In Meander staat een... fijn interview met Henk van der Waal, hem afgenomen door Sander de Vaan. Henk van der Waal is blijkbaar de voorzitter van de jury die de VSB Poëzieprijs dit jaar gaat uitreiken, want hij verzorgde de samenstelling van De beste gedichten van 2006. In dat interview antwoordt Van der Waal op deze vraag: 'Volgens een op De Contrabas gepubliceerde lijst van de publieksprijs 2006 zijn er vorig jaar 130 dichtbundels verschenen en daarnaast nog 14 bloemlezingen. Heb je die allemaal gelezen?'
'Ik zei al: het is lezen, lezen en nog eens lezen. Maar je kunt natuurlijk niet alle bundels van kaft tot kaft doornemen. Heel veel dichters zijn er erg goed in om het je al heel snel tegen te maken. In zo'n geval laat ik me natuurlijk niet direct kennen en zet ik nog een gedicht of wat door. Maar als het dan echt niet wil, leg ik zo'n bundel, ook uit zelfbescherming, naast me neer. Je hoeft natuurlijk niet alles te pikken. Het is mooi dat er 130 bundels gepubliceerd zijn, maar laten we eerlijk zijn: meer dan de helft van die bundels heeft een dermate particulier karakter dat ze beter op de plaatselijke kopieermachine vermenigvuldigd hadden kunnen worden voor familie en vrienden. Blijkbaar vinden een heleboel uitgevers van die bundels dat ook, want een aantal neemt simpelweg niet de moeite die bundeltjes op te sturen naar de VSB Poëzieprijs. Kennelijk geloven ze zelf niet in die poëzie.'
Of misschien geloven sommige uitgevers niet in het sturen van dozen vol bundels, die toch meteen als zijnde te particulier worden weggelegd? Je weet het niet. En als Meander vraagt: 'Ik kan me ook voorstellen dat er uitgevers (en dichters) zijn die niks moeten hebben van het literaire prijzencircus. Fictie schrijven is iets anders dan bijvoorbeeld hoogspringen. In het laatste geval is vrij objectief vast te stellen welke mensen tot de beste hoogspringers behoren, maar bij literaire prijzen komen ook zaken als persoonlijke smaak en publiciteit kijken.' antwoordt Van der Waal:
'Als ze niet mee willen doen aan literaire prijzen, moeten ze al helemaal niet mee doen aan publieksprijzen. Het is natuurlijk leuk als je bij zo'n peiling boven komt drijven, maar naar wat ik begrepen heb, is dat meer de verdienste van de dichter zelf en zijn mailbox, dan van het weloverwogen oordeel van een breed publiek. Een literaire prijs die werkt met een jury is een vorm van vertegenwoordigende democratie. Omdat niet iedereen alle bundels kan lezen, wordt die taak in handen van een klein groepje mensen gelegd in de verwachting dat dat groepje naar eer en geweten zijn keuze maakt.'
In de eerste plaats: Rottend Staal en de Contrabas maken zélf een lijst. Die wil een overzicht zijn van álle in dat jaar verschenen bundels en verzamelbundels of verzamelde dichtwerken, voorzien van één auteursnaam. 'Het publiek' krijgt de kans om op al die titels te stemmen. Auteurs of uitgevers hoeven geen bundels in te zenden.
De prijs beoogt meer aandacht voor de poëzie in het algemeen. De prijs is in eerste instantie bedoeld om de aandacht op het jaaroverzicht te vestigen, niet andersom. Daarnaast wordt op deze speciale website een uniek en blijvend online overzicht geboden van alle in een bepaald jar bij reguliere uitgeverijen gepubliceerde Nederlandse en Vlaamse bundels. En: deze prijs complementeert de reeds bestaande, veelal door vakjury's toegekende, poëzieprijzen. De organisatie van de VSB Poëzieprijs mag de lijst, gratis, gebruiken als basis voor de door haar toegekende prijs – die nu wordt uitgereikt zonder dat de jury op zijn minst kennis heeft genomen van de hele jaarproductie. Maar Van der Waal filosofeert liever op een... ander niveau:
'Natuurlijk, bij een wedstrijd hoogspringen kun je het resultaat precies vaststellen. Hoewel precies, daar valt ook nog wat op af te dingen. Er zou bijvoorbeeld doping in het spel kunnen zijn of weet ik wat niet. Bovendien heeft iedereen vanwege een andere genetische structuur een ander uitgangspunt. Wat is precies op het conto van de sporter te schrijven, en wat op dat van zijn erfelijk materiaal? In die zin zijn er ook in de sport sommigen bevoorrecht en anderen niet. Maar het mooie van jurywerk, dus van het vellen van een smaakoordeel, is dat iedereen daarbij zijn eigen subjectiviteit moet inzetten en dus ook in de waagschaal stellen. Je kunt je niet verschuilen achter cijfertjes of wat dan ook. Wie oordeelt, gaat met de billen bloot. En dat maakt jureren ook risicovol. Als je wilt dat je gelezen wordt, stel je je eigenlijk al bloot aan de kans beoordeeld te worden. En eerlijk gezegd heb ik nog van niemand gehoord dat ie niet mee wil dingen naar de VSB poëzieprijs.'
Jammer dat Van der Waal in het verder zo... behartenswaardige interview toch wéér niet verder komt dan het wegwuiven van tegen een prijs ingebrachte bezwaren, wat hij dan op de koop nog doet met, nu, niet met onwaarheden, maar wel met halve waarheden, en knollen die ons voor citroenen worden aangeboden. Jury van de VSB Poëzieprijs... gedenk toch deze wijze woorden: 'het is lezen, lezen en nog eens lezen'!
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Wat op de eerste plaats komt is zwemmen, zwemmen en nog eens zwemmen. Dat betekent eigenlijk dat ik me voortdurend en telkens opnieuw probeer open te stellen om verrast te worden. Dat betekent dat ik een houding probeer aan te nemen van: kom maar, laat maar zien waar je me kunt raken, waar je me kunt kietelen, waar je me meesleurt. Uiteindelijk kan ik wel wat tips geven hoe je volgens mij het water tegemoet moet treden. Maar als ik heel eerlijk naar het proces kijk dat ik heb doorgemaakt tijdens het leren zwemmen, komen die tips meer als een verraderlijke stroming bij eb. En dat is maar goed ook. Want een beetje branding luistert naar zijn eigen wetten en houdt zich niet bij voorbaat aan een bepaalde golfslag. Ik kan daarom ook niet met een bepaald vastgesteld tij de golven gaan zitten tellen. Dan zou ik ze al bij voorbaat geweld aan doen.
Dit gezegd hebbende vind ik wel dat een golf zich met een zekere roller moet bewijzen. Het komt wel eens voor dat er een aardig golfje voorbijkomt dat verder niet echt imponeert. In zo'n geval kijk ik wel uit. Dat heeft nog een andere reden. Een beetje branding is niet eenvoudig te beoordelen. Zeker niet vanaf de rotsen. Voor je het weet word je gehypnotiseerd door alle brekers en schuimkoppen, en zie je door de golven de zee niet meer. Ik wilde dat niet en heb geprobeerd van de golven die mij geschikt leken zo veel mogelijk gebruik te maken, in de hoop dat mijn zwemtechniek dan beter tot z’n recht zou komen en dat mijn professionele schoolslag er meer vat op zou krijgen.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 23-4-07 om 0:53