sThuis kwam zij vroeg op een buitensporig warme middag
Onmiddellijk herkende ik haar tred het voor mij uit duizenden
Te herkennen geluid van haar stappen als zij de trappen opging
Naar onze kamer waar ik zat om nog iets van wind te vangen
Aan het wijdgeopende raam en in zekere weemoed ik wist niet
Waarom uitzag over de drukte op straat luisterend misschien
Was dat het wel naar de telkens snel vervagende geluiden
De telkens weer opkomende geluiden die tezamen klonken
Gelijk een diffuus en zwevend koor ontdaan van schijnbaar
Welke noodzaak dan ook denkbaar maar desondanks van
Groot belang voor hen die zulke middagen vooral wanneer
Het zo verschrikkelijk warm is op dergelijke wijze doorbrengen
Bevend over al haar leden trad zij onze kamer binnen
Zonder te spreken haar ogen terwijl ik snel opstond
Zochten de mijne en onderwijl ik haar ondersteunde
Strompelde zij licht en wit als een geest naar ons bed zij
Legde zich neer op de buik nog altijd zonder te spreken
En sloot haar zwart omrande ogen
Ik spoedde mij naar onze kleine keuken om een oude doek
Nat te maken en even later bette ik haar klamme voorhoofd
De vermoeidheid vanwege haar zware arbeid haar zorgen
En de snel opgekomen zware koorts hadden haar alle kracht
Ontnomen en ik zag hoe zij zich niet bij machte zich ertegen
Te verzetten had bevuild haar ingewanden waren haar de
Baas geworden
Omzichtig ontdeed ik haar van haar katoenen jurkje haar
Nat warm bruinkleverige ondergoed en onderwijl zij zachtjes
Kreunde verschoonde ik haar vervolgens legde ik een koel
Hagelwit laken over haar ranke leden terug in onze keuken
Vulde ik een glas water om haar te drinken te geven maar
Bij mijn terugkomst in haar nu zo breekbare schoonheid
Was zij al diep in slaap
Mila Fertek
'Opnieuw zette ik mij aan het raam om nog lang naar haar te kijken' van Mila Fertek is het 9e gedicht dat in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Mila Fertek (1988) debuteerde in 2006 met haar bundel Het fijne leven dat mij wacht bij BnM uitgevers.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Tsja. I’m all for prosaic poetry, maar dit is wel heel erg vet. En het barst niet alleen uit zijn voegen, maar ook van de clichématige verwoordingen en opzichtige trucjes. Het gaat al mis bij de eerste zin: die oh zo interessanterige omkering van “Zij kwam vroeg thuis”. Dat vind ik typisch een gevalletje ‘njet’. Nu weet ik wel dat de schrijfster erg jong is, maar toch. Waarom? De stijl doet een klein beetje Zuid Europees (of Latijns Amerikaans) aan (breed uitwaaierend), maar dat effect wordt teniet gedaan door de gebrekkige woord- en beeldkeuze.
Onmiddellijk herkende ik haar tred het voor mij uit duizenden
Te herkennen geluid van haar stappen als zij de trappen opging
Een tred (‘uit duizenden’, blech) herkennen aan een te herkennen geluid (die tred)? Duh. Bovendien: hoe vaak is zo’n zin al niet opgeschreven? Herken iemand aan een geur, desnoods zoals (godbetert) Paul Simon aan een beweging (as if I never noticed / the way she brushed her hair / from her forehead) maar in Godsnaam niet wéér aan de tred!
En zo neuzelt het een lange strofelang voort. Van ‘zekere weemoed’ tot ‘vervagende geluiden’. En van ‘weer opkomende geluiden’ die ‘gelijk (sic) een diffuus en zwevend koor’ (van schijnbare noodzaak worden ontdaan) tot het overdadige gebruik van spanningsloze opvulwoordjes (zekere, telkens, desondanks, dergelijke).’
Noodzaak: dat is nu precies wat eraan ontbreekt. Lange tijd geen tekst meer gelezen die zo zijn best doen om poëtisch over te komen, maar op werkelijk alle fronten faalt. Wat een vreselijk – eh – ding, dit. Ver voor de slotzin ben ik zelf al in slaap gevallen. Ik noteer: God is genadig.
PS. Dit had (minus de archaïsche woordkeuze) zo op www.verzorgjeouderwordendeouder.nl kunnen staan:
Ik spoedde mij naar onze kleine keuken om een oude doek nat te maken. Even later bette ik haar klamme voorhoofd. De vermoeidheid vanwege haar zware arbeid, haar zorgen en de snel opgekomen zware koorts hadden haar alle kracht ontnomen. Ik zag hoe zij zich, niet bij machte zich ertegen te verzetten, had bevuild. Haar ingewanden waren haar de baas geworden.
Zoiets dus:
Affijn, ik rennen naar de keuken om een lappie nat te maken, zodat ik die over haar zeiknatte voorhoofd kon halen. Ze had hard gewerkt en was moe. En ja, natuurlijk maakte ze zich zorgen. Ze kon eigenlijk niks meer door die koorts. Wat denk je dat ik ineens zie? Jawel, broek volgescheten. Zielig natuurlijk, want ze kon er niks aan doen. Affijn (ad infinitum).
Geplaatst door: Erwin | 27-1-07 om 12:54
Als nondichter zie ik gevaarlijk spel. Is het dichtersweb om kapot te scheuren, uit mekaar te rijten, een fragiel gedicht dichtknijpen tot een prop, de windvlaag vervloeken.
Lastig, he..om die territoriumdrift te beteugelen. Uw naam, uw roem, uw status, uw mietig klokgelui van hoogop vanuit de kathedraal van bier en dope en slechte romantiek moet over de stad schellen.
Zit ze u soms in de weg ? Is ze een ex , een heks ?
Wie bent u voor haar ? Wie is zij voor u?
Let it be, a very nice sixtiessong van de beatles.
Very wellknown, overbekend zelfs. Nu u nog.
Troost zoekt troost, wat ik u raad, bemoeit u met uw eigen onvolkomendheden, smetjes, ziekten, neurosen, pathologien, deviatie, disfunctioneren, chaos en verwarring en imperfecties.
Zet uw catastrophe te kijk, etaleer dan die geweldige eruditie die u zo eigen waant, zo uw kracht definieert, uw gebrokenheid neutraliseert.
U bent de harmonisatiewet, de sleutels tot perfectie liggen in uw schaal, daar vlak onder een rimpelloos wateroppervlak, net in een kom van oude steen ,een bassin van barnsteen met sierrand vol runes, geheim spraak die voor Troost appeltje eitje is, als de grootmeester spreekt, houdt de klas de adem in.
Verbaast u mij dan, verrast u mij dan, blaas al die literaire tempels van hun sokkels van steriele afkolving van tepels achter kuis hardleer en leer mij uw platte boersheid en ijdel gesnuif te vergeven.
Geplaatst door: PF | 27-1-07 om 14:49
@ Erwin: natuurlijk wordt er hier zwaar geschmierd, maar is dat geen stijlfiguur op zich dan? Zeker als dit alles wordt toegedicht aan een jonge dichteres? Archaïsch taalgebruik zou in deze context verfrissend of zelfs ironisch aan het werk gezet kunnen worden.
Nu kun je daar tegen inbrengen dat je nauwelijks meer van ironie kunt spreken in een geval waarin alles zo ‘over the top’ is maar toch.
Ik zeg niet dat het briljant is. Maar ik voel me nog wel uitgedaagd om naar een dubbele bodem te zoeken. Als die er niet blijkt te zijn, zal ik me inderdaad net zo genomen voelen als jij.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 27-1-07 om 15:08
Beste P. (Fleur): onder eigen naam of niet meer. Dit is, inderdaad, een waarschuwing.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 27-1-07 om 15:16
Tuut, tuut, zelfverklaard nondichter. Ik speel nergens op de persoon en zou het waarderen als u die beleefdheid ook op zou kunnen brengen. In verband met het feit dat ik de komende uren belangwekkende taken te vervullen heb (in mijn rol als harmonisatiewet behandel ik iedere zaterdagmiddag de neurosen van barnstenen tepels) en de kathedraal al is afgehuurd, moet ik uw betoog verder helaas even langs me heen laten glijden. Mocht ik later vandaag zin hebben in ijdelsnuiverij, dan kom ik zeker nog even terug. Troost bied - en ben - ik niet.
Geplaatst door: Erwin>PF | 27-1-07 om 15:24
Ik kan geen bodem - dubbel of anderszins - ontdekken. Het leest ook niet alsof het schmierend geschreven is. Nu ja: als de schrijfster inderdaad zo jong is als wordt beweerd.Maar toch: ik kan het niet waarderen. Meestal vind ik de geplaatste gedichten wel aardig. Maar dit detoneert. Vind ik. Vandaar. Aldus.
Geplaatst door: Erwin>Catharina | 27-1-07 om 15:52
1. PF is een initiaal. Peter mag wel? Sec 'Fleur' ook ? Zal het zekere voor het onzekere nemen.
2. Erwin, ik ben geen dichter, ergo das zelfverklarend. Ik reageer niet als collega, uw gelijke, als wapenbroeders in het kwaad.
Een huisman/lezer/ surfer kan velerlei, weet ook, voelt ook, kan mogelijk zelfs ooit dichten als geen ander. Dat staat sowieso vast. Een tweede Troost zou voor u ook onmogelijk, onbestaanbaar overkomen.
Maar das strooigoed in de wind en irrelevant in het oordeel over het proeven of lezen van een gedicht.
U mag dit gedicht dan afkraken en heel uw gerespecteerd intellect beledigen, zo klef vindt ik het niet.
Ik lees het anders en dat is even goed , net zo veel. Er is m.i. heus wel spanning.
Het raam bvb, wat voor raam, wat is dat, welk kader wordt opgeroepen.
Een rumoerig stadsplein ,winkelstraat, schoolklas, cafe, de hussel en bussel.
De relatie tussen de twee. Moeder-dochter, oma -kleinkind, de zieke en gezonde, de gave en de gewonde, de macht en onmacht, de kreupele op krukken of de stervende en de overgave.
Het offer en de prijs, de wil en het breken, het ingeslagen raam, de genadige dood, de diepe slaap, het witlaken van ingetreden rouw ?
De reminiscentie, de herinnering aan de dag dat ze thuiskwam, dat wat tot wegstaren leidt ? etc.
Geplaatst door: Peter Fleur (PF) | 27-1-07 om 17:02
Wegens haast alleen even een misverstand wegnemen: ik ben Erwin Troost niet.
Geplaatst door: Erwin>Peter | 27-1-07 om 17:23
Kijk, duizenden mensen heten Erwin. Als je nu eens met je volledige naam reageert weet iedereen wie het is die aan het woord is.
Geplaatst door: Bart FM Droog | 27-1-07 om 17:36
Detoneren? Bedoel je uit de toon vallen of ontploffen?
Geplaatst door: Lammert Voos | 27-1-07 om 20:56
Even boven de naam muiszweven had duidelijkheid opgeleverd. Evenals lezen. In mijn eerste reactie op PF staat duidelijk dat ik Troost niet ben. Maar zelfs als dat wél zo zou zijn, dan nog ontgaat me het nut van het op de man spelen (meer doet PF in eerste instantie niet). Een reactie als die van PF lijkt me overigens een prima reden om helemaal niet onder eigen naam te reageren. Wat een malloterie.
Geplaatst door: Erwin>Bart | 28-1-07 om 11:00
Ai, excuus heer Vogelenzang. Uw commentaar op Fertek's gedichie las ik toch alsof de ogen van een gerijpt poeziekenner, - u dus - erbij ontstoken als een winterteen wat iemand de kerkgang belet.
Dat u fel tegen mij moet uitvaren is geheel terecht uiteraard. Autoriteit mot je afdwingen en dat ik niet onderwezen ben in uw expertise geeft u het recht om mij terecht te wijzen totdat uw heilige geest ook in mij is gevaren. Noem het uw satans uitdrijving.
'Vogelezang' lijkt me een heerlijk pseudoniem in de context van letterkunst en poezie ihb. maar dat terzijde. Kijkt u maar uit dat het niet het type mallotig krachteloos impotent gekweel wordt waar de vrouwtjes voor vluchten en niet met u willen paren.
En 'op de man spelen' mag niet maar een dame die zich niet eens kan verdedigen onderuitschoffelen op basis van een snapshot, een momentopname in publicatie is een geboorterecht van de fam. Vogelezang ?
Een pregoratief van de literair moralist ? U meent van de echte moraal op de hoogte te zijn en mij de werkelijke mores aan te moeten leren ? Over malloterie geproke.
Mijn commentaar aan de Vogelezang en de Troostjes op deze wereld is simpel: Let It Be. Maakt u druk om het eigen werk.
Waar is uw grensverleggend en heilzaam, zegerijke werk te zien en te bewonderen, Vogelezang, Erwin.
Heeft u een schare trouwe fans en wat admireren de gevestigde namen, de collega's en critici aan u ?
Geplaatst door: Peter Fleur | 28-1-07 om 11:45
Beste Erwin,
Om verwarring met andere Erwin te voorkomen, zou je Erwin Vogelezang kunnen typen, of, desnoods, Erwin V. De reactie van 'Fleur' is blijven staan, maar ik twijfelde. Ik wil hoe dan ook geen Dichttalent-toestanden hier, met pseudoniemen en hagoniemen en louter voornamen.
Dus.
Groet,
Chrétien (Breukers)
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 28-1-07 om 11:47
Een heerlijk "ouderwets" gedicht.
Geplaatst door: sacha blé | 28-1-07 om 13:03
Dit is ironie of onzin. En hier vallen beide begrippen samen. Wat waarschijnlijk of hopelijk ook de bedoeling is. Helaas levert dat in dit geval geen poëzie op. (Er staan betere verzen in de bundel.)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 28-1-07 om 23:58
Geachte mijnheer Vogelezang,
Hoewel geplaagd door enige schroom en nervositeit, ik ken de mores van de dichterswereld namelijk niet, voel ik mij desondanks tot dit schrijven genoodzaakt.
U mag kritiek hebben zoveel u wilt, daar heb ik geen enkel bezwaar tegen, integendeel, dat juich ik zelfs toe! Echter vanwaar die neerbuigende toon in uw stukje. Heb ik u ooit enig kwaad gedaan? Ik ken u niet, noch kent u mij. Op betrekkingsniveau, aldus, hebben wij niets met elkaar. Is het uw ijdelheid, ook daar heb ik overigens niets tegen, dat u uw eruditie aan de mensen tonen wilt? Wel: op dat vlak wil ik mij, hoewel met enige tegenzin, zekerwel met u meten, ik ben namelijk veel grappiger en leuker, met alle respect, dan u!
Wanneer u spreekt over: 'clichematige verwoordingen en trucjes,' dan bedoelt u daarmee zeker tegelijkertijd dat wij de hele Ilias alsmede de Odyssee naar het oud vuil kunnen verwijzen. In die context geplaatst vertegenwoordigt u de wrok van Achilles, ik daarentegen vereenzelvig mij dan graag met de slimheid van Odysseus. Dit bij monde van, ik ben een vrouw namelijk, Clytaemnestra. Wanneer u er genoegen in schept, zijnde Achilles, mij als Hector in blinde woede achter uw strijdwagen rond het graf van Patrokles te slepen, zelfs tracht mij te verminken, dan heb ik slecht nieuws voor u. U weet niet namelijk dat een goede god mij bescherming geboden heeft tegen uw schandelijk gewilde verminkingen. Net als Hector zal ik ongeschonden blijven. Niet Priamos, zijn goede vader, zal mij daar, uw handen kussend, uit diezelfde nodeloos wrede handen bevrijden. Nee, dat zal ikzelf doen. Beste mijnheer Vogelezang, onderwijl u dit verder leest, blijft u bedenken dat ik u ondanks alles liefheb. Zoals ik iedereen liefheb!
