« Vertalingen, hertalingen en pastiches in een | Hoofdmenu | De frauduleuze dichter - een essay van Stephen Oliver »

1-9-05

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

Bart FM Droog

Tsja, het is me toch wat met al die 'onbeduidende gedichten' in Hollands Maandblad. Onbeduidende gedichten hoeven niet per sé door onbeduidende dichters geschreven te zijn, maar het is wel frappant dat o.a. Piet Gerbrandy, Ingmar Heytze, Leo Vroman, Jan de Bas en ene Chrétien Breukers hun 'onbeduidende gedichten' massaal naar het Hollands Maandblad sturen. Waarom zouden ze dat toch doen?

Chrétien Breukers

Om de commissie te kwellen?

Bart FM Droog

't Is een bezigheid. Maar als ik dat rapport zo lees, bekruipt me toch de gedachte: waarom heeft die commissie niet naar de ongesubsidiëerde periodieken gekeken? Nu worden de gesubsidiëerde periodieken met elkaar vergeleken. Het zou toch een stuk boeiender en vooral 'beduidender' zijn álle grotere literaire tijdschriften eens naast elkaar te leggen.

En dan, gewoon voor de leuk, te kijken naar hoeveel mensen al die periodieken nu feitelijk lezen.

Onlangs leerde ik dat wat gold als het grootste literaire tijdschrift, Hard Gras, 2400 abonnees had en een te verwaarlozen aantal lezers middels losse verkoop. Hard Gras zie ik niet vermeld in bovenstaande artikel. Rottend Staal komt er ook niet in voor, met ruim 75.000 lezers in 2004.

Dus... waar heeft die commissie het in hemelsnaam over? Urenlang vergaderen over blaadjes die door een half paard en een hondenkarkas gelezen worden.

Raar land toch, dat Nederland.

Herlinda Vekemans

Op praktisch vlak is er qua literaire tijdschriften ook wat loos in Nederland en Vlaanderen: de verspreiding van losse nummers van Nederlandse literaire tijdschriften in Vlaanderen zit niet goed (niet rendabel?); ongetwijfeld geldt dit ook voor Vlaamse tijdschriften in Nederland. Ik weet niet of het Nederlandse bankverkeer vrijelijker verloopt dan het onze; in ieder geval heb je voor de overschrijving van het abonnementsgeld van een Nederlands tijdschrift speciale nummers nodig die niet op de factuur vermeld staan: een BIC of SWIFT nummer, en een IBAN nummer. Zonder die nummers komt er hetzelfde bedrag of meer aan kosten bij, gewoon omdat de banken dat zo geregeld hebben. Doei Europa. Gelukkig krijg je die nummers op eenvoudig verzoek (of ook wel eens (of niet) na veelvoudig aandringen), maar iemand die voor het eerst een abonnement neemt, gaat naar de bank en kan meteen terug, tegengehouden door de bankgrens tussen Nederland en Vlaanderen. Grmff.

Coen Peppelenbos

Ben het geheel eens met Bommeljé, als hoofdredacteur van het prachtblad Tzum (neem een abonnement). Twee jaar geleden hebben we eens een keer meegedaan met een subsidieronde. Je krijgt een rapportje van anderhalve pagina thuisgestuurd waarin aanwijsbare fouten staan en waarin de commissie blijk geeft van een totaal andere opvatting over literatuur dan wij uitdragen. Kwalijker vond ik dat de commissie zich ging bemoeien met de inhoud van de blad en onze keuze voor schrijvers. Zo vond de commissie dat wij koketteerden met bekende schrijvers en dat we in plaats daarvan ons meer moesten gaan richten op onbekend talent. Nou, dat bepalen we zelf wel. Je kunt pro forma wel in beroep gaan, maar alleen over de procedure. Over die procedure is veel te zeggen: je wacht een half jaar of meer voor je bericht krijgt over je subsidie en intussen moet je blad wel verschijnen. (Dat werd afgedaan met een excuus, ze hadden het zo druk daar).
Ook de manier waarop Awater is afgescheept (waarschijnlijk omdat er commissieleden een rekening te vereffenen hadden met redactieleden) is ronduit stuitend.
Ik ben overigens voor subsidie voor literaire bladen, want dan kan ik schrijvers en dichters (en vormgevers) een gewoon honorarium betalen.

Coen Peppelenbos

de blad is het blad
(oh ja, voordat Catharina kwaad wordt: toevoegen aan laatste zin 'en vertalers')

Chrétien Breukers

Coen, mogen wij eens een inkijkje in zo'n rapport. Het is ook schandelijk, koketteren met beroemde namen, dat doen de Revisor (Whitman), de Gids (Hermans) en Raster (Kertesz) helemaal nooit.

Coen Peppelenbos

Ik zal eerst eens kijken of ik het terug kan vinden. Als ik het rapport vind zal ik de bevindingen overnemen (behalve over individuele schrijvers, want dat vind ik wat genant).

Chrétien Breukers

Dank alvast. Het gaat ook om de lijn, niet om oordelen over personen.

Bart FM Droog

Wat pas echt genant zou zijn, zijn de oplagecijfers, het lezersbereik en - waar toepasselijk - het gesubsidieerde bedrag per lezer.

In gemekker van gepasseerde potentiële subsidieontvangers is niemamd geïnteresseerd: dat is een oud, voorspelbaar en te vaak gehoord lied.

Chrétien Breukers

Nou, je hebt over de oplagecijfers gelijk, maar ik ben verder vaak geïnteresseerd in 'gemekker'.

Coen Peppelenbos

Goh Bart, toen je voor Tzum het Schetsboek schreef en die meteen wilde gebruiken als rapport voor een reisbeurs heb ik je daar niet over gehoord.

Coen Peppelenbos

Ik laat even de formele in- en uitleiding weg. De uitslag kregen we op 6 september 2004, de aanvraag werd gedaan in december 2003.

Tzum
In 1998/’99 besloot de commissie Tzum niet te subsidiëren wegens de geringe kwaliteit. Niettemin is het tijdschrift onafgebroken verschenen. Een knappe prestatie, vindt de commissie, te meer omdat er in 2000 een overstap is gemaakt naar de Groningse Uitgeverij kleine Uil. De continuïteit weerspiegelt zich ook in de redactiesamenstelling: nog altijd zijn Coen Peppelenbos (oprichter) en Gideon van Ligten de drijvende krachten achter Tzum.
Jaargang 2003 maakt goede sier met onbekende schrijvers als Gert Boer, Rob van Essen [had al drie boeken op zijn naam staan!, cp] en Daphne Reghen. Tzum is geslaagd nieuw talent een podium te bieden, wat de commissie toejuicht. Hierin schuilt de grote kracht van Tzum.
Helaas wegen bovenstaande pluspunten onvoldoende op tegen de bezwaren die de commissie heeft. Tzum lijkt zichzelf gewichtig te maken met grote namen. Zo heeft Arthur Japin een eigen rubriek ‘Carte blanche’, die veel ruimte in beslag neemt [goddank, cp] en waarin Japin naast soms interessante notities, te veel ingaat op privé-kwesties, zoals een ruzie met Hugo Brandt Corstius [waarmee het meteen een literaire ruzie wordt. cp]. De interviews met Oek de Jong, Gijs IJlander en Doeschka Meijsing zijn te ongericht en onvoldoende professioneel, waardoor ze bleek afsteken bij het niveau van bijvoorbeeld een geslaagd kranteninterview. Ook de kwaliteit van de overige bijdragen is veelal onder de maat. De commissie vermoedt dat dit deels te wijten is aan de terughoudendheid van de redactie om een literatuuropvatting uit te dragen. Volgens de subsidieaanvraag wil de redactie ‘een makkelijk toegankelijk literair blad’ maken en heeft ze ‘een lichte afkeer van academische stukken’ [hierbij laten ze achterwege dat we een voorkeur hebben voor persoonlijke stukken, zoals in de rubriek Carte blanche en de rubriek Schetsboek, beiden dagboekachtige rubrieken, cp]. De commissie respecteert deze stellingname ten volle, maar denkt dat Tzum aan kracht wint als de redactie zich sterker zou profileren, zodat het tijdschrift meer eenheid en visie krijgt. Nu blijft Tzum in vergelijking met andere literaire tijdschriften te licht van gewicht om voor subsidie in aanmerking te komen. Tot slot raadt de commissie de redactie aan om haar sterke punt – een podium voor nieuw talent – verder uit te buiten.
De huidige commissie heeft zich overigens niet verdiept in eerdere oordelen over Tzum, aangezien de commissie volledig vernieuwd is.

