Stephen Oliver is een provocateur, een cynicus, een sarcast, maar ook een begenadigd schrijver, dichter en essayist - scherp, taalgevoelig, erudiet en bovenal een self-made man. In een essay dat sinds gisteren op Poëziepamflet staat, trekt hij hard (maar ook humoristisch) van leer tegen de 'academische dichter' die, volgens Oliver, het poëtische landschap van Amerika en ook Australië en Nieuw-Zeeland de afgelopen vijfentwintig tot dertig jaar nu wel voldoende heeft 'vervuild': 'Poetry has been hijacked by the careerists and ego-terrorists who believe that immortality is equated with fame and the manipulation of other people's emotions and insecurities for real or imagined gain.' Een essay dat er toe doet!
Stephen Oliver (1950), geboren in Nieuw-Zeeland, heeft meer dan tien poëziebundels op zijn naam staan, waaronder Deadly Pollen (Word Riot Press, USA, 2003) en Ballads, Satire & Salt - A Book of Diversions, (Greywacke Press, Sydney, 2003). Op Stanza zijn hier en hier enkele vertaalde gedichten van hem te lezen. Binnenkort volgt een interview met deze opmerkelijke, momenteel in Sydney wonende, transtasman dichter, zoals hij zichzelf noemt.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties