Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« oktober 2005 | Hoofdmenu | december 2005 »

november 2005

30 november 2005

Aurora García Rivas

Op Stanza vindt u een voorpublicatie van de nieuwe bundel van de Spaanse dichteres Aurora García Rivas, La tierra. De gedichten zijn vertaald door onze huisvertaler uit het Spaans: Fa Claes.

De waanzinnige weefde. Ze weefde
kronen van algen met geduldig gebaar,
met eindeloze tederheid.
Naakt en puur spon ze
zonder tijd, zonder haast, zonder gekwijl of lachje.
De rivier kroop omhoog langs haar dijen, likte
haar pubis die bloeide met donkere
ongerepte bloembladen.

Lees verder >>

Woensdag Publieksprijsdag – nogmaals

Epibreren/Apeldoorn/Utrecht – Met de bijdragen van Hugues C. Pernath, Bart Plouvier en Mark van Tongele, is het aantal dichters dat hun favoriete gedicht of dichtfragment uit hun dit jaar verschenen boek aan de publieksprijsredactie gestuurd hebben opgelopen tot 80.

Voor u zich afvraagt: hoe kan dat nou? Pernath is toch onlangs overleden? De samensteller van Pernaths dit jaar verschenen Gedichten, Yves T'Sjoen, heeft voor hem de keuze gemaakt. En het Hugues C. Pernathfonds heeft toestemming gegeven voor het online zetten van het gedicht.

Het aantal genomineerde bundels is weer opgelopen tot 136, nu blijkt dat in het binnenkort te verschijnen Verzameld werk van C.O. Jellema (1936-2003) zich een twaalftal gedichten bevindt dat eerder alleen in een bibliofiele uitgave verscheen.

Woensdag Publieksprijsdag

Epibreren/Apeldoorn/Utrecht - Met de bijdragen van Bart Chabot, Maarten Doorman, Anton Ent, Peter Holvoet-Hanssen en Jos Stroobants is het aantal dichters dat hun favoriete gedicht of dichtfragment uit hun dit jaar verschenen boek aan de publieksprijsredactie gestuurd hebben opgelopen tot 77.

Het aantal genomineerde bundels is van 136 teruggelopen naar 135: de bundel Klein Oera Linda van Ruben van Gogh is gedenomineerd, omdat deze eerst in januari 2006 bij Contact verschijnt.

Het aantal sponsoren is met de toezegging van Uitgeverij Lannoo opgelopen tot vijftien. Waarmee het totaaloverzicht van sponsoren dit lijstje wordt: De Arbeiderspers, BnM, Cossee, Holland, IJzer, kleine Uil, Lannoo, Mozaiëk, Uitgeverij P, Passage, Podium, Poëziecentrum, Querido, Uitgeverij 521 en Van Oorschot.

Nog steeds heeft slechts één uitgeverij expliciet geweigerd; onderhandelingen met de zeventien overige reguliere uitgeverijen die in 2005 bundels uitbrachten zijn nog lopende.

Omdat we in het eerste persbericht - dat medio volgende week verstuurd wordt - het exacte bedrag willen vermelden dat aan de prijs gekoppeld is, overwegen we de onderhandelingen met traag tot een beslissing komende uitgeverijen maandag stop te zetten.

Intussen lijkt het erop dat de eerste dichter een e-mailactie begonnen is om haar bundel te laten winnen. Dat mag, maar het lijkt ons wat prematuur.

(Rottend Staal, 30-11-2005)

29 november 2005

Pessoa loopt door de straten van New York

821f80fe3Op 30 November 2005, morgen dus, is het 70 jaar geleden dat Fernando Pessoa, Portugees dichter, stierf. Precies op die dag, het zal geen toeval zijn, verschijnt Pessoa loopt door de straten van New York, een bundel van Ed Smet. Deze bundel bevat gedichten, tekeningen en foto's, allen geinspireerd door Pessoa's werk. De presentatie is in de Toneelacademie Maastricht, Lenculenstraat 31, op loopafstand van het Vrijthof, om 20.00 uur precies. Frans Budé, dichter, verzorgt een openingswoord en neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Wat hij daar vervolgens mee gaat doen, is nog onbekend. Ruud Linssen, journalist/dichter stelt vragen aan Ed Smet. Er is wat te drinken. Hieronder een voorproefje uit dit bijzonder boek. Meer informatie over prijs en verkrijgbaarheid: ed@meervandatmoois.nl

Aankomst

Het kader van het vliegtuigraam stelt:
er is je leven beloofd. Dante’s Inferno
deed het slecht bij airco, Sneeuwwitje
liep net langs in het gangpad.

Aankomend. Exit. Taxi.
Schemer, paarse lucht, in serie
vliegmachines uitgelijnd
als inkomende stilstand.

De wagen schiet onderwijl
pleisterplaatsen langs,
snelweg af, hotelstrip op.
Taco Truck. Donald Duck.

Glimmende receptie,
badkamer jaren vijftig.
Lakens die strak gespannen
je voeten knakken doen.

Mag dit snel weer over—
nieuw losgetrokken dagen
agendaloze vragen.

Vissen zwemmen leren

Cees van der Pluijm vraagt jullie aandacht voor het volgende: 'Op woensdagmiddag 30 november 2005 zullen de tweede-kamerleden mevrouw Gerdi Verbeet (PVDA) en de heer dr. Aart Mosterd (CDA) in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht, uit handen van oud-premier Wim Kok het eerste exemplaar in ontvangst nemen van Vissen zwemmen leren tijdens een vrij toegankelijke studieconferentie.' Alle informatie staat op Pluijms webzijde.

28 november 2005

De 50 van Groningen & een nieuwe peiling

De 50 bevinden zich nog altijd in Groningen, dat is goed nieuws, maar de dreiging van een verhuizing naar een zogenaamd vertrekcentrum hangt nog altijd boven hun hoofd. Ze verdienen onze blijvende steun. De Contrabas heeft de namen van de steunbetuigers doorgegeven aan het Comité 'Houd de 50 van Groningen hier!' en zelf het manifest als sympathiserende organisatie ondertekend. We blijven u van deze zaak op de hoogte houden!

En dan is het nu weer tijd voor een nieuwe peiling (deze keer ingegeven door een uitspraak van Thomas Vaessens in dit artikel):

Dichters die hun gedichten publiceren op het internet willen:

* Een publiek bereiken
* (Literatuur)geschiedenis schrijven
* Naar de hemel
* Gepijnigd worden
* Hun ego strelen
* Door een uitgever ontdekt worden
* Anders (invulvakje)

Links stemmen!

Een excuus, en iets over Spraakmakers

Acht bundels zo inleveren, dat ze de toets van een kritische uitgever kunnen doorstaan, kost tijd. Hetzelfde geldt voor het inleveren van een verzamelbundel. Omdat ik daar al weken mee bezig ben, verwaarloos ik dit weblog. Doch niet getreurd. Over een week ben ik weer uit de ergste drukte en tater ik als vanouds. Ondertussen moet mij iets van hart. Spraakmakers, een literair-achtig festival in Utrecht, waar zogenaamde spraakmakers aan het woord komen, heeft inmiddels een programma in elkaar gefrutseld. Dat programma is op een heusch weblog terug te lezen. Mijn stelling dat men in Utrecht niets kan organiseren zonder steeds op dezelfde namen terug te vallen, moet worden uitgebreid en luidt nu zo: 'In Utrecht kan men geen literair festival organiseren. Of men valt terug op dezelfde namen of men vervalt, zoals bij Spraakmakers, in onbenulligheid.'

Dankwoord Gysbert Japicxprijs 2005

Uitgesproken door Abe de Vries op 24 november 2005 in de raadszaal van het stadhuis te Bolsward

Geachte aanwezigen,

Het hoeft geen betoog dat het voor mij een grote eer is om hier vandaag voor u te mogen staan als winnaar van de Gysbert Japicxprijs. Het is een verbijsterende ervaring, moet ik bekennen, dat mijn naam voortaan genoemd en geschreven zal worden in het rijtje van mijn literaire helden die deze prijs eerder hebben gewonnen, zoals Obe Postma, Sjoerd Spanninga, Douwe Tamminga, Jan Wybenga en Tsjêbbe Hettinga.

Laat ik beginnen met de vertegenwoordigers van de provinciale en lokale overheid te danken dat de Gysbert Japicxprijs wordt uitgereikt op een manier die hoort bij een prijs met zo’n prestige. In de persoon van gedeputeerde van Cultuur Bertus Mulder wil ik daar de provincie voor danken, en in de persoon van burgemeester Willemijn Vroegindeweij de stad Bolsward.

Dan de leden van de jury, Michaël Zeeman, Jitske Kingma en Klaas van der Hoek, dank dat u mijn tweede bundel In waarm wek altyd deze eer waard vond. Ik ben blij met het juryrapport en met de woorden die Michaël Zeeman zoëven uitsprak. Datzelfde geldt voor wat gedeputeerde Mulder en provinciaal literatuurbevorderaar Teake Oppewal naar voren hebben gebracht.

Ook wil ik een woord van dank richten tot degenen die sinds 2001, toen ik met het schrijven van Friese poëzie begon, een kritisch oog lieten gaan over mijn dichtwerk voordat het werd gepubliceerd. Dat zijn Eeltsje Hettinga, Eppie Dam en Tsead Bruinja. Zonder onze gesprekken en heen en weer gemail had ik hier vandaag zeker niet gestaan.

En natuurlijk ben ik gezegend met mijn uitgevers, Louw Dijkstra en Robert Seton van uitgeverij Bornmeer, die sinds ik na een interview voor Elsevier het manuscript van mijn debuut De weromkommer yn it ûnlân handig bij hen achterliet, alle vertrouwen hebben gehad in, en enthousiast waren over, mijn gedichten.

Geachte aanwezigen, aan deze prijs is de naam van Gysbert Japicx verbonden, de grote renaissance-dichter uit het zeventiende-eeuwse Bolsward. Renaissance, dat is ook een woord dat ik tegenkwam in het juryrapport, waar staat, en ik citeer, ‘de renaissance in de Friese poëzie waar zo vaak naar wordt verwezen is niet een alleen een media-gebeuren, die renaissance is ook een feit’. De jury wijst dan op het relatief grote aantal jonge en min of meer jonge dichters dat de laatste jaren met werk voor het voetlicht is gekomen.

Misschien heeft de jury gelijk met het gebruik van dat hoopvolle woord ‘renaissance’. Maar naar mijn gevoel zullen daar dan meer factoren een rol bij spelen dan alleen het aantal nieuwe dichters.

Op de eerste plaats lijkt er in de Friese literatuurgeschiedenis nogal wat behoefte te zijn aan het herkennen en doormaken van ‘renaissances’, van perioden, met andere woorden, waarin iets nieuws naar voren komt. Het midden van de negentiende eeuw kan ook voor renaissance doorgaan, en wat te denken van de tijd van de Jongfriezen? Ook in de meer experimentele jaren vijftig, begin jaren zestig zou men zo’n periode kunnen zien.

Maar wat de hedendaagse renaissance in de Friese poëzie onderscheidt van de voorgaande vernieuwingsperiodes, is zonder twijfel het feit dat er grotere en bredere bruggen dan vroeger werden en worden geslagen naar de Nederlandstalige, niet-Friese lezer. Dat is een ontwikkeling waarvan men het begin al kan zien in de vroege jaren negentig. Ik denk dan aan het optreden van Tsjêbbe Hettinga op de Frankfurter Buchmesse in 1993 en het verschijnen van de Spiegel van de Friese poëzie in 1994.

Daarna hebben met name Albertina Soepboer en Tsead Bruinja het hunne gedaan om aan de andere kant van de Afsluitdijk en voorbij Wolvega aandacht te vragen en te krijgen voor Friese poëzie. De beide drukbezochte ‘Dagen van de Friese literatuur’ in Amsterdam, waar het Productiefonds in samenwerking met Tresoar in de persoon van Teake Oppewal zich sterk voor heeft gemaakt, zijn voorbeelden. De Droom in blauwe regenjas-tour van vorig jaar is een voorbeeld. En het jongste voorbeeld van de waardering voor Friese poëzie buiten de taalgrenzen is de uitgave, begin volgend jaar bij uitgeverij BnM in Utrecht, van vier tweetalige bloemlezingen uit het werk van Elmar Kuiper, Jabik Veenbaas, Cornelis van der Wal en ondergetekende.

Deze ontwikkeling is zonder twijfel belangrijk voor de Friese poëzie. Omdat dichters zo de mogelijkheid krijgen ook buiten Friesland op te treden en voor te lezen. Omdat dichters in contact komen met hun Nederlandstalige collega’s en hun ideeën. Omdat nieuwe ontwikkelingen in de poëzie op die manier misschien eerder tot de Friese doordringen. Omdat het gevaar opgesloten te raken in de eigen, beperkte literaire kring minder groot wordt. Omdat de receptie breder wordt en er meer respons komt. Omdat er een verbreding van thematiek kan plaatsvinden, en omdat de publicatiemogelijkheden ruimer worden.

Als het de grote verdienste van Gysbert Japicx was dat hij het ‘boerenfries’ tot een literair instrument heeft gemaakt, dan is het misschien de verdienste van onze generatie dichters dat wij het publiek voor dat literaire Fries groter maken. Zodat dat instrument niet alleen kan klinken, maar tot zijn recht kan komen op een ruimer podium.

Daarbij, geachte aanwezigen, is het echter goed om nog even stil te staan bij dat woord ‘renaissance’. Is het niet zo dat iedere renaissance ook een ‘restauratie’ in zich heeft? Ik geloof dat dat zo is, en het woord is daarom misschien niet meteen misleidend, maar het kan soms wel een wat eenzijdige interpretatie krijgen. Men kan zich niet een volledige wedergeboorte indenken: altijd komt het nieuwe tevoorschijn uit dat wat tot het waardevolle van een traditie wordt gerekend. preciezer gezegd: uit het besef dat er zoiets bestaat als de rijkdom van een traditie.

Dat was in de zeventiende eeuw van Gysbert Japicx niet anders: ook hij vergat niet om zich te oriënteren op klassieke voorbeelden. En ook in de Jongfriese tijd, toen alles anders moest, was er ruime aandacht voor het verleden, voor Gysbert bijvoorbeeld, maar ook voor iemand als Harmen Sytstra.

Ook, of misschien wel vooral, in een kleine taal en in een kleine literatuur is het van belang om steeds weer te wijzen op die dynamiek van vernieuwing en traditie. Het is in dat besef, het besef dat vernieuwing ook een opnieuw definiëren van, en verderbouwen op, de traditie is, dat ik in de bloemlezing It sil bestean, uitgegeven door Frysk en Frij, aandacht heb gevraagd voor een bepaalde wijze van kijken naar Obe Postma. Het is ook in dat besef dat ik met de bloemlezing Skielk beart de hjerst bij dezelfde uitgever wilde wijzen op onbekende aspecten van het werk van Douwe Hermans Kiestra.

En verder ben ik, om maar eens klassiek te eindigen, van mening dat het een schande is, een schande, dat er met de Verzamelde Gedichten van Jan Wybenga nog altijd niet eens een eerste begin is gemaakt.

(Waarna voorlezing van de cyclus ‘Wytsingebrieven’.)   

Ik dank u wel.

Friese origineel: Op Farsk.

27 november 2005

Nederlanders ijveren voor kunstomroep

De Nederlanders Ad 's-Gravesande en Kees van Twist nemen het voortouw om in Nederland een 'Kunstomroep' op te starten. Althans, zij onderzoeken de mogelijkheden hiervoor. 's-Gravesande is de voormalige directeur van de Avro en voorman van Kunsten 92 (belangenvereniging van instellingen voor kunst, cultuur en -behoud) en Kees van Twist is de flamboyante directeur van het Groninger Museum. Hun plan is gebaseerd op Channel 4, dat in Groot-Brittannië een interessante mix biedt van kunst en cultuur in combinatie met andere programma's. Een alternatief zou ook een publiek-privaat kanaal kunnen zijn. Hierover voert het duo initiële gesprekken met dagbladuitgever PCM en mediaondernemer Harry de Winter.

Bron: The Art Server

Presentatie Spinalonga

HolvoetAfgelopen vrijdag vond in boekhandel JOOT (Hartenstraat 15 te Amsterdam) de presentatie plaats van Spinalonga van Peter Holvoet-Hanssen. Uitgever Job Lisman sprak een opzwepend openingswoord uit. Daarna leidde Han van der Vegt de dichter in. Peter Holvoet-Hanssen droeg vervolgens een half uur voor uit de bundel. Hij werd bijgestaan door muzikanten Joachim Badenhorst en Ananta Roosens, voor de gelegenheid onder de naam 'Jo en Annie'. Het publiek was tot tranen geroerd. De uitgeverij had voor ruim voldoende drank en uitgelezen chipsvariëteiten gezorgd om de aanwezigen nog lang steun te verschaffen bij hun gesprekken.

Hieronder wat Han van der Vegt ter plaatse heeft verteld:

Dames en heren, het is mij een eer u hier Peter Holvoet-Hanssen te mogen inleiden, wiens vierde dichtbundel, Spinalonga, vanmiddag wordt gepresenteerd. Ik kan de lezer van deze bundel weinig beloven. In Spinalonga, oorspronkelijke een leprozeneilandje bij Kreta, valt natuurlijk geen zekerheid te verwachten. Wel kan ik u beloven dat u geen rust krijgt: u wordt heen en weer gesleurd van Antwerpen naar Limburg naar Ierland naar Frankrijk, u scheert tussen de benen van de letter V en duikt onder het zeeoppervlak met kapitein Nemo, om telkens weer uit te komen op Spinalonga. De stemming slingert van extatisch naar wanhopig naar banaal.

Spinalonga is geen uitgebalanceerd poëtisch scheepje, waarin alles is uitgelijnd, dichtgetimmerd en vastgeschroefd. Het piept en kraakt en het tocht er door vele smachtende openingen. Want ik ken geen dichter wiens poëzie zo pijnlijk en hartstochtelijk aan alle kanten open staat naar de werkelijkheid als Peter Holvoet-Hanssen. 'Welke werkelijkheid?' zult u vragen. 'Het zijn er tegenwoordig zo veel, en ze zijn alle zo hachelijk.' Een sluitend antwoord op deze vraag is er niet. Maar er is grote kans dat uw werkelijkheid erbij zit.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën