Meneer Abbas is de baas
(Odes)
Meneer Abbas is de baas, monteur en manager in één.
Een knappe man, een lange man in een lange jas,
beschaafde snor, lampjes in zijn ogen
die aan Brum doen denken; ogen die indruk maken,
de indruk dat hij ’s avonds Hans Lodeizen leest.
Meneer Abbas is de baas, service staat voorop
en in de schaduw als verslagen meneer Benner,
de man met een toekomst, de man in een pak –
hij die de wind had willen nabootsen, de voet
aan het gas van niet zomaar een auto maar
het begin van een nieuw tijdperk, een limousine
pur sang, neem de allernieuwste innovaties,
maar liefst negen airbags, neem de intelligente
ophanging, de dromen van brons en marmer,
de actieve motorkap, verbeeldt zich, zijn blik
op de head-up display, een straaljagerpiloot...
en dat achter de dubbel gelamineerde ramen
voor ongekende stilte, ene arm losjes
over de armsteun, andere door slechts een
vingerafdruk in ijle verbinding met het stuur,
verantwoord muziekje erbij… Nirvana maar dan
unplugged, zich verliezend in de vloeiende belijning,
het uitzonderlijk hoge uitrustingsniveau...
de moeheid in een autootje… zich verliezend...
de romantiek van uilskuikens… het is verdomd
moeilijk om te leven... zie in de hemel –
die zijn zaligheid in handen, in de handen
legt van meneer Abbas; de man in het pak
die daarin verdwijnt voor de man in de jas.
Meneer Abbas is naast de baas rem- en frictiespecialist.
Zijn werkplaats is schoon, geen oude vieze wereld,
een installatie: een concept. De resten olie,
zich volgezogen met stof en zand zijn zo bedoeld.
Een enkele moer die vereenzaamd
op een schroefdraad ligt te wachten is zo bedoeld.
Ruik de verlichting juist boven de aarde:
de indruk die wordt gewekt is zo bedoeld,
de indruk van die afdruk van dat profiel is zo bedoeld.
Ofschoon alles roept: dit is een dependance
van het Stedelijk is hier meneer Abbas de baas.
Als zijn mannen aan het eind van een vredige dag,
een dag van stille bougies en slapende accu’s,
van leeggelopen koppakkingen en vaak herhaalde remtesten,
afwezige keurmeesters, weerspannig netwerkverkeer,
naar het mekka van hun eega’s en dochters terugkeren,
keert de rust terug; neemt de rust hun plaats in.
In de aangeveegde werkplaats van meneer Abbas.
En de stad zeilt verder. Meneer Abbas is de baas;
in de buigzaamheid van zijn design doet hij tegen zessen
in zijn rust het licht uit, slaat het blad
van de kalender om, eind van de maand,
benieuwd wie hem de volgende vergezellen zal.
Met een schok – meneer Abbas – de regels van Lodeizen.
Een blik door de streeploze ruiten
op het razend verkeer en dan peinzend naar huis,
maar hij lacht in de herfstzon
terwijl het behang in hem afbladdert.
Onno Kosters
'Meneer Abbas is de baas - (Odes)' van Onno Kosters is de 29e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Onno Kosters (1962) publiceerde 'Callahan en andere gedaanten' (2004) en 'De grote verdwijntruc' (2007).
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties