Charles Ducal heeft het niet zo op prijsuitreikingen. Hij zet vandaag in De Morgen uiteen waaróm niet, in zijn beschouwing 'Bedenkingen bij een prijs' (dit is: de door hem gewonnen Herman de Coninckprijs). Hij schrijft onder meer: 'Ik vind zulke avonden ronduit vreselijk en ik denk dat ik de enige niet ben. Op een podium plaatst men op een rij tien uitstekende fruitboeren, de beste in hun soort. De appelboer zit naast de druivenkweker, de citrusman naast de perzikenvrouw, de notelaar naast de kerselaar. Een jury kiest daaruit de beste fruitboer. Wie wint? De smaak van de jury natuurlijk, of beter: de grootste gemene deler van de smaken van de jury.'
Ducal heeft het vooral niet begrepen op het wedstrijdelement, dat in het huidige prijzencircus een steeds grotere rol gaat spelen: 'Wat mij tegen de borst stuit, is de publieke vergelijking, het wedstrijdgedoe, het spektakel van winnaar en verliezers. Dat is niet alleen absurd gezien de onvergelijkbaarheid van appelen en citroenen, het is ook vernederend voor de betrokken dichters. Het doet denken aan missverkiezingen en eurovisiesongfestivals. Toen ik lang geleden nog eens een prijs kreeg, viel die mij aan de telefoon van het ene moment op het andere in de schoot. "Hallo, ik mag u meedelen dat u de xyz-prijs hebt gekregen." Wow, joepie! En waar is de champagne? Ik hoefde mij niet ongemakkelijk te voelen tegenover collega's, want ik werd met niemand vergeleken. Een jury vergelijkt natuurlijk altijd, maar dat hoeft niemand te weten, het is irrelevant. Bekroon een schrijver (als hij het verdient) en laat de rest met rust. Zo was het vroeger en zo was het goed.'
Maar Ducal is niet alleen negatief: 'Het systeem van nominaties heeft bovendien ook een positief aspect. Wekenlang hebben de tien dichtbundels van enige mediabelangstelling mogen genieten. Er is uit gebloemleesd, er is uit voorgelezen, de klanten van Fnac merkten ineens dat de "helaas uitverkochte" bundels toch nog bestonden. Daarmee is meteen ook aangegeven waar het schoentje wringt. Zonder spektakel geen media-aandacht. En liefst met een grote betrokkenheid van het publiek. Per e-mail stemmen en sms'en voor het dringendst te renoveren cultureel erfgoed, het beste gedicht, de mooiste meid, het leukste liedje, de doortraptste bewoner van het apenhuis, enzovoort.'
Dat komt dan, denk ik, omdat het publiek zich alles wijs laat maken. Doch neen. 'Je kunt het het publiek niet kwalijk nemen dat het zich op die manier verstrooit. En waarom zou een spelletje geen leuke intro kunnen zijn op welk domein dan ook? Maar het is dat spelletje en niets meer. Iedereen die aan zo'n voting deelneemt weet goed genoeg wat zijn stem waard is (het publiek is niet dom), niettemin worden ze samen uitgeroepen tot een beslissend criterium. Dat is onzin natuurlijk.'
Tegen het eind haalt Ducal een interessante kwestie aan: 'Gedichtendag zelf en de publieksprijs in het bijzonder vertrekken van een hopeloos uitgangspunt. Dat poëzie voer is voor velen. Dat is het niet en precies daarom moet elk "doen alsof" verzanden in holle rituelen en absurde schijnvertoningen. (...) Eén gedicht op 50.000 exemplaren in een fraaie poster gegoten en allicht 45.000 keer bestemd voor de volgende papierophaling. (...) Poëzie lezen is binnentreden in een complexe en veeleisende taalruimte. Het is de vanzelfsprekendheid zelf dat zoiets alleen lukt mits de nodige inspanning, inwijding en tijd. Waarom zouden de mensen die inspanning en tijd aan poëzie besteden? Poëzie bereikt het grote publiek alleen als de media haar als een snoepje of een spelletje aanbieden. Lekker. Het geeft een goed gevoel.'
Om te eindigen met: 'Poëzie is geen spektakel, geen sensatie en dus geen interessant product voor media die zich op talloos veel miljoenen richten. Dat blijkt zelfs op Gedichtendag. Het is in dat opzicht interessant krant, radio en televisie te vergelijken. Krant en radio hadden die dag aardig wat ruimte voor poëzie. Zij hebben nog enigszins een gedifferentieerd publiek. Op televisie, het massamedium bij uitstek, was de poëzie ook op Gedichtendag nauwelijks betrokken partij. De kijkers van Canvas hoorden drie keer het gedicht van Joke van Leeuwen en het is haar van harte gegund, maar van andere dichters geen spoor. Niet van Leonard Nolens, die de Gedichtendagbundel schreef. Niet van Els Moors, die door de vakjury van de Herman de Coninckprijs onderscheiden werd als beste debutante. Niet van de winnaar van die prijs, tot grote ontgoocheling van mijn schoonmama. Niet van de andere genomineerden. Het geeft de verhouding aan tussen vakjury en vox populi op de balans van de programmamakers en maakt duidelijk wat hen bezighoudt en wat niet. Alvast niet de poëzie, ook niet die van Joke van Leeuwen.'
Bron: Bedenkingen bij een prijs, Charles Ducal, In: de Morgen, 31 januari 2007
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Wat een flauwekul, Charles: 'Wat mij tegen de borst stuit, is de publieke vergelijking, het wedstrijdgedoe, het spektakel van winnaar en verliezers. Dat is niet alleen absurd gezien de onvergelijkbaarheid van appelen en citroenen, het is ook vernederend voor de betrokken dichters...' et cetera ad infinitum en waar hebben we dit eerder gehoord. Ga gedichten schrijven en prijzen incasseren daarvoor, maar bespaar ons deze prietpraat.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 2-2-07 om 0:08
Maar Adriaan. Wat een... woede ineens. Ducal schrijft juist gedichten, en incasseert daar prijzen voor – maar hij maakt zich wat druk om het wedstrijdelement. En ik kan hem – ook al medeorganiseer ik een wedstrijd – een heel eind volgen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 2-2-07 om 0:14
Een heel eind - dus niet helemaal, Chrétien?
Ik zet mijn vraagtekens eerder bij Ducals houding dat poëzie niet voor velen is en er daarom maar niet te veel aandacht aan moet worden besteed. Al is poëzie inderdaad niet voor velen, mij lijkt dat je ook bij poëzie tot velen moet spreken om een enkeling te kunnen bekeren. Als je bij voorbaat denkt dat promotie, ook in volgens Ducal absurde vormen, tot niets leidt, zal de belangstelling voor poëzie alleen maar verder verschrompelen.
Maar goed.
Geplaatst door: Maarten Dessing | 2-2-07 om 8:17
Mwah. Ik denk dat je meer bereikt met 'direct marketing'. Brede aandacht voor poëzie levert helaas geen extra verkoop van individuele bundels op; maar een auteur die bij 15 leesgroepen gaat voorlezen, daar zit ineens (verkoop)muziek in.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 2-2-07 om 10:12
Ik was eens genomineerd voor een prijs waar ik geen schijn van kans op had. De genomineerden waren midden op het podium gezet, behalve A.F.Th., want die was er niet. Tót enkele minuten vóór de bekendmaking. Toen kwam A.F.Th. vanuit de coulissen met een borreltje op en toen wisten wij wel hoe laat het was. Vervelend was, dat nadat het voordehandliggende was bekendgemaakt, niemand de gepasseerde schrijvers van het podium af haalde. Die moesten plompverloren op het podium te kijk blijven zitten terwijl A.F.Th. feest stond te vieren. Onze troost was een riant uitzicht op het indrukwekkende achterwerk van de laureaat achter het katheder.
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 2-2-07 om 10:15
Even herstellen: A.F.Th. kwam met een borreltje IN ZIJN HAND op. Ik bedoel niet dat hij een borreltje óp had! Hij ging naast mij zitten en bood mij, heel attent, een slokje aan.
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 2-2-07 om 10:18
Wat een - excusez le mot - lulpraat van Charles Ducal. Neem: 'Het systeem van nominaties heeft bovendien ook een positief aspect. Wekenlang hebben de tien dichtbundels van enige mediabelangstelling mogen genieten.'
Uitgerekend de door hem zo fel bekritiseerde Publieksprijs kent geen nominaties, omdat we de hele jaarproductie willen brengen en daar al twee jaar in geslaagd zijn.
Ducal: 'Poëzie is geen spektakel, geen sensatie en dus geen interessant product voor media die zich op talloos veel miljoenen richten.'
Poëzie kan en mag best spektakel en sensatie zijn - of is Charles Ducal onbekend met het oeuvre van Paul van Ostaijen en Gust Gils? Het hoeft het niet te zijn, evenmin als het altijd ingetogen of wat dan ook moet zijn.
Ducal: 'Het is in dat opzicht [Gedichtendag]interessant krant, radio en televisie te vergelijken. Krant en radio hadden die dag aardig wat ruimte voor poëzie. Zij hebben nog enigszins een gedifferentieerd publiek. Op televisie, het massamedium bij uitstek, was de poëzie ook op Gedichtendag nauwelijks betrokken partij.'
Elk medium vergt een andere aanpak. Televisie is een snel en vluchtig medium, waar je het publiek echt niet pakt als je een lang gedicht voordraagt of sec in beeld brengt. Je kan het wel pakken met een mooi in beeld gebracht, kort gedicht. Met andere woorden: de dichters zelf zijn schuldig aan het gebrek aan belangstelling van televisiemakers, omdat de poëten doorgaans geen rekening houden met de specifieke eisen van dit massamedium. Zeg ik als dichter en voormalig tv-programmamaker.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 2-2-07 om 12:15
Charles Ducal raakt natuurlijk wel een tere snaar, zo één waarop ook de muziek "Gij zult niet bloemlezen" werd getoonzet of de beslissing om wel geld uit te trekken voor gedichten die misschien niet zo goed gevoinden worden door de beslissers (discussie Woudstra). Ooit werd er een prijs in het leven geroepen om Gerrit Achterberg aan geld te helpen. Een dichter of een bundel die zoiets verdient, zou inderdaad een dergelijke prijs moeten kunnen krijgen. zonder het wedstrijdelement, zonder de manke vergelijkingen. Wie is zo onbevooroordeeld om dat te doen? Want zodra er twee, dan weer vergelijken en wedstrijden.
(Aan de andere kant: gekrakeel levert weer aandacht en wellicht verkopen op. Wie weet.)
Geplaatst door: Wim van Til | 2-2-07 om 12:18
Moet er niet een prijs komen voor de beste boekverkoper?
- Het denkwerk laat ik aan jullie over. -
Geplaatst door: Peter de Groot | 2-2-07 om 13:26
@ Chretien: Woede? Welnee. Ik vind t gewoon prietpraat en jammer.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 3-2-07 om 0:27
@ Peter de Groot: Die prijs bestaat.
Boekverkoper van het Jaar: Ineke Verkaaik
Wie een boek wil kopen, kan het beste terecht bij Ineke Verkaaik, van boekhandel Verkaaik in Gouda. Juryvoorzitter Kluun prees Verkaaik tijdens de prijsuitreiking van de Beste Boekverkoper om haar vakkennis. Verkaaik over haar titel: "Ik herken mezelf wel in het oordeel van de jury". Collega's uit het vak konden boekverkopers nomineren voor de Beste Boekverkoper van het Jaar. De prijs werd dit jaar voor de tweede keer uitgereikt.
(Deze kwam van Sp!ts, maar ik zag m ook voorbijkomen op Boekblad)
(Let ook op de kromme slotzin.)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 3-2-07 om 0:50
En de publieksprijs dan? Of is dat alleen maar een kwestie van omzet verglijken?
Geplaatst door: Peter de Groot | 3-2-07 om 18:00
Gezien de verrassende eindstand van de publieksprijs voor de beste dichtbundel alhier lijkt zo'n prijs vooral geschikt om aandacht te genereren voor alle deelnemende bundels, en misschien minder om een valide uitspraak te doen over de smaak van het publiek. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor een publieksprijs voor boekhandels, maar dan zonder het voordeel van algemeen gegenereerde aandacht: stel dat boekhandel Bijleveld, Lijnmarkt 17 of Broese, alle te Utrecht, een publieksprijs voor de beste boekhandel van Nederland wint, dan denk ik niet dat dat iemand in Zutphen zal motiveren om vaker naar een van de lokale boekhandels te snellen. Omzet vergelijken heeft in elk geval weinig zin, want dan wint er vermoedelijk elk jaar een grote boekhandel of een keten van stationskiosken.
Geplaatst door: Ingmar Heytze | 4-2-07 om 10:03
Natuurlijk heeft Charles Ducal gelijk (singer-song writers treden ook niet op in de Rotterdamse Kuip of in het Sportpaleis, ook daar vindt het selecte publiek heus wel de weg naar het juiste concert zonder barnumreclame, het verschil tussen Ryan Adams en Bryan Adams noem ik zoiets) en zijn argumenten waren argumenten, net zoals die van Ingmar hierboven. Wat niet kan gezegd worden van meneer Krabbendam want zonder argumenten.
Het is bovendien verontrustend vast te stellen dat de lokale poëzieprijzen (voor losse gelegenheidsgedichten zal ik ze maar noemen, en dus niet voor bundels) ook gedomineerd worden door een zelfde kringetje van dichters, waaronder er een aantal ook de publieksprijs hebben gedomineerd (waarbij 'gedomineerd' een understatement is voor een ongeloofwaardige monsterscore)
Dacht u nu echt dat er 4000 poëzieliefhebbers zijn die de onweerstaanbare behoefte voelen om hun stem uit te brengen op één van hun favorieten?
Als ik het aantal websites en blogs over poëzie de laatste jaren als paddestoelen uit de grond zie schieten, dan geeft dit geeft mij het onbehaaglijk gevoel dat het in werkelijkheid zeer droevig gesteld is met de poëziekritiek. Ieder zijn zegje lijkt de trend, waarbij er flink heen en weer geschopt wordt op fora e.d. Platte sofismen zoals 'als je 51% van de stemmen binnenhaalt dan heb je gelijk' of 'negatieve publiciteit is ook publiciteit' krijgen de bovenhand.
Eén ding is zeker: gedichtendag 2007 werd absoluut gepresenteerd als een snoepje (tot aan de kassa's van de Carrefour toe). En iedereen weet: van teveel snoep krijg je rotte tanden.
Geplaatst door: Erwin E. | 4-2-07 om 21:49
Wie is Erwin E? Eerst een naam, dan een discussie.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 4-2-07 om 21:54
O nog vergeten te reageren op volgende zinsnede van onze heer Bart FM Droog:
'de dichters zelf zijn schuldig aan het gebrek aan belangstelling van televisiemakers, omdat de poëten doorgaans geen rekening houden met de specifieke eisen van dit massamedium'
Horror o gruwel, de 'eisen' van het massamedium!!??
Waar haal je het toch?
Ik heb me blauw geërgerd aan het voorlezen van de genomineerde gedichten op radio 1: bleek het nodig te zijn om de gedichten vakkundig te verneuken met achtergrondmuziek!!! Alsof de woorden niet genoeg waren.
Dat TV moeilijker zou liggen lijkt me onzin, behalve, -en dat geldt ook voor radio-, als je de massa wil bereiken natuurlijk.
Om terug te komen op singer-song writers, intimistische concerten uitzenden op TV zonder poeha kan perfect als je beseft dat je nooit de kijkcijfers zal halen van een concert van Robbie Williams.
Geplaatst door: Erwin E. | 4-2-07 om 22:13
Sorry familienaam verloren gegaan in één of ander auto invuldinges
Geplaatst door: Erwin Evens | 4-2-07 om 22:14
Beste Erwin: eerlijk gezegd ben ik het nogal met je eens. Ikzelf ben verre van geneigd om 'de meerderheid' gelijk te geven. De bedenkingen bij de Publieksprijs kan ik me voorstellen. Vaak wordt de doelstelling van de PP, aandacht genereren voor alle bij reguliere uitgevers verschenen bundels in een bepaald jaar, uit het oog verloren. Zeker tijdens sommige wilde campagnes.
Anderzijds is er al in 2005 en 2006 een goed overzicht van de verschenen dichtbundels (een werk waar de KB en de jury van de VSB-Prijs te beroerd voor zijn) gemaakt en bewijst de reuring rond de winnende bundel van dit jaar, dat de aandacht toch weer op de poëzie kan komen te liggen. Iets waar het de Contrabas (en Rottend Staal) om te doen is.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 4-2-07 om 22:22
Begrijp me niet verkeerd, ik sta echt volledig achter het initiatief van de Publieksprijs (de aandacht voor de 'andere' poëzie is zeer noodzakelijk), alleen was het verschil in stemmen nogal ongelukkig.
Misschien moeten de genomineerden voor de Herman de Coninckprijs automatisch geschrapt worden van de lijst voor de publieksprijs? Ach, ik zeg zo maar wat.
Ik besef alleszins dat ik zeker nooit bepaalde bundels zou gelezen hebben zonder jullie overzicht, waarvoor zeer veel dank.
Groeten!
Geplaatst door: Erwin Evens | 4-2-07 om 22:41
Behartenswaardig betoog van Erwin Evens. Over de gewraakte uitspraak van Droog: niet alle dichters hebben te klagen over gebrek aan belangstelling van de media - ik in ieder geval niet. Maar het zijn niet de media of het publiek die eisen stellen aan de dichters die zich op radio of tv wagen; het zijn de programmamakers. De mediawetten zijn in dat opzicht heel eenvoudig: hoe groter medium en programma zijn, hoe meer zelfcensuur zo'n redactie zichzelf oplegt, en hoe moeilijker het is voor een dichter om goed tot zijn recht te komen. Items moeten snel, het moet niet te moeilijk of vakinhoudelijk zijn, en in het geval van verzoeken van nieuwsredacties moeten ze vooral heel snel en vooral ook gratis hun kunstje komen doen, waarbij bovendien geldt dat het de programmamakers geen moer uitmaakt WELKE dichter dat doet (zo werd mij laatst verzocht om binnen twee uur een paar coupletten van het Wilhelmus te herschrijven op een dag dat ik toevallig iets beters te doen had. De Woorddansers hebben toen de honneurs waargenomen. Het resultaat had ik ze niet verbeterd). Daar moet je zin in hebben. En tijd voor. En je moet er ijdel genoeg voor zijn. En een soort zendingsdrang voelen dat je juist programma's die nooit iets met poëzie doen en dat toch een keer proberen, moet bedienen, omdat je dan in elk geval één keer een aantal mensen bereikt die nog nooit een dichtbundel van dichtbij hebben gezien. Het kan slopend zijn, maar soms ook erg leuk.
Er staat weer een aantal ontzettend leuke radioprograma's tegenover waarin je als dichter uren achter elkaar mag neuzelen tegenover een goed voorbereide, vriendelijke interviewer met zo nu en dan een liedje van Wende Snijders tussendoor. Dat vind ik zelf tien keer zo leuk om te doen en ook om naar de luisteren, maar ik besef wel dat je daarmee weer voornamelijk mensen bereikt die je al bereikt had.
Wat ik maar wil betogen is dat het publiek niet zo snel oordeelt - het is niet het publiek dat eisen stelt aan hoe poëzie in de media moeten worden gebracht, maar de programmamakers die van mening zijn dat ze kunnen denken voor dat publiek. Als het gaat om poëzie, zet ik daar al jarenlang steeds groter wordende vraagtekens bij - volgens mij is het wel degelijk mogelijk om een inhoudelijk goed en toch breed aansprekend televisieprograma over poëzie in al haar facetten te maken, en ik sluit niet uit dat ik nog eens ga proberen om zoiets op te zetten.
Geplaatst door: Ingmar Heytze | 5-2-07 om 9:15
Blijf erbij dat elk medium zijn eigen aanpak vergt. Een tekst die bijvoorbeeld in boekvorm verschenen is, zal bewerkt moeten worden als die op internet geplaatst wordt. Alinea's moeten van elkaar gescheiden worden door een witregel en een lange alinea moet in kleinere alinea's opgedeeld worden, wil het geheel leesbaar blijven. Aan de betekenis verandert niets, wel de vorm.
Ook een tekst die uit een tekstverwerker rolt zal bewerkt moeten worden voor deze in een boek gepubliceerd wordt. Een van de eisen die het medium 'boek' met zich meebrengt is dat een regel gemiddeld tien woorden telt. Uit eeuwen leeservaring is gebleken dat die lengte het prettigst leest.
Radio en tv hebben zo hun eigen eisen/wetten, en goede programmamakers zijn zich daar van bewust - dat heet, als ze middels die media een groot publiek willen bereiken.
Een van de toverwoorden is: afwisseling. Een gemiddeld tv-kijker kan een kwatrijn waarschijnlijk wel pruimen, maar als je hem de complete 'Mei' van Gorter voorschotelt zal hij snel wegzappen.
Zelf heb ik één tv-seizoen een dichtprogramma gemaakt vooor een lokaal tv-station. Na dat seizoen was ik zo afgeknapt op hoe het gros der dichters niet inspeelde op de mogelijkheden van het medium dat ik besloot enkel nog met dichters die wel willen inspelen programma's te maken. Maar dat waren (en zijn)er te weinig, wat met zich mee zou brengen dat elke week dezelfde twee, drie dichters op de buis zouden komen - wat weer te weinig afwisselend is.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 5-2-07 om 15:31
@ Bart: "Aan de betekenis verandert niets, wel de vorm." Dat lijkt me onmogelijk.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-2-07 om 15:53
Ach ja, dat is wat onhandig geformuleerd. Wat ik wilde zeggen is: de vorm verandert, de betekenis niet.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 5-2-07 om 16:18
Ik bedoelde dat waar de vorm verandert, vanzelfsprekend ook de betekenis verandert. Of ben ik nu al te poëtisch?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-2-07 om 16:34
Ik denk dat de bewitregeling zoals die voor internetpublicaties noodzakelijk is, niets aan de betekenis van teksten verandert, tenzij het om poëzie gaat. Dan maakt het natuurlijk wel uit.
Over de vorm van poëzie op internet: het is frappant hoe weinig dichters zich beseffen dat een gedicht pas optimaal tot zijn recht komt als het binnen één scherm blijft, m.a.w. als de lezer het in één oogopslag kan overzien, zonder gescroll.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 5-2-07 om 16:52
Oké, eens. "Tot zijn recht" komen houdt dan direkt verband met betekenis.
(Misschien is Tonnus als eerste in staat zulks te schrijven voor het mobieltje.)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-2-07 om 16:58
Tonnus? Is dat een nieuwerwetse dichter?
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 5-2-07 om 17:11
Zich beseffen. Foei. Het spijt me, Bart.
Die mier kan ik echt niet laten lopen.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 6-2-07 om 0:01
Je moet je er niet zo aan irriteren, Catharina!
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 6-2-07 om 10:33
O, dan zal ik me bij deze verexcuseren.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 6-2-07 om 12:13
De lieve vrede hoeft helemaal niet duur te kosten.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 6-2-07 om 12:27
Daar ben ik het best wel mee eens.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 6-2-07 om 12:39
Ik bedenk me dat ik dan zoiets heb van een enorm stuk onverwerkte vaderliefde of zo, maar volgens Ephimenco is Wilders best wel de klus kwijt, dus waarvoor zou je hun niet in hun sop laten
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 13:18
Duizendmalige excuses, Catharina - ik besef dat ik me nooit meer beseffen mag. Iets heel anders: een vertaler vraagt zich in een reactie op het Weeklog af hoe poëzievertalers te werk gaan. Wellicht kan je haar (?) wat wijze lessen uit de praktijk geven: http://www.volkskrantblog.nl/bericht/106063
Geplaatst door: Bart FM Droog | 6-2-07 om 13:19
@ Monsieur Drogue e.a.: Deze maand komt de Spiegel van de moderne Jiddische poëzie uit, waarover ik nog nader zal berichten. Ik heb eraan mogen meewerken en heb de briljante vertaalster (en poëziekenner) Willy Brill van nabij aan het werk gezien. Aangezien het een tweetalige editie betreft, met het Jiddisch in transcriptie, valt hier goed te zien hoe een topvertaalster oplossingen zoekt en vindt, en bovendien in een inleiding toegeeft dat ze er niet altijd in slaagde door haar bewonderde gedichten naar behoren te vertalen (die zijn dan ook niet opgenomen).
Poëzie vertalen behoort tot het hachelijkste werk in dezen, maar elke poëzielezer weet dat ie een vertaling in handen heeft en kan zich in elk geval een indruk vormen van het origineel, wat anders onmogelijk zou zijn geweest. Aan de andere kant verschilt de zoektocht naar aanvaardbare oplossingen niet veel van die bij de vertaling van de "moeilijkere" literatuur.
Excuus voor de algemeenheden en open deuren.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 15:08
Adriaan, zou je bovenstaande reactie misschien naar een reactie onder http://www.volkskrantblog.nl/bericht/106063 willen kopiëren?
Geplaatst door: Bart FM Droog | 6-2-07 om 15:23
Bart: Het is volbracht.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 15:38
Cool! Ik zal er zo de link naar je site voor de nadere berichtgeving onder vermelden.
Tip: zet die site standaard in het reactieveld achter URL.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 6-2-07 om 15:44
Dat staat ie al
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 16:22
Althans, ik heb alles keurig ingevoerd...
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 16:23
Ach, werd misleid door het typepadsysteem - als je met de cursor over je naam gaat krijg je een redirect-typepad URL te zien. Als je de naam aanklikt floep je inderdaad over naar de echte onderliggende site.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 6-2-07 om 19:44
Beste Bart, wijze (?) praktijklessen herhaaldelijk vergeefs geprobeerd te posten. Heb ik daarvoor een half uur zitten typen?
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 6-2-07 om 21:31
Oh, wacht even... volgens mij is het nu toch gelukt. Voel me ineens erg alzheimerig.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 6-2-07 om 21:36
Dat geeft niet, want dat ben je zo weer vergeten.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 7-2-07 om 11:52
Die was wel erg droog, Droog :-)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 7-2-07 om 14:42
Ik ben behoorlijk laat, maar wil graag even reageren op onderstaande zin van Maarten Dessing (2-2-07)februari.
"Ik zet mijn vraagtekens eerder bij Ducals houding dat poëzie niet voor velen is en er daarom maar niet te veel aandacht aan moet worden besteed."
Het tweede deel van de zin heb ik nooit beweerd en in het eerste deel is de woordkeuze onjuist. Dat poëzie geen voer is voor velen is namelijk geen houding, maar een constatering. Ik lees en analyseer als leraar Nederlands al dertig jaar lang veel poëzie in de klas en dat gaat meestal uitstekend. Maar wanneer het kader van de lessituatie wegvalt blijven er van de tien geïnteresseerden één, hooguit twee over. De rest leest nooit meer poëzie uit eigen beweging, alleen nog een keertje als het hen 'overkomt'. Diepe sporen laten al die lessen dus niet na. Niettemin ben ik er geen voorstander van het poëzieonderwijs dan maar af te schaffen en te vervangen door populairdere onderwerpen. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor media en publiciteit. Ik ben voor alle initiatieven die het publiek de prikkel kunnen geven zich te laten 'inwijden' (nachten van de poëzie, tournees, gedichtendag, stadsdichters, het tv-item 'Vrienden van de poëzie', gedichten op posters, enz.), ook al levert al die moeite wel veel sfeer maar weinig lectuur, veel oppervlakkige beroering maar weinig echte belangstelling op. Oogst is er altijd, hoe weinig ook. Ik ben niet voor een elitair poëzie-eilandje en vindt evenmin dat 'de massa' te dom is voor poëzie. In het leven van de meeste mensen wordt gewoon geen tijd en moeite vrijgemaakt voor gedichten en daar vel ik verder geen oordeel over.
Mijn betoog in De Morgen zegt alleen maar dit: wedstrijdgedoe, publieksprijzen en gedichten in de Carrefour brengen poëzie en publiek volgens mij niet dichter bij elkaar. Ze dienen vermaak, betrekken de mensen bij een spelletje en dienen meer het imago van de Carrefour dan dat van de poëzie. De poëzie dient het spel en niet omgekeerd (vrees ik). Misschien is die spel- en spektakelsfeer tegenwoordig wel zo dwingend dat een prijs alleen maar enige publiciteit kan krijgen als hij zich in die trend inschrijft. Een conclusie die mild moet stemmen tegenover organisatoren, maar niet tegenover het fenomeen.
Geplaatst door: Charles Ducal | 23-2-07 om 14:57
Ik schrik wel van deze uitspraak van Charles Ducal: "Ik lees en analyseer als leraar Nederlands al dertig jaar lang veel poëzie in de klas en dat gaat meestal uitstekend".
Iets minder lang, maar waarschijnlijk even oprecht en gedreven, roep ik in de klas dat je de bij iedereen in beginsel aanwezige liefde voor poëzie kapot kunt krijgen door analyse.
Toen ik op de middelbare school zat was Gerrit Achterberg mijn favoriete dichter, omdat er niet één gedicht van hem was dat ik begreep. Hij moest dus wel geniaal zijn.
Toen mijn docent me dwong om een gedicht te analyseren en ik uitlegde wat ik dacht dat Achterberg 'bedoelde', zei mijn docent: "Nee, dat heb je fout, want hij bedoelt er iets heel anders mee, namelijk..."
Ik was kwaad op mijn docent en teleurgesteld in Achterberg, want hij was niet meer 'van mij'.
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 24-2-07 om 10:57
Poëzie & onderwijs.
Ook al zo'n heikel onderwerp.
Analyseer je een gedicht kapot of verhoog je het genot?
Ik bewaar goede herinneringen aan de lessen van mijn leraar Nederlands (na ruim dertig jaar), vanwege zowel zijn analyses als zijn overduidelijke liefde voor de gedichten. Die hij desalniettemin fileerde tot op de punten en de komma's.
Zelf begon ik als docente Nederlands elke les met de voordracht van een gedicht. Punt. Geen commentaar.
Om daarna over te gaan tot de orde van de les. Dat kon zijn de behandeling van het naamwoordelijk gezegde en de koppelwerkwoorden, de zakelijke brief, de Tachtigers in Europees perspectief of de analyse van een gedicht. Bij dat laatste was veel vrije interpretatie mogelijk, maar niet alles.
Veel leerlingen werden steeds enthousiaster over wat er allemaal wel niet mogelijk was in poëzieland.
Of ze nu nog altijd poëzie lezen, zou ik niet kunnen zeggen.
Maar ach... na zes jaar zes uur per week Grieks en Latijn lees ik ook nauwelijks nog klassieken in hun oorspronkelijke taal. Dat neemt niet weg dat ik me sterk gevormd voel door mijn kennismaking met de antieke wereld.
Niet het wel of niet analyseren van een gedicht maakt een leerling tot poëzieliefhebber, maar de liefde van een docent(e) voor de poëzie en haar/zijn leerlingen.
Geplaatst door: Grada Kos | 4-9-07 om 12:32