U wekt de indruk op een licht verwaten wijze gegagiteerd te zijn. Dat bewijst u door u op een onooglijke wijze te richten op de tekst, daarbij vergetende, hoop ik dan maar in het beste geval, dat in de genadeloze val die u de tekst laat maken, u de schrijver van die tekst meeneemt! En omdat, zoals ik al eerder stelde, wij elkaar niet vermogen te kennen, bevreemdt mij dat ten zeerste. Klaarblijkelijk bent u boos op de tekst vanwege de wat u noemt 'vetheid' ervan, waarmee u waarschijnlijk iets van pathos bedoelt. Welke vergelijking(en) met andere teksten u daarbij hanteert, is mij volkomen duister. Daarom verdriet het mij dat ik uw bron(nen) niet ken. Ik ben een groot aanhanger van de empirische wetenschap, dat moet u weten! Wellicht bent u een bijzonder aardige en voorkomende man. Waarom dan eigenlijk gebruikt u, volkomen zinloos in mijn ogen, een Russische woordje binnen een verder overduidelijk Nederlandse opzet? En waarom stort u zich wel op een vergelijking met iemand, de heer Paul Simon, die u noemt, die geen dichter is, dit aangezien ik hem niet ken, noch onder dichters van enige betekenis vinden kan? U heeft het toch wel over de dichtkunst?
Daarbij maakt u gebruik van die nare licht beledigende, aanmatigende woorden als 'neuzelen'. Ik zeg u dat u, wanneer u een klassiek getinte strofe niet kan lezen, laat het dan!
Ook noemt u nog mijn jeugd op een manier die een 'ach meisje toch' gevoel, die romantische onrijpe jongeling, in de hand lijkt te moeten werken. Wat die jeugd ermee te maken heeft begrijp ik werkelijk niet! Ik heb het toch ook niet over uw ouderdom en uw daarbij passende wijsheid? Ook al ben ik in vele opzichten veel ouder dan u!
Daarom: ik zal uw geschrijf geen gebeuzel noemen. Dit omdat ik niet de beledigende en aanmatigende aard bezit die u zo eigen lijkt. Het nut van kritiek erken ten volste, dat van beledigen zeker niet. Dat parafraseren zoals u dat doet, dat is wel het ergste dat ik ooit aan heb moeten zien. Dat frappeert mij, aangezien het mijn geloof in uw hoge beschavingsniveau op de grondvesten doet schudden.
Op deze wijze zult u uw kleos: uw roem, naam en faam geen bewaarheid kunnen laten worden. U zult het echt met uw gedichten moeten doen! Dit wat wij hier doen is slechts spel! Begrijpt u dat, mijnheer Vogelezang!
Mijnheer Vogelezang, u laat achteloos het beladen woord 'noodzaak' vallen om niet veel later te concluderen dat u 'in lange tijd geen tekst gelezen heeft, die zo zijn best doet dichterlijk over te komen, maar echter op alle fronten faalt!' Ik zeg u, mijnheer Vogelezang, u weet niet waar u het over heeft! En tot slot: wanneer u slapen wilt, zoek dan uw stede in plaats van die dichtkunst ter hand te nemen die voor u zo saai is dat bij het lezen ervan uw oogleden toevallen. Dit is slechts een bescheiden tip ten aanzien van het controleren van uw dagindeling.
Mijnheer Vogelezang, ik zou u tientallen dingen over dit gedicht kunnen vertellen, maar ik vrees dat u geen van ze begrijpen kunt, dat spijt mij voor u. Daarom beveel ik u aan: ad fontes, en wel onmiddellijk!
Ad multos annos,
Ad fundum,
Met hoffelijke hoogachting,
Alle liefde denkbaar,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 29-1-07 om 22:03
ps
En, mijnheer Vogelezang, heus ben ik niet bang: mocht ik vanwege dit alles geheel alleen komen te staan!
Nogmaals,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 29-1-07 om 22:09
@ Mila: uwe reactie is een schooner verdichtsel dan het poeem zelve. Ga zoo door.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 30-1-07 om 16:15
Beste mijnheer Krabbendam,
Dank u! Dat zal ik doen!
Vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 31-1-07 om 23:19
Beste mijnheer Krabbendam,
Ik mag niet begrijpen wat u bedoelt in uw vorige schrijfsel. Noch ironie, noch onzin vallen hier samen. Dat kan nooit de bedoeling zijn! Ik zou dan ook uw omschreven definitie van dichtkunst weleens tot mij willen laten komen. Met uw goednemen?
Mila Fertek
ps
'Er staan betere verzen in de bundel', dat noem ik in zijn geheel een lichte belediging betreffende het totaal. Er bestaan geslaagde, minder geslaagde, en niet geslaagde gedichten. U weet toch, mijnheer Krabbendam, trouwens, ik kan maar niet van de flauwe parafrase afkomen die in mijn gedachten zit, en die van heel vroeger is, namelijk: ik heb iemand gekend vroeger die ook Krabbendam heette, en die had ik de bijnaam gegeven Kreeftendijk! Sorry, mijheer Krabbendam, ik kan er niets aan doen! Nu ben ik er van af. Maar goed, waar het mij om gaat is dit: nimmer is er sprake van beter, best, slecht of slechtst. Dat is arbitrair, maar altijd behoort er onderzoek plaats te vinden door mensen die ervan weten. U weet dat alleen mensen van de straat, die ik overigens zeer liefheb, het doorgaans hebben over beter en slechter, goed en kwaad. De nuances daarin, dat weet u maar al te goed, moeten van ons dichters komen. Wij zijn toch de leermeesters van het volk?
Dit om in traditie te blijven!
Het ga u goed, en antwoord, wanneer u tijd en zin hebt op mijn vragen.
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 31-1-07 om 23:43
Waarde Mila,
Definities van dichtkunst, laat staan poEzie, lijken mij zinneloze zaken toe. Als het woord "betere" u niet bevalt, dan spijt mij dat, daar ik dat schreef om u te laten weten dat ik wel degelijk ook van uw bundel genoten heb, en niet slechts iets poneer op basis van dit ene gedicht. Ofwel, het was als compliment bedoeld, en allerminst beledigend, hetgeen ook een beetje bevreemdende term is in dit verband. U schrijft: "Er bestaan geslaagde, minder geslaagde, en niet geslaagde gedichten." Dat is zeker waar. Zo bestaan er ook zeer slechte, uiterst briljante, minder briljante, beroerde, charlataneske, geniale, superberoerde en andere gedichten. En, heel soms, poEzie.
Dit alles ligt uiteraard in het oog van den aanschouwer.
U moogt mij ook Kraanendonk noem, zoo u wilt, en wellicht gaan we hieromtrent nog eens uitvoeriger in debat.
Met dichterlijcke groet
Adriaen Krantenwijck
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 1-2-07 om 23:20
Beste mijnheer Krabbendam,
Ik dank u voor uw reactie! Nu heb ik geen tijd, ik moet binnen vijf minuten naar de schouwburg, maar morgenavond zal ik op uw briefje reageren.
Met vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 3-2-07 om 19:49
Beste mijnheer Krabbendam,
Om te beginnen, dan zijn wij daar alvast vanaf, wat mij betreft is er geen werkelijke noodzaak keer op keer de nadruk te leggen op mijn waardering betreffende juist die wijze van uitdrukken die mij, zo voel en ervaar ik dat, past als een weldadige natuurlijke handschoen van het fijnste leer. U gebruikt mijn wijze van uitdrukken wellicht ironisch en, in zeker opzicht meen ik te voelen, in zeker opzicht liefdevol! Het is echter mijn taal, mijn wijze van uitdrukken en esthetiseren, mijn wijze van analyseren en beschouwen, mijn kennis van die taal. Die taal, mijnheer Krabbendam moet u niet nodeloos, hoewel aannemelijk liefdevol bedoeld, bespotten. U beschikt over meer taalfaciliteiten dan ik, maar belangrijker nog: het is uw natuurlijke taal niet, en de mijne, ik kan niet anders zeggen, wel! Dat lijkt mij, in zuiver overwegende zin, niet aardig van u, mijnheer Krabbendam, al bedoelt u het goed!
Soit!
Mijnheer Krabbendam u begrijpt dat ik mijn schroom geheel en al van mij afgeworpen heb. En ook van nervositeit in welke vorm of gradatie dan ook is hoegenaamd geen sprake meer. Ik voel mij met de seconde volwassener worden, waarschijnlijk omdat wij, mijnheer Krabbendam, het hier over wezenlijke zaken hebben, die allen de dichtkunst betreffen. Daar kom ik nog op terug.
Ten aanzien van die wezenlijke zaken, de dichtkunst betreffende, mijn jeugd en mijn manieren van denken en beschouwen bevreemden mij ook weleens, voel ik mij ten diepste betrokken. Niet vanuit ijdelheid ten aanzien van mijn dichtkunst, ikzelf ben meer dan kritisch genoeg, maar ten aanzien van de dichtkunst in het algemeen, en in het bijzonder de wijzen waarop een gedicht beoordeeld wordt door het individu, die gewild of ongewild, wie zal, mijnheer Krabbendam, het zeggen, deel uitmaakt van een collectief, dat zoals u weet niet meer dan het geniddelde vertegenwoordigen kan! Aldus is de norm, altijd verschuivend, maar toch de norm.
Mijnheer Krabbendam, ik kom langzamerhand tot mijn punt! U schrijft: 'Helaas levert dat in dit geval geen poezie op. (Er staan betere verzen in de bundel).' Daaruit moet ik opmaken, ik heb er over nagedacht en uiteindelijk kon ik niet anders, dat u, al is het geen definitie, dan toch welzeker een idee omtrent de ware aard van de dichtkunst moet bezitten. Laat het geen definitie zijn, laat het dan toch zeker een idee zijn. Dat moet u met mij eens zijn, iets dergelijks moet u bezitten! En als u wilt, mijnheer Krabbendam, vertel mij dan over dat idee. Dan kunnen we het fijn eens over iets wezenlijks hebben.
Ik vroeg u om een definitie: kom, ik zwak het wat af! Een idee, of een idee van een idee, alles is mij welkom!
Trouwens, dit half terzijde, ben ik van mening dat het heden ten dage, in de gedichtenwereld, ik weet er niet te veel van, maar ik voel het, meer gaat om de randverschijnselen: het snelle en even snel vergankelijke. Oude waarden als: roem, naam en faam, daar houdt niemand zich nog mee bezig. In mijn nog zo prille, ook ik, mijnheer Krabbendam, kan ironisch zijn, volwassenheid, verbijstert mij, wanneer het werkelijk zo is, dat wat ik aldaar waarneem ten zeerste. Het belang van zoiets. Mijnheer Krabbendam, ik hoop dat u mij nog volgt, en niet in slaap valt zoals de heer Vogelezang overkomen is!
Mijnheer Krabbendam, iedereen wil nu scoren, en dat is het morele, ik meen voor dichters in het bijzonder, echec van de tijd waarin wij nu denken te leven. En bij dat echec horen uiteraard ook de dichterlijke codes die bij zo een echec passen!
Mijnheer Krabbendam, ik tracht gebruik te maken van mijn dichterlijk instrumentarium, en verder niets. Dat idee mag ik iedereen gratis aanbieden, u incluis. Ik gebruik de handschoen van mijn intuitie. Mijnheer Krabbendam, als u zegt dat dat gedicht van mij geen poezie oplevert, dan heeft u er toch te weinig van begrepen! Dit gedicht gaat over... mensendingen! U behoort na te gaan uit welke elementen de stand van uw huidige smaak is opgebouwd, en hoe dat allemaal zo gekomen is? Welke motieven daaraan ten grondslag hebben gelegen. Of, mijnheer Krabbendam, is het wellicht simpelweg uw smaak? Mocht dat het geval zijn: zegt u dat mij dan onmiddellijk. Daar zou ik alle vrede mee hebben. Dan kunnen wij als vrienden verder leven. Dat mag, en dat hoort ook zo. Echter niet op basis van, zoals mijnheer Vogelezang dat deed, en die niet meer reageren schijnt te willen, mij onbekende empirische fenomenen. Op oprecht geuite smaakoordelen heb ik echter in het geheel niets tegen!
Ik hoop van u te lezen. De Tegenstem, nog een jalf terzijde, nu ik die een beetje ken, en weet, ook een beetje, hoe het daar aan toegaat, is, wat dit soort zaken betreft, ook zo een vreemde katalysator, die alle tekenen vertoont van ongewenste snelheid. Wij allen reageren vluchtig, en licht bezeten hobbelen wij naar het volgende item, waan na waan, dag na dag! Van enige verdieping betreffende een aan de literatuur verwant onderwerp kan op die manier lastig sprake zijn. Daarom vraag ik u, mijnheer Krabbendam, het gaat al zo aardig vind ik, laten wij dan het al bijna vergeten nieuws, als een slang door het net blijven weven! Opdat het een keer ergens over gaat. als u wilt? Ik heb er gewoon zin in!
Tot slot, weet u nog: Geen definitie, alleen een idee. Of een openlijk geuit ongeleid smaakoordeel! Dat wil ik zo graag, u bent ook dichter, en zelfs redacteur, ik heb u opgezocht, van u weten.
Met een groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 4-2-07 om 23:43
ps
Ik vind het buitengewoon flauw dat mijnheer Vogelezang het er gewoon bij heeft laten zitten!
Dat is nu die vluchtigheid waarop ik doel, begrijpt u? Geen wezenlijke betrokkenheid!
Dat wilde ik u nog even laten weten.
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 4-2-07 om 23:48
Geachte Mila (noemen dichters elkaar niet bij de voornaam?), ik zal aan je verzoek voldoen, en iets over mijn smaak en idee proberen te verwoorden, enerzijds in het algemeen, anderzijds m.b.t. het specifieke gedicht. Je begrijpt dat dit me enige tijd zal kosten, maar ik vind t leuk om er mijn best voor te doen - tenslotte is dit de plek waar zo'n gesprek thuishoort. Je hoort van mij.
Alle goeds,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-2-07 om 12:43
Beste Mila,
Je schrijft: “Dit gedicht gaat over... mensendingen!” Dat lijkt me toch een open deur. Alle poëzie of dichtkunst gaat daarover, op een emotioneel of cerebraal niveau danwel op het gebied van de perceptie. Vreugde, pijn, liefde, verwondering enzovoorts vallen alle onder een term als “mensendingen”, uitroepteken of niet, en zonder deze zaken is poëzie onbestaanbaar. Poëzie valt net zo min als literatuur te definiëren, dus is een idee erover, of smaak, waarschijnlijk een beter uitgangspunt, daar heb je gelijk in. Als je werkelijk iets over mijn smaak en idee wilt weten, zouden we er toch beter aan doen om dat tijdens een daadwerkelijke ontmoeting te bespreken (zoals ik gisteren, na afloop van het Helmers-spektakel, een “smaak-uitwisseling” had met mede-jurylid Linguina; dan vallen er links en rechts namen en wordt je smaak wederzijds beproefd, en krijg je een indruk). Grofweg moet poëzie naar mijn smaak aan een samenspel van twee aspecten voldoen: taal(gebruik) en inhoud. Ziehier míjn open deur. Maar het gaat vooral om dat samenspel. Nee, het gaat om ontroering. Of humor. En techniek. Al snel heb je ’t over helemaal niets meer. Volgens sommigen moet poëzie “ontregelen”, maar dat lijkt me een beetje onzin (in elk geval dat “moeten”), alhoewel je wel zou kunnen zeggen dat ’t een vereiste is dat ’t je raakt. En zo draai je dan in een kringetje rond.
Binnen het kader van deze site wil ik geen namen noemen (in de zin van die is goed en die niet) - ik vind dat geen enkele zin hebben.
Van een klein aantal dichters ben ik redacteur geweest, en een aantal ervan heb ik “ontdekt” of geacquireerd. Het gaat wel om het zeer uiteenlopende rijtje, en dan noem ik wél namen, Jos Versteegen, Ayatollah Musa, Mustafa Stitou, Michael Tedja, Ramona Maramis, Hanz Mirck, Peter M. van der Linden, F. Starik, Arnoud van Adrichem en Fouad Laroui. Ik schrijf dit omdat het wellicht iets zegt over mijn smaak of idee. Hoe verscheiden ook, het zijn allen dichters die ik als zodanig respecteer. Maar waarom ik Vroman een beter dichter vind dan Achterberg, meer van Burssens houd dan Claus of Pfeijffer verkies boven Gerbrandy, liever Verhulst lees dan Mortier, daarover moeten we het maar eens bij de koffie of borrel hebben. Ja, ik weet ’t, nu deed ik ’t tóch!
Nu jouw gedicht.
In de eerste plaats compliment voor de prachtige openingszin, en de fraaie ritmiek die hiermee wordt ingezet, die tot het einde wordt volgehouden. Daar zul je mij niet over horen. Maar al snel word ik een beetje giechelig, terwijl ik niet zeker ben of dit wel de bedoeling is of niet. Het vers sterft letterlijk van onnodig archaïsch woordgebruik en cliché, zozeer dat het onmogelijk nog serieus genomen kan worden, tenzij het opgevat moet worden als ironie (vandaar mijn aanvankelijk wat bondige reactie). Ik kan het in elk geval niet anders lezen.
Hier een summiere opsomming van een aantal “struikelblokken”:
Het begint met het gebruik van het woord “tred”, ogenblikkelijk gevolgd door de overbodige en bovendien clichématige (“uit duizenden...”) uitleg daarvan: “haar tred het voor mij uit duizenden/Te herkennen geluid van haar stappen [...]” => de gemiddelde lezer begrijpt dat een “tred” uit stappen bestaat
“in zekere weemoed” => overbodig: de lezer heeft dit inmiddels wel begrepen
“Bevend over al haar leden trad zij onze kamer binnen” => “bevend over al haar leden” is een cliché dat naar mijn smaak vermeden zou moeten worden, bovendien wordt ’t ogenblikkelijk gevolgd door “trad”, dat gewoon “liep” betekent, er is geen enkele noodzaak de archaïsche terminologie opnieuw binnen te voeren.
“Haar ogen [...] zochten de mijne” => cliché
het gebruik van “strompelde” was overtuigend geweest als het hierboven was gebruikt i.p.v. “trad”; nu is ’t niet geloofwaardig meer
“wit als een geest” => cliché
“legde zich neer” => ze ging waarschijnlijk liggen
“haar zwartomrande ogen” => cliché
“ik spoedde mij” => de ik liep waarschijnlijk snel
“bette ik haar klamme voorhoofd” => cliché
“vanwege [vanwege?] haar zware arbeid haar zorgen/En de snel opgekomen zware koorts” => te veel van het goede
“hadden haar alle kracht/Ontnomen en ik zag hoe zij zich niet bij machte zich ertegen/Te verzetten had bevuild” => tautologische formulering, waarna ten overvloede wordt uitgelegd dat “haar ingewanden [...] haar de/Baas [waren] geworden”
“Omzichtig ontdeed ik haar van haar katoenen jurkje [etc.]” => ik neem aan dat de ik haar uitkleedde?
“haar nu zo breekbare schoonheid” => cliché
Dit zijn maar een paar voorbeelden. Het geheel is voor mij, ook na herhaalde pogingen, niet anders te lezen dan als een grap. Als dat niet zo bedoeld is, is het een naar mijn smaak jammerlijk mislukt gedicht, tot stand gekomen in een vlaag van totaal gebrek aan zelfkritiek. Bovendien is de ervaren verwondering/verliefdheid/enz. alleen voor de auteur voelbaar, de lezer wordt hier geen deelgenoot van, kan hoogstens wat meewarig glimlachen - sohé, díe is verliefd! Of het nu om een kat of een meisje gaat. Het gebruik van rode pen, delete-toets of typex is deze dichter blijkbaar vreemd, hoezeer gegrepen ook door zijn onderwerp. Ook verhindert de wildgroei aan clichés een zoektocht naar oorspronkelijke formulering.
Enfin, Mila, het moge duidelijk zijn, en wellicht zegt het iets over mijn smaak of idee.
Hartelijks,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-2-07 om 14:25
Beste mijnheer Krabbendam,
Ik ben zo blij met uw aanname van mijn handschoen!
Ik ga nadenken over uw uitgebreide antwoord, dank u overigens voor uw snelle moeite en professionele interesse! U mag, waar het mij betreft, heus wel iets meer tijd nemen. Ik, in ieder geval, zal dat waarschijnlijk wel doen.
Met vriendelijke groet,
Mila Fertek
ps
Morgenavond waarschijnlijk!
Geplaatst door: Mila Fertek | 5-2-07 om 23:36
Beste mijnheer Krabbendam,
Wanneer u er prijs op stelt elkaar bij de voornaam te noemen, zoals alle dichters doen, wat mij niet geheel bekend is, laat u mij dat dan weten. Mijn opvoeding is die geweest waarbij men ouderen aanspreekt met u, en mijnheer of mevrouw! Dat zal gaan minderen, aangezien ook ik ouder word. Ik word negentien binnenkort. Het u zal dus ook mij ten deel gaan vallen. Wellicht al sneller dan ik ooit had kunnen vermoeden.
Ik dank u voor uw betoog, zeker de opmerking die u plaatst betreffende de vorm en het ritme. Maar waar u minutieus het gedicht ontleedt, raakt mij diep in mijn ziel. Mensendingen, die wij zelden terug vinden in de hedendaagse dichtkunst, ik kan, alleen nu nog niet, daartegenover stellen dat mijn beeld van het gedicht, en de ontleding ervan, zich zal richten op de sfeertekening, de onderlinge relatie, het beeld -wat gebeurt hier nu eigenlijk?-. Ontleding leidt in het algemeen tot het onderscheiden, elimineren van onderdelen, om daarbij het geheel, de betekenis van het geheel, niet nog te kunnen zien. Dat is bij die wijze van analyseren het zwakke punt, naar mijn mening. Ook de vooringenomenheid ten aanzien van het gebruik van cliches, een cliche is per definitie zwak in de dichtkunst, naar vrijwel alle dichters menen, wil ik nog aan een nader onderzoek onderwerpen.
Toch, mijnheer Krabbendam, raakt u wel degelijk een tere snaar. Bij dit specifieke gedicht namelijk is er sprake van, bundelbreed gezien, het gedicht is ontleend aan mijn tweede bundel, de eerste culminatie van een ophanden zijnde ingrijpende verandering ten aanzien van de protagoniste. In dat opzicht, dat geef ik u na, heeft u een punt. Toch is mijn mening dat de context waarin het gedicht door u, alsmede de heer Vogelezang nog erger, wordt geplaatst uit moet gaan, dat kan niet anders, van een algemeen bepaalde(smaak)standaard. En die mis ik, mijnheer Krabbendam, ten enen male.
Ik moet, zoals u begrijpt, nog nadenken over een en ander. Dat komt dus nog. Toch, als u wilt, kunt u alvast op dit alles reageren, wellicht zal dat mijn gedachten scherpen, waarna ik hopelijk tot een helder betoog kan komen.
Met fijne groet,
Mila Fertek
ps
Ergens zou ik liever met heer de Vogelezang polemiseren, ik vind u namelijk eerlijk open, en vooral communicerend. Echter is het zeer waarschijnlijk dat onze discussie meer opleveren zal.
Daarop inhakend, het schiet mij zomaar te binnen, ben ik ook nog steeds erg geboeid door het 'schmieren als stijlmiddel' van mevrouw Blaauwendraad. Ik wil er maar niet achter komen wat zij daarmee bedoeld. Wellicht dat mevrouw Blaauwendraad een en ander via dit kanaal nog verder toelichten kan. En mijnheer Fleur toch ook?Weet u hoe dat werkt? Het is toch mogelijk dat zij ons dispuut volgen kunnen?
Nogmaals,
U hoort van mij, nadat ik gespecificeerd heb nagedacht.
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 6-2-07 om 22:54
Waarde Fertek,
Eene standaardsmaak is mij vreemd. Bovendien heb ik van mijn smaak of idee een, hoe zegt men dat, ruimhartiglijk tipje opgelicht. Niet alles wat u schrijft in uw laatste reactie is mij geheel helder. Wel kan ik zeggen, waar u spreekt van ene "betekenis van het geheel" dat die betekenis door uzelve aan het zicht is onttrokken door bovengenoemde eigenaardigheden en tot giechelen stemmende zinswendingen en idioom.
Of mevrouw Blaauwendraad en mijnheer Fleur nog hun zegje hierover wensen te doen, daarover kan ik niet oordelen. Zij zien als bezoekers van dit moderne pretpark wie laatstelijk zijne bijdrage geleverd heeft.
Ik laat het hierbij, in afwachting van het moment waarop u gespecificeerd heeft nagedacht en daarvan kond doet, en ook omdat enkele nare griepverschijnselen zich in en aan mij beginnen te openbaren en ik mij derhalve wens te gaan neervlijen in de daartoe gereedstaande sponde.
Op naar het Pantheon!
Uw Adriaen
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 6-2-07 om 23:15
Schmieren als stijlmiddel. Piet Paaltjens of zijn moderne collega Hans Dorrestijn. Bloedserieuze heren allebei, die echter hun zielenroerselen niet als nouvelle cuisine opdienen maar juist in bourgondische overdaad serveren.
Het is een kwestie van smaak. In beide gevallen vind ik het moeilijk om te proeven waar het nu eigenlijk om gaat. Het onderkoelde doet me weinig. Maar zwaar overtrokken taaluitingen zijn moeilijk serieus te nemen.
Het gevolg, of doel zelfs, van ‘moeilijk serieus te nemen’ uitingen is dat men zich van de onderliggende ernst distantieert, dat deze uit het zicht raakt. Wellicht met het doel dat het publiek daar des te actiever naar zal zoeken? Die paradox bedoelde ik met ‘schmieren als stijlmiddel’.
Geplaatst door: Catharina Blaauwendraad | 7-2-07 om 8:25
En iets heel anders, dat nodeloos plaatsen van een kapitaal aan het begin van iedere regel, kunnen we daar niet eens een einde aan maken?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 7-2-07 om 14:51
En iets heel anders, dat nodeloos plaatsen van een kapitaal aan het begin van iedere regel, kunnen we daar niet eens een einde aan maken?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 7-2-07 om 14:52
En dat tweemaal plaatsen van een reactie idem?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 7-2-07 om 14:54
Waarde Fertek, weest niet boos op mij, u bent 19 en ik 23, ik heb me tweemaal vertikt:
(1)
OPNIEUW GING IK BIJ HET RAAM ZITTEN OM NOG LANG NAAR HAAR TE KUNNEN KIJKEN
Thuis kwam zij vroeg op een buitensporig warme middag
Meteen herkende ik haar voetstap toen zij de trap opliep. Ik ken
dat geluid zo goed. Ze liep naar onze kamer waar ik zat om
nog iets van wind te vangen aan het wijdgeopende raam en
ik wist niet waarom ik uitkeek over de drukte op straat en ernaar
luisterde misschien was dat het wel naar de vervagende en
telkens weer opkomende geluiden die een ergens zwevend koor
vormden ontdaan van schijnbaar welke noodzaak ook maar desondanks van
groot belang voor hen die zulke middagen vooral wanneer
het zo verschrikkelijk warm is op zo’n manier doorbrengen
Ze beefde toen ze binnenliep. Zwijgend keek ze me aan
en ik schoot overeind om haar te ondersteunen want
ze was wat onvast en zag lijkbleek dus ik bracht haar naar bed
waar zij zonder een woord ging liggen en haar zwaar opgemaakte
ogen sloot
Ik rende naar de keuken om een een of ander vod nat te maken
en even later bette ik haar voorhoofd. Ze was moe van het werken
en ze had blijkbaar koorts en toen ik bezorgd toekeek kon zij
het niet langer houden en bevuilde zichzelf en ons bed het schaap
Voorzichtig trok ik haar haar jurk uit en haar ondergoed
dat nu nat en warm en kleverig was. Ze kreunde terwijl ik haar
verschoonde. Ik legde een koel pasgewassen laken over haar
en dacht wat ben je toch iel en kwetsbaar. In de keuken vulde ik
een glas water voor haar maar toen ik bij haar terugkwam
bleek ze al in slaap gesukkeld
Maar wat was ze mooi
(2)
OPNIEUW ZETTE IK MIJ AAN HET SCHERM OM ME NOG EENS GOED AAN HAAR TE VERGAPEN
Het was hartje zomer en bloedheet toen ik haar downloadde
Ik herkende haar meteen: zij wist niet hoe zij trappen lopen moest
Het leek alsof ze mijn kant opkwam maar ik wist wel beter. Ik klikte
op fullscreen en hoorde de buren ruziën, soms werd het stil, dan laaide
het weer op en klonk het als een vreemde manier van zingen. Ze
hadden het er maar druk mee, vooral op dit soort warme dagen.
Enfin, zij deed alsof ze geil was maar dat was ze niet, ze deed
alsof ze naar me lonkte maar ze wist niet wie ik was. Ik liep
naar de keuken en haalde nog een pilsje uit de koelkast.
Het rare was dat ze niets zei. Ze had nog altijd moeite met de trap
blijkbaar. Ik vond haar veel te wit, te bleek. Ineens lag ze op
een bed, dat was wel knap, ze draaide zich om en om, je kon
haar van alle kanten bekijken, zwaar opgemaakt, geschoren.
Ik liep weer naar de keuken, je kreeg er maar dorst van, en toen
ik terugkwam had ze zich loom neergevlijd, ik kon haar wel zoenen
en ze deed iets wat ik nooit zou durven, niet op internet althans.
En ze kreunde erbij en deed of ze dorst had, maar ik had dorst.
In gedachte stopte ik haar in en raakte haar overal aan, ik ging
nog wat te drinken halen en toen ik terugkwam kon ik
alleen maar denken wat ben je mooi wat ben je mooi
en dankjewel
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 7-2-07 om 15:47
Geachte mijnheer Krabbendam,
U ziet af van, in uw analyse, het beschouwen van de betekenislagen in het gedicht, dat verbaast mij, U stort zich geheel en al op het detail wat dientengevolge leidt tot het nog onmogelijk kunnen overzien wat van dit alles, dit gedicht, de wezensbetekenis is en hoe die betekenis, of betekenissen, men weet maar nooit, te herleiden. Kortom u past een contemporaine maar in mijn ogen nietszeggend, in historisch perspectief, waardeoordeel toe door u blind te staren op het detail en, naar uw mening platgetreden paden, om als gevolg daarvan onvermijdelijk de crux te missen. Als het gewoon uw smaak niet is, zegt u dat, ik heb het u al eerder gevraagd, mij dan, dat zou ons een hoop, overigens welbestede, moeite besparen.
Beste Adriaan, ik schaar mij nu maar uit gemakzucht, en ook omdat ik dit aangaande geen repons van je heb mogen ontvangen, onder alle dichters, die elkaar bij de voornaam schijnen, zoals jij stelde, aan te spreken. Beste Adriaan, als jij zegt dat dit gedicht geen dichtkunst is, dan neem ik aan dat je in je minutieuze analyse van het gedicht uiteraard de betekenislagen en de betekenisgeving, waar mijnheer Vogelezang zo naargeestig op parafraseerde, in je beoordeling hebt meegenomen! Zo niet, dan heeft je hele analyse geen enkele zin gehad. Dit in het geheel van het historisch perspectief van de dichtkunst geplaatst. Wat een dergelijke leeshouding tot gevolg hebben kan herinner je je vast nog wel uit mijn antwoord gericht aan de heer Vogelezang, waar je zo lovend over was, weet je nog?
Trouwens, Adriaan, die aanhef van een van je vorige antwoorden over: mensendingen en open deuren, die bevalt mij nog steeds niet. Weinig, te weinig, dichters juist hebben het over mensendingen. Dat geloof ik, maar daar denk ik nog over na!
Het kan toch niet zo zijn dat wij dichters, hoewel ik nog slechts een rekruut, uiterst beperkte kokerdenkenden zijn? Wij zijn toch juist van het ruime, en van het alles!
Begrijp je het een beetje, dat bedoel ik niet neerbuigend, allemaal Adriaan? Ik hoop dat het mij een ietwat gelukt is een en ander een wat te specificeren.
Detail en geheel, betekenislagen, betekenisgeving, wezensbetekenis, het contemporaine beoordelingsvermogen, het historisch perspectief, de leeshouding. Adriaan, om die dingen gaat het mij. Ik plaats Larkin in de traditie en ga daarbij, als het even kan, terug tot Homerus! Ik ben pas gelukkig wanneer ik bij alle dichters mij thuisvoelen kan, niet alleen de, met alle respect, contemporaine dichters. Diegenen die veel, zoniet alles, naar zichzelf beoordelen, gebrekkig in mijn beleving, maar menselijk evenzogoed.
Maar, Adriaan, nogmaals als het gewoon je smaak niet is, ik stelde dat al eerder, zeg het mij dan gewoon! Daar zou ik alle vrede mee hebben!
Vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 8-2-07 om 0:19
Beste Catharina,
Nu ik mij toch, ietwat onwerkelijk weliswaar, onder alle dichters geschaard heb, spreek ik jou ook maar aan bij je voornaam, ik hoop dat je dat goed vindt.
Ik moet even over je antwoord nadenken, de laatste paragraaf, daar kan ik mij wel aardig in vinden, de context ervan, maar dat woord 'schmieren', daar moet ik gewoon van rillen.
Daar moeten we het nog eens over hebben,
Je leest van mij,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 8-2-07 om 0:32
Beste Adriaan,
Ik heb erg gelachen om je schrijfsels. Maar het is proza hoor, dat zijn geen gedichten. En trouwens, eens en te meer maken zij duidelijk dat je werkelijk geen oog hebt voor het serieus analyseren van een gedicht. Je kan wel aardig schrijven, maar het zou... aparter moeten, een bepaalde noodzaak, die zoals je weet voor dichters hoogstnoodzakelijk is ontbreekt ten ene male. En laat toch, Adriaan, ik smeek het je, blunders als 'het arme schaap' weg! Wij zijn toch geen beginnelingen!
Slaap fijn,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 8-2-07 om 0:42
Dag Mila,
Later zag ik ook dat ik een aantal zaken aanstipte die overeenkwamen met die van dhr. Vogelezang. We struikelden blijkbaar over dezelfde verschijnselen, zij het dat ik het wat "anders" formuleerde dan voornoemde heer. Ik heb je een tweetal varianten doen toekomen, waarbij (1) is wat er staat en (2) waar het om gaat. Mocht ik daarmee de plank misgeslagen hebben, kan dat slechts 2 dingen betekenen: ofwel ik heb de plank misgeslagen, ofwel jij hebt de plank misgeslagen. Het is cru als alles.
Heb ik beweerd dat je gedicht geen "dichtkunst" is? Nee, natuurlijk niet. Ik bedoel, natuurlijk is het dichtkunst. Ik vermoed alleen dat het z'n doel voorbij schiet. En dat heeft zuiver en alleen te maken met stijl, zoals ik u heb proberen duidelijk te maken.
En die "mensendingen", is dat niet een ander woord voor "cultuur", en in engere zin "poEzie"? Ik begrijp uw opmerking in dezen niet volledig.
De term "betekenislagen"* lijkt me overigens wat megalomaan in dit geval. Het bestaan ervan zou hier duiden op schromelijke zelfoverschatting of in elk geval op jammerlijk falen, zoals inmiddels is gebleken. Betekenislagen: niet aangetroffen. Of je hebt ze zo slim verstopt dat niemand slim genoeg is om ze te ontwaren, en dan schiet je je doel andermaal voorbij.
Nee, "betekenislagen" is een veel gebruikte mystificatie, die ook hier weer nergens op slaat. En als die wel ergens op slaat, dan is het gedicht mislukt. Echt. Helaas. Het kan zijn dat jij als dichter van alles ziet dat de lezer niet ziet, maar dat helpt niet. Je zult het moeten doen met de communicatiemiddelen die je gegeven zijn en balanceren op het koord van de taal.
Juist omdat jij erop staat dat er betekenislagen in je gedicht aan te wijzen zijn, vel je je eigen oordeel: of ze zijn er domweg niet of je hebt ze niet adequaat vormgegeven. Dus is er werk aan de winkel. Maar we zijn nog jong...
Harde woorden, maar je vroeg erom.
Dit voor nu, hartelijks,
Adriaan
* ik laat "betekenisgeving, wezensbetekenis, het contemporaine beoordelingsvermogen, het historisch perspectief, de leeshouding" even voor wat ze zijn
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 8-2-07 om 1:13
Ach Mila, schreef ik "arme schaap"? Zulks zou ik zelfs als beginneling niet doen. Fijn dat je erom gelachen hebt. Maar van meneer Chrétien mogen we niet lief doen tijdens de educatie. Het sneeuwt maar beklijft niet. Maak mij duidelijk wat de noodzaak is van je Poeem, want ik ben te dom om dat te zien, blijkbaar. Ik heb het tweemaal vertaald teneinde er grip op te krijgen, maar een noodzaak heb ik niet weten te ontwaren, ook niet na intensieve analyse, eylace. Is een al dan niet rookende schoorsteen een poeem? Is een odalisque een poeem? Is een persbericht een poeem? Is een tekst met kapitalen aan het begin der regels een poeem? Is een vers dat eindigt met "Bij mijn terugkomst in haar nu zo breekbare schoonheid/Was zij al diep in slaap" een poeem?
In al uw jonkheid zoudet gij meer schroom moeten hebben met uw aanname van "betekenislagen", voordat ze er zijn. Ooit schreef dhr. Claus van een "gebarsten krekel" terwijl hij gewoon "eikel" bedoelde of iets van dien aerdt. Maar hij viel wel van zijn sokkel, hoe mooi hij ook "Under Milkwood" vertaalde. Misschien zou je er goed aan doen eens een Poeem te schrijven zonder vermeende betekenislagen, wellicht verkrijg je dan een vrijkaartje voor het Panteon.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 8-2-07 om 16:07
Beste Adriaan,
Het gaat fijn zo! Vind je niet?
Dat je nu net juist als overlevingsstrategie, neem ik maar aan, 'betekenislagen' uit mijn betoog hebt gepikt. Dat vind ik nu nog eens echt betekenisvol! Zeker, Adriaan, als je mijn opmerkingen hebt meegenomen betreffende het gedicht over de culminatie bundelbreed gezien. Dat duidt erop, dat moet er op duiden, Adriaan, dat de betekenislagen een breder perspectief bezitten dan op het eerste gezicht in het gedicht zelf aan te treffen is. Daarom spreek ik dan ook van bundelbreed. Dat heb je toch wel meegepikt, Adriaan?
Trouwens, de noodzaak van het gedicht is gelegen in de onderkoelde culminatie van de bundel in juist dit gedicht. En daarom zal het uiteindelijk ontroeren en triomferen. Ook wij, Adriaan, leven als gedacht individu tezamen met het geheel. De hoogtepunten zien wij pas dan wanneer wij het geheel kunnen overzien. Die intentie bezit dat gedicht. Bundelbreed gezien natuurlijk, ik ben niet megalomaan.
Dat jij dat niet durft aan te voelen, je bent nu eenmaal, en dat zijn is het moeilijkste wat er in de wereld kan bestaan, dat weet iedereen, een man. Dat doet mij oprecht verdriet. Dat je niet in staat zult kunnen zijn ooit zo een gedicht te nemen, te nemen voor wat het is. Dat is des mannen nu eenmaal eigen en hun verdrietige handicap tegelijkertijd, alsmede hun onoverbrugbare achterstand ten op zichte van zij die zijn vrouw. Daarom kunnen jullie niet anders doen dan iets van iets maken dat het niet is, maar welweer dat wat alle mannen begrijpen. En waarover ze grinniken kunnen en schuine moppen maken aan de bar, terwijl ze een vrouw zonder boezem niet eens aan te spreken durven!
Altijd maar, vergeef mij Adriaan, ik heb twee glazen goede bourgonje genoten, zijn zij alleen geschikt om te grinniken aan de bar, met altijd dubbelzinnige gedachten! Ik gruwel van dat soort mannen. Ik neem maar rustig aan, Adriaan, dat jij niet bent zoals zij, anders hadden wij dit contact ook niet, maar toch lijk je erg op ze. Je had nooit voor betekenislagen moeten kiezen.
Gelukkig noem je nog mijn andere kernzaken: dat je die hebt laten liggen, meer niet overigens.
Maar 'betekenislagen' heb ik, geloof ik, bij deze verklaard!
Met avondgroet,
Mila Fertek
ps
Ik vind het fijn dat ik je nu kan tutoyeren, dat schrijft voor mij heel wat makkelijker. Er zijn nog een aantal zaken waarop ik reageren zal, maar niet nu.
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 8-2-07 om 23:55
Lieve Catharina,
Je eerste paragraaf is een heel mooie. Ik begrijp 'm wel, en ik begrijp 'm niet. Dat met die nouvelle cuisine en dat bourgondische namelijk.
In de tweede paragraaf schrijft je dat je zwaar overtrokken taal moeilijk serieus kunt nemen. Waarom niet vraag ik mij dan af, hoe definieer je 'zwaar overtrokken' uit welke bron put je dan?
En trouwens: doet de hermetiek niet hetzelfde, maar dan omgekeerd? En weer die bron!
De laatste paragraaf, dan stop ik, die paradox daar sta ik geheel achter. En dat ongelukkige voorbeeld van dat schmieren begrijp ik nu ook wel. Maar toch is het, hoewel wellicht gevoelsmatig ingegeven, iets, die manier van beoordelen, dat mij lichte zorgen baart. Dat betreft niet jou Catharina, maar een soort kijk op de dichtkunst die te oppervlakkig is, veel te oppervlakkig. En het zijn meestal mannen, dat kunnen zij ook niet helpen, die dat veroorzaken.
Catharina, ik geloof dat ik iets te hard in de dichterswereld tuimel. Ik vind mijzelf veel te geweldig, ik heb dan ook al drie glazen goede bourgogne genoten, en veel getypt aan Adriaan en zo. En ook veel te veel gerookt. Ik moet er echt mee stoppen, ik wil nog een tijdje nadenken, en dan naar bed.
Als je wilt denk dan nog even na over wat ik hierboven schreef over je tweede paragraaf
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 9-2-07 om 0:27
Beste Mila,
Ik ben een man, maar nog niet zo lang. Na rijp beraad heb ik me laten ombouwen, met aanvankelijk twijfelachtig succes, maar inmiddels kan ik ervoor staan. Hoezo, waarom, zult u zeggen. Welnu, ik zag ooit in Artis een paar slangen, of een slangenpaar, zo u wilt, enfin, laat ik het hier maar bij laten. Ik heb t nog een aantal jaar als prostituee geprobeerd, maar dat zette ook geen zoden aan den dijk, als je begrijpt wat ik bedoel.
-- ik geef graag betekenis, waar mogelijk, het is een deeltijdbaan
-- de betekenis van wezens is al geruime tijd mijn voornaamste hobby
-- ik beoordeel alles zo veel mogelijk naar mijn contemporaine vermogen
-- alsmede vanuit een (het?) historisch perspectief, zo is mij geleerd
-- volgens de huisarts doe ik er goed aan rechtop, buiten, op het balkon te lezen, en daarbij een goede sigaar te roken alsmede een weinig wijns en een bete brood tot mij te nemen. Niet fietsen, niet zwemmen. Slechts rustig wandelen is toegestaan. En dat op je 23e! In elk geval is de leeshouding die van een rechtop zittend mens.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 9-2-07 om 0:45
En bijwijlen is het mij te moede, zou ik niet liever eene vrouw zijn? Maar daarvoor is het jammerlijk te laat. Ik zal ermee moeten leren sterven.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 9-2-07 om 0:53
En aan dat recalcitrante ding zal ik nooit wennen! God helpe mij, eenzame zondaar!
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 9-2-07 om 0:54
Beste Adriaan,
Ik heb geen tijd! Zondagavond zal ik reageren op je duidelijk licht verwarde staat van zijn, een en ander met de bedoeling, uiteraard, jou, en de dichtkunst in het algemeen, er snel weer bovenop te helpen.
Tot dan,
Mila
Geplaatst door: | 9-2-07 om 22:42
Adraan,
Het is zondagavond, en ik heb een idee, en niet zomaar een idee, om ons zaakje verder te helpen! Maar dat moet ik nog uitwerken, dat kan ik niet zo achter het toetsenbord. We houden het serieus, en zinvol, dat blijf ik mij voorhouden. We hebben het namelijk over de manieren van het beschouwen van dichtkunst.
Daarom, Adriaan, vergeef mij al de tijd die ik neem, naar je begrijpt... het is belangrijk voor mij, en ik hoop voor jou ook. We mogen heus wel eens een grapje maken, of uit de slof schieten, of wat dan ook! Echter dat zijn juist die zaken, zaken waar wij ons altijd zo veel te gretig op storten, ook ik, waar het, dat weten wij, diep verborgen wekiswaar, allemaal, niet werkelijk om gaat! Onze angst voor het ware verleidt ons tot vele dwaalwegen, waar wij vertier ontmoeten, ons onderscheiden moeten ten opzichte van anderen, in ons geval mededichters, de aandacht, het zelfverheerlijkende, waar ik overigens ook heel goed in ben, maar dan in het individuele, het drinken, de aanbidders, de kleine en grote triomfen, de uiterst snel vergeten nederlagen! Dwaalwegen zijn het, diep in ons hart weten wij dat allemaal, en het is een trog voor de duivel gevuld met kaviaar! Daar moeten wij echt van af, Adriaan, vind je ook niet?
