Martin Reints. Deze beste, brave man publiceert zo nu en dan een boekje vol met zinnen die -tig keer door de platwals-mangel zijn geweest. Dat geeft niks. Maar...zeg zulks niet in een recensie, zoals Philip Hoorne deed, want dan raken de poëzie-correcte meutes in de war. Vandaag komt Hoorne, na een hoop gezeur en gedram in de reacties bij zijn recensie, met een verhelderend naschrift. Dit naschrift zal ook wel weer tot gezeur aanleiding geven. Ach ja. Het houdt de mensen tijdens deze gure dagen enigszins van de straat.
Mijn favoriete blad Meander pakt ook weer flink uit, nu met een stukje van Julia Steennis, over ene Aukelien Weverling, die zich blijkbaar in de 'poëziesector' begeeft en daarover schrijft, of typt, in het magazine van het CJP. Aukelientje heeft boeiende ideeën. 'Het liefst zoek ik dan ook voor CJP jonge dichters omdat de lezers zich daar makkelijk mee kunnen identificeren. Bovendien kun je dan een gevoel kweken van: als je hard werkt dan kun jij ook optreden of zelfs een bundel uitgeven. Ik vertrouw ook op mijn eigen smaak. Het is al moeilijk genoeg aandacht voor poëzie te krijgen, dus ik vind het doodzonde om dan dichters te bespreken die ik middelmatig vind.' Mijn hemel. Een matig formulerende mevrouw met een meerderwaardigheidscomplex... Daar gaan we nog meer van horen, vrees ik.
Op de vraag 'En merk je dan dat er een verschil is in de mate van interesse van hen voor de reeds gevestigde dichters en nog relatief onbekende dichters en poetryslammers?' antwoordt Weverling, het orakel van Delphi daarbij prachtig imiterend: 'De beginnende slammers zijn voor hen makkelijker benaderbaar, maar ze staan ook wel kwijlend te kijken naar dichters als Simon Vinkenoog en Gerrit Komrij.' Eindelijk een antwoord op de vraag waarom zoveel slammers vaak zo moeilijk te verstaan zijn: ze hebben net staan kwijlen. Enfin. Lees het artikel zelf maar. Het is boeiende lectuur, in a way.
Hoewel ik het niet kan laten om deze fijnzinnige beuk onder de gordel te citeren, tot slot: 'Ik denk ook dat het voor een ongeoefende poëzielezer fijn is wat handvatten te krijgen. Wel denk ik dat sommige poëzie zich beter leent voor een voordracht dan andere. Sommige poëzie leent zich zelfs uitsluitend voor voordracht, omdat er op papier niks van overblijft, terwijl het op het podium best aardig is. Eigenlijk vind ik het nogal een onzindiscussie die alleen mensen met te veel tijd voeren.' Ja zeg, onze tijd verpesten door malle interviews af te staan en dan een beetje gaan katten. Foei toch.
En nu we het toch over slams hebben, en over poëzie en zo, wil ik het door mij in de vorige alinea gekregen handvat even vastgrijpen voor het slotthema van deze losse, associatieve, ochtendlijke beschouwing: 'mensen die niet tegen hun verlies kunnen'. Want op zijn weblog draait Xavier Roelens heel veel kunstige bochtjes en rondjes, waar hij eigenlijk wil zeggen: ik had moeten winnen, want ik ben de beste. Xavier, Xavier... Kindjes die, zelfs achteraf, vragen...
Och nee, dan ben ik nog iets helemaal vergeten. Op het Weeklog van de Volkskrant: Hans Plomp over het aanstaande festival Vurige Tongen. Oude nederwiet in oude zakken...
Laatste reacties