De commissie adviseert aan Tzum geen stimuleringssubsidie toe te kennen.

Coen Peppelenbos

Voor de volledigheid: ons verweerschrift (het gemekker waar Droog op doelt), waarop alleen het antwoord kwam dat de commissie geen aanleiding zag om haar standpunt te wijzigen.

Geacht bestuur,

Op 6 september kregen we een officiële bevestiging van uw beslissing om de subsidieaanvraag voor het literaire blad niet te honoreren. Met deze brief maken we bezwaar tegen de door de commissie geleverde toelichting en vragen we een herzieningsprocedure aan.

Allereerst maken we bezwaar tegen de wachttijd die een literair tijdschrift in acht moet nemen. De aanvraag is in december 2003 gedaan en pas negen maanden later is er een uitslag. Geen enkele keer heeft het Fonds ons op de hoogte gehouden van vertragingen laat staan voortgang. Ongeacht of de uitslag positief of negatief uitvalt, een iets betere communicatie van uw kant zou zeer aan te bevelen zijn.

Belangrijker dan dit bezwaar zijn de bezwaren van literaire aard. Na een positief begin schrijft de commissie dat Tzum erin is geslaagd om nieuw talent een podium te bieden. Zij noemt: ‘Gert Boer, Rob van Essen en Daphne Reghen.’ Het compliment nemen wij in dank aan en het is inderdaad zo dat wij dat podium willen zijn. Wij scharen Rob van Essen (die op dat moment al drie romans had geschreven en deze zomer zijn vierde roman uitbracht) niet bij de onbekende schrijvers. We hopen dat de commissie bedoelt dat deze schrijver voor het grote publiek redelijk onbekend is.
Naast veel onbekende schrijvers (dat wil zeggen debutanten), brengt Tzum ook veel jonge schrijvers. Die vullen over het algemeen 50% of meer van het blad. Aangezien er over hun bijdragen niets gemeld wordt, nemen we aan dat die allemaal vallen onder het gunstige eerste oordeel van de commissie.

De commissie heeft twee grote bedenkingen bij Tzum. Zo vindt zij de interviews onder de maat. Zij zijn te ‘ongericht’ en kunnen de vergelijking met een kranteninterview niet doorstaan. De commissie noemt de interviews met Oek de Jong, Gijs IJlander en Doeschka Meijsing. Het interview met Meijsing vond plaats na het behalen van de Tzum-prijs en gaat voor een groot deel over de manier waarop ze schrijft. Volgens ons erg gericht.
Wij dagen de commissie uit om met een vergelijkbaar kranteninterview te komen met Oek de Jong waar zo diep ingegaan wordt op zijn roman Hokwerda’s kind, een door de auteur geautoriseerd interview (dat hijzelf geslaagd vond) waarin interpretaties van het werk voorkomen die niet in een ander tijdschrift of krant zijn terug te vinden.
Wij dagen de commissie uit om überhaupt met een kranteninterview met Gijs IJlander te komen.
De commissie vermoedt dat haar oordeel, ook over de overige bijdragen, te wijten is aan de terughoudendheid van de redactie om een literatuuropvatting uit te dragen. Zij noemt alleen de opvatting dat Tzum een ‘makkelijk toegankelijk’ blad wil maken met een ‘lichte afkeer van academische stukken’. Ze ziet daarbij het onderdeel over het hoofd dat wij wel noemden in de aanvraag, namelijk de voorkeur voor een persoonlijke inslag in de literatuur. Wie met die blik naar de interviews gaat kijken ziet dat deze niet zo ‘ongericht’ zijn als de commissie dacht. Wij betreuren dat de commissie die insteek van ons blad niet zwaarder heeft laten wegen.

Juist die persoonlijke invalshoek onderscheidt Tzum van andere literaire bladen en dat is duidelijk het geval in de stukken van Arthur Japin, waarover de commissie ook oordeelt. De commissie stelt allereerst dat Tzum zichzelf gewichtig lijkt te maken met grote namen. Daar zijn drie antwoorden op te formuleren:
1 Een tegenvraag: mag een klein literair blad geen medewerkers van naam hebben?
2 Arthur Japin heeft zich al jaren geleden aan ons blad verbonden, vlak na de verschijning van zijn roman De zwarte met het witte hart, toen hij nog niet die bekendheid had verworven die hij nu heeft.
3 Japin schrijft toegankelijke, prikkelende en persoonlijke stukken, die helemaal overeenkomen met onze literatuuropvatting. Dit laatste punt is voor ons het belangrijkst.

De commissie schrijft dat Japin ‘te veel ingaat op privé-kwesties, zoals een ruzie met Hugo Brandt Corstius’. Gezien het uitgangspunt van ons blad zijn we het daar niet mee eens. De stukken van Japin worden zelfs beter naarmate ze persoonlijker zijn. Intrigerend is het te zien hoe die persoonlijke stukken later op een fictieve wijze terecht komen in zijn romans. In De droom van de leeuw en in Een schitterend gebrek zijn passages aan te wijzen die vergelijkbaar zijn met de persoonlijke stukken in Tzum. De redactie vindt het fascinerend om die ontwikkeling te volgen.
De door de commissie aangehaalde kwestie heeft met de omgangsvormen in de literaire wereld te maken en is niet alleen persoonlijk, maar heeft ook een algemene strekking. De volle naam ‘Hugo Brandt Corstius’ wordt in Tzum overigens niet genoemd. Daarnaast is het opmerkelijk dat juist dit punt eruit gehaald wordt. Die persoonlijke inkleuring is juist een van de pijlers onder het blad (zie ook de rubriek Schetsboek). Stel dat een Russische commissie hetzelfde zou hebben geschreven over Paustovskij, dan blijkt direct dat de argumentatie van de commissie niet lang stand zou houden: ‘Zo heeft Konstantin Paustovskij een eigen rubriek, die veel ruimte in beslag neemt en waarin Paustovskij, naast soms interessante notities, te veel ingaat op privé-kwesties, zoals een ruzie met Maxim Gorki.’

Wij menen dat er onvoldoende rekening is gehouden met juist dat punt waarin Tzum zich onderscheidt van andere bladen. De commissie kan een andere literatuuropvatting hebben, maar die mag volgens ons geen leidraad zijn voor een oordeel over de literaire kwaliteit van de stukken.

Ruben van Gogh

Bart, die oplagecijfers zijn niet alleszeggend, dat moet jij toch ook weten als dichter. Dat Hard Gras een hoge oplage kent ligt meer aan de concentratie op voetbal dan aan het literaire karakter. Als we oplagecijfers met kijkcijfers vergelijken dan zien we dat een focus daarop intussen verschralend werkt op het tv-aanbod van de publieke omroepen.
Dat er wellicht een wervingsluiheid bestaat bij sommige bladen, ok. Wellicht zou een deel van de subsidie gekoppeld kunnen gaan worden aan de pogingen meer bekendheid onder de lezers te krijgen.
Bij festivals wordt wel gezegd dat 10% van het budget uit publiciteit zou moeten bestaan, maar uiteraard is de publiciteit vaak de sluitpost – en is betalend publiek niet belangrijk, want de buit (subsidie) is toch al binnen.
De subsidieverantwoordelijkheid moet niet alleen naar het periodiek zelf afgedragen worden, maar ook naar het bereik.

Bart FM Droog

@ Ruben: Dit zegt het NLPVF daarover: 'De oplagecijfers en abonneeaantallen zijn bij ons bekend in verband met het berekenen van de subsidie.'

Wat de oplage van Hard Gras is, daar heb ik me niet over uitgelaten. Ik had het over aantal abonnees.

Anyhow, uit pure nieuwsgierigheid ben ik nu op Rottend Staal bezig te onderzoeken hoeveel lezers alle literaire periodieken nu eigenlijk hebben.

Koenraad Goudeseune

Een schitterende verweerbrief aan de letteren-commissie vond ik dat schrijven van Tzum, met plezier gelezen en uit kameraderie hetvolgende geschreven:

Een tinnen vredesactivist
en andere gedichten,
dat wordt de titel
van mijn nieuwe bundel.

Of geen gedicht over de zee
willen schrijven en andere misdaden.

Of korter nog.
Puntje, puntje, puntje
en geen andere misdaden.
Of geen andere gedichten.
Alleen puntje puntje puntje.
Of alleen ...

Dat weet ik nog niet.
Daar moet ik nog over nadenken,
samen met de mensen van de lay-out.
Vermoedelijk maanden.

Beloofd.

Coen Peppelenbos

@ Koenraad: Nou dat levert in ieder geval iets scheppends op, hoewel me de intertekstualiteit enigszins ontgaat.

Koenraad Goudeseune


Coen,ik wou er dan ook niks intertekstueels mee zeggen, ik wou er alleen mijn ervaringen met het Vlaams Fonds voor de Letteren mee ventileren en heb er een soort verbolgen briefje van gemaakt dat je die apothekers zou willen sturen als je weer eens bent afgewezen of als je weer eens je aanvraag moet motiveren. Het is hier en daar een beetje flauw allicht, maar ontevreden ben ik over een paar regels allerminst en die regels sla ik dan ergens in mijn hoofd op en komen dan weer ergens anders van pas. Ik meende in jullie brief een gelijkaardige verontwaardiging te lezen, maar erg pienter ben ik dus niet.

Coen Peppelenbos

@ Koenraad: nu snap ik het beter. In die verontwaardiging vinden we elkaar.

Ingmar Heytze

Boeiend inderdaad. Toelichting als mosterd na de maaltijd: ik stuur meestal gedichten op naar een tijdschrift als de redacteur van een tijdschrift daarom verzoekt, als ik tenminste iets heb liggen en het blad me aanstaat. Vandaar dat er nog wel eens iets van me in HM verschijnt, want Bastiaan Bommeljé belt nog wel eens op met een dergelijk verzoek. Als ik zie welke collega's nog meer in HM publiceren, ben ik er trots op dat mijn werk daar tussen mag staan.

Ingmar Heytze

Boeiend inderdaad. Toelichting als mosterd na de maaltijd: ik stuur meestal gedichten op naar een tijdschrift als de redacteur van een tijdschrift daarom verzoekt, als ik tenminste iets heb liggen en het blad me aanstaat. Vandaar dat er nog wel eens iets van me in HM verschijnt, want Bastiaan Bommeljé belt enkele keren per jaar op met een dergelijk verzoek. Als ik zie welke collega's eveneens in HM publiceren, ben ik er trots op dat mijn werk daar tussen mag staan.

ingmar Heytze

Met excuus voor de taalkundig corrigerende echo.

ingmar Heytze

En het is niet om te slijmen, maar wat is 'Zen uit eigen werk' van Koenraad Goudeseune een goede bundel. Hulde.

Chrétien Breukers

Ik sluit me daar bij aan: 'Zen uit eigen werk' is de bevestiging van een talent. Nu heeft Goudeseune al twee quotes voor op de volgende bundel – alleen jammer dat ze bij Atlas niks op de bundels zetten.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter

Uitgeverij De Contrabas
Lucifer - Frédéric LeroyFrédéric Leroy
Lucifer

Een talent om te koesteren
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50
Klaai - Lammert VoosLammert Voos
Klaai

Voos schildert en maakt nog steeds muziek
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50

Zoeken

Twitter

WoordsoepErik Nieuwenhuis
Woordsoep

'Fijnzinnig, spitsvondig, virtuoos' en 'gekmakend goed' -DvhN
€ 24,50
AFDH Uitgevers
WoordsoepHans van de Waarsenburg
Vriendschap en poëzie, het enige dat rest, een hommage aan Eddy van Vliet
€ 15,00
Azul Press
WedstrijdDoe mee aan de schrijfwedstrijd en win een masterclass!
Prozaschrijven.nl
Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

Colofon

Hoofdredactie: Chrétien Breukers en Jan Pollet. Redactie: Philip Hoorne, Joris Miedema en Jürgen Smit. Vaste medewerkers: Fa Claes, Kees Klok en Hanz Mirck. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Elders

Google Nieuws

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 50.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email. Bekijk onze advertentietarieven.

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005