Nijmegen heeft de schandvlek die het ambt stadsdichter aldaar een jaar heeft ontsierd, weggepoetst. Victor Vroomkoning (in het echte leven opereert hij onder het pseudoniem Walter Vandelaar) mag nu twee jaar bewijzen dat het anders kan. De redactie van de Contrabas vond hem vanavond, na enig zoeken, in café de Blauwe Hand (zie foto) aan de Grote Markt in de Waalstad, alwaar Vroomkoning het ene rondje voor de hele zaak na het andere gaf; iets wat gemakkelijk kan, want in de Blauwe Hand passen ongeveer zes mensen tegelijk, en het zat niet vol. Wij stelden hem een paar vragen.
CB: Victor, allereerst: gefeliciteerd met je aanstaande benoeming. Mag ik dan meteen een vraag stellen? Heb je getwijfeld, toen de gemeenteraad je aanzocht om dit zware, door sommige mensen onderschatte ambt te aanvaarden?
VV: Na lang aarzelen en na flink overleg over de condities heb ik uiteindelijk toegehapt. Wie niet waagt, zal nooit wat leren; wie weet ontdek ik nog dat ik warempel niet altijd over mijn ouwelui en jonge liefdes hoef te dichten.
CB: Ach Victor, je doet jezelf tekort. Je dichterschap is zo... veelzijdig. Bovendien zie ik daar... hé, daar is Stella Napels (de vrouw van Victor, zie foto hieronder)! (Stella Napels, als altijd de beminnelijkheid zelve, zij het tegen Victor soms wat kort, komt bij ons aan tafel zitten. Wat ziet ze er weer goed uit!) Victor, iets anders: ben je nu verplicht om allerlei gelegenheidsverzen te maken, of krijg je meer vrijheid?
Stella Napels neemt het woord: 'Wij hebben veel artistieke vrijheid bedongen voor Victor; hij wil zeker gaan schrijven over begraafplaatsen, over de meest speciale daaronder, onder meer over het Britse oorlogskerkhof, over het Joodse, over de natuurbegraafplaats, over gebeurtenissen in de oorlog, want Nijmegen is een half jaar frontstad geweest; en dan praat ik maar niet over het vergissingsbombardement; dus een jaar dichten in dienst van Heer Hein. De Waalbrug bestaat dit jaar 70 jaar; daar wil ik wel een vers aan kwijt. Voor de rest is Victor zich nog aan het oriënteren. Hij heeft zich in zijn contract gevrijwaard van gelegenheidsverzen, dus jubilea, aankomst, vertrek et cetrera. Dergelijk werk is niet aan hem besteed.'
CB: Hè, Stella, laat Victor zelf antwoorden. Victor, in je functie-omschrijving staat dat je ook educatieve taken op scholen gaat vervullen, of iets dergelijks. Tijdens de campagne die je voerde voor de Publieksprijs 2005, bleek al dat je veel affiniteit hebt met schoolklassen. Hoe zit dat?
VV: Aan kinderen geef ik regelmatig workshops; ik heb daar een programma voor gemaakt; ik heb het nota bene ook afgedraaid op de Lerarenopleiding van de Universiteit hier. In mijn sterke jaren gaf ik tekstkunde en poëzie-interpretatie aan de M.O.- opleidingen, dus het is goed te doen nog. Over twee weken geef ik weer zo'n leergangetje aan de Weekendschool, die in januari in navolging van Amsterdam hier is opgericht.
CB: Wat een actief type ben je toch. Maar los van het educatieve: zijn er op korte termijn al activiteiten van stadsdichterlijke aard te verwachten?
VV: Zondag aanstaande wordt hier het door mij geschreven 'Dukenburglied' door zo'n 150 zangers van de flats af geschreeuwd onder begeleiding van groot orkest naar aanleiding van het 40-jarige bestaan van Dukenburg. Tja, dat was ook een opdracht, maar ik ben er niet erg gelukkig mee.
CB: Schreeuwen naar Dukenburg, welke Nijmegenaar wil dat niet? Zie het van de positieve zijde, je kop komt zeker weer in de krant. Dan een slotvraag. De vorige stadsdichter kreeg de vreselijkste kritiek te verduren, voornamelijk van rancuneuze types, die hem zijn succes niet gunden. Kijk maar eens hier, hoe erg het soms was. Kun jij goed tegen kritiek?
VV: Ik probeer er iets van te maken al zal er zeker kritiek komen, maar daar kan ik redelijk mee overweg. En kom mij nou 30 oktober feliciteren met die Karelprijs, wil je?
CB: Tuurlijk. Maar dan eerst: een rondje van de zaak. Van ons. Voor Victor. Hoewel, ik heb toch nóg een slotvraag. Drie, vier dichters, meer zijn er niet voorhanden in Nijmegen, als je het bijltje er over twee jaar bij neergooit. Vind je niet dat er dan, als men door de dichters heen is, ook mensen, dichters bedoel ik, moet kunnen benoemen die ooit, lang, zeg: elf jaar, in Nijmegen hebben gewoond, en dat die zo'n ambt ook goed kunnen vervullen, dan?
VV: Ja, zo'n dichter, dat zou een verrijking betekenen voor het ambt.




Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Laatste reacties