Daarom: ik heb echt een goed idee: zodoende nog een extra nachtje slapen daarover voor mij...
En vervolgens dapper verder op het pad dat naar waarheid leidt!
Slaap lekker,
Tot morgen,
Mila Fertek
ps
Ben je weer een beetje op de been, of had ik het gewoon mis? En ik ben toch niet dat 'recalcitrante ding', of wel? Ik wil het best wel zijn hoor!
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 11-2-07 om 23:25
ps2
Mijn excuses voor de tikfoutjes, ik moet ook nog leren het even na te kijken voordat ik het plaats!
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 11-2-07 om 23:28
@ Mila: Ik zou niet weten waarom wij van de dwaalwegen zouden moeten afwijken, noch waarom we de trog met kaviaar zouden moeten laten staan. De duvel is tenslotte een beter dichter dan die andere gozer, zich noemende god.
"Dat recalcitrante ding" sloeg overigens op mijn man-zijn, mijn mannelijkheid, zeg maar.
Ben desalniettemin alleszins benieuwd haar je idee, tikfoutjes of niet.
Bovendien meen ik dat den opbaarheid dezer discussie, mits we haar goed volbrengen, de dichtkunst, en vooral de poezij, ten goede zal komen. (Want dichtkunst is maar dichtkunst, tenslotte. Het gaat om poezij.)
In blasfemische afwachting,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 11-2-07 om 23:55
en aanschouwt het wonder der tikfoutjes: het prachtige neologisme "opbaarheid" dat alle elementaire segmenten van het woordje "en" mist... en daarmee vele planken mist of slaat
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 12-2-07 om 0:00
Hallo Adriaan,
Het spijt mij zeer, ook voor mijzelf, maar: ik ben op weg! Ook weet ik waar naartoe. Echter de reis duur iets langer dan ik had verwacht.
Houd goede moed,
Mila Fertek
ps
Ik hoop echt van morgen!
Geplaatst door: Mila Fertek | 12-2-07 om 21:51
Het mag niet van Chrétien, maar: "Goede reis!"
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 12-2-07 om 22:33
Beste Adriaan,
Ik dank je oprecht voor je bekommernis ten aanzien van mijn welzijn.
Maar maak je boezem maar vast nat!
Mila Fertek
ps
Dat laatste was een, verder kosteloos, advies.
Geplaatst door: Mila Fertek | 12-2-07 om 22:47
Ik ben gaan oefenen in Huisduinen
Verder geen wild tegengekomen
ook niemand bedreigd. De helden der zee
gaven niet thuis of zich voor een ander
aan een ander
Godlof ken ik aldaar nog een blokfluit-
speler die er niet meer woont of blaast
Mijn borsten zijn niet meer, ik ben jong
ik kan stoppen met roken, ik zit zonder meid
ik ben gaan oefenen in Huisduinen, het is
te koud voor een blik. En alle borsten zijn hier
nat
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 13-2-07 om 0:39
Beste Adriaan,
Eindelijk het is zover!
Wat een mooi vers, al begrijp ik het niet! Je hebt het zeker over waar je woont!
Maar goed, ik heb mijn best gedaan, en ben zover!
Als uitgangspunt voor mijn verder betoog neem ik een uitspraak van jou, gedateerd acht februari, namelijk deze: ' Je zult het moeten doen met de communicatiemiddelen die je gegeven zijn en balanceren op het koord van de taal.' Welnu, Adriaan, daar is dan mijn startpunt, communicatiemiddelen: middelen dus om tot communicatie te komen. En juist die communicatie, Adriaan, daar wil ik het graag eens met je over hebben. Dit aan de hand van de grote taalfilosoof Wittgenstein, jou uiteraard welbekend. De quotes die ik gebruiken zal zijn van zijn hand, en die, niet al te letterlijk, van de heer Gerard Koek.
Goed, Adriaan, ik heb verantwoording afgelegd, nu kan en zal ik werkelijk beginnen!
Je kent de beroemde uitspraak cq vraag van Kant ' wat kan ik weten?' Wittgenstein vervolmaakte deze vraag door te stellen: 'Wat kan ik uitdrukken in taal?'. Dat vind ik zo gek nog niet uitgedrukt, wat jij? Hiermee namelijk geeft Wittgenstein aan op zoek te zijn naar de rechtvaardiging en de grenzen van de taal. Daar, Adriaan, komt uiteraard bij dat de mens niet alleen een met rede begaafd wezen is een 'animal rationale', maar tevens dat hij zich in allerlei tekens uitdrukt, een 'animal symbolicum'. Denk hierbij even, Adriaan, als je wilt aan het, volgens mij zo onterecht, bekritiseerde gedicht. De symbolen daar gegeven, zoals je aangeeft, zijn voor jou niet te ontcijferen, danwel platgetreden paden. Dat, Adriaan, is in mijn ogen een miskenning van die communicatiemiddelen waarover jij spreekt, en die ik met jou als schrijfster tot stand tracht te brengen. Vergeefs, voorlopig. Jij diskwalificeert omschrijvingen die ik gebruik om iets over te brengen, je maakt er namelijk cliche's van. Dat Adriaan, zegt iets over de wijze, kennelijk, waarop jij met mij, op dichterlijk niveau, communiceren wilt. Deze communicatie is voordat ik goed en wel begonnen ben reeds ten dode opgeschreven. En dat betreur ik. Hierbij, Adriaan, gaat het in mijn ogen niet om mijn onvermogen om met jou van gedachten te wisselen, maar simpelweg om jouw 'smaakoordeel' dat geen esthetiserende kwaliteiten bezit, maar alleen diskwalificerende. Ik zal dat in het vervolg probereb aan te tonen. Daarom is dat gedicht naar jouw mening mislukt, of heeft zijn doel voorbijgeschoten. Daar is het individu (jij), en dat mag, debet aan en niet het collectief (wij), dit met uitzondering van de heer Vogelezang.
Adriaan, wij gaan er onterecht van uit dat wij gedachten, voorstellingen, meningen, ideeen, etc. in onze geest bezitten en dat wij die in het spreken uiten danwel aan de ander openbaar te maken. Kortom: eerst het denken, vervolgend het spreken. In dat opzicht, Adriaan, kunnen woorden niet anders gezien worden dan de vertaling, let hier goed op en denk aan de platgetreden paden, van de gedachten in de geest van degene die die woorden gebruikt! Dat nu, Adriaan, is een voilstrekt onterechte voorstelling van zaken. De taal zelf namelijk is het voertuig van het denken. Wij vertalen niet een denkproces in woorden, wij denken in woorden! Wanneer mijn denkproces tijdens het schrijven van het gedicht waar het hier telkens over gaat dat pad gevolg heeft, kan er in mijn beleving geen sprake van platgetreden paden zijn, maar een volkomen originele kijk op de zaak! Daar, Adriaan, ben ik, zonder valse bescheidenheid, veel te oorspronkelijk voor.
Als er geen sprake kan zijn van denken in woorden, dan is het maar zeer de vraag, Adriaan, of wij eigenlijk uberhaupt in staat zijn met elkaar te communiceren. Denk nog even aan jouw uitspraak die ik als uitgangspunt gekozen heb voor mijn betoog.
Communiceren vooronderstelt dat wij een gezamenlijke (dichterlijke)taal bezitten, waaruit wij vertrekken om daarmee die nu al beroemde communicatie met de ander mogelijk te maken. Daarom, Adriaan, taal is het symbolisch systeem waarin in de mens leeft. Heidegger, die ken je ook wel, noemt daarom de taal 'het huis van het Zijn'.
Zo, Adriaan, de kop is er af. Nu wil ik afdalen, lees: opstijgen, naar de omgangstaal, mijn taal! De heer Vogelezang merkt hierover op: 'Tsja, i'm all foor prosaic poetry'. Waaruit ik, meen ik, op moet maken dat hij het niet over prozagedichten heeft, maar over prozaische gedichten. Totale nonsens natuurlijk. Wat bedoelt de heer Vogelezang daar? En waarom in het Engels gesteld, dat maakt een en ander er alleen maar onduidelijker op. Zoals ik al eerder stelde: communiceren vooronderstelt dat wij een gemeenschappelijke taal bezitten! Die bezit ik met de heer Vogelezang dus niet. Met jou, misschien wel. Wij komen er, met wat geluk en doorzettingsvermogen, nog wel.
Adriaan, in de taalfilosofie kennen wij in grote lijnen twee richtingen, een Franse en een Angelsaksische. Aangezien, zoals ik al eerder schreef, over willen schakelen naar de omgangstaal, blijf ondertussen denken aan het gewraakte gedicht, volg ik de Angelsaksische lijn, waarin Wittgenstein zo een prominente rol voor zich opeiste. De Angelsaksische lijn begint met het zoeken naar een logische taal die alle onduidelijkheden van de omgangstaal uitsluit. Gevolg daarvan is dat zij tracht een kunsttal te ontwikkelen, te construeren, die dicht bij de natuurwetenschappen staat. Een taal dus die de ogenschijnlijke onlogica van de omgangstaal terzijde schuift en derhalve weinig tot geen belngstelling toont voor die zelfde omgangstaal. Godzijdank, Adriaan, wordt in een latere fase van de Angelsaksische lijn dit rigide standpunt verlaten om veel directer en naukeuriger te gaan kijken naar juist dat gebruik van die 'gewone' omgangstaal. Men begint te spreken van een 'taalhandeling', een 'taaldaad', blijf denken aan de dichtkunst, Adriaan!
Het voortbrengen van een woord, zin of symbool en niet het woord, de zin of het symbool op zich wordt nog als basiseenheid van communicatie gezien! Kortom, Adriaan. hier zie je in het kort mijn bezwaar tegen jouw manier van poezieanalyse. Jij kijkt naar het woord, de zin het symbool op zich, niet naar het voortbrengen cq de bedoeling ervan. Je volgt mij nog, Adriaan? Ik begin lekker op stoom te raken, daarom was het mij het wachten wel waard, Adriaan. Wat jij? Ik schenk mij even een kopje thee in, Pickwick Zoethout.
Voor Wittgenstein zijn de volzinnen van metafysici, de taal van theologen, de waardeoordelen van de ethici, 'woorden in de wind'. Esthetische, morele en godsdienstige uitspraken zijn namelijk niet empirisch te verfieren. Omdat zij niet verwijzen naar de empirisch te verifieren werkelijkheid, zijn zij zinloos, maar niet onzinnig. De latere Wittgenstein zal hier op terug komen in het na zijn dood uitgegeven 'Filosofische onderzoekingen', om zich nog intensiever te richten op de gewone omgangstaal. Daarom: let op Adriaan, laten wij terugkeren naar de weerbarstige grond van die gewone omgangstaal! De taal waar men niet meer doorheen behoeft te kijken om verwijzingen naar de werkelijkheid te vinden. Het is wat het is, er staat wat er staat, het betekent wat het betekent. De taal zelf is de werkelijkheid geworden.
je begrijpt, Adriaan, dat bij alles wat ik hier schrijf en overdenk, telkens maar mijn gedicht in het achterhoofd heb ter illustratie. In dat opzicht is dit alles geen directe analyse, zoals jij die wel zo zorgvuldig hebt gemaakt. Dit hier is een indirecte, impliciete analyse, zonder mij te storten op het gedicht, noch mij zorgen te maken over de details. Dat wil ik je ter ondersteuning bij het verder lezen van dit betoog nog even onder de riem steken.
Adriaan, onze alledaagse taal is een verzameling van zeer verschillende en vaak ook heterogene taalspelen. Het woord spel heb ik al gebruikt in mijn beantwoording van de heer Vogelezang, hij heeft het waarschijnlijk niet begrepen, maar dit terzijde. Een gedicht, een verhaal, een bevel, een roman, een gebed, een belofte, een wens: zij zijn allemaal eigen taalspelen die slechts daarin van elkaar verschillen waar het de regels betreft waaraan zij moeten gehoorzamen. Een en ander is te vergelijken met bijvoorbeeld de verschillen tussen het schaakspel en het damspel. Echter, Adriaan, wij moeten niet denken dat er zoiets als een soort algemene systematiek van de taalspelen bestaat. Immers wat hebben bordspelen, kaartspelen en balspelen met elkaar gemeen? In het verlengde daarvan, Adriaan, wat hebben prozagedichten, hermetische gedichten, trioletten, balladen, sonnetten, enzovoort met elkaar gemeen?
Wittgenstein wil ons behoeden voor, wat hij noemt, wijsgerige pseudo-problemen die rijzen wanneer wij de regels van het ene taalspel verwarren met die van andere taalspelen. Dit zou, in zijn ogen, hetzelfde zijn wanneer wij de functies van de gereedschappen uit een gereedschapskist zouden verwisselen: een spijker inslaan met een beitel, of beitelen met een hamer! Alszodanig, Adriaan, zou het van een gebrek aan inzicht getuigen wanneer wij de verschillende taalspelen door elkaar haspelen. Dus alsjeblieft geen hermetisch gedicht beschouwen met de kennis die je bezit over het prozagedicht. Daar zit wat in, Adriaan, vind je ook niet?
Als je weten wilt wat een woord betekent, dan behoor je te kijken hoe het woord gebruikt wordt en binnen welk taalspel het gehanteerd wordt. De woorden krijgen pas dan betekenis wanneer zij gezien worden in hun communicatieve en culturele context. En daarom, Adriaan: een bewering is pas dan waar wanneer zij als zodanig door diegen die het taalspel spelen als zijnde waar wordt geaccepteerd. Dit komt simpelweg neer op het accepteren van die taalregels passend bij het te beoordelen taalspel, en, ik zeg het opnieuw, Adriaan, gewoonweg smaak! Je vindt iets mooi of niet! Wanneer je omtrent die smaak gaat argumenteren loop je binnen de kortste keren geheel en al vast. Waarover men niet spreken kan... enzovoort, weet je nog, Adriaan?
Is het dan zo moeilijk, dat geldt voor iedereen, ook voor mij, om dat eeuwige geargumenteer eens weg te laten? Laten we toch eens gewoon leren te zeggen: ik vind het mooi, lelijk, of wat dan ook! Wat is dat toch in ons dat wij altijd maar weer opnieuw ons eigen gelijk bewijzen en beargumenteren willen. Wat een dommigheid allemaal. Laten wij gewoon ja, of nee zeggen, smakeloos of verheffend. Je begrijpt mij, Adriaan, en je ziet tegelijkertijd dat ik, paragraaf na paragraaf, niets anders dan hetzelfde aan het doen ben. Arme ik!
Adriaan, ik werk naar het einde van mijn betoog toe. Omdat ik ook weleens wil parafraseren, ga ik dat nu ook doen. Ik gebruik een stukje tekst van Wittgenstein en vervang het woord 'filosofie' door het woord 'dichtkunst', en het woord 'filosofen' voor 'dichters'. Nauwelijks, of helemaal geen parafraseren dus!
Moet je eens kijken, wat er desondanks plaatsgrijpt.
Wittgenstein is voor veel dichters een inspiratiebron, naar woord overigens, geworden om nog diepgaander dan hijzelf deed over de taal na te denken. Hier komt zijn stukje.
Zonder taal is er geen dichtkunst mogelijk, maar het is niet vanzelfsprekend dat de taal van de dichtkunst alleen maar uit logische taal bestaat. Vanuit het uitgangspunt dat de dichtkunst steeds haar startpunt moet vinden in de verheldering van de alledaagse taal en ervaring, ligt het voor de hand dat de dichtkunst oog moet krijgen voor het complexe karakter van de alledaagse taal als projectie van de gewone werkelijkheid. Om recht te doen aan de gevarieerdheid van de taal moet de dichtkunst meerdere talen spreken, die onderling nauw samenhangen, zonder dat zij met elkaar samenvallen!
Tot zover mijn 'parafrase', Adriaan. Ik ben van mening dat ik niet nauwkeurig onder woorden kan brengen hoe ik denk over de grondhouding ten aanzien van het maken en beschouwen van gedichten. Ook geloof ik, dat hoop ik althans, dat ik mijn kritiek op jouw manier van het beoordelen van dichtkunst van een ander perspectief heb weten te voorzien. Beter kan ik niet!
Tot slot! De taal is geen versiering bij een rationeel betoog, zij verbeeldt de werkelijkheid op eigen wijze. Zij is in staat de band tussen de rationaliteit en de emotionaliteit van het leven te waarborgen om daarbij dicht bij fr authentieke ervaring van mensen te blijven.
Het is de taal van de 'aandachtige aanwezigheid', die de innerlijke en emotionele geladenheid van de werkelijkheid bewaart!
En nu het gedicht nog eens opnieuw lezen, Adriaan. Grapje!
Liefs,
Mila Fertek
ps
Ik ga deze lap tekst niet nog eens nalezen. Vergeef mij dus bijvoorbaat de, ongetwijfelde, tikfouten.
Geplaatst door: Mila Fertek | 13-2-07 om 18:24
Mila,
kan je - als je het gegeven bij de hand hebt althans - even het paragraafnummer verklappen uit Philosophische Untersungen (ik neem even aan dat het daaruit is)van de LW-passage die je paraphraseerde?
Ik vraag het, omdat ik even de "precieze" context wil bekijken waarbinnen LW zijn notitie plaatste.
Zulks omdat ik me bezin, op de begripssubstituties die je in je "parafrase" pleegde.
sorry voor de interruptie
Axel W
Geplaatst door: Axel | 14-2-07 om 10:42
Beste Axel, volledige namen, of anders moet ik je reactie helaas verwijderen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 14-2-07 om 10:44
Beste Mila,
Ik schrijf het volgende in woorden, dus sta mij toe me te bedienen van taal als voertuig voor de beoogde poging tot communicatie.
In de eerste plaats moet ik zeggen wat ik meen ik al eerder beweerde: je berichten (reacties of brieven) zijn vele malen mooier en doeltreffender dan je “gewraakte” poeem.
Mijn aanvankelijk reactie was waarschijnlijk van eenzelfde aard als die van Vogelezang en/of Blauwendraad. Het ging daarbij om wat jij noemt “gewoonweg smaak! Je vindt iets mooi of niet.” Welnu, ik vond het niets. Op jouw verzoek heb ik geprobeerd een en ander te formuleren met betrekking tot het begrip smaak.
(Je schrijft: “Laten we toch eens gewoon leren te zeggen: ik vind het mooi, lelijk, of wat dan ook! Wat is dat toch in ons dat wij altijd maar weer opnieuw ons eigen gelijk bewijzen en beargumenteren willen?” Hier spreek je je eerdere berichten tegen. Daar vroeg je zelf juist om! (Anders was deze hele discussie niet tot stand gekomen.))
Dan schrijf je: “Jij diskwalificeert omschrijvingen die ik gebruik om iets over te brengen, je maakt er namelijk cliche's van.” Ik maakte er geen clichés van, want dat waren ze al, ik beoemde ze slechts als zodanig. En, vervolg je: “Dat Adriaan, zegt iets over de wijze, kennelijk, waarop jij met mij, op dichterlijk niveau, communiceren wilt. Deze communicatie is voordat ik goed en wel begonnen ben reeds ten dode opgeschreven. En dat betreur ik. Hierbij, Adriaan, gaat het in mijn ogen niet om mijn onvermogen om met jou van gedachten te wisselen, maar simpelweg om jouw 'smaakoordeel' dat geen esthetiserende kwaliteiten bezit, maar alleen diskwalificerende.” Ik heb wel degelijk een “smaakoordeel” of een dergelijke tautologische bezigheid publiekelijk beoefend in antwoord op jouw verzoek. En mijn antwoorden in dezen waren grotendeels wel degelijk “esthetiserend”. Daarbij heb ik bij wijze van voorbeeld enkele details aanschouwelijk gemaakt en becommentarieerd. Het ging hier dus geenszins om een grondige tekstanalyse of lukraak diskwalificatie. Als je wilt, dat zou ook nog kunnen, maar dan is dit niet de juiste plek daarvoor.
Het gaat om iets heel anders. Ik ben behalve dichter onder andere ook redacteur. Dat betekent dat ik met twee petten op kijk. Als dichter zeg je “mwah” of “aardig” of “geweldig” – als redacteur lever je kritisch advies en commentaar. En ook daar vroeg je om. (Ik had het ook kunnen laten bij “ach, ik vind ’t maar niks”.) Bovendien acht ik het publieke aspect van een dergelijke discussie waardevol. Gewoonlijk spelen zich dergelijke discussies af achter de gesloten deuren van de redactiekeuken, maar soms is juist de openbaarheid nuttig, hoewel het de vraag is hoeveel vakgenoten deze discussie nog volgen.
Nog enkele losse flodders:
“...zoeken naar een logische taal die alle onduidelijkheden van de omgangstaal uitsluit...” => zoeken naar een dichterlijke taal die alle clichés van de omgangstaal uitsluit.
“...Het voortbrengen van een woord, zin of symbool en niet het woord, de zin of het symbool op zich wordt nog als basiseenheid van communicatie gezien...” => loos geraaskal
“...Jij kijkt naar het woord, de zin het symbool op zich, niet naar het voortbrengen cq de bedoeling ervan...” => Natuurlijk kijk ik naar de bedoeling en de wijze waarop het stand komt, dat is mijn vak.
“...laten wij terugkeren naar de weerbarstige grond van die gewone omgangstaal...” => Dat lijkt me prima, maar daar heb jij je niet aan gehouden in het “gewraakte” poeem. Daar zijn technieken voor die jij niet toepast. (Probeer ’t maar eens ‘uit je bek’ te krijgen.) Of anders gezegd, zo weldoordacht je “brieven” en onderbouwende reacties zijn, zo ondoordacht is het poeem. En jij zult ongetwijfeld beweren dat het allemaal heel goed doordacht is, maar je hebt in elk geval niet lang genoeg stilgestaan bij het effect op de lezer. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om. En dan zijn we terug bij af.
PS Wittgenstein is de meester van de open deur. En dat is geen diskwalificatie.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 14-2-07 om 15:24
Ik vind het hoogst onderhoudend. Gaat vooral verder Mila, Adriaan.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 14-2-07 om 15:53
Mijn goede Adriaan,
Dat is welgemeend zul je begrijpen! Dank je voor je uitgebreide commentaar. Wat verschillen wij toch heerlijk van mening. En hoe omzichtig sluipen wij om onze stokpaardjes, heel mooi allemaal. Maar waarom nou nooit eens onder aan je reacties... iets hartelijks! Al was het slechts ondertekend met:Adriaan! Adriaan, in onze polemiek zal toch geen kleine verbetenheid binnentreden? Dat meende ik lichtjes te bespeuren, maar ik zal het mis hebben! Goed,ik ga weer mijmeren over je schrijven, het is nog niet te laat.
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 14-2-07 om 23:44
Beste Axel,
Ik heb juist het boek naar de bibliotheek terugggebracht. Ik heb een beetje mot met ze, en heb mijn abbonnement opgezegd. Van de heer Gerard Koek, heb ik dat fragment ook. Gerard Koek Verlangen naar Wijsheid ISBN 90-5573-311-3, bladzijde 57 2.5.2
Met vriendelijke groet,
Mila Fertek
ps
U mag heus ook wel iets zeggen hoor! Wat u vindt van dit alles. Maar het hoeft natuurlijk niet, dit voor mij in verband met Wittgenstein en de taal, waar u, klaarblijkelijk mee bezig bent!
Nogmaals vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 15-2-07 om 0:05
L Wittgenstein in PU/PI
"par.531. Wir reden vom Verstehen eines Satzes in dem Sinne, im welchem er durch einen anderen ersetzt werden kann, der das Gleiche sagt; aber auch in dem Sinne, in welchem er durch keinen anderen ersetzt werden kann. (So wenig wie ein musikalisches Thema durch ein anderes.)
Im einen Fall ist der Gedanke des Satzes, was verschiedenen Saetzen gemeinsam ist; im andern, etwas was nur diese Worte, in diesen Stellungen, ausdruecken.(Verstehen eines Gedichts)
par.532. So hat also >>verstehen>verstehen>verstehen<< auf alles anwenden.
par. 533. Wie kan man aber in jenem zweiten Falle den Ausdruck erklaeren, das Verstaendlich uebermittelen? Frage dich: Wie *fuerhrt* man jemand zum Verstaendnis eines Gedichts, oder eines Thema's. Die Antwort daruf sagt, wie man hier den Sinn erklaert."
Pas op: hij wisselt ondertussen van Bedeuting naar Sinn na eerst Begriff te zijn (hebben?) gepasseerd.
Bibliotheekboertjie ad hoc tempore
Geplaatst door: niet echt volledig | 15-2-07 om 2:45
lees:
"532. So hat also >>verstehen> hier zwei verschiedene Bedeutungen? - Ich will lieber sagen , diese Gebrauchsarten von >>verstehen>verstehen<< auf alles anwenden.
Geplaatst door: ietsie volledeiger | 15-2-07 om 2:57
Waarde Mila,
Ik ken u niet dan uit uw woorden
zwervend door deez virtuele oorden
wij schrijven ons verloren
want zijn nog niet geboren
Met dank voor al dit fraai gedonder!
(en mijn naam staat hier dan onder)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 15-2-07 om 13:08
ook dichters en filosofen
moet je niet geloven
hun intelligente domheid
is niets dan sterk verpakte somberheid
u ziet, t lukt niet altijd goed
daarom weerom een welgemeende groet,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 15-2-07 om 13:16
Beste Adriaan,
Ik ben niet 'Ietsie Volledeiger'.
Ik heb lang nagedacht over je brief. Ben jij trouwens dwangmatig geneigd tot het schrijven van vele gedichten, soms gelegenheids? Ik vind ze wel mooi hoor! Ook ik ben dol op Sinterklaas, een fijne tijd, een hoogtepunt in het jaar, ieder jaar weer.
Ik wilde, Adriaan, eens wat algemene opmerkingen plaatsen. Ik ga trouwens morgen of overmorgen uitgebreid op je brief in. Maar waar het mij om gaat, is dit: Adriaan, doen wij nu iets normaals, of niet? Ik vond het zo opvallend dat toen ik de Contrabas een beetje volgen ging, het mij snel opviel dat er geen echt inhoudelijke discussies over de dichtkunst werden gevoerd. Ik kreeg de indruk dat het randgebeuren, het nieuws, het snel vervliegende, heel wat belangrijker is dan het spreken en denken over de dichtkunst zelf. Ze doen het wel zo af en toe, de dichters, maar mij lijkt het eerder een ware confetti van losse eindjes.
Adriaan, beantwoord dat eens voor mij, als je wilt? Ik ken deze wereld nog niet werkelijk, en ben ook wel wat bang dat ik mij belachelijk maak, ongewild, door zo een lange polemiek aan te gaan, die iedereen wellicht alweer lang vergeten is! Of is het juist daarom goed om te doen?
Overigens zie ik nog genoeg voedingsbodem voor onze polemiek! Laten we afspreken, als je dat wilt, dat wanneer wij in echt onoplosbare herhalingen gaan vervallen, en er niemand nog is om met andere lantaarns ander licht op de muren te schijnen, dat we er dan mee stoppen. Zo verstandig, Adriaan, moeten wij zijn, en zullen wij zijn! Wat denk jij? Maar voorlopig heb ik nog genoeg.
Morgen neem ik je schrijven van 14-2 onder de loep.
Je naam mag er dan wel onderstaan, maar dat is de aangemaakte naam! Ik zou zo graag willen dat je onder een briefje eens zelf je naam typt. Maar dat is een persoonlijk eigenaardigheidje van mij hoor, Adriaan. Niets van aantrekken.
Tot spoedig,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 15-2-07 om 23:32
Beste Adriaan,
Ik ben niet 'Ietsie Volledeiger'.
Ik heb lang nagedacht over je brief. Ben jij trouwens dwangmatig geneigd tot het schrijven van vele gedichten, soms gelegenheids? Ik vind ze wel mooi hoor! Ook ik ben dol op Sinterklaas, een fijne tijd, een hoogtepunt in het jaar, ieder jaar weer.
Ik wilde, Adriaan, eens wat algemene opmerkingen plaatsen. Ik ga trouwens morgen of overmorgen uitgebreid op je brief in. Maar waar het mij om gaat, is dit: Adriaan, doen wij nu iets normaals, of niet? Ik vond het zo opvallend dat toen ik de Contrabas een beetje volgen ging, het mij snel opviel dat er geen echt inhoudelijke discussies over de dichtkunst werden gevoerd. Ik kreeg de indruk dat het randgebeuren, het nieuws, het snel vervliegende, heel wat belangrijker is dan het spreken en denken over de dichtkunst zelf. Ze doen het wel zo af en toe, de dichters, maar mij lijkt het eerder een ware confetti van losse eindjes.
Adriaan, beantwoord dat eens voor mij, als je wilt? Ik ken deze wereld nog niet werkelijk, en ben ook wel wat bang dat ik mij belachelijk maak, ongewild, door zo een lange polemiek aan te gaan, die iedereen wellicht alweer lang vergeten is! Of is het juist daarom goed om te doen?
Overigens zie ik nog genoeg voedingsbodem voor onze polemiek! Laten we afspreken, als je dat wilt, dat wanneer wij in echt onoplosbare herhalingen gaan vervallen, en er niemand nog is om met andere lantaarns ander licht op de muren te schijnen, dat we er dan mee stoppen. Zo verstandig, Adriaan, moeten wij zijn, en zullen wij zijn! Wat denk jij? Maar voorlopig heb ik nog genoeg.
Morgen neem ik je schrijven van 14-2 onder de loep.
Je naam mag er dan wel onderstaan, maar dat is de aangemaakte naam! Ik zou zo graag willen dat je onder een briefje eens zelf je naam typt. Maar dat is een persoonlijk eigenaardigheidje van mij hoor, Adriaan. Niets van aantrekken.
Tot spoedig,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 15-2-07 om 23:32
Ja, Mila, je hebt gelijk, echt inhoudelijke discussies over de dichtkunst worden hier weinig gevoerd. Maar het kan wel. Nu ging het aanvankelijk naar aanleiding van je gedicht, maar langzaam maar zeker ook in algemenere termen, tot zelfs de filosofen erbij aan te pas komen.
En je hebt gezien dat ik soms uit mijn rijmslof schiet, maar
Rijm, aldus Leo Vroman,
onze hersenen houden ervan
(Wat natuurlijk een rijm van niks is, maar het statement is goed, dat vond Moestafa destijds ook.)
Ik weet niet met wie ik discussieer, en deels vind ik dat jammer of hinderlijk (het gaat zo veel beter bij een goede curry of een bete broods met een weinig wijns), deels is het ook wel aangenaam en grappig, en op den duur ook leerzaam of iets dergelijks verderfelijks.
Polemiek valt uiteindelijk altijd in een gat, de dichtkunst, nee, niet de dichtkunst, de poezie zal ten slotte 't meest overtuigen.
Zo lees ik stukje bij beetje de bloemlezing van onze gastheer alhier, 666 en nog wat, ik neem m'n tijd. De enorme diversiteit en het enorme verschil aan kwaliteit maken het me niet gemakkelijk.
Vaak is het de techniek en de beheersing van het idioom die me de wenkbrauwen doen optrekken. Er staan schitterende gedichten in van nagenoeg onbekende dichters zowel als armzalige verzen van zij die het inmiddels al behoorlijk hebben gemaakt. Kijk bijvoorbeeld naar Stefan Hertmans. Hij geniet inmiddels redelijke bekendheid (zo niet roem), hij is een goed musicus, maar hij schrijft wel dingen als "de ondergrondse van de slaap", een welbekende stijlfiguur waarmee men geruisloos een metafoor hoopt binnen te smokkelen. Iets als "de melkplas van de maan", ik zeg maar wat. Het gebruik van het woordje "van" is hier de wisseltruc. Oke, het is beter dan een constructie met "als" of " alsof", maar het blijft een zwaktebod. (Hugo Claus deed op dit terrein de meest verschrikkelijke dingen.) Dit alles heeft iets te maken met de buitensporige aandacht voor beeldspraak en de afnemende interesse voor techniek. Het is ofwel veel parlando nononsenseopendeurintrapperij ofwel doenalsofwelucebertzijn. Nee, ik chargeer, er is natuurlijk veel meer aan de hand. Wel zie ik onder de sympathieke of minder sympathieke pogingen van tijd tot tijd merkwaardige bloeisels. Ook in de poezie warmt de aarde op. En telkens zijn er weer dichters die je in de kraag vatten of bij de kloten hebben of hoe zeg je zoiets. En helaas zit je ook telkens weer te gapen bij mislukte mooidoenerij of verkeerd vormgegeven slecht proza (wat in veel gevallen een uitstekende definitie zou zijn).
Wittgenstein helpt ons hier niet echt bij. Rilke mogelijk wel, al was het maar omdat hij een inhoudelijk dichter was, en heel goed wist wat hij wilde. Holderlin. Blake. Der Mouw.
Nietzsche? Ja, dat was een groot dichter.
Ook grappig: G. Bataille was een veel beter filosoof dan dichter. Toch zijn die gedichten helemaal niet zo slecht.
Filosofisch gezien denk ik dat Vroman de beste Nederlandse dichter is. Oke, gedeelde plaats met Lucebert. Voorlopig moeten we het daarmee doen.
Hoornik heeft fantastische dingen gedaan. En Leopold grenst aan het geniale, soms, vaak, niet altijd. Sorry, namedropping ouwe gasten jajaja. Maar als ik denk aan welke poezie me echt heeft ontroerd of anders over het leven heeft doen nadenken... dan blijft er al met al niet zo veel over, hoe graag ik het ook allemaal lees.
Het is net als met de beeldende kunst: ik verorber het allemaal, weinig blijft uiteindelijk staan of hangen.
En het meisje bloost
omdat de koe haar water loost
(Burssens)
met goede groet,
Adriaan
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 16-2-07 om 1:56
ANONYMOUS
I'm not tired now, but I will be, I'm sure,
at finishing this letter. All love letters
makes me tired, especally the happy ones.
Do you understand what is so exhaustive about love?
I do not. Perhaps I will, I'm pretty sure,
when I'm exhausted enough.
Then it will be of no use to send you what I wrote
or even to mention my name.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 16-2-07 om 2:48
Moe ben ik nog niet, maar dat zal ik zeker zijn
als ik de laatste punt heb gezet. Liefdesbrieven
vermoeien me zonder uitzondering, vooral de opgewekte.
Begrijp jij waarom de liefde zo uitput?
Ik niet. Misschien pas
als ik straks voldoende uitgeput zal zijn.
Dan zal het zinloos zijn je mijn schrijfsel te doen toekomen
of zelfs maar te ondertekenen.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 16-2-07 om 15:58
Bedankt Adriaan! Was vorige nacht dus werkelijk te moe om van mijn Engelstalig poëem een Nederlandse vertaling te maken. Heel fraai.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 16-2-07 om 16:30
Kun jij t ook in t Frans?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 16-2-07 om 16:43
Je suis désolé.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 16-2-07 om 17:25
Poor boy.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 16-2-07 om 17:32
Beste Adriaan,
Sta mij toe, daar gaan we weer!
Je vond het niets. Dank je, dat is een antwoord. Ik weet niet of Blaauwendraad, hoe zit dat ook alweer met die voornamen, Adriaan?, Catharina, er wel zo over denkt, als jij voetstoots aanneemt. Maar goed, dat doet er verder weinig toe, dat is aan Catharina.
Als het even kan wil ik niet te gedetailleerd ingaan op je reactie van 14 februari. Op die wijze is het waarschijnlijk al niet snel nog te volgen voor de vooronderstelde lezers, en moeten zij telkens gaan zitten bladeren naar wat er nu ook alweer precies geschreven werd, en dat kan nooit de bedoeling van ons zijn. Toch, Adriaan, bezit ik een paar kleine dingen die de moeite van het mededelen waard zijn.
Daar ga ik dan!
Je schrijft dat ik mijzelf tegenspreek waar ik het heb over 'beargumenteren' en 'eigen gelijk bewijzen', dit waar het alle dichters betreft. In enge zin is dat waar, en ik prijs je voor die opmerkzaamheid. Echter, Adriaan, als je een en ander nog aandachtiger had beschouwd was je ongetwijfeld opgevallen dat ik hier in de meervoudsvorm spreek. In feite, Adriaan, hoe mij dat ook verdriet, heb ik het niet over ons, maar over alle dichters en dichteressen, die ik zie als vorsten en vorstinnen. Alszodanig de pluralis majestatis. Heb je 'm, Adraan?
Even verderop gebruik je tautologischerwijze het woord tautologie. Eerder gebruikte je dat woord bij jouw analyse van mijn gedicht. Adriaan, ik schrijf of zeg nooit iets onnodig twee of zelfs meermalen, dat is mijn overtuiging. Tautologie staat, zoals je vast en zeker weet, ook te boek als stijlmiddel, te weten de herhaling, waar nodig met kleine veranderingen. Hier is de dichter zijn eigen observator die alle handelingen, ongezien en onbeinvloed door anderen, peilt en wikt en weegt. De herhaling staat voor hem voor de nuances, in wat hij wikt en weegt en peilt. Een dichter die nauwkeurig kijkt, net geen herhalingen toepast, maar kleine veelbetekenende, wie zal het zeggen Adriaan?, veranderingen aanbrengt. Juist die kleine veranderingen die hij nodig acht!
Een dergelijk gedicht, neem nou het mijne, Adriaan, staat vanzelf buiten de objectieve werkelijkheid, zo die bestaat, maar zeker wel met beide benen op de grond van mijn subjectieve en esthetische werkelijkheid, en daarom waar! Die herhalingen, we hebben het nog immer over de tautologie, zijn zeker niet onnodig, ik ben mij juist ten volle van die herhalingen bewust: ik wil ze! Ik houd van ze! Ik heb niets te maken met alle eventuele technische oordelen die over ze te vellen zijn. Adriaan, mij gaat het om de emotie, mijn emotie. Mijn aanbod die emotie te delen. Die overdracht kan lukken, of mislukken, dat is aan iedere lezer voor zich. Ons smaakoordeel is per definitie subjectief en esthetisch, of mocht het anderszins zijn: simpelweg niet zuiver. Immers: aan smaak ligt altijd esthetiek ten grondslag.
Adriaan, en daar dank ik je voor, natuurlijk heb jij esthetiserende en waardevolle opmerkingen geplaatst, maar die betroffen 'alleen' het ritme en de, schreef je, prachtige openingszin. Verder barst het, volgens jou, van archaisch woordgebruik en cliche's. Daar, is dan mijn gevolgtrekking, houd jij dus niet van. En dan, dat heb je nu dan ook werkelijk gezegd, behoor jij dat gewoon te zeggen. Dat is hoe ik erover denk, Adriaan! Of beroep jij je wellicht op een mij onbekende achterban, deze natuurlijk met uitzondering van de heer Vogelezang. Dat laatste, dat begrijp je, Adriaan, is vanzelf volkomen subjectief. En naast die achterban, is het mij tevens een volslagen raadsel waarom, naar jij stelt, deze discussies altijd plaatsvinden achter de gesloten deuren van de redactiekeukens. Is het geheim, of iets dergelijks, Adriaan?
Maar, Adriaan, waar gaat dit alles nu werkelijk over? Jij stelt onomwonden dat ik in mijn gedicht geen gebruik maken zou van de omgangstaal. Wel, Adriaan, dan heb ik nieuws voor jou! Ik denk daar geheel anders over. Naar mijn mening is het de omgangstaal bij uitstek, alleen die omgangstaal, die zeer tegen mijn zin, geheel of vrijwel in onbruik is geraakt, en vervangen door een weliswaar alledaags, maar desondanks stuitend aftreksel daar van. Ik kijk bijvoorbeeld, vanwege die reden, vrijwel geen televisie meer. Deze taal, mijn taal, die ik omgangstaal noem, is helder en staat niet begrijpen of verwarring niet toe. Natuurlijk, zeker in een gedicht, rijzen er vragen op, maar, Adriaan, dat moet juist zo! Is dat niet het geval, dan is er geen volume, en ieder gedicht, of wat daar dan ook voor door moet gaan, behoort een zeker gewicht te bezitten. Zo denk ik er over! Wat gebruik ik toch veel uitroeptekens vandaag!
Wanneer, Adriaan, ik noem bijvoorbeeld de ambtelijke taal, de theologische taal, dan is er juist sprake van waar ik van gruw, te weten: onhelderheid, verwarring en niet begrijpen. Taal die je onmogelijk eenduidig interpreteren kan. Taal die zich, net als ik doe, bedient van een lichte verhevenheid, in dit geval echter met de bedoeling, met het oogmerk het stof nog hoger te doen opdwarrelen. Die kwaliteiten, Adriaan, en daar dank ik mijzelf voor, mist mijn taalgebruik ten enen male. Hoe licht verheven ook, mijn taal is af, eenduidig, helder, niet verwarrend en te begrijpen.
Adriaan, het is mijn bedoeling de discussie breed te houden. Daarom: over de jou geboden hulp ten aanzien van het mij schenken van meer inzicht in jouw smaak, wil ik dit zeggen: jij laat een aantal door jouw begeleide dichters de revue passeren. Dit in jouw vooronderstelling dat een dergelijk rijtje, overigens zeer gewaardeerde dichters, mijn inzicht ten aanzien van jouw smaak verduidelijken zou. Welnu, Adriaan, ik moet je teleurstellen, bij mij is dat niet het geval. Het zegt, vergeef mij, vrijwel niets over jouw smaak. Het toegespitste, de intuitie, de emotie, de esthetische norm -als die niet van jou is- die jij toepast! Nee, Adriaan, ik word werkelijk niet wijzer van een dergelijk rijtje. Het is misschien wat gechargeerd, maar waar desondanks. Dit gezien het simpele feit dat jij geengageerd met hen bent. Dat mag natuurlijk best, maar beinvloedt desondanks jouw smaakoordeel terdege. Dat is wat ik ervan vind, Adriaan.
Vertel mij daarom, Adriaan, van jouw grootste dichters, die jij bewondert en niet begeleidt. Want in dat laatste zit volgens mij een, al is het een morele, belangenverstrengeling. Ik denk heus niet slecht over je, dat mag je weten. Maar toch, derhalve kan dat oordeel op die manier niet zuiver zijn. Denk daarbij eens aan de wereldcanon, Adriaan, kijk eens flink over de grenzen. Ik bedoel dat niet aanmatigend, maar buiten Nederland! Zij, die dichters, zullen mij een beslist helderder kijk bieden op jouw smaak. Een echtere spiegel. Ben ik onredelijk, Adriaan, ik hoop zo van niet.
Goed, Adriaan, het was weer veel, maar je stond mij toe! Ik ga eindigen met wat losse notities.
Aangezien jij deze publieke discussie waardevol acht, volgen uiteraard alle vakgenoten, raar woord overigens, deze polemiek. Dat, Adriaan, kun jij niet weten aangezien deze vakgenoten niet goed durven reageren! Wat moeten zij immers tussen ons te berde brengen? Ik breng je ten overvloede de heer Vogelezang in herinnering, die in zijn wijsheid besloot slechts eenmaal hoog van de toren te blazen. Maar, ik kan je gerust stellen, zij, de anderen, zullen deze polemiek blijven volgen, iedere letter ervan. Opdat dat je gerust moge stellen.
Over je 'losse flodders'.
De heer Popper, zijn ziel zaliger, zou werkelijk opgetogen uit zijn fauteuil opgesprongen zijn, mocht hij notitie hebben mogen nemen van het feit dat jij wat uitspraken van de heer Wittgenstein bombardeert tot losse flodders! Dat zou hem zeer veel genoegen hebben gedaan.
Adriaan,
Fijn weekeinde
Mila
ps
Ik dank je overigens voor je vleiende woorden, zo voel ik dat, ten aanzien van mijn reacties of brieven. Ik heb een dergelijk gevoelsmatig fenomeen niet eerder mogen ervaren, maar ik moet je zeggen dat het prettig aanvoelt. Toch verwart het mij daar ik, in mijn beleving, nog over weinig epistolair vermogen beschik. Ik probeer mij te uiten, dat is alles. Ik moet pal staan voor mijn dichtkunst. En dat tracht ik te doen!
Nogmaals,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 17-2-07 om 1:01
Best Koenraad,
Dat is een prachtig gedicht!
Vriendelijke groet,
Mila Fertek
Geplaatst door: Mila Fertek | 17-2-07 om 1:02
Best Adriaan,
Dat is een fijne vertaling!
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 17-2-07 om 1:07
Waarde Mila,
Zoals je begrijpt moet ik aanstonds zoeken waar de bedstee gebleven is, dus uitvoerig zal ik niet zijn, voor nu. Sommige zinnen begreep ik niet helemaal, zoals "Dit gezien het simpele feit dat jij geengageerd met hen bent. Dat mag natuurlijk best, maar beinvloedt desondanks jouw smaakoordeel terdege." Dat is natuurlijk andersom. Verder zou ik "geruststellen" in dit geval aanschrijven, aangezien er anders iets heel anders staat.
Ik meen niet uitspraken van dhr. Wittgenstein tot losse flodders bestempeld te hebben, die term bezigde ik om mijn eigen reacties te karakteriseren.
Over de grenzen ben ik geboren en begonnen. Overeind blijven in elk geval Lautreamont, Artaud, Lowry, Graves, Carroll, Machaud, Patchen, (David) Jones, Cohen, Vian, cummings, Prevert, Vroman, Pavese.
Dit voor nu, slaap wel,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 17-2-07 om 1:45
Beste Mila,
Dank voor je bemoedigende woorden. Ik van mijn kant kon je gedicht erg smaken. Dat verhevene, het ritme, het bekoorde me allemaal wonderwel. Je schrijft ook prachtige brieven.
Vriendelijk gegroet,
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 17-2-07 om 2:34
Heren,
Vanavond ga ik uit, morgenavond ben ik er weer!
Vriendelijk groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 17-2-07 om 19:36
Mila,
Ik hoop dat je iets aan de haak slaat met een tred uit duizenden. Maar hou ze in de gaten, teugenswoordig deugt er niemand meer.
Uw,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 17-2-07 om 19:43
Koenraad,
Ze zijn welgemeend, die woorden. Daartegen over mijn dank voor je polarisatie betreffende jouw smaakoordeel ten opzichte van het gedicht. 'Zie je wel', zeg ik dan tegen Adriaan, 'het kan! Je moet je er alleen voor durven open stellen, moet je eens zien wat voor ongekende sensaties jou terechte deel zullen worden.'
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 18-2-07 om 22:42
Beste Adriaan,
Iedereen deugt! De tred uit duizenden daar ben ik erg goed in, dat is mijn habitat.
Ga je nog inhoudelijk reageren, als vervolg op de kleine elegante schotschriften die je geplaatst hebt?
Ik ben wat moe,
Tot spoedig,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 18-2-07 om 22:47
Mila,
Wat een duister briefje schrijf je me daar. Ik heb nu al wat gedronken en gerookt, maar ik heb mij, echt waar, de ganse dag alleen maar bezig gehouden met het lezen van poëzie, meer bepaald poëzie van Lord Byron, en het gekke is, Mila, dat ik daarbij aan jou heb zitten denken. Ik weet niet of je, wat ik heb gedaan, 'denken' zou kunnen noemen, Mila, maar als ik het met iets moet vergelijken dan vergelijk ik het met de toestand, je vergeeft het me, tussen slapenn en waken. Ik bedoel, Mila, als je nog niet helemaal uit de droom bent, als je denkt dat je droomt, en als je beseft dat denken het enige was dat je in je droom nooit deed. Dat bedoel ik Mila, als ik zeg dat ik aan je dacht.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 19-2-07 om 1:00
Koenraad,
Ik mijmer, of nachtdroom ook veel, eigenlijk al de tijd. Zoals jij het omschrijft is echter heel wat adekwater. Denk niet te veel aan mij, besteed die energie aan de dichtkunst.
Koenraad, ik ben niet in vorm. Dat komt snel weer. Een vroegere vriend, later soort vijand, is zaterdag overleden. Daar moet ik veel over nadenken.
Ik ben er wel bij, begrijp ook heel goed wat je schrijft, maar ik ben niet in staat mijn woorden mijn gedachten te laten worden. Gun mij even, dan ben ik er weer!
Dag Koenraad,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 19-2-07 om 22:54
Heren,
Ik dank jullie!
Mila
ps
Zeg, Adriaan, ga jij nog reageren? Morgen ben ik waarschijnlijk alweer beter. Dus...
Nogmaals dank,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 20-2-07 om 23:30
Ja, Mila, ik zal eerdaags zeker weer een en ander te berde brengen. Een groot deel is al gezegd, dus ik vraag me ook af wat er nog aan kan worden toegevoegd. Een discours of polemiek over filosofen en hun talige beslommeringen lijkt me op deze plek niet juist. Iets over dichtkunst dan wel poEzie of beide wel.
Toch meen ik je inmiddels wel uitvoerig van repliek te hebben gediend.
Mijn medeleven met het gemis van je vroegere vriend, later soort vijand, hoe zegt men zo iets. (Niet zo, maar het is welgemeend.)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 20-2-07 om 23:51
Overigens begin ik al op jonge leeftijd een leeftijd te benaderen waarin vriend en vijand in de omgeving bij bosjes komt te overlijden. Eenzaam zijn de uitvaarten niet, maar het zet je wat wankelmoediger op de fiets. Overleven is een merkwaerdige betrekking.
Je hoort van mij (ondertekening onder aan dit bericht),
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 21-2-07 om 17:57
Adriaan,
Dank je, helaas bevind ik mij nog niet op de leeftijd waarop het min of meer gewoon wordt, mocht zoiets bestaan, in mijn beleving komt het even hard, angstig en genadeloos aan, ik wil niet zeggen heviger, vanwege mijn jeugd, alweer!
Maar het gaat toch niet, Adriaan, om repliek? Het gaat er om dat wij elkaar vinden, niet bevechten.
Een wezenskenmerk van de dichtkunst is, en dat is een heel mooi wezenskenmerk, het arbitraire ervan. Niets is te staven, we blaffen elkaar af: waarom? Ons eigen gelijk? Adriaan, jij en ik, wij weten niets van dichtkunst! Wij hebben alleen onze 'smaak uit kennis', en 'kennis uit smaak', waarbij wij zeer argwanend onze desbetreffende territoria uiterst nauwlettend in de gaten houden!
Daar hadden we het over, Adriaan, over hoe de dichtkunst te beschouwen, of hoe niet! Dit om je weer op weg te helpen. Alle auteurs die jij noemde, ik geef het toe: het is ook een verkeerde inschatting van mijn kant, hebben mij een beeld kunnen verschaffen omtrent jouw smaak. En dat hoeft dan ook helemaal niet.
Er wordt aangebeld,
Groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 21-2-07 om 23:46
Adriaan,
Dank je, helaas bevind ik mij nog niet op de leeftijd waarop het min of meer gewoon wordt, mocht zoiets bestaan, in mijn beleving komt het even hard, angstig en genadeloos aan, ik wil niet zeggen heviger, vanwege mijn jeugd, alweer!
Maar het gaat toch niet, Adriaan, om repliek? Het gaat er om dat wij elkaar vinden, niet bevechten.
Een wezenskenmerk van de dichtkunst is, en dat is een heel mooi wezenskenmerk, het arbitraire ervan. Niets is te staven, we blaffen elkaar af: waarom? Ons eigen gelijk? Adriaan, jij en ik, wij weten niets van dichtkunst! Wij hebben alleen onze 'smaak uit kennis', en 'kennis uit smaak', waarbij wij zeer argwanend onze desbetreffende territoria uiterst nauwlettend in de gaten houden!
Daar hadden we het over, Adriaan, over hoe de dichtkunst te beschouwen, of hoe niet! Dit om je weer op weg te helpen. Alle auteurs die jij noemde, ik geef het toe: het is ook een verkeerde inschatting van mijn kant, hebben mij een beeld kunnen verschaffen omtrent jouw smaak. En dat hoeft dan ook helemaal niet.
Er wordt aangebeld,
Groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 21-2-07 om 23:46
Beste Adriaan,
Mijn excuses voor de onderbreking. Ik eindigde met te stellen dat 'dat beeld verschaffen' er niet wezenlijk toe doet. Daarbij stipte ik ook even mijn, eigenwijze, dwingerige gedrag aan, daar schaam ik mij nu een beetje voor, ten aanzien van dat jouw smaak, Adriaan, mij alles duidelijk maken zou. Ik ben er nu achter dat iets dergelijks het geval onmogelijk zijn kan. Anderen, zelfs grote dichters en schrijvers, kunnen mij in wezen niets vertellen over jou smaak. De enige manier waarop dat eventueel zou kunnen, is het zoeken naar overeenkomsten in smaak van de dichters en schrijvers die jij mij voorhoudt. Ik, Adriaan, had beter moeten weten, jou niet in die hoek moeten drukken, waar ikzelf niet eens goed over had nagedacht, dat had ik niet behoren te doen. Het zal ons namelijk onmogelijk verder kunnen brengen in de polemiek die wij zijn aangegaan. Zonder het goed en wel in de gaten te hebben zijn wij aan het dualiseren, in plaats van het, gewenste?, synchroniseren. Niet voor ons, Adriaan, is dit, maar voor de dichtkunst, toch?, waarvan wij godzijdank deel uit mogen maken, in het bijzonder. Want daar is het ons om te doen, Adriaan, waar of niet?
Onze smaak, Adriaan, leeft in onze boeken en platenkasten, de vrienden die wij hebben, de plaatsen waar wij graag willen zijn, hoe je het liefst in bad gaat, welke stoffen je voorkeur hebben, van welke dingen wij een afkeer hebben: en waarom?
Die auteurs, kunnen mij daar niet bij helpen! Adriaan, wij zullen een andere benaderingswijze moeten betrachten.
Wat denk je?
Groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 22-2-07 om 23:10
Beste Adriaan,
Wellicht is het een aardiger insteek als wij ons zouden richten op: 'onze houding ten opzichte van de dichtkunst.' Wat verlangen wij, wat hebben wij nodig, van de dichtkunst? Wat hopen wij dat zij ons brengen zal? Welke faculteiten in ons doen welke persoonlijke aanspraken op de dichtkunst? Welke verlangens bezitten wij ten aanzien van de dichtkunst, zei Telemachos, terwijl hij zeer goed nadacht! Grapje, Adriaan, je hebt mij al vergeven.
Niet metaalmoe? Schrijf het mij anders gewoon! Dan kunnen wij deze polemiek op eerbiedwaardige wijze, met hartelijke groeten en zo, weliswaar onaf, maar desondanks afsluiten. Echter interessanter lijkt het mij niet te snel op te geven. Het gaat me nogal ergens om!
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 23-2-07 om 22:58
Dag Mila,
Zekerlijk zal ik nog ingaan op een aantal zaken dat hier te berde is gebracht, maar eerst ben ik nog even zoet met een aantal andere, de poëzie dienende zaken. Bovendien heb ik mij zo juist 2 brillen aangeschaft - een voor de korte afstand, en een voor de lange. Je begrijpt in ben compleet in de war daarvan.
Vreest niet: wordt vervolgd.
Adriaan
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 24-2-07 om 16:33
Beste Adriaan,
Dat is fijn. Ik ben geduldig, dat weet je. Succes met de presentatie, ik zal, dank je voor je uitnodiging, ik zal er niet zijn, aangezien ik genodigd ben voor een ridder en jonkvrouwenfeest, in een echt kasteel! Niettemin veel succes met je voordracht. Ik heb vanmorgen ook die oudere mevrouw gezien, en zij kwam niet prettig op mij over, ik weet niet waarom. Die man was heel aardig!
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 25-2-07 om 22:54
Mila, als je met "die oudere vrouw" Willy Brill bedoelt (de vertaalster), dat is de liefste vrouw van de wereld. En ik weet na een decennium samenwerken wel waarom.
Plezier met de tournooien en de liasons dangereux.
Adriaan
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 25-2-07 om 23:21
Beste Adriaan,
'De aardigste vrouw van de wereld!' Gelukkig maar, ik vergis mij graag.
Vriendelijke groet,
Mila
ps
Wij, Adriaan, zullen ongetwijfeld terugkomen op, divertimenti zijn toegestaan, en dragen bij aan de klank van het geheel, maar wij komen terug op ons onderwerp: 'Hoe de dichtkunst te beschouwen. En welk waardeoordeel, liever smaakoordeel, daaraan te verbinden.'
Ja toch, Adriaan?
Vriendelijke groet,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 26-2-07 om 0:36
Dat discours wil ik graag voeren.
Overigens zijn de termen "waardeoordeel" en "smaakoordeel" mij wat groot. Nee, dat is niet helemaal waar -- het is vooral "smaakoorddel" wat mij vreemd overkomt, als een averechts pleonasme, zeg maar. Bij een "waardeoordeel" voel je je als een taxateur, een beroep dat ik binnen deze branche graag en met enthousiasme zou uitvoeren. Een "smaakoordeel" is bij mijn weten terecht geen goed Nederlands, aangezien met de smaak het oordeel al is geveld. Herstel, het komt voor dat ik een gedicht onder ogen krijg waarvan ik meen te kunnen zien dat het goed is, terwijl ik het niet mooi of iets dergelijks vind. Mijn oordeel (het woord gaat steeds zwaarder klinken) is dan "positief" maar mijn smaak zegt "negatief".
Zo zit 't met veel dichtkunst en -kritiek. Zelf heb ik beroepshalve te maken met kwaliteitsbepaling (wat dat ook moge zijn), smaak (persoonsgebonden) en commerciele en/of pr-potentie (nattevingerwerk-en-geluk-hebben).
Maar ik weet wel wat ik goed vind of niet. En meestal ook wel waarom. Een van de dingen die mij kunnen overtuigen is wanneer de dichter in staat is mij te raken, ontroeren, verrassen en tegelijkertijd op een intellectueel, talig niveau weet te overtuigen. Ik denk dat de meeste poEzie waarvan ik houd deze twee elementen verenigen. Toch kan, als het erop aankomt, een van beide aspekten de weegschaal doen doorslaan.
Een volgens mij heel eenvoudig voorbeeld: lees de complete werken van Gerrit Achterberg. 95% van die gedichten is werkelijk geniaal. Daar zal ik niks op afdingen. Een op de dertig gedichten is poEzie. Echt waar! Ik vind hem een matig dichter, hoe geniaal hij soms uit de hoek kon komen. Maar hij blijft een dichter omdat hij soms poEzie schreef. Maar het merendeel van zijn werk bestaat uit gedichten. Knappe gedichten, maar geen poEzie.
Zijn vriend E. Hoornik had bij lange na niet zo'n grote productie, en was vormtechnisch in veel opzichten Achterbergs' mindere, maar diens poEzie lees je, zoals Thomas Naastepad het uitdrukte, niet met droge ogen en zijn lange gedichten "De vis" en "De overweg" behoren tot de geruisloze pijlers van de hedendaagse poEzie, al was het alleen maar vanwege de prachtige "statements" die erin zijn vervat.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 26-2-07 om 1:45
Adriaan,
Dank je voor je heldere, persoonlijke, antwoord. Daar ga ik eens rustig over mijmeren.
Vooral dat van Achterberg trof mij! Ik denk over Achterberg namelijk precies hetzelfde. Dat is mooi!
Je leest van mij,
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 26-2-07 om 23:28
Beste Adriaan,
Een kleine, maar desondanks venijnige, ziekte bezoekt mij deze dagen. Je begrijpt?...
Mila
Geplaatst door: Mila Fertek | 27-2-07 om 23:35
Tja, en nu heb ik ook nog eens onfatsoenlijke dingen gezegd over Eliot, ergens hierboven. Dat mocht niet van Koenraad. Maar die beugel is mij te klein.
En pas op: het zijn de kleine, venijnige ziekten die... when the evening is spread out against the sky like a patient etherised upon a table... enfin, voor je 't weet zien we elkaar in Isfahan.
uw
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 28-2-07 om 0:04
Beste Adriaan,
Ja ik heb het gelezen, je moet je een beetje inhouden denk ik, zoveel furie!
Ik ben herstellende, hoewel veel te langzaam naar mijn zin. Morgen ga ik desondanks naar het ridder en jonkvrouwenfeest. Ik neem de laatste tien bladzijden uitprint in zijn geheel mee. Daar ga ik, tussen de middeleeuwse spelen door, een reactie uit op doen laten gloeien.
Maak je niet te druk,
En Koenraad jij ook niet!
Groet,
Mila
ps
Een fijne presentatie!
Geplaatst door: Mila Fertek | 28-2-07 om 23:31