Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas

Elders

« World Press Photo-Poets | Hoofdmenu | Publieksprijsnieuws »

06 november 2005

Dagboek van een bloemlezer – deel 2

ImagesIn zijn meest recente posting schrijft Xavier Roelens over mijn bloemlezing uit de poëzie tussen 1980-2005: 'Ook tijdschriftpublicaties en internetpublicaties tellen mee. Dat klinkt mooi en ik geloof dat Breukers dat tot een goed einde kan brengen en die enkele pareltjes zal vinden. Als persoonlijke vetes maar niet te veel meespelen... Komen ook bloemlezingen in aanmerking? En wat verstaat hij onder “debuteren na 1 januari 1980”? Slaat dat op de eerste tijdschriftpublicatie of gebruikt hij voor de begingrens toch de bundel als eenheid? Concreet: komt iemand die in 1980 zijn debuutbundel uitbrengt, maar al in 1979 in enkele tijdschriften gepubliceerd heeft, in aanmerking?'

Op de laatste vraag: dichters die in 1980 met een bundel hebben gedebuteerd of die sinds 1 januari 1980 in de tijdschriften publiceerden, komen in aanmerking, aangevuld met de mensen die op het web publiceren en tot en met 31 december 2005 nog geen bundel hebben uitgebracht. Het door Roelens gesignaleerde pareltje heeft en in tijdschriften en op het web gepubliceerd – dus dat komt goed. Of niet. Maar is gesignaleerd.

Is de grens die ik trek arbitrair? Ja. Maar ik moest ergens een grens trekken en ben in 1980 uitgekomen – onder meer omdat de eerste editie van de Dikke Komrij in dat jaar uitkwam, dacht ik, maar dat blijkt dus in december 1979 te zijn geweest. Nu behandelt mijn bloemlezing alle nieuwe poëzie die na het uitkomen van de Dikke Komrij is verschenen.

Verder lijkt het uitvechten van door Roelens gesignaleerde persoonlijke vetes (die ik niet heb – de door Roelens gesignaleerde vete bestaat vooral in het hoofd en de attitude van de gelinkte dichter) mij een zaak die buiten de beoogde bloemlezing valt. Wel kan ik vast verraden dat een corpus van 5 gedichten op zichzelf nog niet groot genoeg is om voor bloemlezing in aanmerking te komen, en niet getuigt van een enorm schrijftemperament.

Roelens schrijft ook: 'Zijn criteria zullen zijn a) beheersing van het vakmanschap en b) het zich plaatsen in of afzetten tegen een bepaalde traditie. Vooral dat laatste mist hij bij de hedendaagse dichters, die elkaar volgens zijn bewoordingen allemaal te graag zien.' Daar geef ik een kleine aanvulling op: dichters zouden, vind ik, iets meer poëzie moeten lezen voordat ze de producten hunnes gekakels aan de openbaarheid prijsgeven. Zo ongeveer bedoelde ik dat van die traditie.

Dan stelt Roelens: 'Er zijn misschien nog te weinig poëziedebatten de laatste jaren. Daar kan Breukers wel gelijk in hebben. Maar het criterium wordt natuurlijk de tradities die hij kent. Ik ben bijvoorbeeld benieuwd hoe Arjen Duinker in de bloemlezing zal voorkomen, want die hoort toch niet echt in een Nederlandse traditie thuis en zet er zich ook niet tegenaf. Maar in een bepaalde wereldtraditie dan weer wel. Of wat doet hij met mensen die in een niet-gecanoniseerde traditie thuis horen? Ik denk maar aan Jaap Blonk, Jelle Meander + Maja Jantar, of ook nog ACG Vianen.'

Duinker is een van de grootste hedendaagse dichters. De traditie waar hij zich in thuis weet ken ik niet – maar suggereren dat ik die traditie niet ken, wil nog niet zeggen dat de suggerant hem wel kent. De wijsneus spelen, is nog geen uiting van geleerdheid. Voor de rest verwijs ik graag naar tekstblok twee, over die traditie. Jaap Blonk valt wat mij betreft onder de uitvoerende artiesten, en wat ik van hem heb gehoord en gezien boezemde mij een diepe weerzin in. Het werk van de andere mensen die Roelens noemt, ken ik niet goed, maar van ACG Vianen heb ik wel eens interessante gedichten gelezen.

Nog één citaat van Xavier: 'Breukers liet zich al ontvallen dat Daniël Dee en Erik Jan Harmens weinig weinig kans tot opname maken. Over Dee kan ik me niet uitspreken, maar wat Harmens betreft, vind ik dat jammer. Ik vond zijn laatste bundel van begin tot einde sterk. En het is zo dat hij moeilijk te plaatsen is in een bepaalde traditie – ik heb er in elk geval moeite mee om hem te plaatsen – maar in dit geval lijkt dit criterium me zijn beperkingen te tonen. Iemand die nieuwe wegen aan het exploreren is door bepaalde “truukjes” bewust niet te doen, dreigt daarmee uit de boot te vallen.'

Ik zei: 'De recente bundels van Dee en Harmens vind ik niet heel goed, daaruit zal ik waarschijnlijk niets opnemen.' Of iets dergelijks. Bij Harmens heeft dat niets te maken met het al dan niet geworteld zijn in een traditie, maar met de toon die hij aanslaat – en die mij niet bevalt. Of Harmens bewust bezig is met het omzeilen van 'truukjes'? Ik betwijfel het. Maar ik geef toe: misschien heb ik wel een blinde vlek voor zijn werk.

Reacties

Risee

Chrétien, op de persoonlijke vete die jij in mijn hoofd en attitude signaleert, zal ik verder niet ingaan. Het is jouw signalering.

Waar ik wel op in wil gaan: jij haalt 'gedichten schrijven' en 'gedichten publiceren' door elkaar. (Overigens heb ik wel iets meer dan 5 gedichten gepubliceerd, maar goed.) Ik geloof niet dat jij enige gegronde basis hebt om je uit te laten over mijn 'schrijftemperament'.

Daarnaast zou het bij de beoordeling van poëzie, naar mijn idee, moeten gaan over de kwaliteit, niet over de kwantiteit. Er kunnen per slot van rekening toch maar maximaal 6 gedichten per dichter worden opgenomen, begreep ik.

Groeten, Olaf

Chrétien Breukers

Olaf. Nou goed. Laten het er 15 zijn. Waarbij ik inderdaad niet weet wat jij nog in portefeuille hebt. Je schrijftemperament zoals ik het zie, maar ik zie niet alles, is meer gericht op het 'dichter willen zijn' dan op het 'dichter zijn'. Gelukkig kan ik je in één van je opmerkingen van harte bijvallen: het gaat altijd om de kwaliteit, en nooit om de kwantiteit. beste groet, Chr.

Samuel Vriezen

Wat Duinker betreft: Het gedicht "het verslag van de scheidsrechter - inleiding" in De geschiedenis van een opsomming is misschien te lezen als een toegegeven vage en moeilijk te interpreteren vingerwijzing naar Duinker's traditie. Hoewel traditie misschien niet het juiste woord is voor een opsomming van namen door een verwarde geblesseerde sporter. Maar ik neem aan dat die namen, voor zover het dichters betreft, goeddeels wel in Duinker's boekenkast zullen voorkomen.

Laat een reactie achter

Als u reeds een TypePad of TypeKey account heeft, gelieve u dan aan te melden.

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013. Interessant voor schrijvers en dichters.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

april 2014

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30        

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...