sThuis kwam zij vroeg op een buitensporig warme middag
Onmiddellijk herkende ik haar tred het voor mij uit duizenden
Te herkennen geluid van haar stappen als zij de trappen opging
Naar onze kamer waar ik zat om nog iets van wind te vangen
Aan het wijdgeopende raam en in zekere weemoed ik wist niet
Waarom uitzag over de drukte op straat luisterend misschien
Was dat het wel naar de telkens snel vervagende geluiden
De telkens weer opkomende geluiden die tezamen klonken
Gelijk een diffuus en zwevend koor ontdaan van schijnbaar
Welke noodzaak dan ook denkbaar maar desondanks van
Groot belang voor hen die zulke middagen vooral wanneer
Het zo verschrikkelijk warm is op dergelijke wijze doorbrengen
Bevend over al haar leden trad zij onze kamer binnen
Zonder te spreken haar ogen terwijl ik snel opstond
Zochten de mijne en onderwijl ik haar ondersteunde
Strompelde zij licht en wit als een geest naar ons bed zij
Legde zich neer op de buik nog altijd zonder te spreken
En sloot haar zwart omrande ogen
Ik spoedde mij naar onze kleine keuken om een oude doek
Nat te maken en even later bette ik haar klamme voorhoofd
De vermoeidheid vanwege haar zware arbeid haar zorgen
En de snel opgekomen zware koorts hadden haar alle kracht
Ontnomen en ik zag hoe zij zich niet bij machte zich ertegen
Te verzetten had bevuild haar ingewanden waren haar de
Baas geworden
Omzichtig ontdeed ik haar van haar katoenen jurkje haar
Nat warm bruinkleverige ondergoed en onderwijl zij zachtjes
Kreunde verschoonde ik haar vervolgens legde ik een koel
Hagelwit laken over haar ranke leden terug in onze keuken
Vulde ik een glas water om haar te drinken te geven maar
Bij mijn terugkomst in haar nu zo breekbare schoonheid
Was zij al diep in slaap
Mila Fertek
'Opnieuw zette ik mij aan het raam om nog lang naar haar te kijken' van Mila Fertek is het 9e gedicht dat in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Mila Fertek (1988) debuteerde in 2006 met haar bundel Het fijne leven dat mij wacht bij BnM uitgevers.
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Ach, Mila, dichters die de kluit belazeren en daarvoor desondanks de Nobel-prijs krijgen, kunnen wel tegen een stootje. Deze is dan wel mors, maar het gaat ook over het creEren van valse reputaties.
Welgemoed begeef ik me straks naar Perdu, een donkerbruin Pantheon, waar veel verloren en gevonden wordt.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 1-3-07 om 0:06
Mila,
Het is uitzonderlijk zacht voor de tijd van het jaar, februari, en omdat ik enkele uren zoek moet maken vooraleer ik de eerste trein naar Gent kan nemen en ik er geen zin in heb om ook die uren in een café te slijten (ik zit reeds de ganse avond op café), besluit ik, ook al is het nacht, naar het strand te gaan, mijn schoenen met de veters aan elkaar te knopen en die over mijn schouders te hangen, mijn sokken in mijn jaszakken te stoppen en mijn broekspijpen, als betreffen het hemdsmouwen, op te stropen en me tot aan mijn enkels in het zeewater te wagen. Een badstad verlaten zonder ook maar een glimp van de zee te hebben gezien, dat doet alleen een rund. Hoe denk jij daarover Mila?
Ook op de zeedijk, eindelijk uit de slagschaduwen van hoge appartementsgebouwen, staat geen zuchtje wind en de lange houten pier op het einde waarvan ik een joint wil roken, mijn laatste overigens, ligt er onheilspellend bij, ongeveer zoals op een krijttekening van Spilleart die hier vaak, in de vorige eeuw, kwam werken. Misschien houd je wel, net als ik, erg veel van zijn werk Mila?
Hoewel bijgelicht door de vuurtoren achter me die met een lange vinger van licht over het duistere en kalme wateroppervlak scheert, valt er in het onmetelijke donker niets te zien dat door mij in woorden kan worden gevat, behalve dat de zee als olie is, zo kalm, en dat ik wou dat je het ook kon zien Mila.
De avond doorgebracht in het gezelschap van een vrouw die ik nooit eerder heb gezien maar die ik de voorbije weken, ongeveer zoals met jou, mailenderwijs wat beter heb leren kennen omdat we beiden in de jury van een poëziewedstrijd zetelen. Als we, het loopt dan al tegen twee uur aan Mila, eindelijk afscheid van elkaar nemen, heb ik het gevoel, ik kan me vergissen, dat ik haar nooit meer terug zal zien, ook al verzekert ze me van het tegendeel.
De tijd doden. Aan zee mag dit geen onoverkomelijke taak zijn, maar het pootjebaden, zoals ik me heb voorgenomen, laat ik toch maar achterwege, bang kou te vatten, het is immers, hoe zacht ook, putje winter. In plaats daarvan loop ik naar het einde van de pier, steek mijn laatste joint op en schrijf ik je dit briefje.
Een mooie nacht nog,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 1-3-07 om 2:55
Beste Adriaan,
Ik ben, zo mogelijk, nog beroerder teruggekomen van het ridder en jonkvrouwenfeest dan ik al was. En dat terwijl ik mij voorhield aan de beterende hand te zijn! Dat zelfbedrog ook! Koortsachtig keek ik vanuit mijn kamer in en over de slotgracht, terwijl ik fiere plannen verzon om Adriaan polemisch te spietsen. In mijn koorts uiteraard vond dat plaats, dat begrijp je toch, Adriaan? Ik kon het niet helpen, ziek op mijn kasteelkamer en dat bruisende feest beneden!
Ik ben op zoek naar onze overeenkomsten ten aanzien van welke dichtkunst ons treft. Daar streven immers alle dichters naar, Adriaan?
Nu weet ik het weer wel hoor, Adriaan. Ik durf geen werkelijke voorspellingen te doen ten aanzien van mijn beterende hand, en aldus mijn reactie op jouw laatste inhoudelijke ractie. Mijn perspectief echter lijkt zich weer scherp te stellen. Wat belooft dat ik spoedig weer denken kan. Met als gevolg... enzovoort!
Fijn weekeinde,
Mila
PS
Fijne presentatie gehad!
Nogmaals,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 2-3-07 om 22:57
Beste Koenraad,
Ik vind het geloof ik een mooie brief, en ik heb tevens gezien dat er wat vragen in gesteld worden. Echter uit mijn reactie op Adriaan heb je al kunnen constateren dat het perpectief weer wat scherper wordt, maar zo een brief kan ik nog niet begrijpend lezen. Je neemt mij niet kwalijk, Koenraad? Wat voor Adriaan geldt, geldt ook voor jou: zo gauw ik weer op een voor mij aanvaardbaar niveau denken kan, lees je van mij, oke?
Fijn weekeinde,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 2-3-07 om 23:04
Arme, arme Mila! Zo veel ridderen en jonkvrouwen tot je beschikking en je ligt te kwijnen te bedde! Als dat geen poëzie oplevert, weet ik 't ook niet meer. Al die tournooien gemist, het gefluister, de diepe halsuitsnijdingen, de ijdele vorsten, de intriges... En te midden van dit alles, een tred uit duizenden... En jij ligt maar te rillen in de torenkamer... Och, hoeveel leed kan eens mens beschoren zijn... Hoe hunkert hij bijwijlen naar de zwarte knipoog van de slotgracht...! Had je wel een internetaansluiting ten kastele?
Och arme, maar 't is de hoogschte tijd, ook ik hunker naar de sponde.
Dat je weer moge verrijzen in al je glorie!
je vergeven prins,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 3-3-07 om 1:32
Mila,
Het water, dat wassend is en van ver komt en misschien zelfs wel de smeltende ijskappen van de Noordpool heeft gekust, of in een ver verleden de boot met Hendrik Marsman heeft verzwolgen, of in een nog verder verleden Odysseus naar Ithaka heeft gebracht en zowel door walvissen als door scholen sprot en haring werd doorkliefd, klotst slurpend tegen het staketsel. Nu en dan een meeuw die roept.
Ook nu weer heb ik het bedrieglijke gevoel, zeer hevig zelfs, dat ik hierover een verhaal zou kunnen schrijven, of liever, ik heb het gevoel dat dit het enige verhaal is dat ik zou moeten schrijven, of nog liever, dat dit de enige manier is waarop ik een verhaal zou moeten proberen te schrijven. Een verhaal dat, zo dit al mogelijk is, vrij is van een vooropgezet verhaal. Een verhaal dat niet bedacht is, maar zich voedt met wat de werkelijkheid voor mij in petto heeft. Alsof ik hier niet alleen maar in mijn dooie eentje loop, Mila, in een jasje dat, ook al is het erg zacht buiten, mij naarmate ik op de pier vorder net iets te weinig beschutting biedt, maar met aan mijn buik een bandrecorder die geen enkele geluid, hoe zwak ook, ongeregistreerd laat, en met op mijn schouder een camera die verder dan mijn blik in de duisternis kan peilen en ook achter en boven en onder mij het zichtbare en het onzichtbare vast weet te leggen. Ik bedoel, niet het verhaal is belangrijk (want welbeschouwd is geen enkel verhaal belangrijk of is geen enkel verhaal verhaal genoeg en ben ik, net als iedereen, au fond niemand), maar het schrijven zelf. Het verhaal betrappen vooraleer het zich tot een vertelling gekristalliseerd heeft, vooraleer er in de strikte zin van het woord sprake is van een verhaal. Kraam ik onzin uit? Het is mogelijk. Het is laat. Ik heb een vermoeiende avond achter de rug en dat gevoel, missie eerder, aangaande een nog te schrijven verhaal heb ik al zo vaak voor me uitgestippeld gezien (als een pier), en er me al zo vaak als bij voorbaat triomfantelijk om gevoeld dat ik er niet dan met een dubbel gevoel aan kan denken en ook dat dubbele zou van meet af aan geformuleerd moeten worden, Mila, snap je? En voorwaar, dat is hondsmoeilijk, zoniet onmogelijk. Maar wordt niet alles van enige waarde verwekt door wanhoop en onmogelijkheid? Vrij naar Andrew Marvell en zijn definitie van liefde. Ja, ik ben mijn plaats in die jury wel waard geloof ik. Nu nog gedichten die mijn jurering waard zijn.
Daar, over die gebrekkige gedichten, heb ik het met die vrouw over gehad, een uurtje geleden nog maar. Dat ik had gehoopt, zei ik, in dat pak verzen enkele erg duistere gedichten aan te treffen, gedichten die een krankzinnige hand verraden, gedichten waarvan ik geen klap zou begrijpen, maar die me niettemin zouden boeien.
Ik had niet het gevoel dat zij mij begreep.
Daar heeft toch niemand wat aan?
Heeft ze dat gezegd? Ik herinner het mij nu al niet meer en ik ben amper twee uur verder.
alle goeds,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 3-3-07 om 12:59
Beste Adriaan,
Het gaat wel weer...dank je! Ik moet eens even kijken waar ik wil beginnen. Er is een aantal zaken dat ik benoemen moet.
O ja, ten eerste moet het mij van het hart dat ik de indruk heb, en blijf hebben, dat jij bij tijd en wijle meent te moeten denken dat ik, wat de divertimenti betreft, maar wat aanklets. Ik noem maar dat ridder en jonkvrouwenfeest. Jij denkt dat ik maar een grapje maak, om maar een beetje in stijl te blijven. Jij, Adriaan, denkt dat het gewoon niet waar is. Daarom meet jij je, Adriaan, elke keer als de gelegenheid zich aan jou voordoet, een ironisch archaisch taalgebruik aan. Een taalgebruik echter dat, dat kun jij wellicht ook niet weten, Adriaan, de plank volkomen mis slaat.
Daarnaast is het zo dat dat van dat ridder en jonkvrouwenfeest niet meer dan de simpele waarheid is, ook al geloof jij daar niets van. Over dat taalgebruik wil ik het trouwens, met jouw goednemen, straks nog even hebben. Ook kan mij niet aan de indruk onttrekken dat jij ook dat van mijn overleden vriend, later vijand, met een korreltje zout tracht te nemen. En ook hier, Adriaan, is het niet minder dan mijn plicht je uit je droom te helpen. Deze omstandigheid was eveneens waarheidsgetrouw en levensecht.
Goed, Adriaan, dit ter inleiding en terzijde.
Waar ik het als vanzelfsprekend over hebben wil is onze correspondentie, en wel die van om en nabij de drie en twintigste februari. Daar stelde ik voor om eens te kijken naar onze houding ten opzichte van de dichtkunst. Onze hoop, onze wensen, onze verlangens ten aanzien van altijd weer die dichtkunst. Dat, Adriaan, gaf jij te kennen, is een discours dat jij graag met mij wilt voeren! Goed, daar gaan we.
Adriaan, jij hebt het daar over 'mijn' termen 'waardeoordeel' en 'smaakoordeel' waarbij je 'waardeoordeel' laat vallen om je ten volle te kunnen richten op het 'smaakoordeel', dat jij een averechts pleonasme meent te moeten noemen. Daar kan ik, Adriaan, het in het geheel niet mee eens zijn. En dat is jammer want ik ben op zoek naar overeenkomsten, maar die zullen heus nog wel komen, Adriaan, denk je ook niet? Echter waar ik op doel is dat 'het smaakoordeel per definitie esthetisch is' en dienvanwege lastig collectief gedragen kan worden. Ik ken namelijk niet zoiets als een gezamenlijke esthetiek. Dit heeft tot gevolg, en ik blijf daar op hameren, tot vervelens aan toe, dat wij teruggeworpen worden op onze individuele kennis, en persoonlijke eigenaardigheden, ten opzichte van het ongrijpbare fenomeen smaak! Wat jij zegt, Adriaan, dat het hebben van smaak ons onmiddellijk veroordeelt tot het vellen van een oordeel, ook daar ben ik het mee oneens. Smaak velt geen oordeel, het vertelt ons slechts iets over de persoon die zijn smaakoordeel uitspreekt. Kijk, daar gaat het mij nou om, Adriaan! Hij moet ons een en ander uitleggen, want helemaal begrijpen doen wij zijn smaakoordeel niet!
Adriaan, wanneer jij stelt dat jij een gedicht kunt waarderen op gronden waarbij jouw smaakoordeel er niet toe doet, dan herken ik dat wel enigszins! Echter ik kan daar helemaal niets mee. Dat leg ik uit. Mijn oordeel is geen afweging tussen mijn smaakoordeel en mijn technisch oordeel. Wanneer ik zoet verafschuw, dan kan zelfs het allerkunstigst gecomponeerde gebakje mij niet van die afschuw bevrijden. Smaak is dominant over techniek! Hierbij, Adriaan, wil ik aantekenen dat ik, en daar prijs ik mij gelukkig mee, beroepshalve geen oordeel behoef uit te spreken. Daarom ben ik in staat om een technisch onvolmaakt gedicht, hier, Adriaan, draai ik de boel om, juist dat technisch onvolmaakte volledig door mijn smaak laten ondersneeuwen waardoor de mogelijkheid ontstaat dat er zich een prachtig gedicht uit dat technisch onvolmaakte openbaren kan.
Wanneer ik de techniek laat prevaleren boven mijn smaak, Adriaan, dan blijf ik nergens! Dat begrijp je toch?
Adriaan, ik ben blij te mogen lezen dat je je afvraagt wat kwaliteitsbepaling eigenlijk wel vermag te zijn? Dat, Adriaan, zo een uitspraak doet mij wel. Daarnaast noem je tot mijn genoegen ook nog volkomen onmeetbare fenomenen als 'commerciele en/of pr-potentie cq nattevingerwerk en geluk hebben.' Deze zaken, Adriaan, die jij daar beschrijft doen mijn genezende hart opveren van geluk. Ik denk daar allemaal namelijk precies hetzelfde over. Zie je wel dat we ergens komen! Vrij vertaald zeg ik dan, met jouw welnemen: de dichtkunst is volkomen, en dat is het unieke ervan, arbitrair.
Adriaan, over wat je wilt! Je wilt bediend worden op twee nivo's, te weten: geraakt worden alsmede intellectueel en talig overtuigd. Het liefst samen tegelijkertijd. Mocht dat niet het geval zijn, wat mij onmogelijk lijkt, dan is het mogelijk, zeg jij, dat een van de beide aspecten de weegschaal door kan doen laten slaan. Dat vind ik zo knap.
Het voorbeeld dat je geeft, namelijk dat van Achterberg, moet een en ander staven. Daarin ben ik het in zoverre met je eens dat ik sterk geneigd ben te denken dat ik in het geval van Achterberg de eerder genoemde weegschaal in het geheel niet nodig heb. Mijn smaak verbiedt mij dat. Ondanks het feit dat het technische nivo hoog is zal Achterberg mij nooit kunnen raken. Er is iets mee dat mij niet bevalt. Door dit onduidelijke maar deondanks heldere feit is het niet mogelijk dat ook maar een gedicht van Achterberg ooit door mijn esthetische beugel zal kunnen. Alszodanig kan die dichtkunst nooit de dichtkunst zijn die ik bewonder en die ik zoek, laat staan die dichtkunst die ik tot het hoogste reken. Jij noemt Achterberg, ik noem Lucebert, daar is precies hetzelfde aan de hand.
Samenvattend: het belang dat jij toekent aan technische overtuigingskracht is mij geheel vreemd.
Denk aan het gebakje. Waar jij het hebt over over het smaakoordeel kan ik een eind met je meegaan, dat is mooi. Zo komen we langzaam toch wat nader, wat jij Adriaan?
