« Komrij in vorm | Hoofdmenu | Niks lijsten, maar lezen – 5 »

29-12-07

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

Hans Smit

Met alle respect, ik ben verrast over hoe veel Samuel Vriezen weet te zeggen over zo weinig dichtregels van eigen hand. Ik weet dat het onredelijk is, maar ik word daar op de een of andere manier wantrouwend van. Hoe kan een dichter dat zelf nu allemaal zo goed weten? Hoe kun je jezelf nog verrassen als je dat allemaal zo excessief hebt uitgeknobbeld? Maar goed, zoals Vriezen zelf al stelt: 'Ik heb het idee dat men in Nederland poëticale poëzie niet makkelijk accepteert. Het wordt al snel abstract of autonomistisch gevonden.' Waarschijnlijk heeft hij daar gelijk in, en werp ik me met mijn wantrouwen precies in die zelf gegraven valkuil.

RHCdG

Ik heb het interview alleen nog maar vluchtig bekeken, maar Samuel Vriezen is in elk geval een dichter die zich niet beroept op zulke ideologisch verdachte zaken als naïveteit, onschuld, hogere inblazing, geklots, gevoel, en wat dies meer zij. Hij maakt zich beschikbaar voor kritiek, zonder de verantwoordelijkheid bij een of andere onbegrijpelijke schizofrenie te leggen: het personage en de instantie die de dichtershand zou besturen. Zulke integriteit is hier een zeldzaam goed.

Hans Smit

Het is wellicht bezijden het onderwerp, maar doen de meeste andere dichters dat dan wel? Dus: zich beroepen op ideologisch verdachte zaken, de verantwoordelijkheid (waarvoor precies? Voor hun gedichten?) afschuiven op hun personage of op goddelijke interventie? Dan zijn dichters nog veel vreemder dan ik dacht.

Het ter verantwoording roepen van dichters komt me overigens voor als het bestraffend toespreken van regenwolken.

Ton van 't Hof

Maar Hans... Samuel beroept zich nergens op 'ideologisch verdachte zaken' en schuift ook geen verantwoordelijkheid af op een 'personage' of 'goddelijke interventie'. Hij spreekt zeer openhartig zijn gedachten uit over poëzie en over zijn werkwijze als dichter. Daar lijkt me niks mis mee.

Chrétien Breukers

Met alle waardering voor wat Vriezen zegt en uiteenzet (en onder verdringing van zijn behoefte om 'slim' te zijn) meen ik toch dat deze opmerking

'Ik heb het idee dat men in Nederland poëticale poëzie niet makkelijk accepteert. Het wordt al snel abstract of autonomistisch gevonden.'

zou moeten worden opgedeeld in 2en: het zogenaamde publiek vindt dat, dichters zijn er, een enkeling daargelaten, juist gek op, toch?

M.H.Benders

'Ik heb het idee dat men in Nederland poëticale poëzie niet makkelijk accepteert. Het wordt al snel abstract of autonomistisch gevonden.'

Wat is in vredesnaam 'poeticale poezie'?
Is dat vergelijkbaar met 'Schilderachtige schilderkunst'? Zelden zo'n lelijke term mijn scherm zien passeren...

Chrétien Breukers

En tóch bestaat zij. Net zoals er schilderkunst bestaat die (nog een lelijk woord op komst) reflecteert op andere schilderkunst, net zoals er muziek is die 'over muziek gaat' en net zoals er andere kunstvormen bestaan die over het eigen metier nadenken, om die overpeinzingen vervolgens in het eigen werk op te nemen. Ik ken geen enkele dichter die schrijft zonder medeneming van de poëzie die hij (m/v) gelezen heeft. Of heb ik iets gemist en bestaan er ineens allemaal dichters die geheel nieuw werk maken, werk waarin de traditie geheel en al ontbreekt?

Hans Smit

Ha Ton!

Zeker niet, maar dat beweer ik ook helemaal niet. Ik vroeg: doen de meeste andere dichters dat dan wel? aan RHCdG.

M.H.Benders

"En tóch bestaat zij. Net zoals er schilderkunst bestaat die (nog een lelijk woord op komst) reflecteert op andere schilderkunst, net zoals er muziek is die 'over muziek gaat'"

En die heet dan 'musicologische muziek', naar ik aanneem? Ik blijf het spuuglelijke termen vinden. Daar moet toch iets anders op te verzinnen zijn.

Bovendien refereert alle schilderkunst, poezie of muziek automatisch naar alle ooit eerder gemaakte schilderkunst, poezie of muziek. Daar hoef je bijzonder weinig moeite voor te doen.

Chrétien Breukers

Maar... dan zijn we het eens!

Samuel Vriezen

"Poeticaal" is het adjectief van "poetica", en een "poetica" is een geheel van opvattingen over poezie. Poeticale poezie is poezie waarin uitspraken over poezie worden gedaan. Uit elk gedicht blijkt natuurlijk wel hoe de dichter over poezie denkt, maar niet in elk gedicht gaat dat ook met zo veel woorden. Naar mijn indruk hebben veel mensen daar moeite mee, gedichten die over gedichten gaan - dichters evengoed als lezers.

Samuel Vriezen

Hans: ik zeg geloof ik niet zozeer iets over die dichtregels als dat ik in dat interview antwoord geef op de vragen van Ton, soms aan de hand van een paar regels.

"Hoe kan een dichter dat zelf nu allemaal zo goed weten?"

Ik beperk me in mijn antwoorden tot de dingen die ik meen te weten.

"Hoe kun je jezelf nog verrassen als je dat allemaal zo excessief hebt uitgeknobbeld?"

De verrassing is dat je iets blijkt te kunnen maken dat er nog niet was voor je het gemaakt hebt. En wat zou de verrassing ook anders moeten zijn?

M.H.Benders

"Naar mijn indruk hebben veel mensen daar moeite mee, gedichten die over gedichten gaan"

Volgens mij zijn ze juist mateloos populair -Campert doet toch vaak niks anders. 'Alleen in mijn gedichten kan ik wonen' is toch ook een van de meest opgedreunde poeziequotes?

Het zou mij bijzonder verbazen als zoiets navelstaarderigs in Nederland *niet* een populaire bezigheid was. Dat zie je in de schilderkunst toch ook, bepaald geen gebrek aan formalisten en een 'verf over verf' pseudo-avantgarde....

Samuel Vriezen

Chretien: "(en onder verdringing van zijn behoefte om 'slim' te zijn)"

En wat probeer jij dan te zijn?

Chrétien Breukers

Wat ik probeer te zijn weet ik niet, maar op een of andere manier beschik ik niet over de torenhoge zelfverzekerdheid waarmee jij gezegend bent. Hoe dat komt? Ik weet het niet. Maar het is een verschil, tussen jou en mij.

Samuel Vriezen

Martijn, je hebt helemaal gelijk, en tegelijk bevestig je mijn stelling. je noemt het 'navelstaarderig', wat volgens mij ongeveer 'autonomistisch' is. Dus jij behoort inderdaad tot de mensen die - in elk geval hier - 'poeticale poezie autonomistisch vinden'. Bingo. En je bent dan ook nog eens een dichter.

Samuel Vriezen

Beschik jij niet over mijn torenhoge zelfverzekerdheid? Zozo, zozo. Hoe weet je dat zo zeker?

M.H.Benders

"Martijn, je hebt helemaal gelijk, en tegelijk bevestig je mijn stelling. je noemt het 'navelstaarderig', wat volgens mij ongeveer 'autonomistisch' is."

Dat vind ik dus niet. Autonome poezie is poezie die op zichzelf staat en vooral naar zichzelf refereert. Je kunt je afvragen waarom dat als poezie interessanter moet zijn - het heeft de pretentie dat poezie in een vacuum opereert, maar het draagt ook de kiem van het idee in zich dat een kunstenaar een volledig zichzelf bedruipende wereld kan scheppen. Ergens is dat een erg religieuze invalshoek. Ik zie wel een verschil met 'navelstaarderij' wat volgens mij meer te maken heeft met het consequent toepassen van een erg beperkt referentiekader. Die automatische koppeling tussen vijftigers en Cobrakunst vind ik daarvan een prima voorbeeld.

"Dus jij behoort inderdaad tot de mensen die - in elk geval hier - 'poeticale poezie autonomistisch vinden'."

Ik vind het vreemd dat stelselmatig steeds beweerd wordt dat mensen als van Dixhoorn impopulair zijn, terwijl ze wel overal optreden en overal steeds genoemd worden. Weet niet of van Dixhoorn als voorbeeld voldoet, maar ik zie gewoon totaal niet in dat het formalisme binnen de Nederlandse poezie geen voet aan de bodem zou hebben.

Samuel Vriezen

Nu ja, daar zit ook allemaal wel wat in, als je er zo tegen aan kijkt - en ik laat het verder hierbij wat de discussie rond die ene, een goed eind buiten zijn context geraakte opmerking betreft.

Hans Smit

Misschien zijn er verschillende segmenten van succes: het succes van dichters die op Plint-posters, tafelkleden en weet ik wat voor gebruiksartikelen nog meer terechtkomen, zeg maar het Hezbergsegment, en het succes van dichters die door onvermoeibare voorspraak van echte liefhebbers op een andere wijze op de kaart komen, zoals Van Dixhoorn. Mooi dat dat kan!

Hans Smit

Eh, HerZberg,dus.

RHCdG

Het komt me voor dat wat hier ter discussie staat een legitimiteitskwestie is. 'Poëticale poëzie' kan dan worden opgevat als poëzie die zich rekenschap geeft van zichzelf en die niet naar een instantie buiten zichzelf hoeft te verwijzen om de verantwoordelijkheid voor het schrijven op zich te nemen.
De poëzie uit het Herzbergsegment, als het zo moet heten, bekommert zich daar inderdaad allemaal niet zo om, en kan zich daarom allicht ook in een grotere populariteit verheugen.

Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen, omdat niet het zelfreferentiële de wezenstrek van die poëzie is, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'; anders gezegd, het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied.

Evenmin zou ik het poëticale poëzie willen noemen, omdat de legitimatie niet normatief hoeft te zijn, dat wil zeggen de voorschriften van een of andere ideologie volgend. De poëzie van Van Dixhoorn legt geen enkele norm op, maar zoekt ahw zijn legitimatie, in de vragende vorm nog wel ('wat is lekker bij wat' in zijn vorige bundel, 'de wat' in zijn laatste).

M.H.Benders

"Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen, omdat niet het zelfreferentiële de wezenstrek van die poëzie is, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'; anders gezegd, het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied."

De zelfreferentiele wezenstrek van het - in der mate orphistisch bezigende wederkerigheid - is *juist* in grote lijnen parafraserend op de voor het als 'lezer' betautologiseerde deelverzameling van de poezie, zijnde. Daarom meen ik dat, nu de vluchtlijnen van het isotrope leesgedrag verfilologiseren het formalisme als zodanig niet wederkerig genoeg in stereochrome zin is, deswegen het berenhaar, potdomme.

RHCdG

Het is niet dat ik zo'n persiflage niet kan waarderen, en ik begrijp best dat wat ik zeg ingewikkeld klinkt, maar toch niet ingewikkelder dan noodzakelijk. Het is juist de roep om Jip en Janneke-taal die vervalsend werkt, omdat ze dingen veronderstelt die ze niet waar kan maken - omdat de voornoemde legitimatie ontbreekt. Ja, en dan zegt men: is jezelf verstaanbaar maken voor 'de mensen in het land' niet voldoende legitimatie voor begrijpelijke taal? Maar solidariteit - want daar gaat het dan om - is niet: je zodanig uitdrukken dat de menigte je begrijpt, maar strijden voor de menigte met wapens die zij zelf niet heeft. Dat mag dan weer hoogdravend klinken, maar aan populisten is - ook hier - toch al geen gebrek.

Hans Smit

Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen, omdat niet het zelfreferentiële de wezenstrek van die poëzie is, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'; anders gezegd, het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied."

Is er iemand die dit wel begrijpt? In stukjes misschien:

'Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen.'

Okee, duidelijke stelling. Er volgen zo argumenten om die te onderbouwen, neem ik aan. En jawel hoor: 'omdat niet het zelfreferentiële de wezenstrek van die poëzie is,' dat begrijp ik ook nog. Poëzie heeft niet als hoofdkenmerk dat zij naar zichzelf verwijst.

'maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm,' dat is ambigu, want kan terugslaan op de poëzie en op het zelfreferentiële. in het geval van poëzie: juist en integendeel de legitimatie van de vorm is WEL het wezenskenmerk van poëzie. Dat zal wel niet kloppen. in het geval van het zelfreferentiële: het zelfreferentiële is juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus: poëzie ziet eruit zoals zij eruitziet, omdat zij naar zichzelf verwijst. Dat heeft iets Cruyffiaans (je gaat poëzie pas zien als je het doorhebt) maar het is nog helder te maken.

'dus' (in een gestructureerd betoog volgt hier een gevolgtrekking): 'het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie';' Dat is een behoorlijk ongelukkige zin gezien het voorgaande. 'het opheffen' kan namelijk bijna overal naar verwijzen: de vorm, de poëzie, de legitimatie, het wezenkenmerk, het zelfreferentiële, whatever. Bovendien is niet meer duidelijk of dat opheffen nu wel of juist niet moet plaatsvinden. Maar misschien kom het nog goed:

'anders gezegd,' (in een beter geschreven betoog wordt hetzelfde hier nog eens op een andere manier uitgelegd): ' het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied." En weer een zin die begint met een begrip dat overal naar kan verwijzen, en bovendien weer niet duidelijk maakt of dat 'opgeven' nu wel of juist niet het geval moet zijn.

Inmiddels heb ik nogal koppijn van het lezen van slechts een paar regels RHCdG, maar ik DENK dat over het algemeen bedoeld wordt: Wat poëzie tot poëzie maakt, is niet hoe de vorm is. Poëzie is poëzie als ze een eigen wereld schept die niet meer herkenbaar is voor de lezer, omdat deze wereld geen relatie meer onderhoudt met de echte wereld', maar het kan ook heel goed precies omgekeerd zijn, en ook nog gewoon iets heel anders.

Nu heb ik toevallig doorgeleerd voor het analyseren van teksten, en hoewel ik lang niet aan zulke close reading heb gedaan en hier en daar vast een paar steken laat vallen, meen ik veilig te kunnen zeggen dat RHCdG ongeveer even weinig moeite doet om begrepen te worden als de modale hermetische dichter. Hij begrijpt vast zelf wel wat hij bedoelt, maar hij slaagt er niet in om dat op te schrijven voor iemand anders dan zichzelf. HIj beroept zich hierbij op vermeend populisme van anderen en op het adagium van Einstein: 'Maak het zo eenvoudig mogelijk, maar niet eenvoudiger'. Dat verklaart wellicht het onbegrip dat hij geregeld ontmoet bij al die populisten hier: in feite is RHCdG de intellectualistische variant van de man die vriendelijk en welgemoed 'goedemoggel' roept bij het binnenkomen van een café, en door de aanwezige clientèle wordt afgerost omdat ze denken dat hij ze uitscheldt voor mongool.

M.H.Benders

"Het is juist de roep om Jip en Janneke-taal die vervalsend werkt, omdat ze dingen veronderstelt die ze niet waar kan maken - omdat de voornoemde legitimatie ontbreekt."

Dat klinkt weer heel interessant. Jammer alleen dat er niks staat. Dat komt door zeer knullig taalgebruik - er wordt verondersteld dat er een stuk over 'legitimatie' voorafgaat wat simpelweg ontbreekt. Dat is het grote mankement in jouw schrijven - niet de veronderstelde ingewikkeldheid; hoe ingewikkeld is het nu helemaal om af en toe de Van Dale te grijpen en een woordje te gebruiken wat weinigen kennen? Dat kun je elke aap aanleren. Nee, wat mank gaat aan jouw schrijven is eerder het onvermogen een raak beeld te schetsen met noodzakelijke woorden. Het taalgebruik is knullig, niet ingewikkeld.

M.H.Benders

"in feite is RHCdG de intellectualistische variant van de man die vriendelijk en welgemoed 'goedemoggel' roept bij het binnenkomen van een café, en door de aanwezige clientèle wordt afgerost omdat ze denken dat hij ze uitscheldt voor mongool."

Ik vind het eerder iemand die denkt dat hij met wat bibliotheekboeken en een Van Dale een heel eind komt als 'intellectueel'. De poeziecriticus die nooit ook maar een enkele amerikaanse dichter heeft gelezen - net zo boeiend als een filmcriticus die nooit de moeite heeft genomen Hitchcock of Scorcese te gaan bezien. Is dat erg? Nee, maar serieus nemen kan ik zo'n figuur niet.

RHCdG

Deze hele reactie steunt op veronderstellingen en normen die men poëzie niet durft aan te leggen, maar kennelijk en met des te meer stelligheid wel aan beschouwend proza. Zulk proza mag geen geheim bevatten, maar moet eenduidig zijn, niet uitnodigen tot proeven en wegen in de mond, tot het waarderen van ambivalenties en meerduidigheid. De tekstanalyse waar Hans Smit voor heeft doorgeleerd, en die hierop wordt losgelaten, beoogt niets anders dan het onschadelijk maken van zulke taal, om zo te voorkomen dat we ergens anders uitkomen dan waar we vandaan komen. Een soort reisangst, maar dan van het denken. Van iemand als Lucas Hüsgen zal nooit iemand zeggen dat zijn werk niet goed is omdat het niet op Vasalis lijkt, maar een essayist, die niet minder dan de dichter het avontuur zoekt, mogen dezelfde benepen normen worden aangelegd als de verslaggever van het buurtkrantje.

En wat is goed beschouwd eigenlijk de moeilijkheid?

"Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen, omdat niet het zelfreferentiële de wezenstrek van die poëzie is, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'; anders gezegd, het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied."

Als je bij deze tekst nu alleen het zelfreferentiële in gedachten houdt, wijst de rest zich vanzelf; het is feitelijk te gek voor woorden dat ik hier voor de doorgeleerde Hans Smit moet wijzen op het verband tussen enerzijds zelfreferentialiteit, isolatie en autonomie, en tussen link, vluchtlijn en bereikbaarheid anderzijds. Een glasheldere tekst kortom, vooral voor wie bereid is méé te denken, het denken verder op gang te brengen, in plaats van het verzuurd zijn plaats te wijzen.

RHCdG

Mag worden aangelegd ipv mogen.
Benders wens ik verder veel succes.

Hans Smit

Goeiemoggel, RHCdG, Goeiemoggel maar weer.

Hans Smit

Overigens had je in dat geval de zin leesbaarder kunnen maken met slechts één kleine ingreep:

omdat niet het zelfreferentiële > omdat het zelfreferentiële niet

Doen we het kunstje nog een keer:

Overigens zou ik het geen formalisme (Benders) noemen, omdat het zelfreferentiële niet de wezenstrek van die poëzie is.

het zelfreferentiële isjuist en integendeel de legitimatie van de vorm.

het zelfreferentiële is dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie';

anders gezegd, het zelfreferentiële is het opgeven van een link, een vluchtlijn, naar een voor de lezer bereikbaar gebied."

Dan staat er dus nog niks. Sorry RHCdG, je schrijft echt met de achterkant van een hark.

M.H.Benders


"Benders wens ik verder veel succes."

Dank je. Excuses overigens aan iedereen dat ik zo veelvuldig post, maar ik zit hier op een plek met geen toegang tot mijn eigen weblog, een enkel turks sprekende familie om mij heen en een baby die maar niet naar buiten komen wil. Ik logeer dus al een week in afwachting elders en verveel me hier stierlijk, ook al omdat ik flinke griep te pakken heb. Iedereen uiteraard een prettig nieuwjaar gewenst!

RHCdG

Nee Hans Smit, je taalkundige operaties werpen alleen een blokkade op voor een begrip waar je kennelijk voor terugdeinst; ik weet ook wel waarom, maar van Gert de Jager mag ik zulke dingen niet zeggen.

Nog één keer dan:

"De wezenstrek van die poëzie is niet het zelfreferentiële, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm, dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'."

Dat staat er. Alleen een afgestudeerde tekstanalyticus kan daar een probleem van maken.

Hans Smit

Maar schrijf dat dan meteen! En gelukkig Nieuwjaar allemaal, ook voor RHCdG!

M.H.Benders


Ik heb net met de hele aangetrouwde familie het Groot Kinderdictee zitten kijken. Die Turken lagen in een scheur dat wij onze kinderen op dergelijke wijze op nieuwsjaarsdag kwellen. Zuur kijkende kinderen met van pijn verwrongen handjes - prachtig allemaal.

Nu even terug naar het onderwerp, de harkerige schrijfwijze van een zelfbenoemd essayist.

"De wezenstrek van die poëzie is niet het zelfreferentiële, maar juist en integendeel de legitimatie van de vorm,"

Hoe kan de 'wezenstrek' (over lelijke woorden gesproken) van de poezie nu liggen in de 'legitimatie van de vorm'? Hoe ziet de Heer RHDcBD dat voor zich? Sonnetten die een Ausweiss tevoorschijn toveren voor de lezer? Vorm die zich 'legitimeert'? Alsjeblieft zeg. En dat is dan nog maar het eerste kleine stukje van je 'avontuurlijke essay' -
daar komt nog bovenop dat hij hier feitelijk stelt dat zelfreferentiele werken geen 'legitimerende vorm' hebben.

'dus het opheffen van een met retorische middelen bereikte isolatie of 'autonomie'

En de 'legitimatie van de vorm' is dus, als ik het goed begrijp, 'het opheffen van met retorische middelen bereikte isolatie'. Met andere woorden: de vorm van een gedicht moet zich legitimeren naar de lezer toe door de isolatie van het gedicht, verkregen door retorieke middelen, op te heffen.

Ik zie hier een arm, koud sonnetje voor me dat, met een doosje lucifers in de aanslag, door Ome Criticus met barse stem om een paspoort wordt gevraagd. Nadat zij stamelend ten gehore geeft geen Ausweiss te bezitten dondert de Criticus haar toe dat zij haar isolement aan zichzelf te danken heeft, want zeg nu zelf, wie zich niet kan legitimieren voor mijnheer de Criticus vraag erom te worden opgesloten. Ook op nieuwjaarsavond!

Samuel Vriezen

Kom, mensen. Rutger is te volgen voor mensen van goede wil om even in de kerstsfeer te blijven, en wat hij schrijft zou misschien lekkerder kunnen worden geformuleerd, maar hoe interessant is het nou om *daar* eindeloos bij stil te staan? Vooral ook: is dat werkelijk interessanter dan een vraag naar verschillende manieren waarop een gedicht zijn eigen retoriek kan inzetten? (b.v. middels een tegenstelling volgens ongeveer het schema 'naief' nadrukkelijk zelfbewust)

Maar goed; zoals dat gaat op internet is het onderwerp zelf al verzakt in de discussie. De hele kwestie komt naar voren via een uit de context gehaald citaat en voorts uit de opeengestapelde meningen daarover. De discussie vindt plaats binnen een context die is ingestort. Op zo'n moment wordt het beter om te wachten op een eventueel essay van Rutger over deze kwestie in petto heeft, dan hebben we wat om over te discussieren.

En verder wens ik iedereen een prettige jaarwissel!

Samuel Vriezen

Hee, de html heeft een dubbele pijl verwijderd die ik had getypt tussen 'naief' en nadrukkelijk zelfbewust. Men leze: 'naief' versus nadrukkelijk zelfbewust.

M.H.Benders

"Hee, de html heeft een dubbele pijl verwijderd die ik had getypt tussen 'naief' en nadrukkelijk zelfbewust. Men leze: 'naief' versus nadrukkelijk zelfbewust."

Kom zeg, Vriezen. Een slecht begin van het nieuw jaar. Legitimeer die vorm nou eerst eens. Eerst legitimeren, dan posten. We zouden dat allemaal in onze digitale oren moeten knopen.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter

Poëzierapport

Uitgeverij De Contrabas

A.H.J. Dautzenberg

Bart FM Droog

Het Gedichtenforum

Uitgeverij De ContrabasAntiquariaat Bij tij en ontij: Hoofdstraat 26, 9977 RD Kloosterburen
Telefoon: 0595 481056. Dagelijks geopend van 9.00 tot 18.00
Komt u van ver, bel eerst even!
Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas
x
Lucifer - Frédéric LeroyFrédéric Leroy
Lucifer

Een talent om te koesteren
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50
Klaai - Lammert VoosLammert Voos
Klaai

Voos schildert en maakt nog steeds muziek
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50

Jules de CorteWim Brands
De vijftig beste gedichten

Keuze uit het oeuvre van een van de beste Nederlandse dichters van dit moment Uitgeverij Compaan
Uitgeverij De Contrabas
Waar je wasHendrik Carette; Een zeemeermin aan de monding van het zwin
Nieuw werk van de Brusselse meesterdichter

Twitter

Waar je wasDavid Pefko; Het voorseizoen
NRC Handelsblad: "Wat een boek. Het is niet alleen groot en groots, het is een boek om te (her)lezen."

Zoeken

Colofon

Hoofdredactie: Chrétien Breukers. Redactie: Bart FM Droog, Philip Hoorne, Joris Miedema en Jürgen Smit. Vaste medewerkers: A.H.J. Dautzenberg, Kees Klok, Hanz Mirck, Jori Stam, Willem Thies en Abe de Vries. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 50.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email. Bekijk onze advertentietarieven.

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005