EGON SCHIELE (1890 – 1918)
I.
Liggende halfnaakte figuur
Hij wil alleen en op papier van prille meisjes
houden. Tussen de koude, kille muren van de wet
verplaatst hij toren, loper, koningin en onder de
kleurige banen van haar jongemeisjesjurk verschijnt
zijn droom: geen wellustig graaiende handen,
geen dwingende seizoenen, maar een slapend kind.
Ze is niet radeloos, ligt languit en rustig
in haar naakte onschuld, haar smalle dijen heel
en al vervuld van schuldeloos verlangen en
onwetendheid. En toch, achter haar gesloten ogen
weet zij wel zeker: mijn zomer is een open wonde
die nooit meer heelt en onheilspellend spreekt.
II.
Wally met rode bloes
Hij is al lang geen schildersjongen meer, maar
telkens weer begint zijn oog te trillen en zijn
hand te beven, want haar langoureuze lichaam
wekt, heel even, een schemerige roes. Ze kijkt.
Haar blik is koel, haar dijen losjesweg en licht
gespreid. Een warreling van lijn en onderkoelde
lust. Hij weet: ze heeft de wereld aan de zijde
van zijn leven en laat haar bloemen vredig
groeien in verzorgde tuinen. Ze streelt een hals,
de hare. Het licht dat haar omhult gehoorzaamt
dan niet langer aan de wetten van de traagheid:
Zij is model en minnares, zij kent geen schaamte.
Marc Dejonckheere
'Egon Schiele' van Marc Dejonckheere' is de 50e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Marc Dejonckheere (1959) woont en werkt in Zonnebeke als freelance journalist en tekstschrijver. Hij debuteerde in 2006 op 47-jarige leeftijd bij Poëziecentrum Gent met 'Kruisweg. In Flanders Fields'. Woord en beeld: 14 gedichten bij de Getekende Kruisweg van Albert Servaes, geïllustreerd met foto’s van W.O.I-slagveldgraven geborgen in Boezinge bij Ieper. Hij promoveerde als licentiaat Germaanse filologie met een scriptie over de cyclus 'Een vrouw' uit de 'Oostakkerse Gedichten' van Hugo Claus. Laureaat van de Arthur Merghelynckprijs voor poëzie (1988-1990) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Gent, 1991).

Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Op t randje van proza, maar het 'weten' (2x hetzelfde trucje) bij beide personages maakt alles net op t nippertje goed, daarin zit het gecomprimeerde, dat wat suggereert... Het leunt erg op de kracht en de spanning van Schiele's werk maar dat is ook een uitdaging natuurlijk.
(Het spijt me dat ik steeds zo kritisch ben over de inzendingen van deze onvolprezen reeks, maar ja als er een door Nederlandse burgers betaald honorarium voor deze opdrachten is, en ook een reactiemogelijkheid, en het niveau nogal wisselend, en een van de webredacteuren een cursus bij LOI geeft....)
Geplaatst door: hanz mirck | 11-11-07 om 22:16
Kunstenaars zien vaak wat meer, hebben een grenzeloze fantasie,
kantjes en roosjes,
van kinderen afblijven
groet
Geplaatst door: Diana Hoogenraad | 9-1-11 om 10:08