Van Mario Molegraaf is onderstaande recensie over Alles is nieuw, de nieuwe bundel van Esther Jansma. Het stuk verscheen eerder in de Provinciale Zeeuwse Courant en wordt hier met Molegraafs toestemming gepubliceerd. Binnenkort archiveren we het op Poëziepamflet
(waar nog aan wordt gewerkt). Het is een mooie, afgewogen recensie – en
een goede reden om het opzetten van een weblog voor recensies
binnenkort te realiseren. 'Het schoenstriksyndroom' bereikte ons via
bemiddeling van Bart FM Droog, die ik bij deze hartelijk bedank. Tsead Bruinja meldde dat deze kwestie ook al eens is besproken op Kunsstof, en dat het gesprek hier is te beluisteren.
HET GEDICHT
Het schoenstriksyndroom
Esther Jansma
Alsof de vlammen uit een brandblusapparaat slaan. Een strijdlustig gedicht door de vredelievendste dichteres van het land. Harde woorden uit de mond van de zachtaardige. De wraak van Esther Jansma. Wraak op wie? Wie beantwoordt aan het signalement dat wordt gegeven in ‘De omwentelaar’, afkomstig uit haar pas verschenen bundel Alles is nieuw? Als zij al vecht is het tegen abstracte machten, maar de “verlopen voorlopig opvoedkundige hufter” heeft de trekken van een concrete persoon. Het gedicht lijkt mij te slaan op Ilja Leonard Pfeijffer, zo alom tegenwoordig in onze letteren.
Zoals bij elke polemiek wordt een onrechtvaardig vonnis geveld. Maar zij heeft zich beledigd gevoeld. Pfeijffer is ongetwijfeld een man van “Zo moet het”. En zoals Esther Jansma dicht, zo moet het volgens hem juist niet. Zo behoedzaam en bedachtzaam, als een eekhoorntje dat over een bladerentapijt trippelt. Het grappige is dat ze in haar woede precies doet wat de vijand van haar vraagt, olifant stampt op staal. Uitgerekend dit anti-Pfeijffer gedicht is een gedicht zoals Pfeijffer het graag ziet, een gedicht zonder mitsen en maren, een onvoorzichtig gedicht.
Met z’n felle kleuren valt het op in dit oeuvre van honderd tinten grijs. Je kunt Esther Jansma prijzen om haar genuanceerdheid en integriteit. Voor een levenswijsheid ben je bij haar aan het juiste adres. Ook in dit boek vind je uitspraken om in te lijsten. “De kern van beschaving/ is niet morsen maar schenken”, zegt ze ergens. Steeds de controle behouden, je altijd beheersen. Zo nobel leeft ze, zo nobel schrijft ze. Zoveel doorstaan en zich toch nooit laten gaan. Ze heeft reden trots te zijn en ze is ook trots: “het grootste wat ik deed in mijn leven tot dusver/ was niet schreeuwen maar dag zwaaien, dagdag naar alles/ wat verdween en begon, doden, kinderen, alles”.
Niet schreeuwen, nooit schreeuwen, en dan ineens deze schreeuw. Misschien toch omdat ze beseft dat de kritiek niet ongegrond is. Wanneer je haar werk overziet, blijkt dat gedichten steeds vaker gedachten worden, dat de theorie meer en meer de overhand krijgt op de poëzie. Welke lezer wordt niet ongeduldig van wendingen als “de thermodynamica stelt/ dat chaos de regel is”?
De dichteres lijdt aan wat ik het schoenstriksyndroom noem. Zolang je niet nadenkt, lukt het strikken moeiteloos. Ga je je erop bezinnen, dan raak je hopeloos in de knoop. Esther Jansma, het blijft boeiend hoe zij laveert, hoe zij weet te leven tussen de doden, hoe zij haar demonen bezweert met een bij Hans Warren afgekeken paradox: “Gerust zolang gerustheid duurt”. Woorden om te blussen, blussen, blussen. Maar waar is toch de brand?
---
Esther Jansma: Alles is nieuw. Gedichten – 58 pag./ € 14,95 – De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen
---
DE OMWENTELAAR
Lomp aan een ketting waarvan elke schakel
de nul de leegte is van een idee dat hij niet heeft
de o van onmacht eerst en rot en poepgat later
want uiteraard o dient gevuld met iets ontleend aan
iets, zot aan die ketting van gebreken wankelt
de vuige de vacht van jeuk en vochtige sporen
van drank en neuken tenminste de hoop op –
met bloedgeile wijven – vergeven en vuilspuit
poëzie moet van dattum op straffe van slaag
en neemt er nog eentje, herhaalt zich. Zo moet het.
Hij is er altijd, hij is de eerste de beste
verlopen voorlopige opvoedkundige hufter
met zijn mansbakje rammelend snakkend naar aandacht
jij bent niets zijn riedel uit hoop u op alles.
ESTHER JANSMA (geb.1958)
© Mario Molegraaf, eerder gepubliceerd in de Provinciale Zeeuwse Courant, 3-8-2005
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
De woede van Esther Jansma vind ik terecht...
Het gedicht vind ik maar niks...
Het artikel over het gedicht vind ik wel goed...
Het is me wattum...
Geplaatst door: Peter Wullen | 1-9-05 om 20:01
Beste Peter, er moet toch wel iets zinnigers over dit stuk te zeggen zijn? Ik vind deze reactie niks, en vind dat je dergelijke uithalen beter stil voor je uit kunt mompelen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 2-9-05 om 13:51
Tja, mompelen, Chrétien? Heb ik het niet zo voor! Uit dat gemompel stijgt altijd wel een gedicht op. Confutatis maledictus... Moet je maar ns een blik slaan op mijn weblog voor wat onderkoelde woede.
Geplaatst door: Peter Wullen | 2-9-05 om 18:00