De Leeskamer maakte ons attent op een essay van Cyrille Offermans: Een literaire canon is niet van deze tijd, we kunnen ons beter druk maken om de leescultuur, dat begin deze maand werd gepubliceerd in NRC Handelsblad.
Offermans trekt flink van leer:
'Dat zoveel mensen weer naar een canon verlangen mag symptomatisch zijn voor de culturele verwarring die mensen zeggen te ervaren, het is niettemin een hoogst dubieus, want restauratief verlangen. Een canon hoort thuis in een gesloten, hiërarchische samenleving waarin het volk met doctrinaire middelen wordt ingepeperd welke gedachten het erop na moet houden en welke niet.'
De wat oudere lezer herkent in dit proza de voormalige redacteur van Raster, het blad dat ons jarenlang heeft voorgeschreven dat Sybren Polet en J.F. Vogelaar grote auteurs waren. Offermans was een van de profeten van de twee literaire goden, ja, hij had een dubieus verlangen naar een gesloten samenleving waarin De raadsels van het rund eindelijk eens hoge oplagecijfers zou halen. Wat hem nu precies doet fulmineren tegen mensen die een lijst willen maken met boeken die iedereen die het goed voorheeft met de literatuur eens zou kunnen gaan lezen? Ach ja, natuurlijk: op die lijst zou men het sterk onderdrukte volk niet met doctrinaire middelen kunnen inpeperen dat Rasterauteurs-van-vroeger en hun profeten óók op die lijst zouden moeten staan.
'Niemand is in de positie om voor te schrijven wat er gelezen of hoe er geleefd moet worden, de figuur van de oppercriticus of oppercensor kennen we alleen uit dictaturen. Er is ook niemand die met een goed geweten naar die functie zou kunnen solliciteren, want wie kan er zoveel lezen dat hij de gehele literatuur, of desnoods alleen de Nederlandstalige, werkelijk kan overzien? En vooral: wie denkt in staat te zijn in die ontzagwekkende hoeveelheid boeken een eenduidige, voor alle bewoners van de republiek der letteren aanvaardbare hiërarchie aan te brengen?'
Och och och. Stel als wetenschapper een voorstel tot een canon op en je krijgt Offermans op je dak. Dan ben je ineens een oppercriticus of een oppercensor. 'Niemand die met een goed geweten naar die functie zou kunnen solliciteren' – behalve Cyrille zelf natuurlijk, want uit zijn praktijk als redacteur, criticus en schrijver is allang gebleken dat hij in staat is om ons, eenvoudige onderknuppels, te vertellen hoe het dan in elk geval niet moet.
'Het is onzin om te willen dat iedereen dezelfde boeken leest. Dat is een achterhaalde discussie. We kunnen er beter over praten hoe we ervoor zorgen dat er überhaupt gelezen wordt – op veel scholen is de leescultuur verdwenen en heerst een uitgesproken anti-intellectueel klimaat.'
Zegt de man die al een eeuw of zo in het onderwijs werkt. Deze laatste constatering is niet nieuw, maar op zichzelf nog altijd schokkend. Offermans is van mening dat scholen 'hun vormende taak weer serieus (moeten) gaan nemen'. 'Er zullen veel zwaardere eisen gesteld moeten worden aan de lerarenopleidingen, alles staat of valt met het niveau van de docenten. Het invoeren van een canon is ridicuul als daar boeken op staan waarvan een groot deel van de literatuurdocenten nog nooit gehoord heeft.' Om dus in zijn eigen citaat in de door hemzelf vervaardigde val te lopen: hoe kun je mensen iets leren, als je ze niet iets aanreikt wat ze van tevoren nog niet kenden?
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Een canon heeft niets met een gesloten samenleving te maken. Er is bijvoorbeeld nooit door een commissie bepaald dat Lucebert tot de canon van de Nederlandstalige poëzie behoort. Toch mag je ervan uitgaan dat iedere poëzieliefhebber hem enigszins kent, ook als die liefhebber Driek van Wissen interessanter vindt dan de Vijftigers.
Als het goed is, is een canon een constatering, en niet een voorschrift.
Hoe zou Offermans trouwens een leescultuur willen scheppen zonder een paar boeken waar de lezers het met elkaar over kunnen hebben, ongeacht hun literaire voorkeur?
Geplaatst door: Bas Belleman | 27-9-05 om 23:07