Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« februari 2006 | Hoofdmenu | april 2006 »

maart 2006

31 maart 2006

Westerparkdichternieuws

Hans Kloos laat weten: Westerpark in kaart gebracht door gedichten van de Westerparkdichter en anderen (Wim Brands, F. Starik, Ilse Starkenburg) en meer nieuws op de Westerparkdichtersite. Kloos betoont zich een productieve en collegiale stadsdeeldichter, iets waar de andere stadsdeeldichter in Amsterdam een voorbeeld aan kan nemen...

De hand van Rembrandt

Het boek waar het hier om ging, heet Door de hand van Rembrandt. De volgende dichters leverden een bijdrage aan het boek: Elma van Haren, Victor Vroomkoning, Martijn Benders, Frans A. Brocatus,  Pien Storms van Leeuwen x, Catharina Boer x, Jeannette Coppens x, Maarten van den Elzen x, Jasper Mikkers x, Nick J. Swarth,  Cees van Raak x, Willem Groenewegen, Thom Schrijer x, Kees Hermis,  Albert Megens x, Magda Luttikhuizen, Pieter Boskma, Pieter de Laat x, Herbert Mouwen x, Leo Mesman x, F. Starik, Wil Heeffer x, Willem van de Vrande x, Margo de Wolf, Rita Van Hauwermeiren x, Chrétien Breukers, Albert Hagenaars x, Wim van Til x, Serge van Duijnhoven,  JACE van de Ven x en Mieke van Baal x.

De dichters met achter hun naam een x traden op tijdens de presentatie, waarover Starik onder meer opnmerkte: '(...) gedurende de ruim anderhalf uur durende presentatie gaven vrijwel alle daarin publicerende "dichters", meest huisvrouwen met oranje haar, afgewisseld door buikige mannen met een volle baard acte de presence. Een enkeling bracht een zelfgeknutseld kunstvoorwerp mede waarop iets geschreven stond, wat dan ook nog voorgelezen moest worden, niet dat het iets met Rembrandt van doen had, maar nu de gelegenheid daar was, kon het natuurlijk geen kwaad de eigen kunstproducten ook eens aan de man te brengen. Enfin, de Nacht was goeddeels voorbij voordat zij begonnen was.'

Ik ben benieuwd welke personen getooid waren met oranje haar, een dikke buik en een volle baard, of met een combinatie van deze attributen. Het boek is te bestellen bij Hoenderbossche Verzen.

Koninklijk huis wacht een jaar of 25 met uiten afkeuring

Koningin Beatrix vindt dat er vroeger hele stoute Argentijnen waren. Waarschijnlijk beroept zij zich, via de aangetrouwde familie, op dezelfde bronnen als Willem-de-zoveelste dat deed.

Han van der Vegt in de Avonden, nu online

Han van der Vegt was afgelopen woensdag te beluisteren in de Avonden. Het gesprek met Wim Brands staat nu online: klik hier en kies het tweede uur.

30 maart 2006

Interview met Vroomkoning

Op de website van Peter WJ Brouwer: een interview met Victor Vroomkoning, die onlangs dubbel in de prijzen viel. Hij verwierf kort na elkaar de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen en De Publieksprijs voor de beste poëziebundel 2005.

Mini-interview met Jos Versteegen in de Grote Zaal

Josversteegen2_1Jos Versteegen (1956) studeerde Nederlands en Indonesisch in Nijmegen. Poëzie van zijn hand verscheen onder meer in Maatstaf, De Tweede Ronde, Bzzlletin en Hollands Maandblad. Hij debuteerde in 1996 met de dichtbundel Voorgoed volmaakt, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’ Prijs 1997. In 1998 verscheen een tweede bundel, Jonge Meesters, in 2001 gevolgd door de novelle in dichtvorm Nachtkermis, die gaat over een zoektocht naar een jongen in nachtelijk Amsterdam. De liedteksten die Jos Versteegen schreef voor het jeugdprogramma Het Klokhuis werden in 2001 gebundeld in Ik zet mijn tanden in de paus. Op het ogenblik werkt hij aan een musical in opdracht van studenten van de Musical Academie.

Lees verder in de Grote Zaal >>

Interview met Jos Versteegen

Jos VersteegenJos Versteegen (1956) studeerde Nederlands en Indonesisch in Nijmegen. Poëzie van zijn hand verscheen onder meer in Maatstaf, De Tweede Ronde, Bzzlletin en Hollands Maandblad. Hij debuteerde in 1996 met de dichtbundel Voorgoed volmaakt, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’ Prijs 1997. In 1998 verscheen een tweede bundel, Jonge Meesters, in 2001 gevolgd door de novelle in dichtvorm Nachtkermis, die gaat over een zoektocht naar een jongen in nachtelijk Amsterdam. De liedteksten die Jos Versteegen schreef voor het jeugdprogramma Het Klokhuis werden in 2001 gebundeld in Ik zet mijn tanden in de paus. Op het ogenblik werkt hij aan een musical in opdracht van studenten van de Musical Academie.

Versteegen verzorgde een culturele gids, Roze Amsterdam, en schreef een biografie over homo-activist Floris Michiels van Kessenich, De Roze Jonker. Hij was samensteller en redacteur van de reeks jaarboeken Gay 2000 t/m Gay 2004. In 1995 stelde hij samen met collega-dichter Victor Vroomkoning een bloemlezing van funeraire poëzie samen: Een zucht als vluchtig eerbetoon. Eerder, in 1993, verscheen zijn bloemlezing O, reisgenoten op dit narrenschip, een keuze uit 25 nummers van De Tweede Ronde. Zijn nieuwste publicatie, samen met Thijs Bartels, is de Homo-encyclopedie van Nederland (2005). Jos Versteegen verzorgt nieuwsbrieven voor de Schorerstichting en geeft les in schrijftechniek.

1. Met welk gedicht zou van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?

Met een gedicht dat is opgedragen aan mijn moeder. Het is gepubliceerd in het lentenummer 2006 van De Tweede Ronde:

Muizen op zolder

    Voor mijn moeder

Iets ligt op sterven achter in
je blik. De zinnen vallen van
je lippen op de grond, als oude
glazen. Je doet de winkeldochters
van je geheugen steeds cadeau
aan wie je lakens komt verversen.

Vergeet de grote schoonmaak die
je veertig keer hebt aangericht
van keukenkast tot Christusbeeld,
de bezems die je wegveegde
op tegels en cement, het stof
dat aan je doeken hing, paniek
van spinnen, ruiming van karkasjes:
de uitgezogen pissebedden
onder de webben die je brak.
Vergeet je lente en je verf,
ze denken ook allang niet meer
aan jou.
  Wat weet je zomer nog
van twee geschampte knieën in
de hof, tussen margrieten en
doronicum, en bloedend soms –
een dier trok wiedend door de tuin,
de hoofddoek als een rood signaal
tot achter, bij de heesters en
de put die grijzig overstroomde.

Je herfst weet niets meer van je handen,
die kouder werden, als het weer,
en roder, als de bladeren,
terwijl je zinken emmers tilde
met waswater of varkensbloed.

Wat zal je winter zich van jou
herinneren, al heb je hem
bestookt met gas en eierkolen,
al heeft hij op je bed gelegen
om rijp te maken uit je adem.
Je nam het wasgoed van de lijn:
bevroren ondergoed, sneeuwwit,
rokken en blauwe overalls
die tegen muren konden staan,
maar knakten bij de warmte van
de haard, alsof een aangekleed,
onzichtbaar spook opeens de geest gaf.

De muizen roffelen op zolder:
ze zijn de woning ingeklommen
vanuit het leeggemaaide veld
en graven tunnels in matrassen,
fauteuils en stapels dameshoeden.
Ze knagen door de plastic zakken
van opgeheven winkels vol
bestek en kookgerei. Een spatel,
decennia gedrenkt in vet,
krijgt kartelranden, want de muizen
kluiven. Geen vallen zijn hierboven,
geen katten die uit jagen gaan.

2. Waarom poëzie?

Poëzie is verhevigde, geconcentreerde, onder stroom gezette taal. In poëzie probeer je de mogelijkheden van de taal op alle niveaus zo goed mogelijk te benutten. Inhoud, beeldende kracht en muzikaliteit moeten samen de veroorzakers zijn van emotie of op z’n minst belangstelling bij de lezer. Poëzie is de vorm van taalgebruik waarin ik op de meest samengebalde manier kan zeggen wat ik te zeggen heb.   

3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?

Ik ben geen groot poëzielezer. Meestal wil ik, als ik een boek oppak, in een verhaal terechtkomen. Het lezen van proza is trouwens ook veilig: als ik dat doe, word ik in ieder geval niet beïnvloed door dichters.
Toch heb ik poëtisch natuurlijk mijn voorkeuren. De dichter die mij het meest na staat is Martinus Nijhoff. Hij is suggestief, beeldend en muzikaal – alles wat ik in mijn gedichten ook nastreef. Maar ik lees Nijhoff niet meer, omdat ik het niet durf. Ik ben bang voor zijn kracht en dus voor zijn invloed. Ooit probeerde ik een gedicht te schrijven over een brug, maar dat is me niet gelukt omdat Nijhoff in de weg zat met zijn gedicht over de brug in Bommel.

Behalve Nijhoff kan ik geen dichters aanwijzen die me duidelijk hebben beïnvloed. Omdat ik vooral proza lees, denk ik dat ik daar eerder moet zoeken naar verwante zielen. Dat zijn bijvoorbeeld Couperus en Reve, die met de Nederlandse taal hebben gespeeld als weinig anderen. Wat betreft het vervreemdende aspect van mijn gedichten, geloof ik dat er invloed is van Kafka, of misschien beter gezegd: verwantschap. In zijn proza zit altijd een soort geheim, iets dat niet aan te raken valt en dat te maken heeft met de grote eenzaamheid van de mens. Dat herken ik.    

4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?

Een gedicht van Reve, ‘Leve Onze Marine’, dat ik in handschrift bezit. Het is zowel verheven als alledaags van taal en het is wonderlijk genoeg vrijwel helemaal jambisch, ook al ziet het eruit als een vrij vers. Het is een gedicht dat me ontroert en ik beschouw het als een van de grote gedichten van de Nederlandse literatuur, zoals veel van de poëzie van Reve grote poëzie is:

Leve Onze Marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen maar brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
’Dit is mijn bloed.’
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘Dit is mijn lijf.’
Ik zou zo graag er bij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

© Interview: Arnoud van Adrichem
Foto door de auteur ter beschikking gesteld.

Leve de republiek

Het kan toch geen toeval zijn: net op de dag dat Rita Verdonk bekend maakt lijsttrekker van de VVD te willen worden, begint Beatrix haar staatsbezoek aan Argentinië. Een vermolmd instituut als de monarchie beloont in het verleden begane misdaden tegen de mensheid met een staatsbezoek. Rita Verdonk beloont haar eigen draconische beleid met een leuke campagne voor het FrauFührerleiderschap van de VVD. Luister nogmaals naar Hotel Verdonk. Is dit poëzienieuws? Neen. Maar het moest me even van het hart. Leve de republiek.

29 maart 2006

Brabantse nachten die deels niet doorgaan

Starik doet ons verslag van de 10e Nacht van het Gedicht, zoals die werd gehouden in het Cultureel Centrum Jan van Besouw in het pittoreske plaatsje Goirle, op vrijdag 24 maart 2006, vanaf 20.00 uur tot diep in de Brabantse nacht. Die lang zijn, zoals bekend; Brabantse nachten, bedoel ik. Arie Ribbens kon er zo smakelijk over zingen. Starik schrijft:

Oude_manrembrandt'Maarten van den Elzen, uitgever van Hoenderbossche Verzen, lanceerde tijdens de Nacht een bloemlezing over Rembrandt, waarvoor de bijdragende dichters geen honorarium kregen, dan, als ze geluk hebben, 1 exemplaar van de bundel. De organisatie van de Nacht had mij verzocht om heel vroeg te komen, opdat ik mijn in de bloemlezing opgenomen vers tijdens de presentatie ervan, die aan de eigenlijke nacht vooraf zou gaan en die een kwartiertje zou duren, zou kunnen voordragen. Bij binnenkomst aldaar bleken de kaarten heel anders geschud: de heer Van den Elzen deelde mij mede, dat ik mijn gedicht niet kon voordragen. Elma van Haren, die net als ik uren te vroeg op het festival arriveerde, als geste aan de sympathieke uitgever/boekhandelaar, trof ditzelfde lot.

Omdat er voldoende aanmeldingen van andere dichters waren binnengekomen. Dat bleek een understatement: gedurende de ruim anderhalf uur (meer dan zes kwartier, CB) durende presentatie gaven vrijwel alle daarin publicerende 'dichters', meest huisvrouwen met oranje haar, afgewisseld door buikige mannen met een volle baard (ik hecht er aan hier te verklaren dat ik er niet was, vanwege afwezig, dus mijn buik kan hier niet worden bedoeld, noch mijn baard van dan eens twee, dan weer vijf of zes dagen, CB) acte de presence. Een enkeling bracht een zelfgeknutseld kunstvoorwerp mede waarop iets geschreven stond, wat dan ook nog voorgelezen moest worden, niet dat het iets met Rembrandt van doen had, maar nu de gelegenheid daar was, kon het natuurlijk geen kwaad de eigen kunstproducten ook eens aan de man te brengen. Enfin, de Nacht was goeddeels voorbij voordat zij begonnen was.'

Reactie Maarten van den Elzen: 'Met stomheid ben ik geslagen door het artikel van Starik zoals dat verscheen op de website van de Contrabas. Het artikel staat bol van pertinente leugens en onwaarheden. Wat een frustratie, onbegrip en arrogantie schuilen er in zijn woorden. Zojuist (woensdagavond p.m. 22.45uur) sprak ik Elma van Haren en zij vond het prettig om vroeg in Goirle te zijn. Vooraf liet de organisatie weten dat de dichters die op het programma stonden van de 10e Nacht van het Gedicht beter niet twee keer zouden optreden. Dat heb ik Starik verteld aan het begin van de avond en het was beter geweest als ik hem daarvan eerder op de hoogte had gebracht. Het is jammer dat hij op deze manier de dichters die aan de bundel hebben meegewerkt tekort doet. Ten slotte had ik het op prijs gesteld als Starik zijn ongenoegen persoonlijk aan mij had geuit. Jammer dat een prettige samenwerking op zo'n manier wordt besmet.'

Hieruit begrijp ik, nu, dat Starik wel optrad, maar niet twee maal. Hoewel er wel een presentatie in het vooruitzicht was gesteld. Of er wel een presentatie was, maar dan anders en zonder mensen die ook tijdens de Nacht zouden optreden, onder wie Starik en Van Haren? Zoiets?

Het niet op laten treden van dichters die zijn uitgenodigd om dat te doen, is wel dè remedie om te voorkomen dat het eventueel aanwezige publiek zich kan gaan ergeren aan te lang optredende dichters. Waarover een en ander te doen was recentelijk, op Rottend Staal.

Han van der Vegt in de Avonden

Vanavond in de Avonden: Han van der Vegt wordt geïnterviewd door Wim Brands en leest voor uit zijn nieuwe bundel Exorbitans. Ik weet nog niet in welk uur een en ander zich gaat afspelen.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën