Radiopresentator en schrijvend journalist Hans van Willigenburg (20 december, 1963) debuteerde, om precies te zijn, in 1986 als dichter in nr. 12 van De Brakke Hond. In de daarop volgende jaren publiceerde hij tevens gedichten in Maatstaf, De Held en Dietsche Warande & Belfort.
Vanaf 1991 legde hij zich volledig toe op zijn werk als journalist en
copywriter, met een nogal maniakale voorliefde voor de media in al haar
ontroerende en abjecte verschijningsvormen. Sinds hij deze zomer, na
een jarenlang sluimerende interesse voor 's mans werk, op internet een
interview afluisterde met de dichter Arjen Duinker, sloeg diens poëzie
en het aanstekelijke plezier waarmee Duinker die schreef ('ik ga alleen
door als ik er vrolijk van word') terstond op hem over. En trof hem als
een blikseminslag de gedachte dat de langverwachte roman die hij al die
jaren in zijn hoofd dacht te hebben zitten wel eens een langverwachte
dichtbundel zou kunnen zijn.
'Mijn journalistieke werk is doortrokken
van de "drive" dingen in korte, heldere taal vast te leggen, te
plaatsen, te benoemen, vast te pinnen, radicaal op te helderen. Dat
wist ik al lang, maar het inzicht dat die hang naar vastleggen en
stilzetten zich veel beter verhoudt tot poëzie dan tot proza is wél
nieuw voor mij. Ik merk nu dat ik na al die jaren als journalist beter
"getraind" de poëzie in stap, en ik hoop de wereld de resultaten
daarvan zo snel mogelijk te tonen. Klinkt dit megalomaan? Dat moet dan
maar…'
Lees de poëtische comeback van Hans van Willigenburg in de Kleine Zaal >>
Laatste reacties