Ik wil het nog even over taal hebben. Ik wil het nog even hebben over mijn gedicht, niet te uitgebreid, maak je geen zorgen. Ik meen geconstateerd te hebben dat jij, Adriaan, de stijl die ik daar hanteer ziet als 'mijn' stijl, de stijl die ik altijd hanteer. Dat is natuurlijk niet zo. Ik moest denken aan de parafrases die jij en de heer Vogelezang ontlokten aan het gedicht. Met name viel het mij op dat jullie beiden probeerden het realiteitsgehalte, het alledaagse op te krikken door plastischer taalgebruik toe te passen om daarmee het klassieke idioom dat ik willens en wetens toepaste te voorzien van een kek alledaags jasje, in het beste geval. Maar is het je niet opgevallen, Adriaan, dat wat het ook oplevert dat in ieder geval geen dichtkunst is? Jullie gaan voorbij aan het feit dat de dichter het klaarblijkelijk gewoon zo gewild heeft, precies zoals het er staat.
Daar houd je van, of niet!
Wanneer ik een gedicht, een realistisch gedicht, een gedicht met de taal van nu wil schrijven, dan kies ik een heel ander uitgangspunt, en dat in tegenstelling tot dat herparafraseren levert wel dichtkunst op. Daarom, ik doe zo iets nooit, plaats ik een gedicht, niet uit mijn tweede bundel, dat ergens de antipool is van het aanleidingsgedicht, maar ergens toch ook weer niet.
Adriaan, tot spoedig,
Mila
ZIJN GELIEFDE IS WEG EEN EEN HOER KAN HIJ SLECHTS
ZELDEN BETALEN
De uiterst gezette jongeman van zeven en veertig die
Onlangs nog een hoer bij hem thuis genodigd heeft
Vanwege dat zijn vrouw hem verlaten heeft heeft
Vanmiddag door de telefoon zijn voormalige grote
Liefde en echtgenote bedreigd nu de jongeman met
Zijn merkwaardige gebit erachter gekomen is dat zij
Een nieuwe vriend te hebben schijnt
Die wetenschap deed het vuur hoog in hem oplaaien en
Helemaal vergat de eigenlijk wel zeer innemende voor
De fijnproever van types jongeman die zich gaarne
Verwent met frikadellen en borrelhapjes voor het
Ontbijt dat hij zich ten stelligste voorgenomen had
Er alles aan te doen voor eeuwig vriendjes met haar
Te blijven
Het is de late avond van elf december en somber
Staart de bijna aan de passionele criminaliteit
Overgeleverde nog altijd zo vurige minnaar van zeven
En veertig in zijn half gevulde glas bourbon
Straight zijn joint ligt half opgebrand op de rand
Van het bijzettafeltje Sinterklaas is alweer vrijwel
Een week geleden vertrokken naar zonniger oorden en
Aan Kerstmis bedenkt de geteisterde uiterst gezette
Jongeman zich plotseling doet hij dit jaar maar eens
Helemaal niets niet uit protest maar gewoon
Al zijn zaad ook die verschrikking moet hij door
Heeft nodeloos gevloeid in zijn vroegere geliefde in
Hoer en ook niet in het niets van de sprei op de
Bank en nu heeft de bedroefde jongeman alleen nog de
Films die hem nog ontlading schenken kunnen ten
Aanzien van zijn onmetelijk verdriet zijn wanhoop
En pijn
Geplaatst door: Mila Fertek | 5-3-07 om 23:05
Koenraad,
Ik moet weer naar bed. Woensdag beantwoord ik je correspondentie, ik ben nu erg moe! Oke?
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 5-3-07 om 23:07
ps
Om verwarring te voorkomen: in de laatste strofe, derde zin staat het woord 'niet', dat woord behoort daar niet te staan.
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 5-3-07 om 23:37
Dankjewel, ik vond het al zo verwarrend.
Ook ik ga te bedde.
drooms,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-3-07 om 1:04
Dag Koenraad,
Fijn daar zo in de nacht op het strand! Een goed idee ook, in plaats van die drinkgelegenheden, hoewel? Een badstad verlaten zonder ook maar een glimp van de zee te hebben gezien, ook mij, Koenraad, zou dat niet licht overkomen. Of alleen een rund zoiets doet, figuurlijk gesproken, zou ik zo niet even weten.
Trouwens, Koenraad, jouw rol in de discussie is mij nog niet geheel duidelijk. Je bent erg gericht op mij, en dat is natuurlijk altijd fijn. Maar veel helpen, aan de polemiek, doet het niet. Ik, Koenraad, ben de mening toegedaan dat we het over iets, niet zomaar iets, hebben. Ik weet dat je mijn gedicht mooi ouderwets, of iets van dien aard, vond; maar, Koenraad, wordt het niet tijd om daar eens nader op in te gaan, zoals diverse personen wel hebben gedaan. Of, als dat niet mogelijk is, iets anders over dat gedicht, of de dichtkunst?
Koenraad, Spillaert ken ik bij mijn weten niet. Ik zoek hem op, en dan laat ik je weten of ik ook erg veel van zijn werk houd, wat ik op de voorhand, zo aardig ben ik door je brieven geworden, geneigd ben onmiddellijk te geloven.
In mijn dagdromen, Koenraad, loop ik veel bij nacht over het strand, maar dan wel alleen wanneer het hoogzomer is. De wens, die wij allen kennen, het mooiste dat je ervaart te willen delen op juist dat bepaalde moment, dat ken ik ook zo goed, Koenraad. Ik kan die zee als olie makkelijk zien.
Dat jij in jury's van dichtwedstrijden moet zitten, begrijp ik ergens wel, maar het schijnt mij toe, Koenraad, dat jij daarin plaats neemt als romanticus die eigenlijk heus wel weet dat hij van de aangeboden gedichten niet veel te verwachten heeft. Als ik het helemaal mis heb, Koenraad, zeg het mij dan.
Die vrouw, Koenraad, waarom weet je zeker dat je haar nooit meer zult zien? Dat is, in mijn beleving, een kritieke aanname. Er was iets, maar zal nooit tot bloei komen. En het heeft met begrijpen te maken. Dat is volgens mij wat jij daar schrijft, Koenraad.
Koenraad, je weet dat ik geen geloof hecht aan wedstrijden die niet door klok en streep gemeten kunnen worden. Alszodanig beschouw ik alle dichtkunst, in de beoordeling ervan, als arbitrair. Daarmee, in een moeite door, Koenraad, keer ik mij tegen allen die een dergelijke opvatting, op grond van dwaze semi-wetenschappelijk literair verantwoorde argumentatie, menen te moeten bestrijden.
Daarom verbaast het mij, Koenraad, en ergens ook weer niet, dat jij het zinvol acht plaats te nemen in een jury die de eervolle taak op zich genomen heeft zich te buigen over werken van dichtkunst. Met alle respect, Koenraad, dat lijkt mij nu helemaal niet bij je passen.
En dan ook nog tijd moeten doden, wachtend op de eerste trein. Je hebt er nogal wat voor over! Dat pootje baden, overigens, zou ook ik achterwege gelaten hebben, Koenraad, maar aanlokkelijk is iets dergelijks wel degelijk!
Trouwens, als die dame jou van het tegendeel van jouw vooronderstelling verzekert, Koenraad, dan hoef jij je toch in het geheel geen zorgen te maken! Of heb ik het mis? Of wil je het gewoon zelf niet, terwijl je dat bijna niet weet?
Wat je schrijft in je tweede brief: 'Het verhaal betrappen vooraleer het zich tot een vertelling gekristalliseerd heeft.' Dat spreekt mij zeer wel aan, Koenraad. En onzin lijkt het mij ook niet. Het doet mij lichtjes denken aan Wittgenstein, vrij vertaald: 'Wij formuleren ons denken niet in woorden, onze woorden formuleren ons denken. Zoiets!
Je begrijpt mij, Koenraad.
Dat te schrijven verhaal, waar je het over hebt. Dat verhaal dat maar niet komen wil, en waarbij je tijdens het denken erover, je triomfantelijk voelt. Dat doet mij zo vreemd aan, Koenraad. Daar begrijp ik niet veel van. Dat leg ik uit! Hoe kun je triomfantelijk zijn over iets dat in feite maar niet lukken wil? Dat, Koenraad, is het dubbele ervan.
Bij het schrijven is, naar mijn mening, een dubbel gevoel per definitie onmogelijk. Ook niet wanneer je dat dubbele zelfs van meet af aan formuleert. Dat, Koenraad, is niet hondsmoeilijk, maar zoals je zelf ook al stelde: onmogelijk.
Over die gebrekkige gedichten, ik weet niet voor welke prijs je gejureerd hebt: maar wat je uitsprak tegen die vrouw, dat je hoopte enkele erg duistere gedichten aan te treffen, Koenraad, en dat die vrouw dat, volgens jou niet begreep. Hoe kan het dan, Koenraad, dat je het gevoel hebt dat ze je niet begreep, en jullie wel in een en dezelfde jury plaats hadden genomen? Hebben jullie het dan niet gehad, Koenraad, over de beroemde metacommunicatie, het communiceren over communiceren? Waren jullie te verstrikt in de gedichten?
Weet je, Koenraad, die bandrecorder die je op je buik draagt en geen geluid ongeregistreerd laat, dat intrigeert mij! Ga jij altijd zo op pad, om later je mijmeringen en gesproken gedachten na te luisteren en eventueel uit te tikken? Vertel mij eens, als je wilt, hoe dat zit?
Koenraad, ik voel mij iedere dag iets beter, maar nu ben ik weer erg moe!
Tot gauw,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 7-3-07 om 23:47
Mila,
Dank voor je brief. Je geeft me veel stof om over na te denken. Ik heb wat tijd nodig vooraleer ik je heus antwoorden kan.
Mij trof niet alleen je gedicht, maar ook een en ander uit dat interview. Door jou ben ik Pavese gaan lezen. Romans als 'Jouw land', of 'De gevangenis'. Dat zijn werkelijk parels.
Je hoort van mij,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 8-3-07 om 2:45
Mila, Koenraad, Adriaan, wat mij zolangzamerhand, Mila, van het zo geprangde hart moet, Mila, Koenraad, Adriaan, is dat dees briefuitwisseling trekjes van, Koenraad, ijlheid, Mila, Koenraad, Adriaan, begint te krijgen, welks mij, Adriaan, bij het voorbijschrijden van dit tijdsgewricht, Koenraad, Adriaan, Mila, moe te moede wordt, zo, Koenraad, langs het strand zwervend als ware ik van de absint in de drup beland. Koenraad, Mila, Adriaan, de holte der frasen, de zich, Mila, in onderlinge verwondering wentelende wederzijdse admiratie-exercitie, Adriaan, kortom, Mila, Koenraad, Adriaan, tussen twee meesters op leeftijd en een jonge dichteres wier werk ook mij ontegenzeggelijk sympathiek voorkomt, ik vraag mij af: zijn deze niet veeleer deel van een gekwelde parodie, dan van een waardevolle, Adriaan, en niet door stijl en bloemenrijkdom, Mila, overheerste, Koenraad, gedachtenuitwisseling? Koenraad? Mila? Adriaan? Maar nu ben ik moe, de dag is nog jong, ik schuif het velours voor de vensters.
Geplaatst door: Onno Kosters | 8-3-07 om 9:44
Mila,
Hier was ik gebleven geloof ik en zo gaat het verder.
Dat ik had gehoopt, zei ik dus, in dat pak verzen van psychiatrische patiënten enkele erg duistere gedichten aan te treffen, gedichten die een krankzinnige hand verraden, gedichten waarvan ik geen klap zou begrijpen, maar die me niettemin zouden boeien.
‘Daar heeft toch niemand wat aan?’
Heeft ze dat gezegd? Ik herinner het mij nu al niet meer en ik ben amper twee uur verder. Hoe zou ik daarover ooit kunnen schrijven? Maar iets van die strekking, dat heeft ze in ieder geval gezegd. En ik herinner me ook teleurstelling in haar blik omdat ik er dergelijke nodeloos gesofistikeerde meningen aangaande poëzie op na blijk te houden, dit terwijl er in de verzen van mijn hand geen gedachte is die een kind niet kan begrijpen.
‘Of probeer je je gewoon wat duurder voor te doen dan je bent? Niet doen!’
Het ware beter geweest haar nooit te hebben ontmoet. Wie zei ook weer: het beste is niet te hebben geleefd? Dat zou ik moeten opzoeken. Of tenminste vermelden dat die groente niet uit mijn moestuin komt.
Zo’n verhaal. Bedrieglijk dus. Want ik weet onderhand perfect dat van zodra ik achter mijn laptop plaatsneem en wil gaan schrijven, dat ik dan aan al dat meegemaakte, aan al deze verrukkelijke werkelijkheid, nauwelijks iets heb en me geen raad weet en het uiteindelijk opgeef. Want op dat moment is mijn werkelijkheid het gezoem van mijn computer, de spiegel die op mijn werktafel staat en waarachter ik een foto van Monk heb hangen, vier vijf opengeslagen boeken, een lekkende kraan. En daarover weet ik geen zinnig woord te schrijven, zo er daarover al een zinnig woord valt te schrijven. Dus zo makkelijk als het me thans schijnt, is het schrijven van een verhaal hoegenaamd niet.
Ik knoop mijn jasje dicht en gooi de peuk van mijn joint over de reling. Allemaal de schuld van drugs!
En toch!
Het moet toch mogelijk zijn dat ik deze gedachtegang niet alleen maar in mijn hoofd formuleer? Het moet toch mogelijk zijn dat mijn held daarnet de peuk van een joint over de reling van de pier in het water van de Noordzee heeft gegooid en zich voorneemt nooit nog een joint te roken of zelfs maar een sigaret aan te raken? Het moet toch mogelijk zijn dat mijn held zijn jasje heeft dichtgeknoopt en met een gelijkaardige tred als die van mij op weg is naar het station om na thuiskomst met het schrijven van dat verhaal een aanvang te nemen? Waarom zou dat niet mogelijk zijn? Ik kan op dit eigenste moment niet één reden verzinnen. Daar is de vuurtoren. Daar zijn de appartementsgebouwen waarvan één ‘Europa’ heet, althans dat heeft die vrouw mij, toen ik nog maar een kwartiertje uit de trein was, verteld. (Ik hield dat hoge gebouw verkeerdelijk voor het casino.) Er is ook het zuchtje wind dat mijn te schrijven bladzijde of eender welke bladzijde kan doen ritselen. Er is de gesluierde maan. De lichte roes in mijn hoofd. Het jasje dat ik heb dichtgeknoopt. Er is niet meteen gebrek aan kostumering, decor, setting. Kijk maar! Er is niet alleen de vuurtoren, maar ook het zanderige grasplein ervoor en de metalen afrastering en de plastic zak die aan de afrastering haakt en de verbleekte letters op de plastic zak. Misschien is het zo dat er teveel decor is, dat het overaanbod aan decor er de oorzaak van is dat het verhaal zich niet zo makkelijk laat schrijven, want tenslotte dient er een keuze te worden gemaakt. Mijn pen dient een keuze te maken. Mijn ogen kunnen dat niet.
Ik heb alle tijd om genoeg te krijgen van het bankje waarop ik zit, van het station waarin ik op de eerste trein wacht, van het uitzicht op een plein waar nu en dan een vroege pendelaar voorbij fietst. Vooral nu de roes van mijn allerlaatste joint helemaal vervluchtigd is en mij voor de rest van mijn leven als het ware niets dan doordeweeksheid wacht.
Ik zit op de trein als ik hieraan denk: de aarde brengt aan het licht wie iets kan en wie nergens goed voor is. Dat is een boerenwijsheid. Maar wat brengt een verhaal aan het licht? Het antwoord daarop zou een boekenwijsheid moeten zijn. Maar waar vind ik dat boek, tenzij ik het zelf schrijf? Het is nog donker buiten. Door het raam zie ik niets van wat er zich buiten afspeelt. Ik zie alleen mijn spiegelbeeld en een stuk van de treinwagon waarin ik zonder geldig vervoersbewijs heb plaatsgenomen.
-Wat brengt een verhaal aan het licht?
-Laat me met rust. Gun me tenminste enkele uren slaap vooraleer ik in mijn eigen verhaal met goed geformuleerde antwoorden opdraaf.
-Dus, je meent het?
-Wat meen ik?
-Die roman zal door jou worden geschreven?
-Wat ik weet is dat van zodra ik ook maar een schets van dit soort bedenkingen op papier zal willen zetten, straks, als ik eenmaal thuis ben, er mij van dit gesprek, van deze vrij idiote dialoog, niets meer te binnen zal schieten, of dat die dialoog door mijn herinneringen dusdanig vertekend zal zijn dat de moed om ermee door te gaan of om er zelfs maar mee te beginnen mij in de schoenen zal zakken.
-Dingen opschrijven zoals ze gebeurd zijn betekent dat je jezelf tot slaaf maakt van je geheugen, dat maar een ondergeschikt element is in het scheppingsproces.
-Dit heb je vast niet van jezelf.
-Het is makkelijk om een verkeerde voorstelling te geven van de dingen die het meest waar zijn.
-Vermeld jij mijn bronnen dan. Zijn dit geen zorgen voor later? Toe laat mijn kop gerust. Je houdt me al de ganse nacht bezig, het is genoeg geweest.
Ik lees dat het reizen zonder geldig vervoersbewijs mij een toeslag van maar liefst 190 euro kan kosten. Ik bezit noch een geldig vervoersbewijs noch 190 euro. Het is dus zaak wakker te blijven en de kaartjesknipper voor te zijn.
-Achter je!
Het blijkt geen probleem te zijn dat ik op dit uur, vijf uur in de morgen, geen geldig vervoersbewijs kan voorleggen, hoe zou ik dat ook kunnen?, de loketten zijn nog niet geopend.
‘Waar bent u opgestapt meneer?’
Ik had Brugge kunnen zeggen, realiseer ik me later. Dat had me enkele euro’s gescheeld. Maar ik heb tenminste niet gelogen. Ik ben geen kunstenaar.
-Tenminste, je denkt er geen te zijn.
-En jij denkt een beter kunstenaar, of nee, een beter mens van me te kunnen maken als je mijn identiteit voortdurend in vraag stelt.
