Ga je eens een lang weekend weg, vergeet je (onder het motto: 'beter niet dan wel geïrriteerd, zo kort voor de reis') de Volkskrant van vrijdag te kopen, – blijkt bij thuiskomst (iemand heeft de Cicero van 23.02.2007 onder de deur door geschoven) dat Hagar Peeters, samen met collega Franke, haar congé heeft gekregen als columnist van de wekelijks letterenbijlage van deze ooit zo vooraanstaande krant.
Na een inleiding komt Peeters zelf maar meteen met de belangrijkste kwestie op de proppen: 'Ik zou nu ruzie moeten maken met u, lezer, want dit is mijn laaste column op deze plaats in deze krant. Ik laat u daarom zeggen: "het is terecht dat de columns in Cicero worden afgeschaft, en dat ons in plaats daarvan voortaan gangbare journalistiek wordt voorgeschoteld. Wij, liefhebbers van literatuur, dachten dat wij graag feuilletons of korte verhalen lazen, of zo nu en dan eens een gedicht in dit literaire supplement, maar wij begrijpen dat wij ons hebben vergist. Wij zijn blij dat wij van die overbodige columns zijn verlost! Geef ons slechts nog zinnig nieuws. Leve de nuttige voorlichting. Als het ons om schoonheid ging, om fantasie, of een scherpe mening over niets, dan trokken wij wel een boek uit onze kasten."'
Mij persoonlijk is het bovenstaande deels uit het hart gegrepen. Het is inderdaad terecht dat de colums uit de bijlage worden gegooid, en dat geldt dan zeker voor de columns die Hagar Peeters schrijft. Ik ben het niet eens met die 'wij' (een groep waar ik gelukkig niet bij hoor, en ook nooit bij hoop te horen) en vind het juist wel fijn als een literair supplement ons voorziet van informatie en voorlichting. Want hoe kan ik me anders een beeld vormen van de ontwikkelingen binnen ons vakgebied? Columns zijn wel aardig, maar nooit onmisbaar. Feuilletons, korte verhalen en gedichten lees ik elders al genoeg.
Peeters laat die 'wij' (een stelletje onbenullen en stroopsmeerders, die 'wij', niet normaal meer) nog een tijdje doorzagen:
'"Wij vertrouwen op de wijsheid van de redactie; die weet immers het beste welke geleerdheid wij ontberen, welke kennis moet worden aangevuld, die wij al bezitten, anders zou het ons maar verontrusten. Iedereen weet hoe snel wij ons vervelen. Eigenlijk zijn wij al uitgekeken op een tekst nog voor wij zijn begonnen die te lezen. (...) Het is goed dat de krant altijd weer verandert met de mode of de merken in de schappen van de supermarkten. Stilte is achteruitgang, woorden willen voorwaarts!"'
Hoe weet Hagar Peeters dit allemaal? Heeft ze thuis een glazen bol? Heeft ze rechtstreeks contact met het Literaire Opperwezen? Weet ze dan niet dat wij, nee, dat ik me juist altijd enorm verheug op een tekst, en dat ik zeker niet meteen bij aanvang van mijn lectuur al verveeld ben. Verandering 'met de mode of de merken', een onmachtige formulering, maar ik weet wat Peeters bedoelt, keur ik af. Dat woorden voorwaarts zouden willen, omdat stilte achteruitgang is, – het was mij waarlijk onbekend.
Soit. Peeters is, dat wil ze hier zeggen, vermoed ik, beledigd. De redactie van Cicero, zo stel ik me voor, heeft met die columns in haar maag gezeten. Na Barber van de Pol te hebben ingeruild voor een jonger model, een model dat helaas niet bleek te kunnen schrijven, moest er een manier bedacht worden om de tweewekelijkse martelgang die Hagar Peeters heette te stoppen. Maar hoe? Inruilen tegen weer een ander model? Te riskant, want de jonge, hippe modellen die een beetje kunnen schrijven (m/v) zijn dungezaaid. Nu ja, dan maar weg met alle columns. En dan zeggen we er wel bij dat we 'meer gangbare journalistiek' gaan brengen. Ja, dat is een goeie!
Helaas krijgt Peeters nu de kans om zich als de aan de kant geschoven columniste te presenteren, in alweer een slecht stuk. Maar dat heeft de redactie van Cicero blijkbaar op de koop toe genomen, als een soort literaire collateral damage; ze had Peeters gewoon kunnen ontslaan, natuurlijk, vanwege tegenvallende bijdragen, maar nu laat ze zich neerzetten als een groep realos met een cup-a-soup-dip.
Ze, de redactie, zal toch niet bang zijn geweest voor de columniste? Die haar afscheidscolumnachtige stuk begint met de zinnen: 'Toen ik klein was maakte ik vooraf ruzie met degene van wie ik afscheid nam. Ik deed dat om het vertrek makkelijker te maken. Nog altijd geloof ik dat een scheiding niet het gevolg is van ruzie, mar dat ruzie er is om de pijn te verzachten die in het naderende scheiden wordt voorvoeld.'
Redactie, redactie toch. Had uzelf dit Jomanda-achtige proza van een dichteres met een Hadewychcomplex in elk geval deze keer bespaard. Gedenk het wijze woord van een groot schrijver: 'Ik wilde echt een man (m/v) zijn die de strijd niet uit de weg gaat.'
En nu is het wachten op de afscheidstekst van de andere Cicero-columnist, Herman Franke. Eveneens wacht ik dan maar af wat er voor de colums in de plaats komt.
Laatste reacties