Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Oude en nieuwe stadsdeeldichter Amsterdam-Centrum | Hoofdmenu | Wie stout is de roe »

04 december 2007

En zo is het

'Het begrip poëzie is dood. De idee zelf is verdwenen. Dat lijkt tegenstrijdig met de realiteit, want er wordt op dit moment onnoemelijk veel "poëzie geschreven" en "aan poëzie gedaan". Er zijn stadsdichters. Er zijn de Nachten van de Poëzie. En aan gedichtendagen ontbreekt het evenmin. Maar poëzie is een moeilijk metier. Ze is niet: een goed idee, een grapje, of wat losse flodders.'

Christine D'haen in de Morgen van 21 november 2007, geciteerd door Hendrik Carette, op Parlan.doc.

Reacties

arne schoenvuur

Nee, het zijn 'het goede idee', 'het grapje' en 'de losse flodders'. Bepaald, op z'n plaats gezet.

Waarom zou het begrip poëzie dood zijn? Omdat we het niet kunnen vatten? Omdat dichters er niet in slagen om het, als is het maar tussen haakjes of aanhalingstekens, gevangen te zetten?

Wat treurig dat zo'n opmerking nu net van iemand als D'haen moet komen. Van iemand die er zo'n lange letterenreis heeft op zitten. Poëzie is een plaats, een moment, een ontmoeting.

Het is daar-zijn waar op dat moment niets anders thuishoort. Dat niet inwisselbare ook. Bepaald. Niet concreet zoals beton, maar als een verzachtende omstandigheid.

Is poëzie dan dood omdat er zo veel goede ideeën in verdwaald zijn, grapjes en losse flodders zomaar tussen pagina's gestrooid worden?

D'haen hoopt op een literaire herfst waarbij alle dode bladen uit hun boekbanden vallen, zodat alleen de echte poëzie overblijft. En dat is bitter weinig. Zorgwekkend, als het aan D'haen ligt, want er zal nog weinig bijkomen. De winter doet z'n intrede.

Bullshit.

Het is niet omdat er nu meer aandacht is voor pulppoëzie dat er daarom minder echte poëzie geschreven wordt. Wordt ze minder (h)erkend? En is dat erg? Omdat ze zo met uitsterven bedreigd wordt?

'Het' begrip poëzie is niet dood. 'Eén' van de begrippen poëzie misschien wel. En zo zijn er al veel van ons heen gegaan. (Literatuurgeschiedenis is in dat opzicht één langgerekte dodenmis, met auspiciën die in de ingewanden van dode dieren de toekomst lezen.)

Desondanks worden er nog altijd goede gedichten geschreven. Daar heb je zo'n begrip niet voor nodig.

Poëzie heeft geen begrip nodig. 't Is eerder omgekeerd.

Chrétien Breukers

Beste Arne. Je schrijft: '"Eén" van de begrippen poëzie misschien wel.' Het lijkt wel of je er van uit gaat dat er meer vormen van poëzie bestaan... een merkwaardige misvatting, dunkt mij. Er zijn genres, maar geen 'vormen van poëzie'.

arne schoenvuur

Dag Chrétien,

Vormen van poëzie is m.i. iets helemaal anders dan verschillende begrippen 'poëzie'. Een begrip is iets wat je verstaat onder 'poëzie'.

Het is het is een zogezegd bevattelijke voorstelling van wat er achter dat woord 'poëzie' schuilgaat.

Om uit te leggen wat een begrip begrijpt maken we vaak gebruik van definities. We bakenen af, beschrijven de inhoud.

Met iets als 'poëzie' of 'kunst' ligt dat moeilijk (bij nader inzien ligt dat moeilijk met alles, maar kom). De voorstelling die Christine D'haen zich maakt van poëzie, haar poëziebegrip zeg maar, is maar één van de vele voorstellingen die mensen zich maken en gemaakt hebben van poëzie.

Het is een persoonlijke voorstelling die tot stand gekomen is door een persoonlijke lees- en levenservaring, door een geschiedenis. D'haens begrip van poëzie is misschien dood, maar poëzie daarom zelf niet.

Waarom vormen van poëzie niet zouden bestaan is me niet helemaal duidelijk. Kunnen er geen verschillende uitingen zijn van poëzie? Is een gedicht van Faverey geen andere vorm van poëzie dan een gedicht van Herman De Coninck of van Xavier Roelens?

D'haens kritiek is terecht voor zoverre ze het heeft over haar eigen poëziebegrip, een begrip dat misschien wel gedeeld wordt door een hele generatie, wie weet.

Ik geloof dat zo'n begrip vaak stilzwijgend gedeeld wordt, in de veronderstelling dat iedere definitie ervan het onderwerp van dat begrip onrecht aandoet.

Het is paradoxaal dat net een dichter daar zo gemakkelijk aan voorbij gaat. De veronderstelling van D'haen over de algemene geldigheid van haar begrip 'poëzie' kan toch nooit dezelfde zijn als die van jou of mij? Onze begrippen vertonen misschien gelijkenissen, maar ze vertonen evenveel verschillen. Betekenisvolle verschillen.

Als die er niet meer zouden zijn, dan zou poëzie pas dood zijn. Het past zich niet aan aan één begrip. Het laat zich met momenten of beter, door momenten begrijpen. Onwrikbare begrippen worden dan weer door haar tot barstenstoe bewogen.

In de buurt van een stervend begrip is altijd wel poëzie te bespeuren. Een beetje zoals een pyromaan naar zijn eigen brandstichting staat te kijken.

D'haen is bezorgd dat echte poëzie, zijnde poëzie die aan haar begrip van poëzie voldoet, niet meer (h)erkend wordt. Net omdat haar begrip van poëzie niet meer gedeeld wordt.

Daar geloof ik niet in. Wat D'haen beschrijft kun je hoogstens een crisis noemen. Met wat geluk leidt dit tot een hoogtepunt voor de poëzie.

Kijk naar de identiteitscrisis waar de moderne kunst mee worstelt sinds het impressionisme. Toen kunst haar mimetische en vervolgens ook esthetische functie verloor ging ze door een identiteitscrisis. Die crisis is nooit opgelost, zal ook nooit opgelost geraken.

Voor poëzie zal dat niet anders zijn.

Frédéric Leroy

Nou, nou, beste Arne, wat een pessimisme. Het is niet omdat Duchamps een urinoir op een verhoogje plaatste dat kunst per definitie haar esthetische functie heeft verloren.

Welnee, kunst HOEFT niet langer mooi te zijn (alhoewel ik daar niet helemaal van overtuigd ben - ook de urinoir raakt ergens een esthetische sensor). Maar om nu te zeggen dat die eigenschap verloren ging en kunst gedoemd is tot ironische zelfkritiek - en dit tot in de eeuwigheid??

arne schoenvuur

Juiste nuance frederik. Kunst is die functie niet kwijt. Maar dat esthetisch aspect is niet onderscheidend meer. Het is niet dat esthetische aspect dat maakt dat het urinoir van Duchamps kunst is.

En erg pessimistisch ben ik niet. Crisis komt van krinein wat "onderscheiden" betekent. Het is een reflectie op de eigen identiteit en op die van de omgeving (waarvan men zich onderscheidt).

Een cynicus zou zeggen dat niets nog een identiteit kan hebben. Dat poëzie en kunst niets anders doen dan iedere vorm van identiteit te relativeren. Met een soort van chaotisch nihilisme tot gevolg.

Waarom zou dat zo zijn? Poëzie en kunst in het algemeen hoeven identiteit niet weg te relativeren. Identiteit (het zich onderscheiden van) kan perfect valabel zijn om iets te realiseren. Het mag alleen geen dogma worden.

Je moet altijd de ruimte hebben om iets wat 'is' te bevragen. Anders verzand je al snel in dogmatische toestanden zoals je die in religies terugvindt. Daarbij wordt verondersteld dat iedereen wel weet wat God wil en waar God voor staat (of waar een heilige tekst voor staat) en hebben slechts enkelen het recht (en het zogezegde inzicht) om interpretaties te wijzigen of toe te voegen.

God (je mag zelf kiezen welke) beware ons dat je dat met de hele werkelijkheid zou doen. Poëzie daagt dat soort dogmatische denken uit. Dat ze daarmee ook het begrip 'poëzie' zelf uitdaagt moet kunnen. Kunst die kunst zelf uitdaagt is net wat Duchamps ook gedaan heeft met zijn urinoir, niet?

Bertus Pieters

@ Arne, en juist in dat laatste kan nu ook esthetica liggen.

Wim van Til

Soms vallen discussies wel eens samen. Dan is er een plotseling verband. Hoe je Christine D'Haen kunt sporen met Bukowsky en Ashbury. Kijk maar eens onder de reacties op The Pleasures of the Damned.
En anderen: lees onze "grote" Mulisch: Wat poëzie is. En zo is het.

Cath Blaauwendraad

'Het begrip poëzie is dood. De idee zelf is verdwenen.'

In dat artikel van Carette kan ik niet goed terugvinden wat 'het begrip poëzie' of 'de idee poëzie' volgens Christine D'haen dan is.

Ik bedoel, het is makkelijker te beoordelen of iets dood is als je weet hoe het eruitzag toen het nog leefde.

(Poëzie. Voor het laatst in leven gezien door Christine D'haen op dd-mm-jjjj. Sindsdien ontbreekt ieder spoor.)

Gert de Jager

Hallo Arne. Dat er nog steeds goede gedichten worden geschreven, getuigt van een blij geloof. Op zichzelf vind ik zo’n uitspraak ongeveer net zo gratuit als de opvatting van Christine D'haen dat het begrip poëzie dood zou zijn.

Maar toch niet helemaal. De zere plek waar D’haen de vinger op legt, is er volgens mij wel degelijk. Het is nog maar de vraag of de hele nieuwe infrastructuur die er rond het verschijnsel poëzie is ontstaan, de poëzie zelf zoveel goeddoet. In al die circuits die D’haen opnoemt, gaat het inderdaad vaak om niet meer dan een grapje, een goed idee of wat losse flodders. Het meest schokkend vind ik altijd het gebrek aan interesse in meer dan dat – in het werk van zichzelf of van anderen. Dat wil zeggen: als men al in het werk van anderen geïnteresseerd is. De gemiddelde popmuzikant van een jaar of twintig is beter op de hoogte van de traditie van de popmuziek en beleeft het werk van collega’s uit heden en verleden met meer intensiteit dan sommige lieden die je op en rond de dichtpodia tegenkomt en daar het hoogste woord voeren. En een stuk ouder dan twintig zijn.

Ik heb het zeker niet over jou, maar je zet volgens mij Christine d’Haen iets te makkelijk weg als een wat zeurende oude vrouw met een gedateerde poëzie-opvatting.


Micha Hamel

Ze staat dus voor een belangrijke keuze. Ofwel de poëzie tot leven wekken, of ophouden.

Otto Maanzaad

Carette doet zelf een niet geheel geslaagde poging van overlijdensacte middels een soort vers. Over D'haen zelf en dier opvattingen komen we verder weinig te weten, op die zurige opmerkingen na. Eerst maar eens de Morgen opsnorren.

Cath Blaauwendraad

Ik zal wel simpel zijn maar 'het begrip' of 'de idee poëzie' - is dat niet net zoiets als wanneer je iemand uit gaat leggen hoe tomatensoep moet smaken?

Gert de Jager

Ja, en dat leg je uit door die tomatensoep te gaan maken. Je kunt veel van mevrouw D'haen zeggen, maar het is een imposant oeuvre.

Alexis de Roode

Cath heeft een goed punt, lijkt me. Mevrouw D'haen zal dan toch moeten uitleggen wat ze onder "de idee" poezie verstaat. Als die volgens haar afwezig is op de Nacht van de Poezie, waar toch regelmatig echt goede dichters te vinden zijn, wat is dan haar maatstaf? Om het oeuvre van D'haen als maatstaf voor "de idee poezie" te nemen, lijkt me wat beperkt. Historisch gezien, en kijkend naar de verkoopcijfers van bundels (Wiljan van den Akker heeft prachtige statistiekjes) is d'Haens uitspraak volkomen zinledig.

Gert de Jager

Een oeuvre kan inderdaad geen maatstaf zijn, maar wel een voorbeeld van wat de dichter voor ogen staat. Op de nacht der poëzie staan veel goede dichters als entr'acte tussen de entr'actes. Bezoekersaantallen en verkoopcijfers zijn wat mij betreft nooit ofte nimmer een argument voor wat dan ook.

Maar die laatste discussie is hier al eens eerder gevoerd, geloof ik.

Chrétien Breukers

Ik zou toch wel even een lans willen breken voor '"de idee" poëzie', als zijnde de opvatting dat er 'een' poëzie is, waarin wellicht meerdere kamers en genres te bewonderen zijn, maar die toch één is, en deelbaar, ongeveer zoals het opperwezen. En ik wil ook een las breken voor het métier, dat vele dichters die nu actief zijn eenvoudigweg niet beheersen. Voorts lijkt het me platte demagogie om te wijzen op de nacht van de poëzie en op verkoopcijfers van sommige bundels, daar waar D'haen iets ánders beweert.

Hans Smit

Iets doodverklaren is in de kunst bijna altijd een poging om iets anders geboren te laten worden. Wellicht gaat mevrouw D'Haen ons nog verrassen als voorvrouw van de oudste generatie dichters die een gooi doet naar een nieuwe poëzie. Werktitel: De Oude WIlden. De Grote Roergangers, Writers on Steunzolen. Om met Hans Vandenburg te spreken: Rock now, roll later!

Cath Blaauwendraad

Tja Alexis, het probleem is nu juist dat tomatensoep zich niet uitleggen laat. Elk heeft op basis van smaak en cultuur zijn eigen idee van wat tomatensoep is of zou moeten zijn. De grootste gemene deler is dat er iets van tomaat in zit – volgens mij zijn we bij poëzie nog niet eens zo ver, dat we een grootste gemene deler benoemd hebben.

Maar de discussie heeft volgens mij geen baat bij ‘mijn moeder maakte de lekkerste tomatensoep van de wereld’, want zelfs al geef je me haar complete receptuur, dan zal mijn soep toch anders smaken of in het beste geval een goede imitatie zijn.

Ik vermoed dat de poëzieopvatting van mevrouw D’Haen eerder opvatting heeft op het ambacht zelf; de kennis, ervaring en het snufje toewijding, het verschil tussen koken en kokkerellen.

Chrétien Breukers

De reactie van Hans Smit... die lijkt me meer getuigen van grappig bedoelde minachting. En dat kan in zo'n belangrijke kwestie toch niet het geval zijn. Wel?

arne schoenvuur

@gert @chrétien

D'haens reactie is idd een pleidooi voor meer vakmanschap. Meer sérieux ook. Daar kan ik me volledig in vinden.

Ik vraag me alleen af wat je nodig hebt om dat te bereiken? En wat D'haen nodig acht om dat te bereiken? Wat moet je haar jammerklacht over dat 'idee'van poëzie?

Door al het gedemocratiseer van de poëzie is de indruk ontstaan dat, zolang je maar je eigen ding doet, je goed bezig bent.

Niemand heeft je iets te vertellen over hoe poëzie er moet uitzien. Niemand die het recht heeft om te zeggen wat goede poëzie is en wat niet. Doorgaan, naar jezelf luisteren, veel schrijven en je komt er wel.

Mea culpa, want ik heb daar lang ook in geloofd. Poëzie heeft nog altijd iets verschrikkelijk doe-het-zelverigs, niet?

Er is genoeg goede poëzie te vinden waar je je aan kunt optrekken. Er is genoeg mooie taal en evenveel dooie taal waar je je respectievelijk aan kunt laven en tegen kunt verzetten.

Alleen zijn er nog weinig richtingaanwijzers. Of ze worden nauwelijks gehoord, laat staan dat ze geloofd worden. Hoe komt dat?

(De rol van critici is de laatste decennia wat dat betreft grondig veranderd. De rol van dichters ook. Idem voor die van jury's, uitgevers, slammers, bloggers, literatuurwetenschappers.)

D'haens kreet duidt erop dat de poëzie, en dan vooral de aspirant dichter, elke vorm van richting kwijt is. D'haen heeft schrik dat de verkeerde aanknopingspunten, de verkeerde waarden als referentie naar voren geschoven worden. Met als gevolg dat poëzie niet meer (h)erkend zal worden.

Maar als je, zoals jij Chrétien, een pleidooi houdt voor métier, dan is het net zo handig dat moeten we dat métier dringend een plaats geven, een concrete vorm. Jij doet dat in de vorm van een bloemlezing. Misschien mag het directer, in de vorm van essays, een handboek (waar je dan heerlijk van af kunt wijken).

Het métier van poëzie en kunst was (is?) met mysterie omgeven. Als je ingewijd was, als je het echt in je had, dan wist je wel wat het was.

Creativiteit heeft lang hetzelfde aura gehad. Gelukkig is dat veranderd. Creativiteit is een vaardigheid. Dat kan iedereen trainen. Niet iedereen zal een topper worden, dat wel.

Waarom zou dan met het métier van poëzie niet iets gelijkaardigs aan de hand zijn? Omdat de publieke poëpulp bewijst dat het niet kan? Omdt al dat gedemocratiseer van poëzie tot niets leidt? Dat lijkt me te gemakkelijk.

Al dat gedemocratiseer heeft idd tot meer pulp geleid, maar niet tot meer geschriften over poëziemétier. Een handboek poëzie is gewoon taboe.

Er zijn schrijfopleidingen. Opleidingen die mensen zoals Els Moors voortbrengen. Maar is dat genoeg? Zijn die opleidingen ook de plaats waar poëzietheorie haar neerslag vindt? Waar dat métier bestudeerd en vastgelegd wordt? Al was het maar om als referentiepunt te dienen? En blijven universiteiten en vakgroepen letterkunde hier ook niet in gebreke?

Moeten we dan vastleggen wat poëzie is? Neen, maar we moeten wel een poging ondernemen en we moeten de bestaande pogingen (kijk naar de bestaande onderzoeken, juryverslagen, essays, kritieken, gedichten) kritisch onder de loep blijven nemen.

Als we de poëzie geen slachtoffer willen laten worden van haar succes - wat D'haen suggereert - wordt het de hoogste tijd om een serieus goeie poëzie voor dummies te schrijven.

Wie doet een poging?

Micha Hamel

Aangezien ze de Nacht van de Poëzie als voorbeeld gebruikt van waar poëzie niet is, is het waarschijnlijk dat zij vindt dat poëzie een intieme contact-gebeurtenis is die ontstaat tussen tekst en lezer wanneer deze alleen in de stilte zit, en aandachtig en toegewijd de woorden in het hoofd toelaat, alwaar ze mogen gaan schuimen, pingpongen, aanraken, beroeren en wat dies meer zij. En dat een dichter teksten schrijft die op dit proces gericht zijn, dit als doel, als artistieke inzet hebben. Deze vorm van poëzie bestaat nog, volgens mij, en is niet dood, volgens mij. Sommige teksten uit het bovengenoemde gnere lenen zich ook voor voordracht. Daarnaast zijn er ook dichters (soms dezelfde) die teksten schrijven die in de voordracht het best tot hun recht komen, of zelfs daar op gericht, geschreven zijn. Dat lijkt me prima, want met de verandering van medium veranderen ook de regels en de mogelijkheden tot meeslepen van de medemens. Ontegenzeggelijk is de laatsgenoemde bard-achtige poëzie de oudste vorm van de kunst, en vanwege de rhetorische strategiën die er aan ten grondslag liggen vaak de geinigste, lawaaiigste, directste en bruuskste. Deze vorm van poëzie heeft - net als de politiek- raakvlakken met het cabaret. En bij de minder goeden met slecht cabaret.Ik heb de indruk dat Christine d'Haen van deze hele uitingsvorm niet van houdt, en zich vermalen voelt door het lawaai dat deze evenementen voorbrengen. Allemaal prima, maar om dan de hele poëzie naar het kerkhof te bonjouren riekt naar autofelicitatie, egomanie en wereldvreemdheid, hetgeen trouwens uiterst bruikbare karaktertrekken zijn voor een dichter.

Alexis de Roode

Een pleidooi voor ambachtelijkheid, kijk, dat is duidelijk. Maar dat is toch iets anders dan "de idee" poezie. Ik noemde die verkoopcijfers om aan te geven dat de intieme ontmoeting tussen lezer en tekst, zoals die op papier plaatsvindt, ondanks alle podia, of misschien wel dankzij alle podia, nog steeds plaatsvindt, en wel in veel grotere mate dan 50, of 100 jaar geleden. Al dat cultuurpessimisme is gezever.

Chrétien Breukers

Kijk, volgens mij zit het ongeveer zo. Om op Catharina's metafoor door te borduren... Je hebt meerder soorten tomatensoep, maar de aandacht die nodig is om tomatensoep te maken, laat ernstig te wensen over. Dat is geen cultuurpessimisme, dat is waar. Over de verkoopcijfers, Alexis, dat weet ik niet. In sommige gevallen: ja. In de meeste gevallen: niks ervan.

Adriaan Krabbendam

@ arne: "de hoogste tijd om een serieus goeie poëzie voor dummies te schrijven./Wie doet een poging?" Er wordt aan gewerkt.

Adriaan Krabbendam

@ arne: "de hoogste tijd om een serieus goeie poëzie voor dummies te schrijven./Wie doet een poging?" Er wordt aan gewerkt.

Denis Vercruysse

Op een of andere manier, telkens als de kwaliteit van poëzie gealigneerd wordt met metier en vakmanschap voel ik de neiging om iets te zeggen over bloot zijn en beginnen. Bij deze: we moeten ons natuurlijk eerst aankleden om het bloot zijn te kunnen waarderen.

Er wordt gewoon veel gecreëerd vandaag. Ieder op z'n eigen tempo verzamelt techniek, leert wat meer of minder met ritme te werken, wat te syncoperen... enz. enz.

maar - en hier doe ik wat mysterieus - hoeveel keer ondertussen wordt er een cirkel rondgemaakt?

Mss moet Christine D'Haen ook een volgende cirkel rondmaken? Ik heb het niet op met haar religieus getinte relikwieën. Als het nodeloos herhalen van bepaalde symbolen erodeert tot een flinterdunne zucht, dan vind ik dat bijv. geen vakmanschap, noch metier. Maar zij misschien wel?

Poëzie is m.i. een hoogst individueel vak. Het metier leer je hooguit bij jezelf.

En al je voorbeelden ten spijt, leef je in een eigen tijd/momentum.

Zoals Arne aangeeft: er zijn verschillende begrippen van poëzie en zoals de geschiedenis al meermaals aantoonde: van zodra iemand zal bepalen wat de maatstaf is, is die maatstaf te lang en te log geworden om de vele nieuwe kleine nuances te meten.

Chrétien Breukers

Kijk, Denis... nu ben je al met je métier bezig...

Denis Vercruysse

ik ga hooguit even hard uit de bocht. ;0)

Micha Hamel

Ik vind dat Denis Vercruysse hier zinnige dingen zegt. Het métier zie ik graag bestudeerd en vastgelegd, maar de zoektocht naar de eigen stem en de eigen techniek is een individuele. Een zoektocht die dieper is gegaan -door meer te hebben bestudeerd of geproefd- heeft meer kans op diepgang, maar het geldt niet andersom. Het is niet zo dat als je maar veel studeert en proeft en kunt, dat je gedichten dan beter worden. Als dat zo was, was het niet meer dan een leerbaar kunstje, en dat is dus geen poëzie. Technische en artistieke aspecten zijn aan te leren. Maar een goed gedicht is een dusdanig wonderlijke chemie dat deze niet geheel in factoren te ontbinden valt.

Hans Smit

Okee, ik deed flauw, ik geef het toe. Maar ik word melig van zo'n zeurderig citaat. Waar draagt die klaagzang nu eigenlijk toe bij? Stel dat, pak hem beet, Pim te Bokkel zoiets zou zeggen. Dan rollebolden jullie met zijn allen over hem heen. Ik heb eerbied voor ieders grijze haren, maar dit...

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...