'Hoe overkomt je zoiets?' mompelde de literaire expat voor zich uit. 'Hoe komt het zover dat je in een wat kaal ogende ruimte je hoofd over het toetsensbord buigt (blind typen was nooit je fort) en kwijnend in de richting van je boekenkast (nota bene; het werk van de Franse filosoof Jean Dulieu excerperen!) knikt, uit eerbied?'
Maar hij wist het niet en ging verder: 'IJdel zijn we allemaal.' De literaire expat schrok en voegde er tegen zichzelf, zijn favoriete gesprekspartner, snel aan toe: 'maar toch ook een beetje kritisch ten aanzien van het resultaat, en zeker zolang er schrijvers zijn die er nog enigszins prat op gaan de aloude rol van de intellectueel te vertolken (zoals een zekere Huub Beurskens, die zijn onleesbare mandarijnenproza mag uitsmeren over de kolommen van de Standaard). Dan zijn we ons toch ook hyperbewust van beeldvorming, dacht ik.'
Denken. Dat deed de literaire expat graag. Hij pakte de door hemzelf tussen haakjes uitgelegde draad op en sprak: 'Dus wat is er mis gegaan bij Huub Beurskens, dat hij zich op deze manier aan den volke wenst voor te doen — nog even afgezien van meer begrijpelijke, maar bij nalezing van een paar van zijn stukken proza (de mandarijn Beurskens waar het hier over gaat publiceerde ook boeken, CB) beslist te verwijderen uitglijers die in bijna al zijn boeken zelf staan? Mij dunkt dat de eindredactie hier collectief heeft gefaald, iets wat de postmoderne critici (en navolgelingen van moi-même) J. en P. Nowee al aantoonden in hun studie Om de juwelen van Zambesia.'
Tijdschriftredacteur. Dat was de expat ook. Hij mijmerde: 'Ik herinner me dat we bij *** van Huub Beurskens toch ooit een heus in Word aangeleverd artikel kregen. Toch lijkt deze auteur wel vastgeroest in oude technieken, die intellectuelen als ikzelf doorzien. Hij zei ooit in een interview: "De ruimte is van een weldadige en uitgepuurde kaalheid, die de geest schoonveegt. Hier is alles toegespitst op het ambacht en op doordachtheid en bezetenheid, – ternauwernood." Dat het maar ternauwernood is heeft dan in eerste instantie niet zo veel te maken met de opmars van de fascisten, maar met wat je het fascisme van de markt zou kunnen noemen.'
De expat ging verder: 'Vooruit, onderuit de zak maar weer: zou, zo vraag ik me af, de heer Beurskens in andere tijden ook de papieren van de Kulturkammer hebben ondertekend om maar vooral te kunnen blijven publiceren?' En maakte meteen daarna een mentale notitie: 'Een jonge dichter die ideologisch op mijn spoor zit bij ons blad betrekken, hem als genie positioneren. Om mijn eigen genie aldus beter te kunnen laten stralen. Dat zal die fascisten leren.'
Nu stond de literaire expat op en sprak tegen de blinde muur, waar hij zowel geestelijk als fysiek tegenaan keek: 'Beurskens zelf heeft, zij het, zo lijkt het, niet dan met de nodige moeite, nog ergens in zijn lyrische verslaggeving van omgevingsfactoren, toch wat kritische opmerkingen bij Hotze de Roos en de Schrijver, pardon, bij mij, en bij wat ik in mijn leven aan kritische arbeid heb afgescheiden. Hij, Beurskens, lijkt zich erbij neer te hebben gelegd dat gedegen literaire kritiek van minder belang is dan een sfeerschepping die aan de Schrijver, aan mij dus, de glans van romantische heroïek verleent.'
Ah, nu werd het aan alle dingen in de schrijfkamer van de expat duidelijk. Ze zagen het heel scherp, het was de oude afgunst. Goed, afgunst, bon, voor hun part, al noemden de dingen het om allerlei redenen liever irritatie over de oneigenlijke benadering van literatuur die ten koste ging van welke meer literaire benadering ook. Vooral dat laatste maakte het eerste voor de dingen onverteerbaar. Dat Beurskens daar zelf meermalen tegen te hoop was gelopen, telde niet; het maakte het des te wranger. Een jongen die een stuk of wat gedichten publiceerde in Het Liegend Konijn en vervolgens zonder zelfs nog maar een bundel te hebben gepubliceerd, zonder blikken of blozen, als was hij alreeds een arrivé, het grote podium van de Nacht van de Poëzie beklom; ziedaar de regressie waar die Beurskens aan ten prooi was gevallen! De dingen hadden ineens een ernstig te veel aan inzicht.
De literaire expat zakte weer op zijn stoel en schreeuwde, nadat tot hem doordrong wat hij de dingen had horen zeggen: 'En dat spijt mij zeer, want vergeleken bij sommige andere circusartiesten in het literaire bedrijf heb ik bij Beurskens toch altijd het gevoel dat hij iemand is die eigenlijk aan de... enfin, aan de goede kant zou moeten staan.'
Eenzame expat! Einde verhaal.
Aanbevolen lectuur (alleen voor de zeer sterken): dit weblogbericht van Mark De Reutelaere
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Wat een oude foto je van mij vond, beste Chretien!
Geef toe: na een neuscorrectie, een beetje botox boven de wenkbrauwen, een haarimplantatie en veel water drinken zie ik er toch een stuk minder ijdel uit: http://www.koningkeizerrijken.info/enquete-07.jpg. En dan zie je nog mijn liposuctie niet op de foto. Als iemand ooit ook plannen in die richting heeft: ik weet een goed adres waar je met gedichten mag betalen.
Lieve kus,
x
Geplaatst door: Xavier Roelens | 11-3-07 om 11:22
Q.E.D.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 11-3-07 om 12:50
quad erat demonstrand'dum (hetgeen bewezen moest worden) Met andere woorden, de link doet het niet. Goddank?
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 11-3-07 om 14:35
quod
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 11-3-07 om 18:48