicht is onschatbaar natuurlijk maar als je moet gaan economisch onderhandelen daarover, gedwongen wordt er een prijs op te plakken, gaat het nooit om de prijs van de code zelf, maar om de prijs van de geselecteerde code, de prijs het selectie-proces zelf, inclusief het ISBN nummer (30 euro?) het papier, de drukkost, de naverhandelbaarheid bij de Sleghte e.d..

Zelfs voor bestsellerproza is de code zelf en de codeur in kwestie economische bijzaak, maar in tegenstelling met dat wereldje lijkt het mij toch cruciaal dat we met z'n allen uit een cirkeltje blijven waarin het selectieproces uiteindelijk de selectioneerbare code zélf gaat produceren ( de 'schrijversopleidingen' van de uitgeverijen)

Een ander onderscheid is de rijke Engelstalige traditie van de chapbooks, iets wat we hier om soortgelijke redenen nooit echt gekend hebben. Bij ons is die rol veel meer weggelegd voor de tijdsschriften die die rol dan ook met wisselend succes vervullen. Je kan zoiets wel drómen in ons taalgebied, maar echt transponeerbaar lijkt mij dat niet.

Verder- ik beperk me echt wel tot de Vlaamse toestand omdat ik daar bij jullie nauwelijks zicht op heb - kan je echt niet stellen dat het uitgeverswereldje in Vlaanderen heel erg muf is, daar is het gewoon te klein voor. Je hebt hier gewoon enkele hard werkende enthousiastelingen die proberen de kwaliteit hoog en betaalbaar te houden.

Enfin, dat is het soort bedenkingen dat ik dan heb, zo 's zondags... Sorry voor die lengte alweer, het is nu eenmaal een beetje ook mijn stokpaardje.

Dirk Vekemans

euh bij de kitscherig romantiserende fabeltjes rond het literaire genie hoort ook dat ie zonder er af en toe geheel naast te kloppen een uur lang kan keyboarden.

m.a.w sorry voor de vele spelfouten. De links zijn ook weggevallen bij het pasten.

Kosmose : http://www.kosmose.be

PK-LP vinden jullie wel, net als mijn blogstek, hoewel die -snik- tegenwoordig niet meer in de Contrabas-feeds voorkomt

(snif)


.

d.

Ton van 't Hof

Dirk,

OCHO #14 is 180 bladzijden dik en kost inclusief verzendkosten €16,63, dat lijkt me een alleszins redelijke en betaalbare prijs voor dit boek. In elk geval onder mijn kritische grens.

En nee, voor gerenommeerde Nederlandstalige dichters is momenteel nog geen aanleiding om over te stappen naar een alternatief POD circuit, al is het maar omdat een dergelijk circuit hier nog niet bestaat. Voorts zie ik niet in waarom er voor een alternatief circuit geen ruimte zou zijn. Ik geef zelf twee boeken uit en ze worden, zij het vooralsnog in zeer kleine aantallen, en zonder dat ik er al teveel reclame voor maak (er is van 'Hard' één recensie-exemplaar verzonden en van 'Je komt er wel bovenop' geen enkele), verkocht. En niet alleen aan vrienden, ook aan volkomen onbekenden.

Ik begrijp best dat Nederlandstalige dichters nu nog graag bij een reguliere uitgever worden gepubliceerd, omdat dat een zekere mate van erkenning geeft. Maar ik geloof dat een alternatieve POD uitgeverij die wordt gerund door een of meerdere bekende dichters, wel degelijk ook erkenning voor publicaties kan inhouden. Dat is wat er nu in de VS gebeurd, en waarom zou dat in het Nederlandstalige gebied ook niet kunnen gebeuren?

En wat is er mis met talloze POD uitgaven van onbekende dichters? Het is aan de lezers en de critici om het kaf van het koren te scheiden. Kom maar op, zou ik haast zeggen.

En chapbooks... waarom zou dat in Nederland en Vlaanderen niet kunnen? Lijkt me een prima en goedkoop initiatief! Nee, ik ben optimistisch en geloof in deze mogelijkheid.

Voorts volg ik je initiatieven op het internet met grote belangstelling.

Dirk Vekemans

Er is natuurlijk niks mis mee, zo bedoelde ik het niet, & elke vorm van alternatieve bloei is mij net even welkom, ik ben misschien dooe mijn eigen ervaringen wat terughoudender in mijn verwachtingen bij een idee als 'een of meerdere bekende dichters die een POD runnen'.

De modale 'bekende dichter' zit voor zover ik weet, en dat zal misschien wat bitter klinken, maar die indruk heb ik nou eenmaal, eerder angstvallig op zijn code als een kip op een toegeworpen gouden ei te hunkeren naar een status die enkel middels publicitaire hoogstandjes bij vale flitslichtjes te verwezenlijken is.

Gert de Jager

Beste Ton,

Een van de redenen waarom een dichter bij een reguliere uitgever gepubliceerd wil worden, is dat zijn bundel bij een reguliere boekhandel terechtkomt. Als ik het goed begrijp verloopt de distributie van OCHO - de naam doet mij aan wijlen Bhagwan denken, maar dit terzijde - volledig online en geldt hetzelfde voor de uitgaven van Stanza. Gaan in jouw visie in de toekomst vertegenwoordigers van POD-uitgeverijen de boekhandels langs - ik denk het niet -, wordt in de prijs nog een marge voor de boekhandel ingebouwd - denk ik ook niet - en heeft de boekhandel in het circuit dat je op ziet doemen dus geen enkele functie meer?

Chrétien Breukers

Beste Gert, ik heet dan wel niet Ton, maar wil wel reageren op deze opmerkingen / vragen:

GdJ: Gaan in jouw visie in de toekomst vertegenwoordigers van POD-uitgeverijen de boekhandels langs - ik denk het niet -

CB: Ik denk het wel. Nu werken er al commissionairs voor meerdere, soms kleinere fondsen. De boekhandel benaderen betekent trouwens eerder: bellen, zeuren, bedelen – in de hoop dat er een ex. kan worden verkocht. De tijd dat elke aanbiedingsronde tot verkoop van boeken leidde is voorbij. Nieuwe tijden, nieuw methodes.


GdJ: , wordt in de prijs nog een marge voor de boekhandel ingebouwd - denk ik ook niet -

CB: Wis en waarachtig. Kijk maar eens naar de 'ABC-reeks' van Athenaeum. Nu zijn het nog dure boeken, maar de prijs daalt. Sommige POD-drukkers werken al met scherpe prijzen.


GdJ: en heeft de boekhandel in het circuit dat je op ziet doemen dus geen enkele functie meer?

Minder en minder. Online verkoop, verkoop via directe mailing en rechtstreekse verkoop op presentaties en tijdens lezingen. Voor poëzie zijn dat de momenten. Als er nog maar 50 boekhandels overblijven die wel eens een bundel op voorraad nemen, is dat gewoonweg te weinig.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...