Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Mark Boog wint VSB Poëzieprijs | Hoofdmenu | Wat je ziet is wat je krijgt »

28 april 2006

De Muzen zijn geen hoeren, maar godinnen

'Uit een enquête onder Nederlandse dichters blijkt dat de meesten van hen weleens een gedicht in opdracht schrijven. De dichter is in deze tijd een kleine ondernemer,' schrijft Ron Rijghard vandaag in de NRC. Van de 52 dichters die aan de enquête meewerkten, blijken er 42 ooit één of meerdere gedichten in opdracht te hebben geschreven. 5 van hen geven aan meer dan 20 opdrachten per jaar te verwerken. Geld en naamsbekendheid worden als voorname redenen voor het aannemen van een opdracht naar voren gebracht. Overheden, bedrijven en particulieren betalen gerenommeerde dichters doorgaans bedragen tussen de 500 en 2000 euro.

Niet iedere geënquêteerde dichter is echter gecharmeerd van het ondernemerschap. Concessies doen aan de vrijheid of de deugd lijken daarbij de grootste struikelblokken. 'De Muzen zijn geen hoeren, maar godinnen,' roept Piet Gerbrandy in dit verband. Marije Langelaar formuleert haar bezwaren zo: 'Tot dusver leidt een gedicht in opdrachtsituatie alleen tot conflicten met mijzelf. [...] Ik doe het niet, vind het afgrijselijk. Ik ben juist kunstenaar en dichter geworden (en niet illustrator en journalist) omdat ik houd van een overrompelende vrijheid. Ik wantrouw regels en beperkingen. Word daar opstandig van. Ik wil het graag zuiver en oorspronkelijk houden.

Maar de meesten zijn enthousiast 'over de mogelijkheden en de kansen die werk in opdracht biedt'. 'Het toont aan dat de poëzie nog steeds gezien wordt als iets 'hogers', iets waar status mee te verkrijgen is,' zegt Esther Jansma, 'en ik ben er absoluut van overtuigd dat gedichten in opdracht van derden even goed, uniek enzovoort kunnen zijn als gedichten die een dichter schrijft in opdracht van alleen zichzelf. De aanleiding van een gedicht is voor mij het aller-oninteressantste aspect van een gedicht.' Volgens Paul Gellings zou opdrachtwerk de dichtkunst en dichter juist 'uit zijn ivoren toren halen' en is het 'een prachtige manier om een groter publiek met poëzie in contact te brengen'. En Ingmar Heytze gelooft eerder in het omgekeerde: 'het brengt een zeker maatschappelijk leven in de poëzie'.

Zoveel dichters zoveel meningen. Maar toch. Concessies doen, het (gedeeltelijk) toegeven aan de eisen der tegenpartij, lijkt me bij het aanvaarden van een opdracht en de daaropvolgende financiële afdoening niet altijd te vermijden. Concessies hoeven het gedicht niet te schaden. Nee. Ik kan me ook voorstellen dat sommigen, zoals in het artikel van Rijghard ook naar voren komt, in het keurslijf juist een 'uitdaging' zien. Maar toch...

Reacties

Ingmar Heytze

Het is met opdrachtpoëzie niet anders dan met autonome poëzie: hoe meer je in opdracht schrijft, hoe beter je er in wordt, als het goed is. Wie werken in opdracht niet zuiver vindt, zou ook geen literaire prijzen moeten aannemen of een werkbeurs aanvragen, want zodra je dat doet werk je in zekere zin ook in opdracht.


Ton van 't Hof

Het gaat me niet zozeer om de zuiverheid, maar om de schade die eventuele concessies met zich mee zouden kunnen brengen. Als dat gebeurt, vind ik dat gewoonweg zonde.

Chrétien Breukers

Maar Ton, een goed gedicht laat zich niet schaden...

Ruben van Gogh

Daar gaan we weer: Een opdracht is niet meer dan een thema, en literaire tijdschriften werken ook vaak met een thema, maar dan is het blijkbaar ineens wel allemaal zuiver en goed.

Cees van der Pluijm

Kun je een gedicht schrijven zonder opdracht?

hans kloos

Het werk aan mijn nieuwe bundel is in de laatste fase en omdat die grotendeels "besteld" is, schreef ik een voorwoord waarvan ik nog niet weet of het ook werkelijk in de bundel zal komen, maar ik citeer er hier maar een groot stuk uit omdat het precies om deze kwestie gaat:

"Op www.hanskloos.nl staat een interne zoekmachine en al zoekt het ding alleen op woorden die letterlijk in de tekst op de site voorkomen, keer op keer blijkt dat bezoekers niet naar een specifiek woord, maar naar een thema op zoek zijn. Liefde is de onbetwiste nummer één, met de dood als goede tweede, beide op afstand gevolgd door zaken als afscheid, oorlog, huwelijk en water. De hele top twintig van zo’n twee jaar is in de titel van deze bundel terechtgekomen en in de inhoud.

‘Rouwadvertentiepoëzie’ is een schimpscheut waarmee critici en dichters soms in hun ogen inferieure gedichten naar de prullenbak verwijzen. Ik heb nooit begrepen waarom dat oordeel zo geformuleerd wordt, en niet alleen omdat een van de eerste dingen die ik ooit in druk zag verschijnen een paar regels bij een overlijdensbericht waren. Wat is er mis mee als op een moment dat mensen zelf geen woorden kunnen vinden, ze die lenen van iemand die van woorden leeft? Ik wil de functie van poëzie er niet toe beperken, maar wat mij betreft is het zeker een mogelijke. Poëzie hoeft niet autonoom te zijn.
Vaak wordt de romantische notie in stand gehouden dat wat een dichter schrijft louter en alleen voortkomt uit hemzelf en zijn omgang in werkelijkheid en taal. Maar het werkt in de praktijk, en niet slechts de mijne, toch iets anders.
Literaire tijdschriften en organisaties nodigen uit om over bijvoorbeeld ‘zwijgen’, ‘de plek’ of ‘een talisman’ te schrijven, een woningbouwcoöperatie wil een gedicht op de gevel van een nieuwbouwproject, het Nationaal Comité 4 en 5 mei vraagt om een gedicht dat als poëzieclip op televisie moet vertoond, een beeldend kunstenaar wil gedichten naast zijn etsen in een exclusief drukwerk plaatsen of juist poëzie op ballonnen voor jan en alleman de lucht in laten vliegen enzovoort. De lijst met voorbeelden uit eigen en andermans praktijk is langer dan het leesgenot toestaat. Het voldoet wellicht niet aan het clichébeeld, maar dichters werken geregeld op bestelling.
Dat leidt tot ongeïnspireerde rijmelarij, denken romantische zielen misschien. Of een bestelling goed werk oplevert, is echter afhankelijker van de vraag of de dichter pakweg Driek van Wissen dan wel K. Michel heet. Om uit de praktijk van de laatste te putten: ongeacht de verhouding inspiratie-transpiratie waaronder het tot stand is gekomen, een gedicht als ‘Nee en ja’, dat Michel ter gelegenheid van 4 en 5 mei heeft geschreven, kan moeilijk worden weggezet als zouteloos werk van een poëziebakker. Of het nu is besteld of geïnspireerd, de kwaliteiten van de maker bepalen wat er van een gedicht terechtkomt.

‘Met veel zelfkennis omschreef Hans Kloos zichzelf als een leverancier van mogelijkheden’, stond er ooit in een artikel over mijn werk. De woordkeus verraadt me al. Bestellingen zijn welkom bij deze kleine zelfstandige. Zo heb ik ze ook opgevat, de zoekvragen van de bezoekers op mijn site, als bestellingen van gedichten over de grote en minder grote thema’s. Sommige lagen op voorraad, andere moesten nog helemaal worden gemaakt (een enkele kwam als halffabrikaat van een tussenleverancier)..."

Samuel Vriezen

Er is toch alleen maar sprake van een concessie als je iets schrijft terwijl je eigenlijk iets anders zou willen schrijven?

Ik heb bij de nederlandse poezie het idee dat de meeste concessies helemaal niet gedaan worden aan een opdrachtgever, maar aan de nederlandse taal zelf, die nou eenmaal niet voor alles een passend woord op voorraad heeft.

Ingmar Heytze

Twee duimen voor Hans Kloos; zo is het. Samuel, eh, hoe bedoel je?

Samuel Vriezen

Je maakt het gedicht toch met de taal die je hebt? Dan ben je dus in eerste plaats beperkt door diezelfde taal en zit je altijd vast aan de woorden van die taal: hun klank, maar ook de betekenis en dus de hele geschiedenis van zo'n woord en hoe het gebruikt is. Je kunt geen woord zeggen zonder dat die geschiedenis meekijkt en de betekenis van de woorden is nooit helemaal - zelfs: nagenoeg niet - aan de dichter om te bepalen.

Als het schrijven van een woord dan al zo enorm bepaald is, wat zou het dan nog dat er soms iets in opdracht gebeurt? Het idee dat die concessies een rol gaan spelen door een opdracht lijkt me onjuist.

Ah, ik zie dat ik het een beetje verwarrend had gezegd met dat 'passende woord'. Ik bedoelde: je kunt wel willen dat er een woord is dat zus of zo, (een woord dat geluk betekent en op Haarlem rijmt of zo) maar als alle beschikbare woorden net niet helemaal zus of zo dan moet je het toch doen met die beschikbare woorden.

Neologismen e.d. helpen maar in zeer beperkte mate.

Miranda Mei

En wat te zeggen van de uitvaartpoëzie? Me dunkt dat die toch bij uitstek in - weliswaar zelfopgedragen - opdracht worden geschreven?
En in een vrij kort tijdbestek dan ook nog eens.
Het enige verschil tussen poëzie in en zonder opdracht schrijven ligt in het eventueel opgegeven thema en een mogelijke vergoeding.
Het ligt misschien gevoelsmatig verschillend bij de dichters of zij ertoe in staat zijn poëzie in opdracht te schrijven.
Maar dan nog; het resultaat bepaalt toch uiteindelijk of het tot poëzie aangemerkt kan worden of niet.


Ingmar Heytze

Het integrale artikel van Rijghard is te vinden op
http://www.ingmarheytze.nl/NRC-20060428-03031001.pdf

Ed van der meulen

Ik weet het niet over gedichten in opdracht.

Ik publiceer mijn gedichten niet. Ik gebruik ze op een andere goede manier. U zult dat in de kranten later wel merken.

Ik dicht voor intense omstandigheden. In pijn of in vreugde. Ik dicht om diepe emoties die echt zijn.

Ik hou ook van steengoede toespraken. Ook met gedichten erin. Zoals Maranda Mei ook zei. En misschien Hans Kloos.

Of dat in opdracht is of niet dat telt niet voor mij. Taal stroomt over als kokende melk.

Daar wappert de taal en ik ga mee. Ik voel me meegaan.

In nature zijn we gelijk. In nurture zijn we heel verschillend. Met allemaal jassen aan van evaringen. Uit elkaar gegroeid.

En omdat emoties door velen herkent worden herkent men mijn gedichten ook makkelijker. Dichten is gevoel uiten, voor mij. En daar stroomt de taal weer... heuvel op en door dalen heen. De taal slaat trommels. De taal is liefde. De taal raakt aan.

vriendelijke groeten

ed van der meulen

Ed van der meulen

Ik voel in het duister en de nacht tast terug.

Dit is een alexandrijn. De oude vertelstijl. En voel je de spanning al. Ik spaar ook dichtregels. De aanraking van taal. Handen die elkar ontmoeten. Syntax van woorden en semantiek in ons gevoel. En ik doe alles in alle openheid. En geef alles gratis weg.

Doe niet zo moeilijk. De taalberg heeft vele kanten.

Jippiiiie

ed van der meulen

Koenraad Goudeseune

Mooie regel ed.

Kees Godefrooij

Ben het wel eens met Gerbrandy waar hij zegt dat de muzen geen hoeren zijn maar godinnen, maar muzen mogen geen hoeren zijn, dichters zijn dat wel, want brood op de plank immers en rook uit de schoorsteen.

Rutger H. Cornets de Groot

@ Samuel:
Bij uitspraken over de beschikbare taalschat moet niet worden vergeten dat het, nu we het over opdrachten hebben, voor sommige dichters misschien wel de belangrijkste opdracht is om juist aan die gegevenheid te ontsnappen.
'Ik spel van de naam a/ en van de namen a z/ de analfabetische naam' zegt Lucebert. Hij gaat dus niet akkoord met wat men met elkaar is overeengekomen, en dat begint al bij het algemeen aanvaarde alfabet. Van Dixhoorn gaat nog een stap verder: die zet er zelfs eerst nog nummers voor, waardoor het taalmateriaal ahw in een andere toonsoort komt te staan: die van hem.

Het is waar dat het verzinnen van neologismen vrijwel geen uitkomst biedt, omdat het systeem en de spelregels ervan daardoor alleen met een systeem van additief-mechanische aard worden uitgebreid. Dichters als Lucebert en Oosterhoff - niet toevallig niet de geringsten - voegen niets toe, maar onttrekken woorden aan de taalschat, schudden ze leeg, laden ze met nieuwe betekenis op en sturen ze weer terug: 'Nachtenlang bemediteerde hij (een schemermens) het woord schampscheut': geen neologisme, maar een toeëigening van bestaand materiaal (schampschot/schimpscheut), dat daardoor geen algemeen bezit meer is, en waardoor de dichter zich onttrekt aan de greep van de gemeenschap.

Overigens schreef Lucebert ook: 'Een goed woord vindt steeds een goede plaats'. Men moet een gegeven paard tenslotte niet in de bek kijken, en met opdrachten is dat niet anders.

Ed van der meulen

Muzen dat is kunst. Er met gevoel en misschien ook verstand er van maken wat er maar mogelijk is.

Oeit. Daar gaat mijn blaadje in de wind, omhoog en omlaag in golven en hier langs zo en dan stop. In rust in de takken van die struik daar. Stil nog na trillend.

En daar tippelen mijn vingers al over de toetsen. Ook in golven. Kijk maar. En ook omhoog en neer en dan rust ik even. Een beetje natrillend van taal.

Dat is wat.

Wie kent dat ook. Het borrelen in je als het overkoken van melk. Dat is de taal, die vloeit en plotseling springt, die lacht en buitelt. Dans met mij.

Hoor de muziek gaan in de taal. De klanken en de ritmes. Hoor de taal leven.

Wie opdrachten volgt is ook met taal bezig. of niet soms.

Tubinares

Geachte dichters en schrijvers en liefhebbers van het woord,
Hierbij willen wij van Stichting Tubinares (Stichting ten behoeve van eigenzinnige uitingen) u allen wijzen op Festival de Muzen, jazz Poetry & Art op 8/9/10 september 2006 in Theater de Speeldoos in Baarn. Met name de eerste avond (vrijdag 20:00u) is interessant, met optredens van Bernlef (& Guus Janssen, piano), Thomas Möhlmann (& Thomas Andersen, contrabas) en Stormvogel (& Rob van den Broeck, synthesizers). Liefhebbers van jazz komen ook hun trekken, met optredens van Robert Rook Trio, Loet van der Lee Quartet en 78"platendraaier Semmy Prinsen. Toegang is 17,50 euro. Kijk op www.festival-demuzen.nl Het zijn inderdaad godinnen.

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...