Het juryrapport horend bij de Buddingh'-prijs staat inmiddels online te lezen. Het is een document dat je enig inzicht verschaft in de boeiende biotoop, waarin de jurysoort leeft. Juryleden gaan met een hele... negatieve werkhouding aan de slag, leren we bijvoorbeeld:
'U verwachtte misschien dat ik zou beginnen met de woorden: "Dames en
heren, de jury van de C. Buddingh’-prijs 2007 stond voor een lastige
opgave", maar dat was niet zo. Het viel integendeel zeer goed mee. We
kunnen zonder meer zeggen dat de jurybijeenkomsten niet alleen in een
constructieve sfeer verliepen, maar dat ze ook gewoon erg aangenaam
waren. We waren er zelf verbaasd over.'
Gelukkig maar. Meestal is het ruzie en ellende. Al die harmonie betekent niet dat er geen kritische noten te kraken zijn. Oh nee:
'Henk van der Waal stelde in zijn voorwoord van de bloemlezing De 100
beste gedichten van 2006 dat het publiek zich in toenemende mate focust
op de voordracht en niet op de lectuur. Daarmee dreigt het accent op
het losse gedicht te vallen. Het woud van de bundeling waar dat gedicht
uit stamt, de bundel die door de auteur is geschreven en samengesteld,
wordt zo minder goed bekeken, krijgt minder aandacht. Bloemlezers zijn
eigenlijk struikrovers. Ze plukken die ene mooi bloem uit het veld om
die te verkopen.'
Wat die bloemlezers daar ineens hebben misdaan, na het citaat Van der Waal en de filosofische uitbarsting van de jury? Wij weten het niet. Van der Waal moet maar in zijn eigen tuintje wieden, en dichters en bloemlezers aller landen met rust laten.
Verder, met wat er over genonimeerde Te Bokkel wordt gezegd: 'Te Bokkels taal werkt met z’n registerverschuivingen en perspectivische
wendingen niet zelden als een methode: een bewustzijn, zich bewust van
zijn verblindende tussenkomst, probeert via de taal iets als oorsprong
te hervinden. Wanneer dit streven slaagt, zijn gedichten met een
opvallend eigen aanwezigheid het resultaat.'
Precies. Dat valt mij ook altijd op bij lantaarnpalen, dat die, als je er tegenaan loopt, een heel eigen en opvallende aanwezigheid hebben.
Over Gelèns staat geschreven: 'Soms zou je willen dat Gelèns even stilstaat. Wie de bundel in zijn
geheel wil lezen, wordt een beetje duizelig. Sommige gedichten van haar
zijn zo klinkklaar, zijn zulke vloeiende herhalingen van kreten, dat
een aangenaam ongeloof opduikt.'
Boeiend. De jury wordt duizelig van... lezen. Is ook niet gemakkelijk, lezen. Je zou er aangenaam ongelovig van worden, dat wel.
Perquin wordt benaderd via de thomistische weg: 'Hoewel een zekere gekunsteldheid dit soms wat al te soepele debuut niet
vreemd is, lukt het Perquin een aantal malen een wezenlijke
kwetsbaarheid boven te halen: de zenuw in het vlees, die de geest op
scherp zet.'
Theologie voor gevorderden, waarin nu duidelijk is bewezen dat zenuwen de geest op scherp zetten. Of is het biologie? Maakt niet uit. Er moet wát staan.
Voort maar, naar de winnaar Wesseling: 'Focus is een bundel die zijn bezwerende kracht niet onmiddellijk
prijsgeeft. Het is geen gemakkelijke poëzie. Dat mag vreemd lijken voor
een dichter die in de eerste plaats op het podium tot ontplooiing is
gekomen. Maar misschien moet de kunstmatige opdeling tussen
podiumdichters en dichters van het witte blad maar eens definitief
ophouden.'
Kunstmatige opdeling... Tuurlijk. Met als impliciete boodschap dat podiumpoëzie simpeler is dan geschreven poëzie, wat op zichzelf waar is. Wie die dichters van 'het witte blad' zijn? Dat weet, na zoveel hotseknotsbegonia-proza, niemand meer.
Voor de volgende Buddingh'-prijs kunt u de cd's, cd-roms, dvd's en, als het echt niet anders kan, boeken opsturen naar:
Stichting Poetry International
Budding'-prijs
Eendrachtsplein 4
3012 LA Rotterdam
Een goed juryrapport schrijven, het moet, bij aanwezigheid van zoveel... schrijvende medemensen, toch niet zo moeilijk zijn? Juryleden! Doe er wat aan, de volgende keer.
Laatste reacties