-Misschien wil ik je alleen maar tegen jezelf en je waanvoorstellingen beschermen?
-Hoepel dan op.
-Dat kan ik niet. Niet vooraleer je het werkelijk meent.
-Maar wat moet ik dan werkelijk menen?
-Dat ik de jij bent die niet uit woorden bestaat.
-Denk je nu werkelijk dat er één lezer is die dit ernstig zal nemen? Eén lezer die zal meegaan in dit soort zelfbespiegelende ongein waaraan ik me overgeef? Stel dat ik dit, eh, onderhoud, geloofwaardig op papier krijg.
-Straks is het niet langer donker en zie je, in plaats van jezelf, iets van het landschap waardoorheen deze trein rijdt. Dan kun je het hebben over bijvoorbeeld de afschuwelijke lintbebouwing in Vlaanderen, ook al heb ik niet de indruk dat jij je daar bijzonder druk over maakt en daarmee je verhaal wil stoferen.
Mila, ik weet niet of dit verhelderend werkt. Ik ben, zoals je ziet, zoekende. Ik hoop dat je je alsmaar beter voelt.
Uw toegenegen,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 8-3-07 om 11:20
Ach, Onno, zo dwalend langs de stranden van de goden, Onno, met telkens weer dat zicht op onnaspeurbaar kielzog, Onno, heb ik mijn tred duizendvoudig vermenigvuldigd, Onno, en neem de wijze raedt van goede gouden godenzonen, Onno, in mij op, Onno, terwijl ik mij ende vermaeck, Onno, met jonge dichteressen die niet wonen waar zij wonen, Onno, of niet weten waar zij wonen, Onno, maar is mij de stralende symmetrie van uw naam immer eene troost of toast, Onno, en wacht ik met blij gemoed tot er bussen worden ingezet, Onno, zodat ik mij van alhier kan spoeden, Onno, want ik blijf het hooger doel verdeedigen, Onno. In blijde verwachting van de diensten van de S, pardon NS, groet ik u, Onno, tot ik Rouen bereik, Onno,
uw,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 8-3-07 om 15:33
Adriaan, Adriaan, Adriaan, vergeet niet zonder paraplu / naar regenachtig Rouen te gaan...
(Tot zover dit voor niet-ingewijden onnavolgbaar gerefereer...)
Hartelijks,
je
OnnO
Geplaatst door: Onno Kosters | 8-3-07 om 16:37
Beste Onno,
Je mag heus wel reageren op de inhoud hoor! Van alleen maar een beetje meelezen word je echt niet veel wijzer, trouwens niemand niet! Polemieken zijn er om mee te doen, en niet een beetje vanaf de zijlijn de acteurs een beetje van commentaar voorzien. Die alledaagse eigenschap, overigens alle mensen eigen, zou jij toch moeten doorzien. Als je niet mee wilt polemiseren, lees die stukjes dan niet! En wat is de reden eigenlijk dat je ze leest?
Vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 9-3-07 om 0:20
Beste Adriaan,
Kan ik je in houdelijk reactie nog eventueel mogen ontvangen, dat je je niet af laat leiden door, ik blijf maar familiair op jouw aanraden, Onno? Met name de brief van vijf maart!
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 9-3-07 om 0:26
Hallo Koenraad,
Ik vond het voor mijn late avond een gecompliceerde reactie. Ik moet het nog eens goed nalezen. Wellicht staan alle antwoorden op mijn vragen er wel degelijk in, maar ik vind ze nog niet.
Morgen nog eens lezen!
Tot spoedig,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 9-3-07 om 0:32
Beste Onno,
Kijk, dat vind ik nu zo flauw! Ik bedoel dat er gewoon bij laten zitten, net als de heer Vogelezang. Wat is dat toch? Zeg wat je wilt. Als jou die liaison, die overigens breder bedoeld is, en het is overigens toegestaan in te steken, als jou die liaison, die jij vermoedt, niet bevalt, en daar de spot mee meent te moeten drijven, doe dat dan inhoudelijk, en niet met die middelbare school nauwelijks ontstegen parafraserende snerende kleuterlyriek. Ik vind het werkelijk altijd zo flauw, dat afstandelijke ad hoc beoordelingsgedrag. En dan wordt er iets gezegd, en dan reageer je maar gewoon niet meer! Dat jaagt mij een zekere angst aan.
Een teken des tijds, vrees ik!
Niettemin, ik zal wel nooit meer van je horen,
Daarom, het allerbeste voor de rest van je leven,
Mila Fertek
ps
Mocht je nog de tijd hebben, en er bereid toe zijn, denk er dan nog eens over na! Wie wie wat het je opleveren zal?
Nogmaals,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 11-3-07 om 23:18
Goedenavond Koenraad,
Ik geloof dat wat ik gelezen heb meer de appendix was van de vorige brief. Een behoorlijke worsteling, dat is zeker. Een manier waarop ik niet dicht en schrijf, de goden zij dank, ik lijd veel minder onder het schrijven. Eigenlijk lijd ik in het geheel niet onder het schrijven, het verschaft mij alles wat ik mij maar wensen kan. Sterkte en een spoedige ontlasting van dat nare juk toegewenst!
Dat kan het doel van schrijverschap niet zijn.
Gelukkig meen ik begrepen te hebben dat je nog wat tijd nodig had ten aanzien van mijn vorige schrijven, vandaar uiteraard die appendix, begreep ik wat later. Daarom, Koenraad, wacht ik die reactie graag af!
Met aardige groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 11-3-07 om 23:34
Halla Adriaan,
Hoe is het? Druk? Mooi! Neem je tijd, maar ik wacht, in alle rust gelukkig, nog altijd in gezonde spanning op je antwoord naar aanleiding van mijn schrijven aan jou gedateerd vijf maart in dit jaar onzes heren tweeduizend en zeven.
Fijne avond,
Mila
ps
Kun je wellicht jouw weergave geven van de voor jou opvallende verschillen, danwel overeenkomsten tussen de beide gedichten? Met name doel ik op de idiomen, de taaleigenheden, die worden gebruikt naast vergelijkenderwijs de inhouden van de beide gedichten. Denk nog eens aan 'mensendingen'.
Adriaan, tot spoedig,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 11-3-07 om 23:46
Beste Mila,
Eindelijk tijd te reageren op je reactie; jammer dat je me wat te vroeg afschreef.
Vergeef me mijn "die middelbare school nauwelijks ontstegen parafraserende snerende kleuterlyriek" (een interessante paradox), al was deze bedoeld als een parodie die haar bron recht deed. In jouw ogen blijkbaar niet geslaagd, dat is je goed recht.
Wat de inhoud van jullie "polemiek" betreft (is het dat? ik bespeur weinig oorlog), deze ontgaat mij grotendeels, deels juist door de gebezigde, onbedoeld komische, bloemrijke stijl, de in mijn ogen ook weer onbedoeld komische herhaling van de naam van degene met wie wordt gecorrespondeerd, en het gevoel dat ik het allemaal in scherpere en vooral bondigere vorm al wel eens eerder heb gelezen. Het gesprek waaiert alle kanten uit en zou in mijn ogen een stuk leesbaarder worden als een redacteur het rode potlood hanteert alvorens een bijdrage wordt geplaatst. Maar goed, dit is nu eenmaal een medium waar andere regels gelden. Toch / juist daarom behoud ik me het recht voor een 'thread' middels een al dan niet geslaagde parodie te, eh, parodiEren.
Overigens vind ik je opmerking "als je niet mee wilt polemiseren, lees die stukjes dan niet", niet op z'n plaats; jullie gesprek speelt zich af op een openbare plek en een ieder is vrij mee te lezen, lijkt me - me dunkt, meer mensen (zou het, trouwens?) dan alleen jij, Adriaan en Koenraad lezen jullie bijdragen maar dragen niet bij - maar niemand is verplicht mee te "polemiseren", zoals jij dat noemt.
Ik wens ook jou het allerbeste; om zelf even deel uit te maken van de door mij zo gekapittelde wederzijdse admiratie-exercitie: de middelbareschoolfrase waarmee ik je in mijn tragische mislukte parodie omschreef ("jonge dichteres wier werk ook mij ontegenzeggelijk sympathiek voorkomt") moet je wel degelijk serieus nemen. Ik heb je bundel met veel interesse gelezen en er, zoals ik Chretien bv. meldde, om maar wat te noemen een sterke Jotie T'Hooft-achtige achtergrond in bespeurd.
Groet,
Onno
Geplaatst door: Onno Kosters | 12-3-07 om 10:45
Beste Onno,
Ik schrijf niemand af, nooit! Behalve de heer Vogelezang. Nee, ik wilde eens zien, zo vilein ben ik zeker, of jij ook op de stroom van het snel vervliegende vertoeft. Dat is dus niet zo, en dat is fijn!
Wat die admiratie-excercitie betreft: daar kan ik niet veel aan doen, en dat wil ik ook niet. Wat ik wel wil is de bij de bron van de polemiek blijven, daar wijs ik dan ook regelmatig op. Dat, Onno, is je vast wel opgevallen!
Jotie T'Hooft is een tragische dichter, een dichter die het gegeven leven niet vervullen kon! Ik ben daar de tegenvoeter van. En interesse is lang niet genoeg!
Ik, Onno, kijk even snel door je schrijven, het is beter dat niet te doen. Morgen lees ik het rustig, en dan antwoord ik je.
Vriendelijke groet,
Mila
ps
Persoonlijke interesse, wat was het dat je deed besluiten te reageren? Was het: 'Niettemin, ik zal wel nooit meer van je horen?'
Daar ben ik zo nieuwsgierig naar!
Nogmaals,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 12-3-07 om 23:19
Waarde Mila,
Hier zal ik nog eens trachten te reageren m.b.t. de begrippen ‘waardeoordeel’ en ‘smaakoordeel’, waar je om vroeg. Feitelijk gaat het hier schijnbaar om twee begrippen, maar in werkelijkheid om drie! (Dat was geen fraaie zin, maar ik moet niet meteen al een oordeel gaan vellen, vind ik.) Het gaat hier om de begrippen ‘smaak’, ‘waarde’ en ‘oordeel’ – de drie musketiers van de literatuurkritiek, die een geheim wiskundig verbond gesloten hebben om zich als slechts twee gewapende ruiters voor te doen.
Ridder Smaak valt wel te betwisten, edoch nimmer met succes. Zijn geheim is natuurlijk dat hij desondanks de grootste rol speelt.
Ridder Waarde valt slechts van een zeker afstand, het liefst met vogelkijker, te beschouwen.
Ridder Oordeel is weliswaar goedgebekt en somtijds retorisch onderlegd maar uit zich ook slechts van op afstand, met gebruikmaking van, in dit geval, dat der poëzij, voornamelijk geschreven middelen.
Wat hebben we derhalve aan die lui? Uiteindelijk weinig, zou je zeggen. Deed Robin Hood dat niet stukken beter? Ivanhoe? Swiebertje?
Smaak – ik laat de ridders en tv-helden verder voor wat ze zijn – weet doorgaans niet beter dan de namen op te sommen van vriend en vijand, om vervolgens de rest aan Oordeel over te laten. Veel schieten we niet op met die rare vogel.
Waarde wekt de schijn van weerloosheid maar drukt zich doorgaans uit in de van Oordeel gestolen retoriek van – alweer – vriend of vijand, of preciezer: goed of fout. Het lijkt het monotheïsme wel, is een verwijt dat broeder Smaak hem vaak in het gezicht slingert.
Oordeel wacht z’n kans en velt en velt en velt op het slagveld van het gelijk.
Zo beschouwd heb je dus niks aan die knakkers, en gaat de meeste sympathie uit naar broeder Smaak, ook al schiet je daar weinig mee op.
Jij spreekt heel fraai van een esthetische beugel, waar in jouw geval behalve de door mij genoemde Achterberg, zij het niet in esthetische zin, ook Lucebert niet door kan. Mijn ridder fluistert mij heel andere zaken in.
Kortom, hier komen we niet uit. (Denk aan de parafrase die ik schiep van jouw vers, waarvan jij beweerde dat ik het idioom daarvan had ‘voorzien van een kek alledaags jasje’ en aan je bewering dat onder anderen ik voorbij ga ‘aan het feit dat de dichter het klaarblijkelijk gewoon zo gewild heeft, precies zoals het er staat’, gevolgd door de uitroep ‘Daar houd je van, of niet!’ Hiermee lever je het bewijs van het feit dat deze discussie een onmogelijke is, of in elk geval onmogelijk af te ronden naar ieders tevredenheid.)
Overigens kon ik veel meer genieten van het poeem getiteld ZIJN GELIEFDE IS WEG [...]
Ook daarover heb ik wel enkele opmerkingen, maar dat is voor een volgende maal, want het is laat,
met goede groet,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 13-3-07 om 0:47
Mila,
We hebben allemaal onze stokpaardjes, maar wat ik heb geleerd is dat je nooit mag vragen naar het hart van je stokpaardje. Louter dood hout, vrees ik. Zie ze, je stokpaardjes, als zeepaardjes en wat je nog zal schrijven als de oceaan die je omhelst.
Ik wens het je toe,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 13-3-07 om 3:58
Hallo Koenraad,
Ik ben vanavond uit geweest, en ik ben wat tipsy. Ik ben tevens wat moe, ik kan mij ook niet zo goed concentreren, ook, denk ik, omdat ik zaterdag jarig ben.
Ik geloof dat ik het weer niet zo goed begrijp, maar ik zag dat het voor jou ook laat was, wellicht daarvanwege? Die metafoor van dat zeepaardje en die oceaan vond ik mooi, dank je!
Paradoxaal genoeg denk ik wel dat ik met je stukje verder kan om iets, waar ik het volgens mij altijd over heb gehad, niet mijn gelijk, aan te tonen.
Tot gauw,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 13-3-07 om 23:45
Hallo Adriaan,
Je hebt hierboven kunnen lezen hoe het er voor staat op dit moment. Het was een leuke avond, dank je! Derhalve kan ik nu niet reageren.
Of ons spoor dood loopt waag ik te betwijfelen.
Vanwege de fouten, geef ik nog even de laatste strofe van ZIJN GELIEFDE IS WEG... Ik vond het zo slordig. Inclusief kleine belangrijke correcties.
Al zijn zaad ook die verschrikking moet hij door
Heeft nodeloos gevloeid in zijn vroegere geliefde
In de hoer en ook in het niets van de sprei op de
Bank en nu heeft de bedroefde jongeman alleen nog
De films die hem ontlading schenken kunnen ten
Aanzien van zijn onmetelijke verdriet zijn wanhoop
En pijn
Adriaan, tot spoedig,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 13-3-07 om 23:57
Beste Onno,
Je begrijpt nu dat ik zover nog niet ben, om te reageren. Ik heb mij een laatste glas wijn ingeschonken en dan ga ik echt naar bed!
Wel wil ik nog zeggen, vanwege de door jou geconstateerde wazigheid: het gaat over het hoe te beschouwen van dichtkunst. Waar de discussie zich op toespitst, is: esthetiek versus techniek, en welke prevaleert. In feite gaat het daarom, en niets anders. Ik ben daar wellicht extreem in, hoewel ik daar zelf veel eenvoudiger over denk, maar ik wil tot de bodem van zoiets. Vandaar!
Ik beantwoord je schrijven!
Ik word weer helemaal helder!
Daarom stop ik maar gauw!
Slaap goed,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 14-3-07 om 0:16
Heren,
Ik ben nog altijd zo akelig moe. Even geduld, dank jullie.
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 15-3-07 om 22:39
THE LOVE LETTER
Let the man write the love letter.
He was about to say something to his precious.
He couldn’t sing it, he couldn’t say it,
and now he tries to write it. Let him speak!
I ask you, people in the back,
say whatever you have to say another time.
Let the man speak now who happens to be in love.
Let him write, and let us read what he has written.
Perhaps he is the only one who can talk about our future,
And even if it is an unhappy one, he seems to be nice.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 15-3-07 om 23:33
* diepe zucht *
* discussie gesloten *
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 16-3-07 om 10:24
Beste Onno,
Goed, Het is tijd!
Ik heb je al lang vergeven, dat begrijp je.
Oke, over de paradox: in mijn ogen zijn paradoxen per definitie bedoeld om iets aan te tonen, danwel iets te ontlokken. Vanuit die optiek, Onno, lijkt mij de door mij opgeworpen paradox zeker geslaagd!
Wellicht, Onno, wil je ook mij vergeven voor het door mij letterlijk nemen van de parodie die haar, naar jouw mening, bron recht deed. Ik heb nog weleens te kampen met reactie die enigszins in die stijl zijn opgesteld. Mijn jeugd doet mij vervolgens van tijd tot tijd enige achterdocht aan. Ik hoop dat je dat begrijpen kunt, Onno? Verder zal het wel gauw overgaan, want zaterdag namelijk word ik alweer negentien, zo oud als mijn nicht twee jaar geleden! Wellicht, Onno, is daarom enige vergevingsgezindheid jegens mij van jou uit eveneens op zijn plaats. Zoniet, even goede vrienden.
Wat de inhoud van de polemiek betreft, bespeur jij weinig oorlog. Misschien, Onno, is dat waar. Echter wel kun je spreken van, in het geval van Adriaan en mij, min of meer onwrikbare standpunten ten aanzien van het beschouwen van dichtkunst! Te weten mijn idee dat persoonlijke smaak cq esthetiek ten allen tijde dominant is over techniek of vaardigheid. Daar wil Adriaan in het geheel niet aan. Spinoza zei al: 'Een gedachte houdt niet op waar te zijn, omdat zij niet door de massa, -ik zie voor het gemak Adriaan maar even als de massa: velen zullen namelijk, denk ik, zijn standpunt huldigen- toevallig alszodanig wordt erkend. Het is niets nieuws, dat de waarheid duur te staan komt; geen kwaadsprekerij, -daar is in ons gevak geen sprake van- zal me er echter toe brengen haar in de steek te laten.' Onno, naar mijn mening zijn er derden nodig om de onderbouwingen van die stellingnames aan een zoveel als mogelijk is subjectief onderzoek tre onderwerpen om, als het even kan, daar in het openbaar verslag van te doen.
