Begin 2006 oppert F. Starik, nadat het Amsterdamse stadsdeel Centrum een (stadsdeel)dichter heeft benoemd, dat ook de andere stadsdelen een stadsdeeldichter zouden kunnen aanstellen, met name voor zijn eigen Westerpark dat een redelijk hoge dichtersdichtheid blijkt te kennen. Ten stadsdeelkantore valt dat plan in goede aarde. Er wordt een aanstellingscommissie in het leven geroepen. Het jaargeld is een bescheiden 2500 euro. Of de dichters zich maar willen kandideren.
Het is een kleinschalig plan voor een kleinschalig gebied. En dat trekt Hans Kloos wel aan, dus stuurde hij de commissie een bericht, dat alhier in zijn geheel te lezen is. Reden voor de Contrabas om Kloos per e-mail te interviewen, waarvan nu een verslag volgt:
'Dank voor de Voetbal International-vragen. Hier volgen de antwoorden.
1. Hoe lang woon je al in Stadsdeel Westerpark?
Ruim zeven jaren. Te oordelen naar het voortschrijdend lichaamsgewicht waren het zeven vette jaren.
2. Ben je blij als je, komend uit een ander stadsdeel, Westerpark weer betreedt/befietst/met de auto binnenrijdt?
'Daar doet zich heerlijk open, zij die als keizerin de kroon draagt van Europe', schreef Vondel al. Om terug te keren naar Westerpark moet ik 99 van de 100 keer de korte Willemsbrug over waar het stadsdeel zich al aanbiedt. Links de roemruchte Staatsliedenbuurt, recht vooruit de Haarlemmerweg die leidt naar... Halfweg, rechts het enige park van Amsterdam dat alsmaar mooier dreigt te worden en rechts vooraan het meer dan levensgrote, vertrouwde standbeeld van Domela Nieuwenhuis met achter hem het spoorviaduct. Nu ben ik bijna thuis, denk ik als ik de brug over ben (en als ik onder het spoor door ben en de Spaarndammerstraat in kom, weet ik het zeker). Meestal is het op de fiets, te voet of in de bus - ik behoor tot de rijbewijsloze mensensoort.
3. Wat is je favoriete straat in Westerpark? Je favoriete plein? Je favoriete... park?
Het Westerpark (op 2 minuten gaans) en de eigen straat zijn mij lief, maar het mooist is, ingeklemd tussen de achterkanten van de Albert Heijn en het bejaardentehuis en zonder straatnaambordje, een onooglijk voetgangersgebiedje dat de eigen straat verbindt met die van mijn tandarts (die ik wegens het niet verkrijgen van een jeugdbeugel nu veel te vaak bezoek). Laatst ontdekte ik dat dit domein van hondenuitlaters, hangjeugd en buurtchinezen, die in hun minivolkstuintjes wonderbaarlijke groenten kweken, in stadsdeelraadjargon de Slurf Schoffeltuinen heet.
4. Waarom ben jij de meest geschikte kandidaat voor deze Hoge Functie?
Ja.
Mocht je in de veronderstelling leven dat deze antwoorden enig licht werpen op mijn bekwaamheid als stadsdeeldichter, dan vergis je je. Zelfs al had ik elke seconde de pest in mijn lijf omdat ik in dit stadsdeel moest wonen, dan nog zou ik de Westerparkdichter kunnen zijn. Niemand heeft in zijn gedichten meer lopen kankeren op ons land dan de bard H.H. ter Balkt. Toch is hij de enige ware Dichter des Vaderlands.'
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties