Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas

Elders

« Vanaf morgen Wintertuin... | Hoofdmenu | Provinciale Prijs voor Letterkunde »

23 november 2007

Gedicht van de week - Chrétien Breukers

Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord

Ik ben ter helle neergedaald. Via de trappen
van het licht ging ik, wantrouwig en gestaag,
omhóóg. Ik was zelfs voor ik leefde

zo verweven met de tekst die mij beschrijven
zou. Ik was het zelf, maar kon daar niets
aan doen. Mijn huid omgaf steeds ijler leegte.

Steeds blinder zou ik tasten naar zijn
lijfelijk bestaan. Steeds dover zou ik
luisteren naar slechts één woord.

Het is de leegte en het rekt zich uit.
Het houdt zich stil en laat mij ongewis.
Het is mijn vader en hij is er niet.


Chrétien Breukers

'Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord' van Chrétien Breukers is de 52e en laatste bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. Dit project werd mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Chrétien Breukers (1965) is redacteur van de de Contrabas-reeks en publiceerde de volgende dichtbundels: 'Vandaag in deze stad' (1991), 'De Stoofsteeg en andere gedichten' (1999) en 'Korte geschiedenis van het voorafgaande' (2005). In 2008 verschijnt 'Tongebreek & Niemendal'.

Reacties

M.H.Benders


Het is de leegte en het rekt zich uit."

Deze zin is niet goed. Het gaat hier immers om het woord 'Breukers'. Dat rekt zich niet uit, dat breekt hoogstens in stukken. Ik zou er dus van maken:

"Het is de leegte die zich vermenigvuldigt."

Je hebt dan meteen een dubbele bodem in het gedicht zitten en ook een terugkoppeling naar die 'hel'. De voorlaatste zin moet dan anders en van de laatste zou ik maken 'Ik ben mijn vader maar hij is er niet' om het geheel een wat sinisterder sfeertje te geven.

Wim van Til

De eerste van een cyclus "louteringsgedichten"? Gaat Breukers zich bekennen aan de Gereformeerde Kerken? Ter helle varen in een zeppelin, de vader halen en terugkeren als zoon. De herhaling van steeds al geweest: "in den beginne was het woord en het woord was ...etc."
Maar wel mooi dat jij deze reeks afsluit!

Chrétien Breukers

Beste Wim, no worry. Ik hoef mij niet te bekeren, want ik ben al katholiek. Net als de islam kun je die jas nooit afleggen.

Anne van Uffelen

Geachte heer Breukers,

U bent, denk ik, twee dingen vergeten te vermelden: bij de inmiddels verschenen bundels van uw hand, uw werkelijk debuut bij WEL 'De rand van het domein' en, dat dit gedicht net als dat van Ton van 't Hof om niet is gepubliceerd. Ten eerste, uw eersteling verzwijgen heeft iets weg van een Prins Bernhard (moge God zijn ziel hebben) die zijn onechte dochters lange tijd verzweeg. Ten tweede, men placht niet te profiteren van een Fonds die deze gedichtenpublicaties honoreerde. Toch?

Chrétien Breukers

Beste mevrouw Van Uffelen, het staat mij, zolang het niet om zaken van staatsbelang gaat, vrij om te verzwijgen wat ik wil. En inderdaad: ik 'profiteer' niet van LIRA, hoewel profiteren meer een woord is uit uw rancuneuze jargon, dan uit het mijne. Dank, verder, voor uw ter zake kundige eh... reactie.

M.H.Benders

Overigens, je kunt zowel geexcommuniceerd worden als katholiek als je uitschrijven. Voor moslims bestaat uberhaupt geen register dus hoe je erbij komt dat je daar niet van af kunt stappen is mij een raadsel.

Wim van Til

Van elk geloof kun je vallen. Zelfs omhoog. "Mijn huid omgaf steeds ijler leegte" intrigeert mij; ik wil me dat voorstellen (in eerste instantie was daar de zeppelin), maar na het eten was daar opeens Billy Turf en die jongen van de rijstebrijbergen. Nu tast ik weer in dat ongewisse. Ja, ik vind het wel een mooi gedicht.

Micha Hamel

Rotte eieren gooien is geen kunst. Gedichten maken wel.
Ik vind 'via' niet zo'n sterk woord. Ik vind 'maar kon daar niets/ aan doen' een beetje praterig, ten opzichte van de , laten we voor het gemak zeggen 'biblische' toon van al het andere. Ik kan mij voorstellen dat de titel zonder de eerste twee woorden ook goed zou zijn. Ik vind het een sterke tekst.

Hans Smit

Slaat 'het' niet terug op 'woord'?

RHCdG

Intrigerend gedicht, Chrétien, vooral regels 3-6; het hele gedicht doet qua sfeer wat denken aan Achterbergs 'Thebe', maar naar de inhoud - een vader die de taal en de wet vertegenwoordigt ('luisteren naar slechts één woord') - aan de symbolische orde van Lacan. Wie? Lacan, ja. Nou goed, je kent me, ik zie in een brandkast nog een kut. Zijn er plannen/is er geld voor een voortzetting van de reeks? Dat zou ik zeer toejuichen.

En nu ik het er toch over heb: nog meer zou ik het toejuichen wanneer mensen die kritiek menen te moeten uiten, zoals hierboven gebeurt, op het taalgebruik, de woordkeuze, zinsbouw, beeldspraak, enz. van een gedicht eerst bij zichzelf nagaan of zij antwoord kunnen geven op de volgende vragen:

-waar gaat het gedicht over?
-waarom gaat het daarover?
-wat zegt het van
a) deze wereld
b) deze tijd
c) deze dichter
dat het gedicht daarover gaat?

Kortom, wat zijn de mogelijkheidsvoorwaarden van het gedicht?

Er zijn in deze reeks een aantal mooie tot zeer mooie gedichten verschenen, maar er is tegelijkertijd een schrikbarend gebrek aan kritische zin en poëtische scrupule in de reacties, en überhaupt op dit veelgelezen weblog. Het lijkt de laatste tijd wel of ik met iedereen ruzie krijg hier, en natuurlijk ligt dat aan mij: ik ben veel te lang veel te tolerant geweest voor alle gemakzuchtige onzin die hier ten beste wordt gegeven, ongeacht of die wordt gedekt door de academie of een bekende naam, dan wel de onwillekeurige reflex is van een grote bek. Ik zou met een variant op een oude volkswijsheid willen zeggen: van gedichten lezen word je doof! Er is hier nauwelijks iemand die zich eens afvraagt: wat is dat eigenlijk, gedichten schrijven? Hoe komt men daartoe? Waarom juist die vorm? Wat maakt die vorm mogelijk? Enz. Sterker nog, er lijkt helemaal geen behoefte te bestaan aan dat soort vragen, alsof de dichtkunst ze niet zou kunnen verdragen, ja alsof de dichtkunst niet juist van die vragen leeft en heeft geleefd! Men is daar kennelijk zo benauwd voor dat men zijn kritiek maar liever beperkt tot het woordgebruik, de zinsbouw, enz.: een vorm van retorische zwendel die zijn weerga niet kent, want juist die kritiek voorziet het gedicht van legitimatie. Het gedicht als tautologie: ik word besproken, dus ik besta.

Tel daarbij op de rancune die je ten deel valt als je een gedicht via de naam van deze of gene met de wereld buiten de poëzie confronteert - dé legitimerende instantie bij uitstek zou ik zeggen - en je keert je in walging af van deze poëzieminnaars en -minnaressen, die het na een halve eeuw nog niet begrepen hebben: letterdames en letterheren, die hemels zeuren over flarf en over slam en 'gevaarlijke poëzie', maar hun kopje thee met rozenblaadjes van schrik uit hun klauwen laten lazeren wanneer iemand met de initialen PW eindelijk eens die mooie passiemoord pleegt waar Slauerhoff een eeuw geleden al om vroeg.

Peter M. van der Linden

4x Het in de laatste strofe, is.. een beetje overHettop wat mij betreft..

Cath Blaauwendraad

@PMvdL: De herhaling heeft hier een retorische functie, waardoor het afwijkende 'hij' aan het eind er extra uitspringt.

Micha Hamel

o ja en 'zo' kan er uit aan het begin van de tweede strofe.
Sowieso een woord van kapok, een woord dat er bijna altijd uit kan. Ik ben erg gesteld op die accenten op de o's van omhóóg.

M.H.Benders

@ Smit
"Slaat 'het' niet terug op 'woord'?"

Ja. Maar dat verandert weinig aan de zaak. De suggesties die ik deed waren suggesties om de lineariteit en eenzijdigheid van het concept achter het gedicht te wijzigen. Het is nu een vrij vlak en lineair werkje over iemand die zijn pappa mist. Door echter twee woorden te veranderen is het al een oedipale monstriteit, een gedicht dat veeleer over incest lijkt te gaan. Gekoppeld aan de naam waar het om lijkt te gaan (welke ofwel 'Breukers' ofwel 'Pappa' is) is het dan veel spannender geworden - hoe het er nu staat is het veel eerder een levenslied bewerkt met de poeticale trukendoos. Mijn suggesties brengen het gedicht ook veel meer in lijn met de titel, die nu eigenlijk een beetje misplaatst is.

Hans Smit

@ Benders: juist, ik begrijp het.

@ RHCdG: ik ken de verhoudingen hier verder niet, maar mensen die zich afvragen waarom ze steeds ruzie krijgen zijn meestal de mensen die ruzie zoeken.

