Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« januari 2007 | Hoofdmenu | maart 2007 »

februari 2007

28 februari 2007

Lofdichten te Guantanamo Bay

Ook de gevangenen te Guantanamo Bay doen mee aan de Internationale Complimentendag. Als het Amerikaanse ministerie van defensie tijdig toestemming verleent, zal op de Complimentendag een prachtige bundel vol lof- en huldegedichten van de Guantanamogedetineerden verschijnen - althans, dat valt op te maken uit dit bericht dat via de Papieren Man uit The Guardian tot ons kwam.

Grote Geert Wilders Lofdichtwedstrijd

Aan de vooravond van Complimentendag schrijft de Bond tegen Exhumatie de Grote Geert Wilders Lofdichtwedstrijd uit. Deelnemers kunnen hun Grote Geert Wilders Lofdicht vanaf nu tot morgenavond 24.00 uur onder dit bericht als reactie plaatsen.

Een deskundige jury zal het geslaagdste Geert Wilders Lofdicht aan de heer Wilders eigenhandig mailen en de prijswinnaar loven met een lofzang.

Morgen Complimentendag

Nee maar, wat een leuke en informatieve site! Wat een heerlijke boefjes zijn dit toch! Och, als altijd bescheiden en bezig om de literatuur te promoten! Dat is niet erg, ik kon vroeger ook niet zo goed schrijven als dat ik het nu kan! Welnee, dat is geen cellulitis. Joh, je hebt juist een heel karakteristiek gezicht!

En zo hoort het morgen de hele dag door te gaan, want dan viert ons land de vijfde Nationale Complimentendag. Vandaar dat ik vast even oefende.

Bert Vanheste (1937-2007)

BoonVrijdag 23 februari jongstleden overleed de wetenschapper en schrijver Bert Vanheste. Hij wordt vandaag in zijn woonplaats Nijmegen gecremeerd.

Bert Vanheste was jarenlang verbonden aan de vakgroep Nederlandse literatuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu: Radboud Universiteit). Hij was daarnaast oprichter en voorzitter van de Nijmeegse Stichting Het Vlaams Cultureel Kwartier en publiceerde onder meer over Louis Paul Boon. Ter gelegenheid van de 25e sterfdag van Louis Paul Boon verscheen van Bert Vanheste in 2004 het boek De baan op met Boon.

Vanheste  was ook literair auteur. Hij schreef de roman Eeuwig en drie dagen en de verhalenbundel Weg van Brugge. Onder het pseudoniem Bert Brouwers publiceerde hij tussen 1965 en 1971 twee romans en een dubbeldikke studie Literatuur en revolutie (1971). De studie werd helemaal de grond in geboord door de schrijverachtige verschijning J.F. Vogelaar.

Vanheste publiceerde daarna enige tijd geen boeken en kwam toen met het in mijn studententijd voorgeschreven werk Literatuursociologie (1981; volgens mij een bewerking van Literatuur en revolutie). Helaas herinner ik mij niets uit dit epos, behalve dat het over literatuur ging, en over sociologie. Tijdens de gelijknamige collegereeks leerden de Nijmeegse studenten Vanheste kennen als een bevlogen spreker, die vooral op stoom kwam als hij kon vertellen over zijn Vlaamse collega's Geeraets, Boon en Claus.

De laatste jaren had Vanheste zich, naast zijn werk voor Het Vlaams Cultureel Kwartier, gespecialiseerd in het maken van 'leeswandelingen' – teksten waarin hij door verschillende steden wandelde aan de hand van door hem bewonderde literatoren. De stad is woord geworden: leeswandelingen door Antwerpen en Brugge (2002), het eerder genoemde De baan op met Boon en Een beeld van een stad zijn de mooie, helaas niet erg opgemerkte resultaten daarvan.

Ik herinner me Bert Vanheste als een zachte, aardige man. Hij had het melancholische van de banneling, maar tegelijkertijd was hij, op zijn eigen, Vlaamse manier, een echte Nederlander geworden. Hopelijk blijven een paar van zijn boeken – en dan vooral de boeken bevattende de leeswandelingen, teksten waarin hij in taal en ruimte door de literatuur, zijn land van herkomst, wandelt, – bespaard voor het grote vergeten, dat op zoveel minder de moeite waard zijnde boeken helaas niet neerdaalt.

Elsschotjaren

2007 is een Elsschotjaar. De schrijver werd namelijk 125 jaar geleden geboren. In 1882, op 7 mei. De feestelijkheden die de Stad Antwerpen had voorzien voor dit jubeljaar zijn het embryonale stadium helaas nauwelijks ontstegen. Een grote tentoonstelling in het AMCV-Letterenhuis, tekstfragmenten in het stadsbeeld en zelfs billboards op de Boerentoren: allemaal toekomstmuziek.

Michaël Vandebril, coördinator van Antwerpen Boekenstad ('De Koekenstad is ook een Boekenstad' - kom er maar op), heeft ondanks dat woeste plannen met Elsschot: 'De naam Elsschot moet verbonden worden met Antwerpen, zoals Dublin met James Joyce. Maar zo'n stempel is niet in één jaar tijd te drukken.' Vandaar dat men het Elsschot-project over vier jaar heeft uitgesmeerd.

Dit jaar zijn de eerste activiteiten plaats, in 2008 en 2009 volgen er meer en in 2010 komt het culminatiepunt: dan zijn Antwerpen, Vlaanderen en Nederland, als alles goed gaat, enkele maanden gedrenkt in een Elsschotmanie. Tevens wordt dan herdacht dat de schrijver vijftig jaar dood is.

Het meerjarenproject heet 'De stad van Elsschot'. Antwerpen wil de schrijver van Kaas en Het dwaallicht tussen 2007 en 2010 nog meer naar voren schuiven als de 'klassieke Antwerpse schrijver van universele verhalen en gedichten'. Vandebril hoopt op een mooi, symbolisch slot van het meerjarenproject: in 2010 zou het Letterenhuis het literaire archief van Elsschot moeten verwerven.

Bart Moeyaert, de Stadsdichter van Antwerpen, heeft aan dit vierjarenplan een bijdrage geleverd. Hij schreef een gedicht over Elsschot, 'Het pak'. 'Er is veel over [Elsschot] gezegd, geschreven, gespeculeerd, geroddeld', schrijft Bart Moeyaert op zijn website.

En: 'Heel veel bronnen en brieven heb ik aangeboord, tot ik tot de conclusie kwam dat Elsschot op foto's altijd ten voeten uit was wie hij was, en wat hij was: een man met twee namen, een man uit drie delen. Zo is het gedicht "Het pak" gegroeid, gebaseerd op het drieledig pak dat hij zo goed als altijd droeg: de broek van de man, het vest van de zakenman, de jas van de schrijver. Waar en wanneer de man in de zakenman of de schrijver overging, is nooit echt helemaal duidelijk geworden, en omdat hij er graag over zweeg, is hij ook uitgegroeid tot zo'n mythische figuur geworden.'

Het gedicht 'Het pak' is gisteren gepresenteerd; het is het tiende gedicht dat Moeyaert als stadsdichter 'levert' aan Antwerpen. Het is vanaf vanadaag ook te horen op www.stadsdichterpodcast.be.

Bron: Boekblad

27 februari 2007

Moonen, via de radio en in Krakatau

Op VPRO's Boekensite verschijnt komende weken een Archief A.Moonen (1937-2007). Daarin brengt Wim Noordhoek veel van de 'leesvoordrachten' die de overleden schrijver vanaf 1985 voor de radio hield samen.

Nummer 43 van Krakatau bevat een aantal gedichten van A. Moonen, afkomstig uit zijn enige bundeling Gezagvoerdersverzen. Peter de Groot voorziet de verzen van commentaar: 'Nu ligt het voor de hand om te pleiten voor een standbeeld voor A. Moonen hier in Rotterdam. Leuker en toepasselijker is natuurlijk een schandbeeld.'

Paul Claes: Glimpen en de code van The Waste Land gekraakt

Paul Claes is een fenomeen. Daar is iedereen het over eens, want anders wordt Paul Claes boos. Van het fenomeen staat vanaf kortgeleden de jaargang 2005 van zijn door de Brakke Hond gevoerde aforismenfeuilleton Glimpen online. Altijd goed voor enige tientallen minuten genoeglijke lectuur.

Daarnaast heeft de grote meneer van de Nederlandstalige letteren de code tot de ontraadseling van het wereldberoemde gedicht The Waste Land (1922) van de Amerikaans-Britse Nobel-prijswinnaar T.S. Eliot (1888-1965) gekraakt. Het gedicht is een weerslag van 'onvruchtbaarheid in Eliots eigen huwelijksleven'.

De Papieren Man doet verslag op basis van een interview dat Philip Hoorne Claes afnam en dat op de website van Knack is te lezen.

26 februari 2007

Cornets de Groot nieuws

Rutger Cornets de Groot laat weten: 'Aan www.cornetsdegroot.com zijn mijn vaders 'vier letzte Lieder' toegevoegd: twee dagboeken, een reisverslag en een onvoltooide 'Indische' roman, allevier uit de jaren 1985-1989, en allevier ongepubliceerd. Het gaat zowel binnen de context van het oeuvre als daarbuiten om bijzonder werk; klik hier voor de inleidende verantwoording.'

Vier uur? Cup-a-soup!

CupasouperwtenGa je eens een lang weekend weg, vergeet je (onder het motto: 'beter niet dan wel geïrriteerd, zo kort voor de reis') de Volkskrant van vrijdag te kopen, – blijkt bij thuiskomst (iemand heeft de Cicero van 23.02.2007 onder de deur door geschoven) dat Hagar Peeters, samen met collega Franke, haar congé heeft gekregen als columnist van de wekelijks letterenbijlage van deze ooit zo vooraanstaande krant.

Na een inleiding komt Peeters zelf maar meteen met de belangrijkste kwestie op de proppen: 'Ik zou nu ruzie moeten maken met u, lezer, want dit is mijn laaste column op deze plaats in deze krant. Ik laat u daarom zeggen: "het is terecht dat de columns in Cicero worden afgeschaft, en dat ons in plaats daarvan voortaan gangbare journalistiek wordt voorgeschoteld. Wij, liefhebbers van literatuur, dachten dat wij graag feuilletons of korte verhalen lazen, of zo nu en dan eens een gedicht in dit literaire supplement, maar wij begrijpen dat wij ons hebben vergist. Wij zijn blij dat wij van die overbodige columns zijn verlost! Geef ons slechts nog zinnig nieuws. Leve de nuttige voorlichting. Als het ons om schoonheid ging, om fantasie, of een scherpe mening over niets, dan trokken wij wel een boek uit onze kasten."'

Mij persoonlijk is het bovenstaande deels uit het hart gegrepen. Het is inderdaad terecht dat de colums uit de bijlage worden gegooid, en dat geldt dan zeker voor de columns die Hagar Peeters schrijft. Ik ben het niet eens met die 'wij' (een groep waar ik gelukkig niet bij hoor, en ook nooit bij hoop te horen) en vind het juist wel fijn als een literair supplement ons voorziet van informatie en voorlichting. Want hoe kan ik me anders een beeld vormen van de ontwikkelingen binnen ons vakgebied? Columns zijn wel aardig, maar nooit onmisbaar. Feuilletons, korte verhalen en gedichten lees ik elders al genoeg.

Peeters laat die 'wij' (een stelletje onbenullen en stroopsmeerders, die 'wij', niet normaal meer) nog een tijdje doorzagen:

'"Wij vertrouwen op de wijsheid van de redactie; die weet immers het beste welke geleerdheid wij ontberen, welke kennis moet worden aangevuld, die wij al bezitten, anders zou het ons maar verontrusten. Iedereen weet hoe snel wij ons vervelen. Eigenlijk zijn wij al uitgekeken op een tekst nog voor wij zijn  begonnen die te lezen. (...) Het is goed dat de krant altijd weer verandert met de mode of de merken in de schappen van de supermarkten. Stilte is achteruitgang, woorden willen voorwaarts!"'

Hoe weet Hagar Peeters dit allemaal? Heeft ze thuis een glazen bol? Heeft ze rechtstreeks contact met het Literaire Opperwezen? Weet ze dan niet dat wij, nee, dat ik me juist altijd enorm verheug op een tekst, en dat ik zeker niet meteen bij aanvang van mijn lectuur al verveeld ben. Verandering 'met de mode of de merken', een onmachtige formulering, maar ik weet wat Peeters bedoelt, keur ik af. Dat woorden voorwaarts zouden willen, omdat stilte achteruitgang is, – het was mij waarlijk onbekend.

Soit. Peeters is, dat wil ze hier zeggen, vermoed ik, beledigd. De redactie van Cicero, zo stel ik me voor, heeft met die columns in haar maag gezeten. Na Barber van de Pol te hebben ingeruild voor een jonger model, een model dat helaas niet bleek te kunnen schrijven, moest er een manier bedacht worden om de tweewekelijkse martelgang die Hagar Peeters heette te stoppen. Maar hoe? Inruilen tegen weer een ander model? Te riskant, want de jonge, hippe modellen die een beetje kunnen schrijven (m/v) zijn dungezaaid. Nu ja, dan maar weg met alle columns. En dan zeggen we er wel bij dat we 'meer gangbare journalistiek' gaan brengen. Ja, dat is een goeie!

Helaas krijgt Peeters nu de kans om zich als de aan de kant geschoven columniste te presenteren, in alweer een slecht stuk. Maar dat heeft de redactie van Cicero blijkbaar op de koop toe genomen, als een soort literaire collateral damage; ze had Peeters gewoon kunnen ontslaan, natuurlijk, vanwege tegenvallende bijdragen, maar nu laat ze zich neerzetten als een groep realos met een cup-a-soup-dip.

Ze, de redactie, zal toch niet bang zijn geweest voor de columniste? Die haar afscheidscolumnachtige stuk begint met de zinnen: 'Toen ik klein was maakte ik vooraf ruzie met degene van wie ik afscheid nam. Ik deed dat om het vertrek makkelijker te maken. Nog altijd geloof ik dat een scheiding niet het gevolg is van ruzie, mar dat ruzie er is om de pijn te verzachten die in het naderende scheiden wordt voorvoeld.'

Redactie, redactie toch. Had uzelf dit Jomanda-achtige proza van een dichteres met een Hadewychcomplex in elk geval deze keer bespaard. Gedenk het wijze woord van een groot schrijver: 'Ik wilde echt een man (m/v) zijn die de strijd niet uit de weg gaat.'

En nu is het wachten op de afscheidstekst van de andere Cicero-columnist, Herman Franke. Eveneens wacht ik dan maar af wat er voor de colums in de plaats komt.

25 februari 2007

D. H. Lawrence

Tn_d_h_lawrenceD. H. Lawrence (1885-1930) werd bekend als romanschrijver en verwierf faam met omstreden romans als Women in Love (1920) en Lady Chatterley’s Lover (1928). Dat hij naast diverse andere romans en verhalen ook opmerkelijke essays schreef en bovendien een lijvig poëtisch oeuvre achterliet is minder bekend. Zijn dichterlijk werk is zo veelomvattend en rijk dat ik een beperkte keuze maakte uit zijn latere werk met een nog altijd actuele thematiek. (Adriaan Krabbendam)


      Hedendaags gebed

Almachtige Mammon, maak mijn vermogen groot!
Schiet op, ’k wil rijk zijn, rijk zijn voor mijn dood!
Ik bid je, trap elke eikel doodleuk in de goot
die me dwarszit, Mammon, heerlijke kloot!


© vertaling Adriaan Krabbendam 2007


Lees alle gedichten >>

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën