Een pand vol zware hoeren, massief, gesloten
als de hemelpoort. Het stil genot
van hartkloppingen, gecombineerd met boterbabbelaars.
Het zingen van onzichtbare vogels, het tere voorjaarsblad.
Een gat vol vruchtvlees. Donker. Nat.
Diep in het bordeel doop ik mijn woorden in de mond van mijn geliefde
en laat ze drogen op papier. Niet hier
maar toch dichtbij. Ik knijp in oma’s hand;
opeens is het voorjaar oud en moe, de straat een grot,
gevoerd met ranzig, lauw fluweel. Zij trekt aan mij:
mijn oma is een schonkig, schichtig paard dat terug wil naar de stal.
Ik zal, gonst het in mijn hoofd (en waarom weet ik niet).
Ik zal, ik zal. Ik bijt
maar het enige dat sneuvelt is vooralsnog een boterbabbelaar.
Wouter Godijn
'Een pand' van Wouter Godijn is het 4e gedicht dat in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Wouter Godijn (1959) publiceerde naast proza de dichtbundels 'Alle kinderen zijn van glas: gedichten' (2000), 'Langzame nederlaag' (2002), 'De karpers en de krab' (2003) en 'Kamermuziek, of De weg naar de onverschilligheid' (2005).
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Prachtig. Hulde.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 22-12-06 om 17:22
Een prachtig gedicht, klasse, tot aan de laatste regel, dan komt Toon Hermans weer om de hoek kijken, of erger, die predikantenzooncabaretier uit het noorden. Dan komt de Hollandse onderbroekenlol weer voor de dag. Eindig toch anders man, laat hem stikken in z’n boterbiesje, laat hem doodsrocheleren!
Geplaatst door: Kees Godefrooij | 22-12-06 om 20:44
Inderdaad, heel mooi. Ik vind het gedicht van de week zowiezo een goed initiatief. Wat mij betreft zou hier kunnen worden volstaan met het schrappen van 'vooralsnog' uit de laatste regel, dan loopt hij verder prima. Ik denk dat vooral(snog) dat ambtenarenwoord wat stoort.
Geplaatst door: Kees Klok | 23-12-06 om 8:57