Alexis de Roode

Leuk dat hier een keer over gedichten wordt gesproken. Die 4x "het" zijn functioneel, "het" werkt toe naar "hij". "Het" hoeft, strikt gesproken, niet eens te verwijzen naar een voorgaand woord. Het is warm. Het is te laat. Het is de leegte. Het doet er niet toe. Fraai hoor. Niets aan veranderen.

RHCdG

Beste Hans Smit,

Zo is het maar net!

Peter M. van der Linden

Tsja Alexis en @ Catherina, ik begrijp het functionele, maar r r r, k hou niet van zo'n eind. Ik vind dit soort stuiterballetjes wel lekker op driekwart van het einde van een gedicht. Het blijft allemaal een kwestie van smaak.

Kees Klok

Ik geniet zeer van het lezen van dit gedicht, maar verbaas mij, zoals vaker, over mensen die met kennelijke wellust ogenblikkelijk met een betweterige vinger klaarstaan. Jammer M.H.B.: in Constantinopel wonen en toch zo Hollands gebleven.

M.H.Benders


Het is eerder typisch Nederlands om wat goedbedoelde suggesties betweterig te noemen, denk ik. Wat is er immers calvinistischer dan het aanbidden van zwijgende, zich slaperig uitrekkende stilte in plaats van het enigszins dynamisch bespreken van een gedicht.

Droog

Men kan er op los monkelen of men kan het laten - wat me vooral bevalt aan dit poëem is, naast de inhoud, de lengte. Het is in één schermopslag te lezen, wat wel zo prettig is als je een gedicht via een beeldscherm tot je wil nemen.

Liefhebbers van het walgelijke oeuvre van PW verwijk ik liefdevol naar deze ellende: http://www.happyvpro.nl/blog.do?profile=13982

RHCdG

Uit het walgelijke oeuvre van PW:

"Mau nou: de naam al een gedicht - 'Mooi is Maunou.' en dan de aarzeling, om het niet te verstoren, om het te houden, om het mooie te zien. steeds weer in de dingen dat te trachten."

Samuel Vriezen

Graag was dit gedicht me bevallen, maar het blijft voor mij bij herhaalde lezing erg troebel. Waar het ongeveer over gaat zie ik wel; het probleem is vooral de enorme complexiteit van de narratieve opbouw en de manier waarop tijden steeds door elkaar heen worden gebruikt. Ik begrijp maar nauwelijks welk gegeven voor, na, of tegelijk met welk ander gegeven plaatsvindt.

Is het bijvoorbeeld inderdaad zo dat ik, doordat ik via het licht omhoog ging, in de hel ben afgedaald? Zo ja, waarom wordt dan dat potentieel sterke paradoxale motief van afdalen = opstijgen niet verder gebruikt? Of is het zo dat ik in de hel WAS (niet ben) afgedaald, en toen omhoog ging, wat logischer is? En de steeds ijlere leegte die mijn huid omgaf, speelde dat tijdens mijn leven, of tijdens mijn opstijging? Wat is de tijd van het 'zou' in de derde strofe - dezelfde als het beschrijven-zou van de 'tekst', of iets dat volgt op het omgeven van de huid, wanneer dat ook is? Is de ovtt daar sowieso wel de juiste keuze? Er speelt een complexiteit die me in dit gedicht niet wezenlijk lijkt.

Ook blijft de functie van sommige formuleringen onduidelijk. Bijvoorbeeld in "Ik was het zelf, maar kon daar niets / aan doen" kan ik niets anders lezen dan: ik was zelf wie ik was, en daar kon ik niets aan doen - we me nogal een open deur lijkt. Dat geldt voor iedereen, voorzegd of niet voorzegd.

Misschien mis ik toch ergens het cruciale punt, en kan iemand het me verduidelijken.

Chrétien Breukers

Verduidelijken kan ik niets, maar ik kan wel zeggen: Lees het gedicht eens met in het achterhoofd het leven en de dood van Jezus, een van de hoofdfiguren in de bijbel...

Samuel Vriezen

Maar dat het over Jezus gaat was me al wel duidelijk, Chrétien. Voorzegd, vermoord, hemelvaart, issues met vader... wat mij onduidelijk blijft zit juist op het niveau van de structuur.

Chrétien Breukers

Dan begrijp ik je reactie helaas niet.

Gert de Jager

"Nedergedaald ter helle" is een frase die ik als kind elke zondag hoorde in de kerk. Als onderdeel van het credo, als ik het me goed herinner. Het heeft betrekking op de absolute verlatenheid die Christus ervoer toen hij zich realiseerde dat hij de kruisdood moest sterven. Of hij zich dat al realiseerde in de hof van Gethsemané, of aan het kruis - mijn god, mijn god, waarom hebt gij mij verlaten - weet ik niet precies meer. Het is mischien ook niet zo belangrijk.

Wat de tijd betreft - de eerste strofe lijkt mij te refereren aan beelden waarmee geboorte-ervaringen verwoord worden door lieden met natale en prenatale herinneringen.

Mooi gedicht trouwens met al die betekenissen die op elkaar inwerken.

Samuel Vriezen

Ah kijk, ik wist niet dat Neergedaald ter helle een vaste uitdrukking was. Ik zat als kind in de Waalse kerk, maar ik verstond geen frans, dus dat heeft weinig geholpen. Dat het om Jezus' verlatenheid hier ging begreep ik dan weer wel.

Chrétien: er is veel in je gedicht dat ik verwarrend vind. Vooral het gegoochel met tijden.

Het nu van het gedicht is kennelijk vlak na de hemelvaart. Vóór die hemelvaart was er dan het leven op aarde, en daarvoor was er de tekst die mij voorzegd heeft. Zelfs aan die tekst gaat nog een tijd vooraf: "Ik was zelfs voor ik leefde zo verweven met de tekst die mij beschrijven zou" impliceert dat de tekst zelf óók nog niet bestond op het moment dat de verwevenheid daar al was. Er zijn dus vijf tijden, waar nogal veel tussen heen en weer geschakeld lijkt te worden.

Dan treedt er verwarring voor mij op, bijvoorbeeld op het breukpunt tussen de tweede en de derde strofe. "Mijn huid omgaf steeds ijler leegte" kan ik alleen coherent lezen als het speelt ten tijde van de hemelvaart - de hogere luchtlagen die mijn huid omvatten worden steeds ijler. Natuurlijk is deze zin óók een beeld van de ervaren verlatenheid. Maar allen in de context van die hemelvaart klopt het beeld echt. Want de lucht kan nog een leegte zijn die steeds ijler wordt bij het opstijgen; maar over het algemeen is een leegte zelf al de limiet van ijlheid.

Maar de tijd van die zin staat in dezelfde tijd als die van die (naar ik geloof overbodige) zin "Ik was het zelf, maar kon daar niets aan doen", en die zin slaat op de tijd op aarde van de messias. Dat betekent weer dat het ervaren van die leegte dus wel degelijk op aarde zou spelen.

Dat zou dan ook moeten gelden voor alles in de derde strofe. Zeker ook omdat het enige mogelijke antecedent voor "zijn" in regel 7 de leegte is, en dus de derde strofe continu zou moeten zijn met het eind van de tweede. Maar die derde strofe staat dan weer in de ovtt, een tijd die we wel eerder gezien hebben, maar dan als "tijd van de voorzegging". En die strofe gaat dan zelf weer over in het heden van de laatste strofe, die ná de hemelvaart speelt.

Chrétien Breukers

Nogmaal, verduidelijken kan ik weinig. Maar het gedicht 'gaat' volgens mij zo:

Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord // Ik ben ter helle neergedaald. Via de trappen / van het licht ging ik, wantrouwig en gestaag, / omhóóg.

CB: Jezus sterft de kruisdood en herrijst na drie dagen. Dit 'proces' heb ik hier beschreven.

Ik was zelfs voor ik leefde // zo verweven met de tekst die mij beschrijven / zou. Ik was het zelf, maar kon daar niets / aan doen.

CB: De geboorte van de Messias is door de profeten uit het OT voorzegd, daar kon die Messias zelf niets meer aan doen.

Mijn huid omgaf steeds ijler leegte.

CB: In een eerdere versie stond hier 'Mijn huid omgaf steeds ijler leegte / en die heette God.' De Messias, Jezus, is tekst, profetie; hij bestaat eerder in het woord dan in het echt; hij is eerder omhulsel van het Niets, dat God is, bijvoorbeeld in de 'negatieve theologie'; hij is ook het 'niets' van Blanchot, of de onontkoombare eenzaamheid waar Camus het over heeft, of de onbeschrijfbare 'G' van Kopland, enzovoort enzovoort.


Steeds blinder zou ik tasten naar zijn / lijfelijk bestaan. Steeds dover zou ik / luisteren naar slechts één woord.

CB: Jezus, zich bewust wordend van zijn lot, zal God steeds wanhopiger zoeken. Maar omdat God Niets is, zal dat niet lukken. Die laatste zin eindigt met één woord, – een vrije variant op de eerste verzen van Genesis.

Het is de leegte en het rekt zich uit. / Het houdt zich stil en laat mij ongewis. / Het is mijn vader en hij is er niet.

CB: Drie keer niks. Is niks.

Helpt dit een beetje? Dat gegoochel met de tijden zie ik eigenlijk niet – maar ik ben dan ook een experimentvrije dichter!

Laat een reactie achter

Als u reeds een TypePad of TypeKey account heeft, gelieve u dan aan te melden.

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013. Interessant voor schrijvers en dichters.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

april 2014

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30        

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...