Je begrijpt, Onno, dat Adriaan en ik vanwege onze verregaande subjectiviteit daar niet, of in ieder geval zeer lastig, toe in staat zijn.
Op die manier ligt het gevaar van een loopgravenoorlog altijd op de loer. Onno, loopgraven weliswaar, maar oorlog desondanks, waar of niet?
Trouwens, ik wil ook nog even melden, ook naar aanleiding van jouw schrijven, dat ik nog nooit in mijn leven iets 'onbedoeld' heb gedaan. Dus ook niet in de correspondentie waar jij aan refereert. Denk daar maar eens over na, Onno!
Overigens ben ik tevens heel benieuwd naar wie deze discussie eerder in scherpere en bondiger bewoordingen al eens hebben gevoerd. Daar, Onno, zou je mij een echt plezier mee doen, en wellicht ook om iets van te leren voor mij!
Wat jij noemt, Onno, dat de discussie alle kanten uitwaaiert, moet het je zijn opgevallen zijn dat divertimenti zijn toegestaan. Echter bij mijn weten komen wij toch altijd weer terecht op het pad der oorspronkelijke bedoeling van deze polemiek.
Wat betreft het 'rode potlood van een redacteur' ook mij, Onno, zou dat zeer welgelegen zijn. Alleen mijn tikfouten zijn mij al een doorn in het oog, maar ja, dan heb je alweer een bureauredacteur nodig... enzovoort! Maar, zoals jij al terecht stelde: dit is een ander medium, en daarmee moeten en zullen we het doen. En ook daarom is het jouw volstrekte recht daar op te reageren zoals jou dat goeddunkt, Onno.
Verder: goed, Onno, ik begrijp je. Je vindt mijn opmerking 'lees die stukjes dan niet' niet op zijn plaats, namelijk vanwege het feit dat deze discussie zich op een openbare plek afspeelt! Dat, Onno, zou ik met je eens zijn geweest, ware het niet dat jij gereageerd hebt vanuit een andere optiek dan die van de inhoud van deze polemiek. Jij richt je op de personen. Dat, Onno, verbaast mij dan, en dat stoort mij ook ietwat. Daarom stel ik dan eenvoudig: waarom dan die reactie? Natuurlijk is niemand verplicht mee te polemiseren, maar dan ook geen losse flodders zonder ogennschijnlijk inhoudelijke aanleiding. Dat is toch geen onredelijke gedachte, Onno?
Ook ga ik ervan uit dat je met die 'wederzijdse admiratie-ecercitie' mij van deelneming daaraan, in dat straffe marstempo, uitsluit, tenzij je het woord admiratie vervangt door een ander. Dat laat ik verder aan jou, Onno. Mocht je een ander passend woord gevonden hebben, laat mij dat dan weten.
Onno, ik voel mij gevleid door jouw woorden over de resultaten van mijn dichterlijke arbeid.
Op Jotie T'Hooft heb ik al kort mijn mening gegeven. Ik ga echter heel oud worden, dat lijkt mij het fijnste. Wat vond Chretien daar eigenlijk van, van dat hoge T'Hooft gehalte? Daar ben ik nieuwsgierig naar.
Tot gauw,
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 16-3-07 om 21:03
Hallo Adriaan,
Ik ben het geheel eens met je uiteenzetting over ridders. Zoals je weet, heb ik daar wat verstand van! Inderdaad moeten ze daar eens mee ophouden, met dat altijd maar weer elkaar de loef af te moeten steken. En altijd, zeggen ze, maar ik geloof ze niet, ten dienste van jonkvrouwe Muze.
Maar dit terzijde, Adriaan! Ik had voorgesteld, en daar wilde jij op in gaan, wat je ook even deed, om de zaak eens vanuit een geheel ander perspectief te bezien. Te weten: wat verwachten wij, hopen, wensen en verlangen wij van de dichtkunst?
Dat was zo ongeveer de strekking van mijn reactie aan jou, gedateerd vijf maart.
Adriaan, je hebt, in je laatste schrijven, de oude discussie gesloten. Daaruit meen ik te mogen opmaken dat een en ander mooi in mijn betoog past. Vermits die ridders hun arbeid verrichten ten bate van iedere liefhebber der dichtkunst persoonlijk. Waar of niet, Adriaan? Echter al met al lost dat ons dilemma niet op. Ik wil dan ook niet 'winnen', Adriaan, ik wil iets duidelijk maken, iets van mijn standpunt. Vandaar mijn omdraaiing, nieuwe gezichtspunt: wat verlangt, hoopt, etc., het individu van de dichtkunst< en waarom is dat zo?
Trouwens, Adriaan, ik ben erg goed in het afronden van wat dan ook naar al mijn tevredenheid, als de ander dat ook kan. Daarin schuilt geen enkel probleem. Wanneer jij stelt dat deze discussie wellicht een onmogelijke is, dan is dat alleen gestoeld op het feit dat jij mijn uitroep: 'Daar houd je van, of niet!' voor jou niet te aanvaarden valt op basis van andere kwaliteitskenmerken zoals techniek en vaardigheid, die een gedicht, of je er nu ban houdt of niet, aan de lezer ervan openbaren kan! Kijk, Adriaan, daar nu stokt ons wederzijds begrip. En inderdaad het is ook niet eenvoudig allemaal! Soms echter is de adem noodzakelijk lang.
Adriaan, ik ben zo nieuwsgierig naar jouw mening, opmerkingen ten aanzien van OPNIEUW ZETTE IK MIJ... tegenover, ZIJN GELIEFDE...!
Adriaan,
Tot spoedig,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 16-3-07 om 21:34
Dierbare Koenraad,
Ik mag jou de vragen die ik je gesteld heb niet stellen? Koenraad, begrijp ik dat? Jij wilt open zijn, en tegelijkertijd je hart onder een voile laten vertoeven. Zoiets, Koenraad?
Je schrijft mij dat je dat hebt geleerd! Vertel mij wie jou dat heeft geleerd, wellicht kan ook ik daar mijn voordeel mee doen. Daar heb ik, dat geloof ik, echt iets aan.
Maar... mag ik je, bescheiden, nog eens wijzen op wat een romanticus zoekt in een jury. Lees mijn reactie aan jou daaromtrent er nog eens op na. En al die andere zaken die daar aangeroerd worden. Die zijn toch niet zoooo persoonlijk? Of heb ik het mis?
Die metafoor, nogmaals, vind ik heel mooi! En daar dank ik je voor. Maar je begrijpt, Koenraad, daar gaat het in deze kwestie allemaal niet om, wat denk jij?
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 16-3-07 om 21:53
Mila mijn,
Ik geloof ook dat we de wensen van de gastheer moeten respecteren. Willen we verder praten via onze mailbox? koenraad.goudeseune@telenet.be
Ik ben er,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 17-3-07 om 4:17
@ Adriaan, Onno en Koenraad. Mila, met wie ik onlangs een aantal schitterende kerkhoven in Den Haag heb bezocht, heeft ook wel eens rust nodig.
PS. Mila en ik hebben toen heel geanimeerd kofie gedronken bij McDonalds op het Centraal Station. We waren zelfs even van slag af toen we het graf van Bordewijk niet gelijk konden vinden op het kerkhof.
Geplaatst door: Fred Papenhove | 17-3-07 om 9:41
Als het nou niet afgelopen is, gooi ik deze posting helemaal dicht.
Dus.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 17-3-07 om 12:01
Beste Chretien,
Wat een botte ingreep, en waarom? Je hoeft het niet uit te leggen hoor, maar je mag het wel. Wil je mij beschermen? Dank je, maar dat is niet nodig. Ik ben aardig op mijn been. Vind je het onderwerp, alsmede de polemiek die daar uit voortkomt, de dichtkunst onwaardig?
Wat het ook is, Chretien, zeg het, en wellicht valt daar voor diegenen die zich in dat duistere gat der beschouwing van de dichtkunst hebben willen storten, vrede mee te hebben.
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 18-3-07 om 23:55
Beste mijnheer Papenhove,
Ik heb geen idee wie u bent, ik zou het echter op prijs stellen wanneer u uw dwaze fantasieen voor u houdt!
Of is het de bedoeling dat ik een en ander op moet vatten als een grapje ten aanzien van het persoonlijke kennen, of willen kennen van een ander? Dat zou dan juist datgene zijn waar de discussie, waar het mij betreft, niet werkelijk over gaat? Is dat wel het geval, dan begrijp ik de pointe niet!
En waarom u zich zo laat, en vreemd met deze zaak bemoeit?
Met vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 19-3-07 om 0:26
Beste Mila,
Dank voor je bericht; ik hou mijn reactie kort; zal slechts puntsgewijs reageren op enkele van jouw punten.
Paradoxen kunnen ook onbedoeld ontstaan; ook al beweer je in je hele leven nog nooit iets ‘onbedoeld’ te hebben gedaan: dat geloof ik niet.
Vergevingsgezindheid lijkt me niet op z’n plaats, daar ik je nergens van beschuldigde. Mijn reactie zelf was een stijloefening in de geest van wat ik, na verloop van tijd, als niet anders meer dan een stijloefening (lees: een parodie op zichzelf) kon beschouwen; de vorm waarin jullie ‘polemiseerden’ werkte ernstig op mijn lachspieren (paradox intended). In het verlengde daarvan: ik had na verloop van tijd, wederom, geen idee meer waar jullie het over hadden, omdat ik, afijn, stuitte op de stijl. Als je analyse van jullie polemiek klopt, prima. Ikzelf huldig geen onwrikbare standpunten.
Standpunten-al dan niet onwrikbare-discussies zijn legio in de literatuur. Om jou en Adriaan met twee grootheden te vergelijken die ondanks (dankzij?) hun uiteenlopende standpunten tot grootse werken kwamen: Eliot en Pound.
O ja: nee, ik richtte me niet op personen, ik richtte me op vorm, stijl zo je wilt.
Wellicht dat ik een Jotie-achtige sfeer op volkomen verkeerde gronden in je poëzie heb aangetroffen. De titel van je bundel las ik evenwel in dat licht, en veel van je gedichten ademen wat mij betreft een zwarte vrolijkheid, die me, voor wat het waard is, aan Jotie doet denken. Kan me niet herinneren of Chrétien het heel erg met me eens of oneens was.
Tot zover mijn bijdragen aan deze draad, die ik eigenlijk maar tot één had willen beperken…
Hartelijke groet,
Onno
Geplaatst door: Onno Kosters | 19-3-07 om 9:54
Ach Mila, ik nam het voor u op. Zo jong en dan al zulke lange discussies, dat kan nooit goed zijn voor een tere ziel als de uwe. Bij McDonalds was u veel stiller en meer Zen-achtig, naar ik mij herinner. Nou ja, ik kom binnenkort naar uw woonplaats om daar eens wat kerkhoven te bezichtigen.
Geplaatst door: Fred Papenhove | 19-3-07 om 18:46
Beste Adriaan,
Zo ondertussen ben ik toch zo benieuwd geworden naar je gedachten omtrent de twee gedichten, dat ik nauwelijks kan wachten nog.
En vergeet de rest van het andere niet, als je wilt? Zie: zestien maart in het jaar onzes heren tweeduizend en zeven.
Met vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 20-3-07 om 23:53
Beste Koenraad,
Zullen wij maar gewoon hier doorgaan? De gastheer van dit huis lijkt wel wat een knorrepot, maar hij beheert een gastvrij huis, daar ben ik van overtuigd. Dus, Koenraad, laat je niet weerhouden!
Weet je nog dat ik je vroeg je in de discussie in te steken? Maar, Koenraad, volgens mij zie en denk je te veel mij! Stap in!
Waarschijnlijk, Koenraad, verleg ik mijn vizier. Niemand is er ooit over begonnen, en dat is vreemd vind ik, maar, het kan weliswaar ook niet gebeuren, binnenkort vind ik, in mijn betoog, Rousseau aan mijn zijde. Dat weet ik zeker, dat hij dat doen zal. Ik verzeker je, Koenraad, dan zullen wij nog eens wat beleven.
Tot gauw,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 21-3-07 om 0:11
Hallo Onno,
Dank voor je reactie, hoewel ik meen dat als wij te veel op de details in onze reacties in gaan: dat de discussie diffuser maakt.
Je hebt al meer gedaan dan je wilde, ik dank je daarvoor!
Ga mee, of lees zolang het duurt...
Met vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 21-3-07 om 0:19
Beste mijnheer Papenhove,
U mag dan wellicht mijn woonplaats kennen, mijn adres zult u echter nooit kunnen achterhalen, dat verzeker ik u!
Groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 21-3-07 om 0:22
Vrienden,
Ik begrijp dat ons dispuut ten einde is. Dat is jammer, maar ik meen het wel te begrijpen. Jammer vind ik het wel, hoewel ik toe moet geven dat het uiteindelijk onverenigbare ook mij wel eens vermoeide. Graag had ik nog wat linken willen leggen naar Rousseau ten aanzien van mijn stelling: (persoonlijke) smaak is altijd dominant over (uitstekende) techniek. Ik ben er echter ook wel blij om dat dat niet meer hoeft.
Ik heb van onze polemiek erg genoten, en het was een hele ervaring voor mij. Ik heb dan ook veel geleerd, over mijzelf met name, bepaalde karaktertrekken die ik, dat weet ik zeker, nooit zal kunnen en willen veranderen.
Adriaan, ik vind het eveneens spijtig dat ik jouw vergelijk van de twee gedichten, en in welk licht ze te plaatsen, niet nog lezen zal. Het zij zo!
Het ga je goed!
Koenraad, een mooi slot: vind je niet? Maak er wat van!
Onno, spijtig dat ik er niet meer achterkomen zal wat je bewoog te reageren, terwijl je dat niet van plan was. Soit, toch fijn, achteraf dat je reageerde. Goede reis verder.
Meneer Papenhove, ik bedoel het niet zo kwaad. Het ga ook u goed!
Heer van het huis, dank u voor de gelegenheid tot, na uw vriendelijke dreigementen, een waardige afsluiting van deze kleine polemiek. Wellicht zinloos gezien in het licht van de eeuwigheid, maar klaarblijkelijk moest het desondanks worden uitgesproken. Namens mij, onze dank daarvoor! De dichtkunst, en het langdurig daarover spreken kan uiteindelijke niets dan goeds betekenen, ook voor uw dagelijkse periodiek. En dan doel ik op rust, overdenking en wat meer bezinning betreffende de dichtkunst.
Mijn groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 24-3-07 om 0:39
Mila, wellicht is je grafrede wat prematuur. Niet elke stilte luidt een einde in.
Groet!
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 24-3-07 om 0:48
Beste Adriaan,
Het was slechts een indruk! Zoals je weet vergis ik mij graag!
Fijn week-einde,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 24-3-07 om 12:44
DAGUERREOTYPE
Ik houd van oude foto’s van rivieren.
Het water dat nog ouder is, wordt jong.
Alsof je aan de oever zou kunnen toeven,
samen met de vrouw van Daguerre,
of toen de stoomtrein nog niet bestond.
Als je een eeuw wil fotograferen,
neem dan een foto van een rivier.
En zelfs dan weet je niet welke eeuw
noch wil je je eigen leeftijd weten.
Zo is ook mijn liefde, geloof ik.
Wij samen in dat bootje.
Jij met je kanten boordje!
Ik, tijdens die zomerse dag, met plastron!
Mila mijn, ge zijt van de zon de schijn.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 28-3-07 om 19:59
Mijn goede Koenraad,
Wat moet ik toch met jou aanvangen! Jij blijft maar zingen, mooi zingen weliswaar, maar toch zingen! Waarom, Koenraad, wil jij alleen maar, dat is mijn indruk, zingen en niet bijvoorbeeld eens een wat van gedachten te wisselen. Mag ik dan die aubades slechts aanhoren, terwijl er vele vragen broeien in mijn hart. En dat, begrijp mij goed, Koenraad, betreft dan waar het hier allemaal om begonnen is; de dichtkunst, Koenraad! Met name de manieren van het beschouwen ervan. Daar weiger jij aan deel te nemen, Koenraad, omdat je klaarblijkelijk in de persoon van de dichteres, die je niet kent, een betere aanleiding vindt om je te uiten. Een fictieve idealisering kan daar niet anders dan het gevolg van zijn. Meermalen, Koenraad, heb ik je geschreven: hervind je perspectief, draai de camera, focus uit. Meermalen, Koenraad! Er is echter iets waardoor jij kennelijk zo verblind bent door mij, dat dientengevolge jij mij eigenlijk helemaal niet spreken wilt. Jij maakt je eigen dromen, en dat is mooi, maar literair gezien wil je daar niet op ingaan. Zoiets is het toch, Koenraad?
Evenzogoed,
Mila
ps
Je bent best een fijne dichter!
Geplaatst door: Mila Fertek | 29-3-07 om 23:58
Mannen,
Het ga jullie verder goed! Denk nog eens over alles na! Verwerp het vluchtige! Dit alles was lang genoeg, maar uiteindelijk onbevredigend voor mij. Volgens mij willen, of kunnen, jullie niet accepteren waar dichtkunst werkelijk over behoort te gaan, namelijk: ongekunsteldheid. Dat kan ik, dat begrijpen jullie, ten alle tijde, haarfijn uitleggen. Daaraan gaan wij allemaal mank, zelfs ik van tijd tot tijd! Hoe ver reikt ons zicht in het dichterlijk universum? Wanneer, hoevaak, en waarom trachten wij elkaar vliegen af te vangen? Grote dichtkunst, is dichtkunst die door weinigen alszodanig ervaren wordt. En zo hoort het ook te zijn.
Mijn hospita kent Pessoa niet.
Dichtkunst die zich buiten de orde plaatst, danwel superieur is aan al het voorafgaande. Dat is alles.
Somewhere, somehow,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 1-4-07 om 23:22