Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Man zoekt bal van Sander de Vaan -- de voetbalbundel voor dit WK

Elders

21 september 2014

Gelezen boeken: Hendrik Groen


19951_537a0e68e2d5c_19951Pogingen iets van het leven te maken, het geheime dagboek van Hendrik Groen, 831/4 jaar is, tsja, een dagboek. Van een man die in een verzorgingstehuis woont en daar van alles meemaakt. Heel spectaculair klinkt dat niet -- en het is ook niet spectaculair. Toch heb ik dit boek van deze geheimzinnige auteur (pseudoniem van Carel Helder?) met genoegen gelezen.

In de eerste plaats omdat goed, ik zou bijna zeggen: vaardig is geschreven. Groen weet een kalme toon vol te houden, het hele boek door. Of het de toon van een bijna 84-jarige is kan ik niet beoordelen. Maar ik denk van niet. Wie zich een idee wil vormen van ’s mans stijl kan een kijkje nemen in het archief van Torpedo, waar de voorpublicaties te vinden zijn en waar Groen zijn opmars als late debutant begon.

Lees meer "Gelezen boeken: Hendrik Groen" »

18 september 2014

Notities over poëzie (5): Over een gedicht van Rainer Maria Rilke, Herbsttag

Vandaag, maar dan 112 jaar (min 3 dagen) geleden schreef Rainer Maria Rilke het gedicht ‘Herbsttag’, een van die onverwoestbare evergreens van de betreurde meester. Het gedicht staat hier en gaat zo:

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten, voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin, und jage
die letzte Süße in den schweren Wein. 

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Lees meer "Notities over poëzie (5): Over een gedicht van Rainer Maria Rilke, Herbsttag" »

45ste Editie van de Facebook-Vertaalwedstrijd

Renée Vink wint.

Renée Vink heeft met haar vertaling van ‘Women Who Dye Their Hair’ van de Engelse Janet Fisher de 45ste editie van de Vertaalwedstrijd op Facebook gewonnen. (Zie dit bericht over ontstaan, doel en werkwijze van deze groep). Jan van den Berg won zilver en Sigrid Lensink-Damen brons.

Janet Fisher (Birmingham, 1943) studeerde rechten en werkte vijf jaar voor een Londense juridische uitgeverij. Nadat ze naar Yorkshire was verhuisd, de geboorte van drie zonen en een periode van ziekte, kon ze geen werk meer vinden. Ze besloot schrijver te worden. In 1989 sloot ze zich aan bij The Poetry Business in Huddersfield. Ze heeft drie bundels gepubliceerd: Listening to Dancing (1996), Women Who Dye Their Hair (2001) en Brittle Bones (2008). Janet Fisher is nu met pensioen.

Lees meer "45ste Editie van de Facebook-Vertaalwedstrijd" »

17 september 2014

Notities over poëzie (4): Poëzie met ballen, Martijn Teerlinck en Leo Herberghs

Op 9 september publiceerde Johanna Geels een blogstukje waar je het moeilijk niet mee eens kunt zijn. In een hartstochtelijk pleidooi nam ze het op voor poëzie die buiten de lijntjes wil kleuren, die ‘ballen’ heeft. Toch ben ik het met veel beweringen die zij doet niet eens. Dat er veel flauwe meisjespoëzie verschijnt, de laatste jaren: ja. Maar dan komt het:

‘Bottomline is dat ik de poëzie zonder ballen zat ben. Het gefleem, de zachte handschoentjes, het geschuifel in de gang. Het moest maar es gaan donderen, knetteren, gaan stomen in die letteren. Weg uit de gepoederde salons, hup, de straat op. Dwars door de drek. En als je eigen modderpoel niet diep of smerig genoeg is, ga je maar aan de rand van die van een ander zitten, zo eentje die meurt en afgeeft. Voor schrijven is lef vereist, niet bang zijn om vieze handen te maken, nooit bang zijn.’

Die uitbarsting kende ik nog ergens van. Het is een mix van alle manifesten ooit geschreven, van De Tachtigers tot Ik ben een bijl. Het is de emmer vol gemeenplaatsen die over ons wordt heengestort als iemand Een Punt wil maken en de poëzie een richting in wil duwen die het Eigen Engagement en De Bevlogenheid wil celebreren. Nooit bang zijn, zegt Geels. En eerlijk gezegd vind ik dat een beetje, hoe zal ik het zeggen? Arrogant? Misschien wel.

Lees meer "Notities over poëzie (4): Poëzie met ballen, Martijn Teerlinck en Leo Herberghs" »

Getuige Simenon deel 4: De verloofde van meneer Hire door Mark Cloostermans

Mr. Hire is een dikke, pappige man, die een kamertje huurt in een troosteloze woonkazerne aan de rand van Parijs. Hij weet zich in leven te houden met een dubieus handeltje. Zijn grote liefde is het meisje aan de overkant van de binnenplaats, die hij elke avond bespiedt. Zo nu en dan bezoekt hij een bordeel.

Pathologisch verlegen als hij is, kan hij geen contact maken met de mensen om hem heen, die hem een onaangename aanwezigheid vinden. Niets van dit alles heeft een drama in zich, ware het niet dat in de buurt van het appartementsgebouw een prostituee wordt vermoord. De conciërge, een hysterisch wijf, legt de politie haar verdenking voor: volgens haar is Mr. Hire de moordenaar. De politie neemt het spoor ernstig. Mr. Hire wordt geschaduwd; men wacht tot hij een fout maakt. Maar alle politieaandacht trekt de aandacht van de buurt, die het recht in eigen handen neemt.

Lees verder op Tzum

16 september 2014

Nieuwe film Eric de Kuyper: My life as an actor

Eric de Kuyper, bekend als essayist en prozaschrijver, maakte een nieuwe film, na een lange periode van filmisch zwijgen. Een tekst over de film is hier te lezen. Interview:

15 september 2014

Boeken die ik twaalf jaar niet heb gezien (14): Koenraad Goudeseune

Kijk, dat lees ik graag. Deze dagdromen kwamen (nog) niet uit, maar wat is dat voor schrijver die niet minimaal vindt dat hij de beste is, en dat de rest opzij moet om te kunnen buigen voor zijn genie en talent? Dat is een schrijver die zijn vak niet serieus neemt en niet genoeg in zichzelf gelooft. Ik chargeer het een beetje, dan komt de boodschap duidelijk over.

Let Us Make Opera nietwaar? En een echte opera kan niet zonder grote dromen, alles-verscheurende liefde en een heleboel lawaai dat, bij nadere bestudering, geniale muziek blijkt te zijn. In een opera vallen doden, die net voor de staande ovatie herrijzen, om de volgende avond weer te sterven.

Lees verder op Tzum.

13 september 2014

Diederik Stapel en A.H.J. Dautzenberg bij Pauw over De Fictiefabriek

11 september 2014

Gelezen boeken: Rob van Essen

5327b028577745.50698118Van Harry Mulisch is de stelling dat mensen een eeuwige leeftijd hebben. Hoe oud iemand ook wordt, en wat hij ook doet, de eeuwige leeftijd blijft hem altijd aan te zien. Volgens mij kunnen we daar inmiddels een andere notie aan toevoegen, die van het ‘eeuwige genre’. Sommige schrijvers hebben een genre waar ze, wat ze ook schrijven, niet aan kunnen ontsnappen, of beter gezegd: een genre dat ze, wat ze ook schrijven, altijd is aan te zien.

Bohumil Hrabal schreef boeken van ongeveer 96 pagina’s. De novelle, dat was zijn genre, zoals het dat ook is van Dimitri Verhulst (over wie ik onlangs schreef). Gerrit Achterberg schreef altijd sonnet-achtige gedichten. A.F.Th. van der Heijden schrijft vuistdikke romans, ook als hij voor de kortere baan kiest. En Rob van Essen is de schrijver van korte verhalen.

Lees meer "Gelezen boeken: Rob van Essen" »

10 september 2014

Gelezen boeken: Paul Claes

Vierde gedicht voor Maria Magdalena

Je ogen smelten in hun duister licht.
Je koude haar is een doorwaadbaar weefsel
en op je nauwelijkse lippen ligt
de oude dauwglans van je lauwe speeksel.

Je siddert en uit trillingen bestaat
je naakte slaap. Bijna alsof je luistert
of aan mijn niemandsmond een kus ontstaat
en ik mijn adem in je adem fluister,

of huiver met mijn lippen aan je hals
en aan je borsten, de gebenedijde,
terwijl ik in je lichaam vloei, zoals
een weinig wijn verdwijnt in rode zijde.

Claes_sleutelDit is een gedicht van Paul Snoek (1933-1981), de Vlaamse (post-)experimenteel die een aantal klassieke gedichten schreef (waaronder het geciteerde werk en ‘Een zwemmer is een ruiter’). Paul Claes heeft het er in zijn nieuwe boek De sleutel, vijfentwintig gedichten van Noord en Zuid ontsloten niet heel gemakkelijk mee. Het gedicht lijkt zich ondanks allerlei duidelijk aanwijsbare formele kenmerken en betekenisaspecten voortdurend te ontrekken aan, ja, aan wat? Claes komt uiteindelijk tot deze conclusie:

Lees meer "Gelezen boeken: Paul Claes" »

09 september 2014

Georges Simenon bij de Vlamingen. Mark Cloostermans over Maigret en de familie Peeters

Chrétien Breukers (De Contrabas) en Mark Cloostermans (De Standaard) duiken onder. Meer bepaald in het oceaangelijke oeuvre van Georges Simenon, de man van vierhonderd boeken. Naar aanleiding van de 25ste verjaardag van Simenons overlijden lezen zij een selectie van 25 titels, zowel Maigret-mysteries als romans durs, zijn ‘serieuze’ romans. Twee Tzum-bloggers om Simenon op de hielen te zitten, de man die sneller schreef dan God kan lezen.

Ruimen we eerst een mogelijk misverstand uit de weg. Jules Maigret is geen Asterix. Als hij vorige week een misdadiger opspoorde in Delfzijl en deze week onder Vlamingen verkeert, dan is dat niet om, zoals in Asterix en de Belgen, een satirisch overzicht te geven van de nationale eigenaardigheden.

Overigens speelt Chez les Flamands (Maigret en de familie Peeters) zich zelfs niet in België af, maar op de grens mét België. In het grensplaatsje Givet is de Vlaamse minderheid niet populair. Ze weigeren zich aan te passen, luidt het. Ze drinken niet de Franse aperitieven, maar halen hun jenever in de winkel annex taverne van de familie Peeters. Vooral die familie Peeters heeft het bij de autochtone bevolking zwaar verkorven. Ze doen goede zaken en de welvaart is hen naar het hoofd gestegen, zegt men. De zoon studeert zelfs voor advocaat – wat een pretentie, nee maar! Dat diezelfde zoon een bastaardkind heeft bij een plaatselijke armoezaaister, is door de familie efficiënt onder de mat geveegd: de ongehuwde moeder krijgt maandelijks een som geld en zoon Joseph zal, zoals altijd was voorzien, trouwen met zijn nicht Marguerite. Eind goed, al goed.

Lees verder op Tzum

08 september 2014

Presentatie De Fictiefabriek Dautzenberg/Stapel, met en zonder aanhalingstekens

Gisteren was de presentatie van De Fictiefabriek van Diederik Stapel en A.H.J. Dautzenberg in De Balie in Amsterdam; het was een mooie, ge(s)laagde bijeenkomst, waarin veel aspecten van het boek en ook wel van de grondvraag die erin wordt gesteld (hoe te leven in een wereld waar de ene fictie wel, en de andere niet geaccepteerd wordt) aan bod kwamen.

Gek genoeg heb ik vandaag twee scans van de recensie die Sander van Walsum schreef in de Volkskrant ontvangen, twee scans die op een detail verschillen: deze en deze. Raadselachtig hoe die twee edities in de wereld komen, maar ze vertegenwoordigen een mooi verschil: met en zonder aanhalingstekens, wat overigens wel heel andere werelden opent waar het de betekenis van foute mannen / ‘foute mannen’  betreft. Mannen die overigens zowel tijdens de presentatie als in hun boek zeggen dat er een smet aan hen kleeft, -- ze zeggen nergens dat ze fout zijn.

De scholier uit het stuk kwam daarnaast uit Utrecht, en Dautzenberg nam het voor een vereniging van pedofielen op, wat weer iets anders is dan voor een vereniging van pedoseksuelen... en zo is de wolk van misverstanden weer helemaal op volle sterkte aanwezig. Jammer. De middag leek me meer dan geslaagd, zoals gezegd. Wie niet kon komen, kan hieronder van het beeldmateriaal genieten:

De Fictiefabriek - i.s.m. Atlas Contact from De Balie on Vimeo.

Boeken die ik twaalf jaar niet heb gezien (13): Gerrit Kouwenaar (en Wiel Kusters)

Twee boeken over de deze week overleden dichter Gerrit Kouwenaar vond ik in de bananendozen: Een tuin in het niks, vijf opstellen over Gerrit Kouwenaar (1983) en De killer, over poëzie en poëtica van Gerrit Kouwenaar (1986). Beide boeken zijn geschreven door Wiel Kusters, de Grandma Moses van de Limburgse dichters en de Prins Carnaval van het ooit zo populaire poëtica-onderzoek.

De twee boeken zijn belangrijk geweest voor de receptie van Kouwenaars werk, maar ze zijn ook te beschouwen als de wetenschappelijke sluitstenen van het deel van Kouwenaars werk dat werd afgesloten door Volledig volmaakt oneetbare perzik (1978) en Het blindst van de vlek (1982). Daarna, na het verschijnen van het ogenblik: terwijl (1987), begon de periode van het bezonken meesterschap, culminerend in Totaal witte kamer (2002), het orgelpunt van Kouwenaars oeuvre (nog gevolgd door een kleine toegift, Het bezit van een ruïne, in 2005).

Lees verder op Tzum.

07 september 2014

Kouwenaar en Kouwenaar, firma in gedichten en beeld

Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en David Kouwenaar (1921-2011) lezen gedichten van elkaar voor, in deze mooie film.

Gerrit en David Kouwenaar lezen elkaars gedichten voor from Ons Erfdeel on Vimeo.

06 september 2014

Vrienschapsbrieven van Diederik Stapel en A.H.J. Dautzenberg

53af6c52f26649.64254682Net verschenen: De Fictiefabriek, een brievenboek van Diederik Stapel en A.H.J. Dautzenberg. De heren waren al op Radio1, waar ze werden ondervraagd door de immer empathische Thijs van den Brink, die in zijn inleiding onder meer zei: ‘De Fictiefabriek is een bevrijdingsroman in de vorm van brieven geschreven door twee gekwelde mannen: Diederik Stapel en Anton Dautzenberg. ‘‘Het was zelfoverschatting van ons en theaterdierecteuren vonden het eng om met ons samen te werken.’’ De mannen spraken uitvoerig met elkaar over hun verleden en pepten elkaar op.’ Hoewel het boek al verkrijgbaar is, is morgen de officiële presentatie, in De Balie in Amsterdam, met medewerking van onder meer Hafid Bouazza, Ilja Leonard Pfeijffer en Simone van Saarloos.

05 september 2014

Hoe kun je een dichter gedenken? Over Gerrit Kouwenaar...

Hoe kun je een dichter het beste gedenken? Door over zijn werk te schrijven. Via Facebook kwam ik uit bij dit bericht, een herpublicatie van een lang essay door Rutger H. Cornets de Groot. Een citaat:

Vallende stilte, een keuze uit eigen werk van Gerrit Kouwenaar, is geen baksteen die de dichter ons na zestig jaar dichterschap in de maag splitst. Met een kleine 250 gedichten is het eerder een verzameling bladeren die stil naar beneden dwarrelt. ‘Kijk, het heeft gewaaid’, zoals Kouwenaar het in een gedicht van die titel eens van Remco Campert optekende:

Kijk, het heeft gewaaid

op het kleine bladstille plein 
lagen groene bladeren die er niet hoorden

het was een zomer zoals het behoorde 
totaal als de oorlog die elders woedde

terwijl de stad als een bom lag te dromen 
moest er een droom zijn geweest die niet droomde

iets om even te schrikken, in woorden, terwijl 
de rivier de vrienden voorbijstroomde

zij spraken over taalgebruik tandbederf aan 
staande doden, schatten de roerloze tegenoever

prezen de dag tot diep in het donker, het was 
zoals het altijd geweest was -

03 september 2014

Over kloosters, wereldverzaking, het katholicisme en Lucebert, en over nog veel meer

‘Wie door Brabant of Limburg rijdt, komt ze bijna altijd tegen en wie er is opgegroeid, kent ze zeker: de immense gebouwencomplexen waar tot diep in de jaren vijftig de monnikspijen ruisten en de kappen van de nonnen niet gesteven genoeg konden zijn. Scholen zijn het geworden, appartementencomplexen, bedrijfsruimtes voor de creatieve sector. Nauwelijks twee generaties geleden waren het strak georganiseerde brandpunten van wereldverzaking: mannen en vrouwen van allerlei rangen en standen legden hun beloften af om te worden opgenomen in een parallelle wereld waarin onder meer het ideaal van de zuiverheid menselijke verhoudingen reguleerde. Zuiverheid of kuisheid: dat er af en toe gretig gezondigd werd, is de afgelopen jaren nogal duidelijk geworden. Aan het ideaal waarop het samenleven was gebaseerd, zal het niets hebben afgedaan. Het werd nog meer van een niet-menselijke orde dan het al was.’

Over kloosters, wereldverzaking, het katholicisme en Lucebert, en veel meer, in deze interessante beschouwing van Gert de Jager, op NederL.

02 september 2014

Getuige Simenon deel 2: Maigret in Holland

In 1929 was Simenon in Delfzijl, omdat hij met zijn schip de Ostrogoth uit Duitsland was gezet, waar hij in Bremen in een haven lag. Duitse agenten hadden aan boord een typemachine en allerlei aantekeningen gevonden, dus ze dachten met een Franse spion van doen te hebben. De verhouding tussen Duitsland en Frankrijk was in die jaren nog steeds niet bijgekomen van de Grote Oorlog en daarom wordt hij het land uitgezet. Waarheen te gaan? Het werd het Damsterdiep.

In Delfzijl had Simenon een visioen: 

Ik zie mezelf weer terug op een zonnige ochtend in een café. Ik heb een paar glaasjes jenever gedronken en zo, een beetje slaperig, zie ik hoe de massieve, onverstoorbare gestalte van een heer zich begon af te tekenen die volgens mij een aanvaardbare commissaris zou kunnen zijn. Gedurende de rest van de dag voegde ik aan deze figuur een paar voorwerpen toe: een pijp, een bolhoed, een zware jas met een fluwelen kraag. En omdat er in mijn schuit een vochtige koude heerste, gaf ik hem voor zijn werkkamer een oude gietijzeren kachel.

Lees verder op Tzum.

01 september 2014

Boeken die ik twaalf jaar niet heb gezien (12): Leo Pleysier

Niet minder dan zes titels trof ik aan in de bananendozen, aan de inhoud waarvan ik nu mijn twaalfde beschouwing wijd. Kop in kas (1983), Wit is altijd schoon (1989), De kast (1991), De gele rivier is bevrozen (1993), Zwart van het volk (1996) en Volgend jaar in Berchem (2000). Alleen de eerstgenoemde en de laatstgenoemde titel heb ik deze week niet herlezen. Het was een prettig weerzien met een schrijver die ik, meer dan de andere over wie ik tot nu toe schreef, uit het oog was verloren.

Wit is altijd schoon markeerde de doorbraak van Pleysier, die voor die tijd bekend stond als experimentele of voormalig experimentele schrijver, en in die hoedanigheid geen groot publiek aan zich had weten te binden. Die doorbraak viel ongeveer gelijk met de opkomst van een auteur als Eric de Kuyper, die de wereld van zijn jeugd eveneens wilde doen herleven, en Pol Hoste, die met Vrouwelijk enkelvoud en Een schoon bestaan bijna Pleysier-achtige boeken schreef. Het hing blijkbaar in de lucht.

Lees verder op Tzum >>

31 augustus 2014

Gelezen boeken: Dimitri Verhulst

KaddisjEerlijk gezegd ben ik geen groot liefhebber van het recente werk van Dimitri Verhulst. Van het vroege werk ook niet, overigens. Te veel van zijn boeken zijn half goed, half minder goed; hij wisselt briljante passages af met bladzijden waarop hij de automatische piloot aanzet en rustig voor zich uitstarend het einde van een hoofdstuk of boekdeel probeert te halen. Toch is hij op zijn best dan weer veel beter dan de gemiddelde auteur, dus altijd de moeite waard om te volgen. Dat is de paradox waaraan ik lijd.

Kaddisj voor een kut begon ik met reserve te lezen. Die titel. Verhulst heeft er een handje van, van provocerend bedoelde titels, en op den duur hoor je een innerlijke stem dan ‘jaha’ zeggen. Hij is braaf. Maar laat ik deze inleidende beschietingen beëindigen. Ik vond het boek tamelijk goed. Misschien zelfs briljant. En ik heb alle reserve laten varen. Misschien wordt het wel tijd om een aantal boeken te herlezen, om eens te zien of ik eigenlijk wel gelijk had, of mijn oordeel over Verhulsts boeken houdbaar is.

Lees meer "Gelezen boeken: Dimitri Verhulst" »

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

september 2014

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30          

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën